Regeling van de Minister van Economische Zaken van 15 april 2016, nr. WJZ/16056990, houdende vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor vergunning voor frequentieruimte ten behoeve van digitale omroep (digitale ethertelevisie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2016-04-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Vergunning voor digitale ethertelevisie

Artikel 2

Ingevolge het besluit van de minister van 15 april 2016, nr. 7188783, inzake het besluit om de vergunning voor digitale omroep (digitale ethertelevisie) te veilen en de voorschriften en beperkingen vast te stellen die aan de vergunning zullen worden verbonden is er één vergunning voor digitale ethertelevisie beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld.

Paragraaf 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3
1.

Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 in aanmerking wil komen, dient een aanvraag in.

2.

Een aanvraag wordt in de periode van 25 april 2016 tot 17 mei 2016 om 14.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Projectteam uitgifte vergunning digitale televisie

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

3.

Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veiling en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

5.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

6.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

7.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

8.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, mogen in afwijking van het zesde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

Artikel 4

Indien niet voldaan is aan artikel 3, tweede lid, wijst de minister de aanvraag af.

Artikel 5
1.

Indien de aanvraag niet is afgewezen op grond van artikel 4 en de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde tot en met zesde en achtste lid, en artikel 7, derde lid, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft gedurende zes werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 14.00 uur.

4.

Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop het verzuim overeenkomstig het derde lid is hersteld.

5.

Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde tot en met zesde, en achtste lid, en artikel 7, derde lid, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 6
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

Binnen drie weken na het tijdstip, bedoeld in artikel 3, tweede lid, stelt de minister vast of de aanvrager wiens aanvraag in behandeling is genomen, voldoet aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid.

5.

Indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is voldaan, wijst de minister de aanvraag af.

Artikel 7
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van € 1.000.000.

2.

De zekerheid wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat binnen de in artikel 3, tweede lid, bedoelde periode:

Artikel 8
1.

Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage III bij deze regeling dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

Paragraaf 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 9
1.

Indien de minister op grond van artikel 6, vierde lid, vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag is geweigerd op grond van artikel 6, vijfde lid, dan wel is afgewezen op grond van artikel 3.18 van de wet, slechts één aanvrager voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 6, vindt de veiling niet plaats en wordt de vergunning aan de betreffende aanvrager verleend.

2.

Indien de minister op grond van artikel 6, vierde lid, vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag is geweigerd op grond van artikel 6, vijfde lid, dan wel is afgewezen op grond van artikel 3.18 van de wet, meerdere aanvragers voldoen aan de eisen, gesteld in artikel 6, wordt de vergunning geveild.

Artikel 10
1.

Indien na toepassing van artikel 9 de noodzaak van veilen is komen vast te staan, deelt de minister de desbetreffende aanvragers dit schriftelijk mede.

2.

Bij de mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de deelnemers tevens bekendgemaakt hoeveel deelnemers er in totaal zijn.

Paragraaf 5. De veiling

Artikel 11
1.

De veiling vindt plaats via internet, met behulp van een elektronisch veilingsysteem, en geschiedt door middel van een klokveiling, waarbij de minister de rondeprijzen bepaalt en de deelnemer de keuze heeft om voor de door de minister vastgestelde rondeprijs een bod uit te brengen op de vergunning.

2.

Biedingen worden uitsluitend uitgebracht door middel van het elektronisch veilingsysteem.

3.

Andere communicatie vindt plaats via het elektronisch veilingsysteem dan wel telefonisch of per e-mail, waarbij de deelnemer bereikbaar is op het door hem in zijn aanvraag opgegeven telefoonnummer en e-mailadres en de minister bereikbaar is op het telefoonnummer en e-mailadres bedoeld in artikel 12, onderdeel c.

4.

De veiling wordt uitsluitend op werkdagen gehouden.

5.

De minister leidt de veiling en draagt zorg voor een goed verloop van de veiling.

Artikel 12

De minister deelt een deelnemer uiterlijk twee weken voor de aanvang van de veiling schriftelijk mee:

Artikel 13
1.

Een deelnemer, inbegrepen diegene die een deelnemer ten behoeve van de veiling bijstaat, onthoudt zich van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

2.

De minister kan de veiling stopzetten of opschorten indien naar zijn oordeel sprake is van afspraken of gedragingen in strijd met het eerste lid.

3.

De minister kan een deelnemer die naar het oordeel van de minister in strijd handelt met het eerste lid van deelname of van verdere deelname aan de veiling uitsluiten.

4.

Indien een deelnemer in strijd heeft gehandeld met het eerste lid, kan de minister:

Artikel 14
1.

De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.