Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie, van 21 juni 2016, nr. 772234, houdende regels dan wel nadere regels over de functies en de daarbij behorende taken, competenties, competentieniveaus, alsmede het geneeskundig onderzoek, de dienstkleding en de gelijkstelling van diploma’s voor het personeel van het brandweerkorps van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling personeel brandweer BES)
Gelet op de artikelen 2, 6, eerste lid, 8 en 13 van het Besluit brandweer BES;
Besluit:
Artikel 1. Functies, taken, competenties en competentieniveau
Met betrekking tot de functies genoemd in bijlage 1 bij het Besluit brandweer BES, voor zover daarbij de aanduiding ‘CN’ is vermeld, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage I.
Met betrekking tot de functies genoemd in bijlage 1 bij het Besluit brandweer BES, voor zover daarbij alleen de aanduiding ‘EN’ is vermeld, zijn de taken die behoren tot deze functies, de competenties die vereist zijn om deze taken te vervullen en het daarvoor vereiste competentieniveau opgenomen in de bijlage A, behorende bij artikel 1, eerste lid, van de Regeling personeel Veiligheidsregio’s.
Artikel 2. Geneeskundig onderzoek
Voor het geneeskundig onderzoek bij aanstelling of bevordering, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit brandweer BES, gelden de regels die zijn vastgelegd in de bij deze regeling behorende bijlage II.
Bij het periodiek geneeskundig onderzoek, bedoeld in artikel 5, van het Besluit brandweer BES, gelden de regels die zijn vastgelegd in de bij deze regeling behorende bijlage III.
Het periodiek geneeskundig onderzoek, bedoeld in het tweede lid, geschiedt voor de ambtenaar met een leeftijd van:
- a. jonger dan veertig jaar een keer in de vier jaar;
- b. veertig jaar en ouder tot vijftig jaar een keer per twee jaar;
- c. vijftig jaar en ouder een keer per jaar.
De overgang tussen de leeftijdscategorieën, bedoeld in het derde lid, onderdelen b en c, gaat in met ingang van het kalenderjaar waarin de betreffende aanvangsleeftijd wordt bereikt.
Als de algemeen commandant daar aanleiding toe ziet, kan in afwijking van de frequentie, bedoeld in het derde lid, een tussentijds geneeskundig onderzoek plaatsvinden.
Artikel 3. Dienstkleding
De algemeen commandant bepaalt aan wie de dienstkleding wordt verstrekt en wie wanneer welk tenue draagt.
Ten einde de eenheid van tenue te bewaren, stelt de algemeen commandant een draag-voorschrift op. Bij dit draagvoorschrift wordt enkel gebruik gemaakt van de dienstkledingstukken, artikelen, uitmonstering en rangonderscheidingstekens die zijn vastgelegd in de bij deze regeling behorende bijlage IV, dan wel aanvullend door de beheerder van het brandweerkorps zijn aangewezen.
De opsomming van de bij het brandweerkorps te gebruiken rangonderscheidingstekens is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage V. Andere rangonderscheidingstekens of functietekens worden niet gebruikt.
Een aspirant verkrijgt geen rang totdat het bij de betreffende functie behorende diploma is behaald en hij in de functie is aangesteld. Tot dan wordt dienstkleding met het epaulet met daarop het brandweerlogo gedragen.
Met het toezicht op de naleving van het draagvoorschrift zijn alle leidinggevenden binnen het brandweerkorps belast.
De algemeen commandant is verantwoordelijk voor het organiseren van de verstrekking, het beheer, het onderhoud, de registratie en de afvoer van de dienstkleding.
Het is niet toegestaan de dienstkleding te dragen anders dan in werktijd of tijdens woon-werkverkeer.
Het brandweerkorps verstrekt de dienstkleding in bruikleen. De dienstkleding blijft eigendom van de Staat. Beschadigingen die moedwillig of door onzorgvuldigheid zijn ontstaan, zijn voor rekening van de medewerker aan wie de dienstkleding is verstrekt. De medewerker is verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op de nette en schone staat van de dienstkleding en levert deze bij het uit dienst treden in.
Artikel 4. Overgangsbepalingen
De medewerker die, op het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt, bij het brandweerkorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba in een functie is aangesteld waarop volgens deze regeling beroepskwalificaties van toepassing zijn, ontvangt op basis van gelijkstelling of erkenning van eerder verworven competenties het diploma voor het functieniveau waarvan hij aantoonbaar de kennis, ervaring en competenties bezit.
De vaststelling van de aantoonbare kennis, ervaring en competenties geschiedt door de korpsbeheerder brandweer, aan de hand van een onder zijn verantwoordelijkheid éénmalig opgestelde, limitatieve opsomming waarin per medewerker de functie, de relevante werkervaring, diploma’s, certificaten en andere kwalificatiestukken staan vermeld. Op basis van deze opsomming stelt het Instituut Fysieke Veiligheid de medewerker in het bezit van het betreffende diploma of de betreffende diploma’s.
Ingeval het functieniveau waarop de medewerker is aangesteld hoger is dan aan kennis, ervaring en competenties aantoonbaar kunnen worden gemaakt, krijgt de medewerker vijf jaar de gelegenheid om de voor het functieniveau benodigde diploma’s te verwerven. De periode van vijf jaar gaat in met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze regeling.
De medewerker die op grond van de voorgaande leden recht heeft op een diploma op basis van gelijkstelling dan wel erkenning van eerder verworven competenties, ontvangt het betreffende diploma uiterlijk zes maanden na de datum van in werking treden van deze regeling van het Instituut Fysieke Veiligheid.
Artikel 5. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2016.
Artikel 6. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling personeel brandweer BES.
Bijlage I. behorend bij artikel 1, eerste lid, Regeling personeel brandweer BES
1.1. Functie Bevelvoerder, zoals genoemd in bijlage 1 van het Besluit brandweer BES
Deel A
1.1.1. Algemene informatie
Functienaam: Bevelvoerder
Beschrijving van de functie:
De Bevelvoerder heeft de leiding over de bemensing van een tankautospuit en de bemensing van bijzondere voertuigen. Hij heeft taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden met betrekking tot de operationele leiding en uitvoeringscoördinatie van mensen en middelen vanaf het moment van uitruk tot en met het moment van terugkeer op de kazerne. In geval van opschaling heeft hij de leiding over de (blus)eenheden tot de aankomst van de (Vak)Officier van Dienst. Als deze aanwezig is, handelt hij onder verantwoordelijkheid van deze functionaris.
De Bevelvoerder:
1.1.2. Vakbekwaamheid
De vakbekwaamheid (uitgedrukt in kerntaken en competenties zoals beschreven in deel B) wordt geborgd door middel van opleiden, examineren, bijscholen en oefenen.
Aanstelling in de functie van Bevelvoerder kan geschieden wanneer de opleiding tot Bevelvoerder Caribisch Nederland is afgerond met een diploma. De werkgever en de brandweerfunctionaris dienen aan te kunnen tonen dat de vakbekwaamheid is onderhouden.
Deel B
1.1.2.1. Kerntaken en taakgebieden
Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van de voorbereiding op de verkenning en inzet.
Verzamelt en analyseert gegevens met betrekking tot het incident en stelt op basis daarvan een (voorlopig) plan en vervolgens een verkenningsplan op. Informeert de ploegen, maakt een taakverdeling en bepaalt de persoonlijke bescherming.
Geeft leiding aan de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de bestrijding van het incident en het redden van mens en/of dier.
Coördineert de personele en materiële nazorg (inclusief de evaluatie van het proces en het functioneren) en zorgt voor de administratieve afhandeling van het incident.
Taakgebieden:
brandbestrijding;
technische hulpverlening;
ongevalbestrijding gevaarlijke stoffen;
met specifieke aandacht voor:
1.1.2.2. Competentiematrix
In de competentiematrix wordt het verband tussen competenties en kerntaken weergegeven. Er zijn drie typen competenties:
Daarnaast zijn voor de repressieve brandweerfuncties drie kerncompetenties vastgesteld die voor iedere brandweerfunctionaris noodzakelijk worden geacht om succesvol te kunnen functioneren:
In de cellen van de matrix wordt voor elke competentie het niveau beschreven dat vereist is bij het uitvoeren van de kerntaken.
In het competentiewoordenboek (Nbbe versie januari 2011) wordt beschreven welke betekenis de niveaus uit de competentiematrix hebben.
Deel C
1.1.3.1. Uitwerking kerntaken, keuzes en dilemma’s en beoordelingscriteria
De Bevelvoerder voert met de overige leden van de bemanning taken uit binnen de context van alle taakgebieden.
De Bevelvoerder maakt gebruik van alle mensen en middelen die hem ter beschikking staan.
Werkzaamheden:
Brandbestrijding:
Inventariseert gegevens met betrekking tot het incident.
Maakt gebruik van de vakinhoudelijke kennis en ervaring van de ploegleden.
Analyseert deze gegevens.
Stelt prioriteiten en maakt een afweging tussen het verwachte resultaat en het daarvoor te nemen risico.
Formuleert een voorlopig plan en een plan +.
Formuleert op basis van het voorlopig plan een verkenningsplan.
Zorgt voor de informatieoverdracht aan de ploegen en maakt een juiste taakverdeling.
Bepaalt de juiste persoonlijke bescherming.
Technische hulpverlening:
Inventariseert gegevens met betrekking tot het incident.
Maakt gebruik van de vakinhoudelijke kennis en ervaring van de ploegleden.
Analyseert deze gegevens.
Stelt prioriteiten en maakt een afweging tussen het verwachte resultaat en het daarvoor te nemen risico.
Formuleert een voorlopig plan en een plan.
Formuleert op basis van het voorlopig plan een verkenningsplan.
Zorgt voor de informatieoverdracht aan de ploegen en maakt een juiste taakverdeling.
Bepaalt de juiste persoonlijke bescherming.
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen:
Interpreteert meteo gegevens.
Rijdt bovenwinds aan indien de situatie dit vereist (initieert dit ook voor andere diensten) en geeft dit door aan de alarmcentrale.
Inventariseert gegevens met betrekking tot het incident.
Raadpleegt de beschikbare naslagwerken en vooraf beschreven scenario’s en handelingstaken.
Maakt gebruik van de vakinhoudelijke kennis en ervaring van de ploegleden.
Analyseert deze gegevens en vertaalt deze naar de omstandigheden.
Formuleert een voorlopig plan en een plan +.
Formuleert op basis van het voorlopig plan een verkenningsplan.
Zorgt voor de informatieoverdracht aan de ploegen.
Bepaalt de juiste persoonlijke bescherming.
Werkzaamheden
Brandbestrijding:
Maakt inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident.
Toetst de actuele en verwachte risico’s aan de eerdere inschatting.
Stelt zijn voorlopig plan (al dan niet) bij.
Verdeelt het incident in logische vakken (qua taken maar ook geografisch).
Stelt indien van toepassing zijn plan+ in werking.
Stelt prioriteiten.
Raadpleegt de (Vak)Officier van Dienst.
Ziet toe op een juiste voertuigopstelling ingeval van een vliegtuigincident.
Verkent een vliegtuigincident op de volgende punten: stadium van brand, uitbreidingskansen, mogelijkheden de brand onder controle te krijgen, mogelijkheden een overleefbare situatie te creëren en eventuele slachtoffers te redden.
Interpreteert de aard en het gevolg van eventueel aanwezige gevaarlijke stoffen.
Geeft een situatierapport (sitrap).
Technische hulpverlening:
Maakt inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident.
Toetst de actuele en verwachte risico’s aan de eerdere inschatting.
Stelt zijn voorlopig plan (al dan niet) bij.
Verdeelt het incident in logische vakken (qua taken maar ook geografisch).
Stelt indien van toepassing zijn plan+ in werking.
Laat verkennen op stabilisatiemogelijkheden.
Stelt prioriteiten.
Raadpleegt de (Vak)Officier van Dienst.
Geeft een situatierapport (sitrap).
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen:
Maakt inschatting van de aard, omvang en dynamiek van het incident.
Raadpleegt (indien beschikbaar) een procesdeskundige indien de situatie daarom vraagt.
Toetst de actuele en verwachte risico’s aan de eerdere inschatting.
Stelt zijn voorlopig plan (al dan niet) bij.
Laat verkennen op stabilisatiemogelijkheden.
Raadpleegt de (Vak)Officier van Dienst.
Interpreteert de aard en het gevolg van eventueel aanwezige gevaarlijke stoffen.
Verdeelt het incident in logische vakken (qua taken maar ook geografisch).
Stelt indien van toepassing zijn plan+ in werking.
Stelt prioriteiten.
Geeft een situatierapport (sitrap).
Werkzaamheden
Brandbestrijding:
Is operationeel eindverantwoordelijk tot de (eventuele) komst van de (Vak)Officier van Dienst.
Zet in op de 1e prioriteit.
Voert het commando over de eigen eenheid.
Stelt, indien nodig, zijn plan + in werking.
Ziet toe op gebruik juiste blusmiddelen en -techniek(en) en tactieken om een overleefbare situatie bij een vliegtuigincident te creëren en te borgen.
Is het aanspreekpunt voor de diverse disciplines tot aankomst van de (Vak)Officier van Dienst.
Initieert, indien de situatie daarom vraagt, het motorkapoverleg.
Verzorgt tot de aankomst van de (Vak)Officier van Dienst het motorkapoverleg.
Controleert het effect van de werkzaamheden, anticipeert op ontwikkelingen en stelt zo nodig de inzet bij.
Geeft de (Vak)Officier van Dienst bij zijn aankomst een situatierapport.
Ontvangt leiding van de (Vak)Officier van Dienst.
Zorgt voor de berichtgeving met de alarmcentrale.
Is verantwoordelijk voor de veiligheid van eigen personeel, overige hulpverleners, slachtoffers en derden.
Technische hulpverlening:
Is operationeel eindverantwoordelijk tot de (eventuele) komst van de (Vak)Officier van Dienst.
Zet in op de 1e prioriteit.
Verschaft zich toegang tot een luchtvaartuig via normale toegangs- wegen en/of openingen (indien noodzakelijk).
Voert het commando over de eigen eenheid.
Bepaalt samen met de geneeskundige hulpverlening de volgorde van bevrijding. Stelt, indien nodig, zijn plan + in werking.
Bepaalt samen met de geneeskundige hulpverlening de volgorde van bevrijding.
Initieert, indien de situatie daarom vraagt, het motorkapoverleg.
Is het aanspreekpunt voor de diverse disciplines tot aankomst (Vak)Officier van Dienst.
Verzorgt tot de aankomst van de (Vak)Officier van Dienst het motorkapoverleg.
Controleert het effect van de werkzaamheden, anticipeert op ontwikkelingen en stelt zo nodig de inzet bij.
Geeft de (Vak)Officier van Dienst bij zijn aankomst een situatierapport.
Ontvangt leiding van de (Vak)Officier van Dienst.
Zorgt voor de berichtgeving met de alarmcentrale. Is verantwoordelijk voor de veiligheid van eigen personeel, overige hulpverleners, slachtoffers en derden.
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen:
Is operationeel eindverantwoordelijk tot de (eventuele) komst van de (Vak)Officier van Dienst.
Voert het commando over de eigen eenheid.
Stelt, indien nodig, zijn plan + in werking.
Zet in op de 1e prioriteit. Initieert, indien de situatie daarom vraagt, het motorkapoverleg.
Is het aanspreekpunt voor de diverse disciplines tot aankomst (Vak)Officier van Dienst.
Verzorgt tot de aankomst van de (Vak)Officier van Dienst het motorkapoverleg.
Controleert het effect van de werkzaamheden, anticipeert op ontwikkelingen en stelt zo nodig de inzet bij.
Geeft de (Vak)Officier van Dienst bij zijn aankomst een situatierapport.
Ontvangt leiding van de (Vak)Officier van Dienst.
Vervult zijn rol als Bevelvoerder zoals genoemd in de vastgestelde OGS-procedure en indien nodig andere rollen in deze procedure.
Start een registratie op als onderdeel van de OGS-procedure.
Zorgt voor de berichtgeving met de alarmcentrale. Is verantwoordelijk voor de veiligheid van eigen personeel, overige hulpverleners, slachtoffers en derden.
Werkzaamheden
Alle taakgebieden:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.