← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 1 juli 2016 nr. BOACAT2016/046, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij Avri

Geldende tekst a fecha 2019-08-07

Gelezen het verzoek van de directeur van Avri van 17 april 2016 en de adviezen van de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland en de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, werkzaam in de functie van medewerker handhaving in dienst van Avri, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I, Openbare ruimte, als genoemd in onderdeel 6.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4
1.

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 30 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

2.

De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen met gebruikmaking van handboeien.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.

Artikel 6
1.

Avri brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 8

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Afvalverwijdering Rivierenland (AVRI) van 29 juni 2011, nr. 570136/Justis/11 zal vervallen op 7 juli 2016.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 7 juli 2016 en vervalt met ingang van 7 juli 2021.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Avri 2016.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.