Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 31 mei 2016 nr. BOACAT2016/038, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Dienst Wegverkeer
Gelezen het verzoek van de Unitmanager Handhaving van de Dienst Wegverkeer van 11 april 2016 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie van het CVOM en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam bij de unit Handhaving, in dienst van de Rijksdienst voor het Wegverkeer, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in het 1e lid wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, nader uitgewerkt in de bijlage H, onder beperkte opsporingsbevoegdheid van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar. Aan deze personen wordt ontheffing verleend van het examenonderdeel Gespreks- en benaderingstechnieken.
Artikel 3
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein VI, Generieke Opsporing, als genoemd in onderdeel 11.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het CVOM.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 6
De Dienst Wegverkeer brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
- a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
- b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
- c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar RDW 2011 van 20 september 2011, nr. 5708409/Justis/11 zal vervallen op 23 september 2016
Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 september 2016 en vervalt met ingang van 23 september 2021.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar RDW 2016.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.