Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 6 april 2016 nr. BOACAT2016/022, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij het Functioneel Parket
Gelezen het verzoek van de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket van 30 maart 2016;
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van (junior) vermogenstraceerder in dienst van het Functioneel Parket, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 3
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI, Generieke Opsporing, als genoemd in onderdeel 11.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 60 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket.
Artikel 6
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarden gesteld in het onderdeel semi-permanente ontheffing van bijlage H, van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
De nummering van de artikelen 6, 7, 8 en 9 wordt, vanwege het toevoegen van bovengenoemd artikel, gewijzigd in artikel 7, 8, 9 en respectievelijk 10.
Artikel 7
De hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
- a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
- b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
- c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.
Artikel 9
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van B.O.O.M. 2011 van 19 mei 2011, nr. 5695684?Justis/11 zal vervallen op 1 juni 2016.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2016 en vervalt met ingang van 1 juni 2021.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Functioneel Parket 2016.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.