Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, kenmerk ACM/DE/2016/202150, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 31 van de Elektriciteitswet 1998 (Meetcode elektriciteit)
Gelet op artikel 36 van de Elektriciteitswet 1998;
Besluit:
1. Algemene bepalingen
1.1. Werkingssfeer en definities
1.1.1
Deze code bevat de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van de Elektriciteitswet 1998.
1.1.2
Vervallen
1.1.3
Meetinrichtingen voldoen ten minste aan de daaraan in of krachtens de wet gestelde eisen. Ingeval van strijdigheid tussen een dwingende wettelijke eis en een eis uit deze code, geldt de dwingende wettelijke eis.
1.1.4
Voor de toepassing van deze code gelden de begrippen en bijbehorende begripsbepalingen uit de Begrippencode elektriciteit.
1.1.5
In zoverre een meetinrichting onder de Metrologiewet valt, is deze code niet van toepassing ten aanzien van een onderwerp dat voor die meetinrichting in de Metrologiewet wordt geregeld.
1.2. Voorwaarden met betrekking tot meterbeheerders, meterplaatsers en meetverantwoordelijken
1.2.1. Meterbeheerder
1.2.1.1
De meterbeheerder participeert in het door de toezichthouder op de Metrologiewet goedgekeurde systeem van systematische (steekproefsgewijze) periodieke controle van in gebruik zijnde meters zoals uitgevoerd in opdracht van de deelnemende meterbeheerders gezamenlijk of toont aan op andere, ter beoordeling van de toezichthouder op de Metrologiewet, aanvaardbare gelijkwaardige wijze te voorzien in een dergelijke controle.
1.2.2. Meterplaatser
1.2.2.1
Het deel van de op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting dat geplaatst moet worden bij de aansluiting, wordt geplaatst door een meterplaatser die is erkend conform bijlage 4, of door de netbeheerder.
1.2.2.2
De netbeheerder verstrekt aan de meterplaatser op diens verzoek:
- –. de bedrijfsspecifieke informatie die nodig is voor het uitvoeren van werkzaamheden, aan of in de onmiddellijke nabijheid van de aansluiting, die verband houden met de plaatsing van meetinrichtingen;
- –. het recht om verzegelingen die door of vanwege de netbeheerder zijn aangebracht te schenden of verbreken indien dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden aan of in de onmiddellijke nabijheid van de aansluiting, die verband houden met de plaatsing van meetinrichtingen.
- –. het recht om namens de netbeheerder verzegelingen aan te brengen conform de in 4.1.2 genoemde voorwaarden.
1.2.3. Het overdragen van meetverantwoordelijkheid
1.2.3.1
Tot het uitoefenen van meetverantwoordelijkheid voor een grootverbruikaansluiting zijn slechts personen toegelaten die hiervoor conform bijlage 4 zijn erkend.
1.2.3.2
Per grootverbruikaansluiting is er één meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden.
1.2.3.3
Indien de meetinrichting, bedoeld in 2.1.1 sub c tevens gebruikt wordt ten behoeve van de uitvoering van de Regeling kooldioxide-index warmtekrachtkoppeling, kan, in afwijking van 1.2.3.2, voor deze meetinrichting een andere meetverantwoordelijke, hierna te noemen het MEP-meetbedrijf, worden aangewezen dan de meetverantwoordelijke die op grond van 1.2.3.2 als meetverantwoordelijke voor de grootverbruikaansluiting van de desbetreffende aangeslotene in het aansluitingenregister van de netbeheerder staat geregistreerd, onder voorwaarde dat:
- a. het MEP-meetbedrijf hetzelfde is als het meetbedrijf dat verantwoordelijk is voor de niet-elektrische metingen ten behoeve van de kooldioxideindexbepaling;
- b. er achter een grootverbruikaansluiting slechts één MEP-meetbedrijf actief is;
- c. het MEP-meetbedrijf de verantwoordelijkheid op zich neemt voor alle werkzaamheden die op grond van de hoofdstukken 4, 5 en 6 ten aanzien van de in 2.1.1 sub c bedoelde meetinrichting nodig zijn, met dien verstande dat hij de technische gegevens van de desbetreffende meetinrichting alsmede de meetgegevens van de desbetreffende meetinrichting ter beschikking stelt aan de op de desbetreffende grootverbruikaansluiting acterende meetverantwoordelijke in plaats van aan de netbeheerder;
- d. de meetverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting verantwoordelijk blijft voor de alle werkzaamheden die op grond van de hoofdstukken 4, 5 en 6 ten aanzien van de in 2.1.1 sub b bedoelde meetinrichting nodig zijn, met dien verstande dat hij daarnaast de in het voorgaande lid bedoelde technische gegevens vastlegt in zijn meterregister en de meetgegevens afkomstig van de meetinrichting, bedoeld in 2.1.1 sub c van het MEP-meetbedrijf accepteert en ongewijzigd doorgeeft aan de netbeheerder;
- e. de meetverantwoordelijke geeft de meetgegevens, bedoeld in artikel 3, lid 1 van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling door aan de netbeheerder;
- f. het MEP-meetbedrijf verricht de in artikel 2a, lid 2, onderdeel c van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling bedoelde verificatie van het meetrapport.
1.2.3.4
In afwijking van 1.2.3.2 is er voor grootverbruikaansluitingen waarbij op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is, geen meetverantwoordelijke voor alle uit de hoofdstukken 4, 5 en 6 voortvloeiende werkzaamheden. In dat geval is de netbeheerder op grond van artikel 2.30, eerste lid van de Netcode elektriciteit in combinatie met artikel 10.17, vijfde lid van de Netcode elektriciteit verantwoordelijk voor de vaststelling van de hoeveelheid getransporteerde energie op het overdrachtspunt van de desbetreffende grootverbruikaansluiting.
1.2.3.5
Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn grootverbruikaansluiting(en) niet zelf uitoefent, draagt die meetverantwoordelijkheid over aan een in 1.2.3.1 bedoelde persoon.
1.2.3.6
Indien de aangeslotene bij ingebruikname van de grootverbruikaansluiting geen meetverantwoordelijke aanwijst, of indien de aangeslotene de netbeheerder hierom verzoekt, wijst de netbeheerder voor de aangeslotene een meetverantwoordelijke aan.
1.2.3.7
Een aangeslotene die de meetverantwoordelijkheid voor zijn grootverbruikaansluiting(en) niet zelf uitoefent, machtigt een meetverantwoordelijke voor het opvragen van informatie uit het aansluitingenregister en het register als bedoeld in paragraaf 13.4 van de Netcode elektriciteit van de netbeheerder, betrekking hebbend op de grootverbruikaansluiting van de aangeslotene alsmede voor het afwikkelen van het proces van overdracht van meetverantwoordelijkheid.
1.2.4. Beëindiging van de beheerovereenkomst tussen de meetverantwoordelijke en de aangeslotene
1.2.4.1
De eigenaar van de meetinrichting is gerechtigd vanaf tien werkdagen na de datum waarop de beheerovereenkomst afloopt (delen van) de meetinrichting te (laten) verwijderen. Hierbij dient de meetverantwoordelijke ervoor te zorgen dat het overdrachtspunt in goede en veilige toestand achter blijft.
1.2.4.2
Ingeval tussen de aangeslotene en een andere meetverantwoordelijke binnen tien werkdagen na beëindiging van de oude beheerovereenkomst alsnog een beheerovereenkomst in werking treedt, wordt voor zover van toepassing vanaf dat moment de werkwijze volgens 4.6 van de Informatiecode elektriciteit en gas gevolgd.
1.2.4.3
Indien niet voldaan wordt aan het gestelde in 1.2.4.2 wordt de grootverbruikaansluiting door de netbeheerder gedeactiveerd.
1.2.5. Vangnetregeling meetverantwoordelijkheid
1.2.5.1
De vangnetregeling is van toepassing vanaf het moment dat de erkenning van de meetverantwoordelijke is ingetrokken tot het moment dat er voor de desbetreffende grootverbruikaansluiting een nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen.
1.2.5.2
Aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW hebben tien werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen. De overige aangesloten hebben 40 werkdagen de tijd om een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen.
1.2.5.3
Indien de aangeslotene niet zelf binnen de in 1.2.5.2 genoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, wijst de netbeheerder voor de aangeslotene een nieuwe meetverantwoordelijke aan.
1.2.5.4
Onverwijld nadat hij bericht heeft ontvangen van de intrekking van de erkenning meldt de netbeheerder de desbetreffende aangeslotene of diens gemachtigde schriftelijk of, indien het een aangeslotene betreft met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW, bij aangetekende brief, dat:
- a. de erkenning van de door of namens hem aangewezen meetverantwoordelijke is ingetrokken;
- b. in verband met het intrekken van de erkenning van de door of namens de aangeslotene aangewezen meetverantwoordelijke de vangnetregeling in werking treedt;
- c. de aangeslotene verplicht is er alles aan te doen om te voorkomen dat zolang de vangnetregeling van toepassing is, de meetinrichting en de eventueel daarbij behorende communicatiemiddelen worden verwijderd of gewijzigd of niet meer functioneren of kunnen functioneren;
- d. de aangeslotene de gelegenheid heeft om binnen de in 1.2.5.2 genoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aan te wijzen;
- e. indien de aangeslotene niet zelf binnen de in 1.2.5.2 genoemde termijn een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, de netbeheerder voor de aangeslotene een nieuwe meetverantwoordelijke aanwijst, waarbij de netbeheerder ten behoeve van de aangeslotene aangeeft wat de tarieven en voorwaarden zijn die door de door hem aan te wijzen meetverantwoordelijke worden gehanteerd, dan wel aangeeft op welke wijze deze tarieven en voorwaarden voor de aangeslotene toegankelijk zijn.
1.2.5.5
Zolang de vangnetregeling van toepassing is, worden de meetgegevens ten behoeve van de balanceringsverantwoordelijkheid voor grootverbruikaansluitingen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, vastgesteld op basis van het jaarverbruik van de voorafgaande periode en een profiel.
1.2.5.6
Voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen groter dan 1 MW wordt het in 1.2.5.5 bedoelde profiel na overleg met de aangeslotene door de netbeheerder vastgesteld op basis van historische meetgegevens.
1.2.5.7
Voor aangeslotenen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan of gelijk aan 1 MW en een grootverbruikaansluiting met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, wordt voor het in 1.2.5.5 bedoelde profiel gebruik gemaakt van een door de gezamenlijke netbeheerders en de BRP’s vooraf vastgesteld noodprofiel.
1.2.5.8
In afwijking van 1.2.5.6 en 1.2.5.7 treft de netbeheerder bij aangeslotenen met een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, waarbij de verzameling van meetgegevens, zoals bedoeld in 5.3, en de overdracht van meetgegevens, zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, ondanks de intrekking van de erkenning van de meetverantwoordelijke correct blijven functioneren, een regeling met de desbetreffende BRP om de desbetreffende meetgegevens te gebruiken zolang de vangnetregeling van toepassing is.
1.2.5.9
Zolang de vangnetregeling van toepassing is, is de meetverantwoordelijke wiens erkenning is ingetrokken, alsmede een eventuele beoogde nieuwe meetverantwoordelijke verplicht er alles aan te doen om te voorkomen dat de meetinrichting en de eventueel daarbij behorende communicatiemiddelen worden verwijderd of gewijzigd of niet meer functioneren of kunnen functioneren.
1.2.5.10
In het geval de meetverantwoordelijke in faillissement verkeert of surseance van betaling is verleend, wijst de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de curator respectievelijk bewindvoerder op de verplichting zoals genoemd in 1.2.5.9. Zo nodig stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zich garant voor eventuele kosten hiervan, maximaal gedurende de periode dat de vangnetregeling van toepassing is.
1.2.5.11
Indien er, nadat de nieuwe meetverantwoordelijke is aangewezen, nog geen overdracht van meetgegevens kan plaats vinden zoals bedoeld in paragraaf 6.2.2 van de Informatiecode elektriciteit en gas, kan voor een periode van maximaal tien werkdagen de procedure als bedoeld in bijlage 5 worden toegepast.
1.2.5.12
Indien er sprake is van een telemetriegrootverbruikmeetinrichting, stelt de nieuwe meetverantwoordelijke onverwijld vast wat de meterstanden zijn aan het begin en het einde van de periode waarop de vangnetregeling van toepassing is geweest, alsmede het verbruik gedurende die periode, en geeft deze door aan de netbeheerder.
1.2.5.13
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.