Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
Gelet op artikel 55 van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 23 van de Gaswet;
Besluit:
1. Algemene bepalingen
1.1. Werkingssfeer en definities
1.1.1
Deze code bevat de voorwaarden bedoeld in artikel 54 eerste lid van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22 eerste lid van de Gaswet.
1.1.2
De in deze code gebruikte begrippen die ook in de Elektriciteitswet 1998 of de Gaswet worden gebruikt, hebben de betekenis die daaraan in de desbetreffende wet is toegekend. Van de overige in deze code gebruikte begrippen is de betekenis vastgelegd in de Begrippencode elektriciteit of de Begrippencode gas.
1.1.3
In deze code wordt, in geval van gas, onder net mede verstaan gastransportnet.
1.1.4
Tenzij anders vermeld, worden de in deze code beschreven processen toegepast per aansluiting en, voor zover van toepassing, voor elektriciteit en gas afzonderlijk.
1.1.5
Voor de beheerder van het landelijk gastransportnet zijn van deze code uitsluitend de volgende bepalingen van toepassing: 1.1.1 tot en met 1.1.5, 1.1.11 en de paragrafen 2.13, 4.14, 4.15, 10.1.1.6 en 10.1.1.7.
1.1.6
In deze code wordt, met uitzondering van hoofdstuk 3, 5 en 8, de paragrafen 2.4, 2.5, 2.5a, 2.5b, 2.6., 2.9 en 2.14 en artikelen 2.1.2, 2.3.1, 2.3.4., 2.7.1, 2.8.1, 9.1.1 en 9.1.3 en met uitzondering van de uitdrukking ‘gezamenlijke netbeheerders’, onder regionale netbeheerder of netbeheerder tevens de beheerder van een gesloten distributiesysteem verstaan, indien de beheerder van het gesloten distributiesysteem gebruik maakt van het elektronisch berichtenverkeer.
1.1.7
Een leverancier is voor alle kleinverbruikaansluitingen waarvoor hij in het aansluitingenregister als leverancier staat geregistreerd, verantwoordelijk voor de distributie van de vastgestelde meterstanden.
1.1.8
Waar in paragrafen 5.1.2 en 5.1.3 is gesteld dat de leverancier verantwoordelijk is voor het collecteren, valideren en vaststellen van meterstanden, schakelt de leverancier een meetbedrijf in, als bedoeld in artikel 95ca, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 44a, eerste lid, van de Gaswet.
1.1.9
Het meetbedrijf, bedoeld in 1.1.8, zal fouten in de meetgegevens die worden geconstateerd door de leverancier onverwijld corrigeren.
1.1.10
Daar waar in deze code de leverancier wordt genoemd, wordt programmaverantwoordelijke gelezen indien een aangeslotene met een grootverbruikaansluiting geen leverancier heeft. In dat geval machtigt de aangeslotene zijn programmaverantwoordelijke om de in deze code aan de leverancier toegeschreven handelingen te verrichten.
1.1.11
Daar waar in deze code sprake is van een programmaverantwoordelijke, wordt de BRP bedoeld voor elektriciteit en de erkende programmaverantwoordelijke voor gas.
1.1.12
In deze code wordt, ingeval van een meetinrichting met meer dan één telwerk, met meterstand tevens meterstanden bedoeld.
2. Registers en gegevensbestanden
2.1. Aansluitingenregister
2.1.1
De netbeheerder identificeert de aansluitingen en geplande aansluitingen op het eigen net door aan elke aansluiting of geplande aansluiting één unieke EAN-code toe te kennen. De netbeheerder deelt de aangeslotene desgevraagd mee welke EAN-code aan diens aansluiting is toegekend.
2.1.2
De netbeheerders hebben gezamenlijk een centraal register, hierna te noemen het centraal aansluitingenregister, waarin elke netbeheerder zijn register, bedoeld in 2.1.3, beheert.
2.1.3
De netbeheerder beheert voor het eigen net een register, hierna te noemen het aansluitingenregister, waarin per aansluiting of geplande aansluiting geïdentificeerd door de EAN-code van de aansluiting, bedoeld in 2.1.1, voor zover beschikbaar voor geplande aansluitingen, de volgende gegevens zijn vastgelegd:
- a. de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten;
- b. de EAN-code van de aansluiting;
- c. de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt;
- d. de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- e. de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting;
- f. de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code);
- g. de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code);
- h. een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft;
- i. een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft;
- j. een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft;
- k. vervallen;
- l. de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998;
- m. vervallen;
- n. vervallen;
- o. vervallen;
- p. de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten;
- q. de profielcategorie exclusief het vastgesteld afnametype voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting;
- r. in geval van gasaansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik gas;
- s. een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft;
- t. de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend;
- u. in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt;
- v. [gereserveerd]
- w. de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft;
- x. indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting;
- y. indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in de Wet basisregistraties adressen en gebouwen;
- z. de standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit, waar mogelijk onderscheiden naar normaaluren en laaguren.
2.1.4
In aanvulling op 2.1.3 neemt de netbeheerder in het aansluitingenregister ten aanzien van kleinverbruikaansluitingen de volgende gegevens op:
- a. de capaciteitstariefcode;
- b. in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten;
- c. [Vervallen]
- d. het identificatienummer van de meetinrichting;
- e. in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur;
- f. per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens:
- 1°. in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie;
- 2°. in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft;
- 3°. in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk;
- 4°. vervallen;
- 5°. het aantal posities voor de komma;
- 6°. de vermenigvuldigingsfactor;
- g. in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is;
- h. een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting een conventionele meter dan wel een op afstand uitleesbare meter is.
2.1.5
In aanvulling op 2.1.3 neemt de netbeheerder in het aansluitingenregister ten aanzien van grootverbruikaansluitingen met inbegrip van artikel-1-lid-2-of-3-aansluitingen, de volgende gegevens op:
- a. de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder;
- b. in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt;
- c. in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW];
- d. in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17));
- e. in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur);
- f. in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron;
- g. in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase;
- h. vervallen;
- i. in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur;
- j. in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA.
2.1.6
De velden, bedoeld in 2.1.3 onderdeel f en g, kunnen door de netbeheerder alleen worden gemuteerd in opdracht van een leverancier op de door de leverancier aangegeven datum.
2.1.7
In uitzondering op 2.1.6 kan een netbeheerder de velden, bedoeld in 2.1.3 onderdeel f en g, muteren zonder opdracht van een leverancier ter uitvoering van het besluit, bedoeld in artikelen 16, achtste lid, en 95f, tweede lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 10a, vierde lid en 47, tweede lid, van de Gaswet.
2.1.8
De netbeheerder effectueert wijzigingen in het aansluitingenregister op de mutatiedatum op tijdstip 00:00 uur (in geval van elektriciteit) en op tijdstip 06:00 uur (in geval van gas). Een leverancier, programmaverantwoordelijke en meetverantwoordelijke die voor een bepaalde dag is vermeld in het aansluitingenregister voldoet vanaf deze volledige dag aan de voorwaarden die aan de betreffende marktpartij worden gesteld.
2.1.9
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het landelijk gastransportnet hebben het recht de voor hen relevante onderdelen van de door de andere netbeheerders beheerde aansluitingenregisters in te zien. Zij kunnen de andere netbeheerders verzoeken hen gegevens met betrekking tot een individuele programmaverantwoordelijke met een volledige erkenning te verstrekken.
2.1.10
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verleent de andere netbeheerders desgevraagd inzage in het meetverantwoordelijkenregister, bedoeld in B4.2.2 van de Meetcode elektriciteit en B3.2.2 van de Meetcode gas RNB.
2.1.11
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.