Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020

Type ZBO-regeling
Publication 2016-05-07
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 10, vierde lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. Doel van de regeling

Het bestuur kan voor de periode 2017–2020 meerjarige stimuleringssubsidies verstrekken voor activiteiten die scholen in het primair onderwijs in staat stellen samen met de culturele omgeving kwalitatief goede cultuureducatie duurzaam te verankeren. Hierbij ligt de nadruk op het verdiepen van cultuureducatie op reeds deelnemende scholen en het vergroten van het aantal deelnemende scholen.

Artikel 1.3. Subsidieperiode

Subsidie wordt verstrekt voor een periode van vier jaar.

Artikel 1.4. Subsidieplafond en beschikbare bedragen
1.

Het subsidieplafond voor het totaal van de aanvragen is € 10.218.147,– per kalenderjaar.

2.

Voor aanvragen uit provincies en gemeenten is per kalenderjaar beschikbaar:

3.

Het aantal inwoners van een provincie of gemeente wordt voor de volledige looptijd van de regeling vastgesteld op basis van de CBS-gegevens van 1 januari 2016.

4.

Als gevolg van een beslissing van de minister van OCW kan het subsidieplafond worden verhoogd of verlaagd.

Artikel 1.5. Matching met provincie en gemeente
1.

De aan het fonds gevraagde subsidie bedraagt ten minste € 45.000 per jaar, welk bedrag wordt gematcht door de provincie of gemeente.

2.

De subsidie van het fonds bedraagt nooit meer dan 100% van de bijdrage afkomstig van provincie of gemeente.

3.

Het door provincie of gemeente gematchte bedrag mag niet afkomstig zijn uit de onderwijsmiddelen die scholen van het rijk ontvangen. Evenmin kunnen de middelen die verbonden zijn aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur als matching worden opgevoerd.

4.

Het door provincie of gemeente gematchte bedrag mag mede worden gefinancierd door andere partners.

Paragraaf 2. Weigeringsgronden en voorwaarden

Artikel 2.1. Weigeringsgronden
1.

Subsidie wordt in ieder geval geweigerd als voor de activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt aangevraagd, aan de penvoerder of een betrokken culturele instelling uit dezelfde gemeente of provincie vierjaarlijkse instellingssubsidie is verleend op grond van de Regeling op het specifiek cultuurbeleid, zoals die luidt na inwerkingtreding van de Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2017–2020. Wel kunnen activiteiten van een instelling die voornoemde subsidie ontvangt in het plan worden opgevoerd voor zover deze activiteiten aanvullend zijn op de activiteiten die zijn opgenomen in de aanvraag onder voornoemde regeling.

2.

Subsidie kan worden geweigerd op basis van inhoudelijke gronden, of

Artikel 2.2. Voorwaarde
1.

De penvoerder dient te kunnen aantonen dat hij in 2013, 2014 en 2015 subsidie heeft ontvangen van de lokale overheid, tenzij dit reeds bekend is bij het fonds.

2.

De penvoerder die niet kan voldoen aan het bepaalde in het eerste lid kan desondanks een aanvraag indienen als hij:

3.

De penvoerder zendt de jaarrekeningen over 2013, 2014 en 2015 mee bij de aanvraag, tenzij deze al in het bezit zijn van het fonds.

Artikel 2.3. Aanvullende voorwaarde

De penvoerder en de betrokken instellingen zijn verplicht samen te werken met één of meerdere: pabo’s en kunstvakopleidingen en culturele instellingen.

Artikel 2.4. Beperking

Een instelling die op basis van deze regeling subsidie ontvangt kan voor de activiteiten waarop die subsidie betrekking heeft, in de periode waarop die subsidie betrekking heeft, geen aanspraak maken op subsidie voor deze activiteiten op basis van andere deelregelingen van het fonds.

Paragraaf 3. De aanvraag

Artikel 3.1. De aanvrager

Een aanvraag kan worden ingediend door een instelling met rechtspersoonlijkheid zonder winstoogmerk en met een culturele doelstelling.

Artikel 3.2. Waarvoor kan worden aangevraagd

Een aanvraag voor meerjarige subsidie kan worden ingediend voor het organiseren van de volgende activiteiten:

Artikel 3.3. Beoordelingscriteria
1.

Aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

2.

Om voor subsidie in aanmerking te komen moet een aanvraag op alle in het vorige lid genoemde criteria positief zijn beoordeeld.

Artikel 3.4. Indieningstermijn

Aanvragen kunnen vanaf 15 augustus 2016 worden ingediend en dienen voor 17 oktober 2016 13.00 uur door het fonds te zijn ontvangen.

Artikel 3.5. Het aanvraagformulier
1.

Een aanvraag wordt digitaal ingediend via de website van het fonds met behulp van een door het bestuur opgesteld formulier.

2.

Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als het volledig ingevulde formulier tijdig is ontvangen en vergezeld gaat van de vereiste bijlagen.

Artikel 3.6. Adhesieverklaring

De aanvraag gaat vergezeld van een door de verantwoordelijk wethouder of gedeputeerde ondertekende adhesieverklaring van de desbetreffende gemeente of provincie.

Artikel 3.7. Beoordeling

Aanvragen die voldoen aan de formele vereisten om voor subsidie in aanmerking te komen worden ter advisering voorgelegd aan het bureau van het fonds.

Artikel 3.8. Toekenning
1.

Het fonds kent de subsidie toe aan de penvoerder.

2.

De penvoerder geeft de ontvangen subsidie, overeenkomstig de in de aanvraag aangegeven verdeelwijze, door aan de overige bij de aanvraag betrokken culturele instellingen.

Artikel 3.9. Beslistermijn

Het bestuur informeert de aanvrager uiterlijk 1 februari 2017 schriftelijk over zijn besluit op de aanvraag.

Artikel 3.10. Vaststelling subsidie
1.

Het bestuur stelt de subsidie vast na ontvangst van de verantwoording over de gehele subsidieperiode.

2.

Als de activiteiten volgens plan zijn uitgevoerd en is voldaan aan alle aan de subsidie verbonden verplichtingen stelt het bestuur de subsidie binnen 22 weken overeenkomstig de verlening vast.

Paragraaf 4. Verplichtingen en verantwoording

Artikel 4.1. Melding van wijzigingen

De penvoerder doet onverwijld melding aan het bestuur als:

Artikel 4.2. Kennisdeling, monitoring en evaluatie

De penvoerder is verplicht tot kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, en

Artikel 4.3. Verantwoording
1.

De penvoerder stuurt jaarlijks voor 1 juni een financiële verantwoording in van de uitgevoerde activiteiten in het vorige kalenderjaar.

2.

De financiële verantwoording sluit aan op de ingediende begroting en gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid en de rechtmatigheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De verklaring dient te zijn opgesteld overeenkomstig een door het bestuur vast te stellen protocol. Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van de afdelingen 1, 7, 11, 12, 14 en 15, is van toepassing op de financiële verantwoording, met dien verstande dat de winst- en verliesrekening wordt vervangen door een exploitatierekening.

3.

Het bestuur stelt nadere voorwaarden aan de inrichting van de verantwoording.

4.

De penvoerder draagt er zorg voor dat de accountant meewerkt aan onderzoeken naar de door hem verrichte (controle)werkzaamheden door een door het bestuur aan te wijzen partij. De daaraan verbonden kosten van de penvoerder komen voor zijn rekening.

Artikel 4.4. Archivering

Databestanden met onderzoeksgegevens, cq. het goedgekeurde eindrapport, die zich lenen voor meervoudig gebruik dienen, geschoond van vertrouwelijke gegevens, de gerubriceerde gegevens en de gegevens waarvan op grond van de wet- en regelgeving het openbaar maken achterwege moet blijven, binnen drie maanden na publicatie van het eindrapport, cq. afronding van het onderzoek, aan het Data Archiving and Networked Services (DANS) van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) te worden aangeboden.

Artikel 4.5. Gebruik van open standaarden
1.

De penvoerder is verplicht de ICT voorzieningen die worden ontwikkeld in het kader van de gesubsidieerde activiteiten te bouwen volgens de open standaarden.

2.

Indien de subsidieontvanger bij het verrichten van de gesubsidieerde activiteiten intellectuele eigendomsrechten vestigt is de subsidieverlener verplicht het materiaal volgens de principes van een creative commonslicenties ‘Naamsvermelding 4.0 Internationaal’ beschikbaar te stellen.

Paragraaf 5. Overige bepalingen

Artikel 5.1. Fusie
1.

Als er sprake is of zal zijn van een juridische fusie tussen twee of meer instellingen wordt beoordeeld of de aanvraag voldoet aan het bepaalde in deze regeling, uitgaande van het totaal van de individuele prestaties.

2.

Aan de subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot de termijn waarbinnen het in de aanvraag opgenomen voornemen tot fusie gerealiseerd moet zijn.

Artikel 5.2. Inwerkingtreding en vervaldatum
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2021. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond, blijft het bepaalde in deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.3. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Cultuureducatie met Kwaliteit in het primair onderwijs Fonds voor Cultuurparticipatie 2017–2020.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.