Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 25 juni 2016, nr. WJZ/1013167 (7544), inzake het aanwijzen van rijksmonumenten en het wijzigen van het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 3.4 van de Erfgoedwet (Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet)

Type Beleidsregel
Publication 2016-06-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.1, eerste lid, en 3.4, eerste lid, van de Erfgoedwet;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel

Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het:

Paragraaf 2. Algemene criteria

Artikel 3. Terughoudend aanwijzingsbeleid
1.

De Minister maakt terughoudend gebruik van de bevoegdheid tot aanwijzing, bedoeld in artikel 3.1 van de Erfgoedwet.

2.

De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien dit naar zijn oordeel, gelet op de aard en de omvang van het monument of archeologisch monument, geen passend beschermingsinstrument is.

3.

De Minister wijst een monument of archeologisch monument niet aan als rijksmonument indien het monument of archeologisch monument eerder is beoordeeld.

4.

De Minister kan een monument of archeologisch monument in afwijking van het derde lid aanwijzen als rijksmonument indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden daar naar het oordeel van de Minister aanleiding toe geven.

Artikel 4. Aanwijzing via aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma

De aanwijzing van monumenten of archeologische monumenten als rijksmonument geschiedt bij voorkeur op basis van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma.

Artikel 5. Criteria schrappen rijksmonument uit het rijksmonumentenregister
1.

Bij het geheel of gedeeltelijk schrappen van een rijksmonument uit het rijksmonumentenregister neemt de Minister de waarderingscriteria als uitgangspunt.

2.

De Minister betrekt bij zijn besluit tevens de overwegingen die oorspronkelijk ten grondslag lagen aan de aanwijzing als rijksmonument en de mate waarin deze nog van toepassing zijn op het rijksmonument.

Artikel 6. Andere wijzigingen in het rijksmonumentenregister
1.

De Minister kan ambtshalve een wijziging aanbrengen in de identificerende gegevens van een rijksmonument ter verbetering van het rijksmonumentenregister, indien het register met betrekking tot dit rijksmonument naar het oordeel van de Minister:

2.

De reikwijdte van de bescherming van een rijksmonument kan worden vergroot indien:

Paragraaf 3. Monumenten

Artikel 7. Selectiecriteria aanwijzingsprogramma

De selectiecriteria voor een aanwijzingsprogramma worden samen met dit programma bekendgemaakt op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel 8. Criteria verbeterprogramma monumenten

Bij het opstellen van een verbeterprogramma voor monumenten past de Minister bij de aanwijzing van een monument als rijksmonument in ieder geval de volgende criteria toe:

Artikel 9. Criteria incidentele aanwijzing van monumenten vervaardigd voor 1966

De Minister kan een monument dat is vervaardigd voor 1966 ambtshalve aanwijzen, indien het monument naar verwachting niet in aanmerking komt voor bescherming in het kader van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma en het monument:

Artikel 10. Aanwijzing van monumenten van na 1965

De Minister kan monumenten die zijn ontworpen na 1965 uitsluitend aanwijzen als rijksmonument op basis van een aanwijzingsprogramma.

Paragraaf 4. Archeologische monumenten

Artikel 11. Criteria aanwijzingsprogramma

De selectiecriteria voor een aanwijzingsprogramma worden samen met dit programma bekendgemaakt op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel 12. Criteria incidentele aanwijzing van archeologische monumenten

De Minister kan ambtshalve een archeologisch monument aanwijzen als rijksmonument, indien

het archeologisch monument naar verwachting niet in aanmerking komt voor bescherming in het kader van een aanwijzingsprogramma of verbeterprogramma en het archeologisch monument:

Paragraaf 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 13. Overgangsrecht
1.

De Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013 is van toepassing op aanwijzingsprocedures die zijn gestart voor inwerkingtreding van deze beleidsregel.

2.

Bij de procedure tot aanwijzing als rijksmonument van monumenten of archeologische monumenten die met toepassing van de Beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten 2013 zijn opgenomen in een aanwijzingsprogramma en waarvan de aanwijzingsprocedure nog niet is gestart voor inwerkingtreding van deze beleidsregel, wordt die beleidsregel in acht genomen.

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking op het moment dat de Erfgoedwet in werking treedt. Indien deze beleidsregel is opgenomen in een Staatscourant waarvan de datum ligt na de datum van inwerkingtreding van de Erfgoedwet, werkt deze beleidsregel terug tot en met de datum van inwerkingtreding van de Erfgoedwet.

Artikel 15. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel aanwijzing rijksmonumenten en wijziging rijksmonumentenregister Erfgoedwet.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.