Beleidsregel ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten 2016
Gelet op artikel 48, derde lid en artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 4:83 van de Algemene wet bestuursrecht, het Besluit Voertuigen, artikel 4, vierde lid van het Kentekenreglement, het Besluit ontheffing verlening exceptioneel vervoer en de Regeling voertuigen;
Besluit:
§ 1. Algemeen
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van deze beleidsregel worden de begripsbepalingen van de Regeling voertuigen overgenomen.
Voorts wordt verstaan onder:
- a. ballasttrekker: een voertuig van de categorie N waarbij uit het kentekenbewijs blijkt dat het voertuig is ingericht voor trekker en vrachtwagen, en waarbij het voertuig minimaal is voorzien van 3 assen, waarvan ten minste 2 assen aangedreven;
- b. buitenlands voertuig: voertuig waarbij het kenteken van het trekkend motorrijtuig dan wel het getrokken voertuig door een andere staat dan Nederland is afgegeven;
- c. compenserend asstel: een asstel dat zodanig is geconstrueerd, dat de aslasten een compenserend gedrag vertonen ten opzichte van elkaar;
- d. dieplader: een open voertuig van de categorie O3 of O4, waarvan het grotendeels verlaagde laadvlak aansluitend en over de gehele breedte moet zijn uitgevoerd, en zich op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte dan wel lager dan de assen boven het wegdek bevindt, maar niet hoger dan 0,70 m, gemeten van wegdek tot bovenkant laadvlak, uitsluitend of hoofdzakelijk ontworpen, gebouwd of gebruikt voor het vervoer van ondeelbare lading;
- e. getrokken werktuig: voertuig van de categorie O4 ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen, en niet zijnde ingericht als kermis- of circusvoertuig;
- f. kermis- en circusvoertuig; voertuig niet zijnde een voertuig op rupsbanden, dat uitsluitend wordt gebruikt voor de feitelijke exploitatie van een kermis- of circusbedrijf;
- g. modulair voertuig: een voertuig dat bestaat uit koppelbare en uitwisselbare modules, waarmee verschillende voertuigconfiguraties kunnen worden samengesteld, en waarmee alleen met een geldige ontheffing gebruik van de openbare weg mag worden gemaakt;
- h. ontheffingsattest: een document waar de technische waarden voor een voertuig van de categorie N op wordt vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;
- i. SERT: document waar op technische waarden voor 1 of uit meerdere delen samengestelde voertuigen van de categorie O worden vermeld ten behoeve van het aanvragen en gebruik van ontheffingen;
- j. principeakkoord: een document dat wordt afgegeven nadat een beoordeling en onderzoek is uitgevoerd te behoeve van de afgifte van een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, en een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2. Toepassingsgebied
Deze beleidsregel is van toepassing op de behandeling van aanvragen voor een ontheffing gerelateerd voertuigdocument die noodzakelijk is ten behoeve van de aanvraag van een kenteken als bedoeld in artikel 48, derde lid van de Wegenverkeerswet 1994, of de aanvraag en het gebruik van een ontheffing als bedoeld in artikel 149a, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 3. Soorten ontheffing gerelateerde documenten
De ontheffing gerelateerde voertuigdocumenten worden onderscheiden in:
- a. principeakkoord;
- b. ontheffingsattest;
- c. SERT document.
§ 2. Aanvragen ontheffing gerelateerde documenten
Artikel 4. Aanvragen van de ontheffing gerelateerde documenten
De aanvrager van een ontheffing gerelateerd document dient zijn aanvraag te doen op het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model aanvraagformulier.
Het aanvraagformulier wordt schriftelijk beschikbaar gesteld.
Artikel 5. Wijze van indienen van de aanvraag
Indiening van aanvragen kan uitsluitend schriftelijk plaatsvinden.
Artikel 6. Intrekken van de aanvraag
Een aanvraag kan uitsluitend schriftelijk door de indiener worden ingetrokken.
Artikel 7. Modellen
De in artikel 3 opgenomen documenten worden afgegeven volgens een door de RDW vastgesteld model, opgenomen in bijlage A.
§ 3. Beoordeling aanvragen principeakkoord
Artikel 8. toepassingsgebied principeakkoord
Een principeakkoord kan worden afgegeven voor:
- a. aanhangwagens, niet zijnde opleggers, met een lengte boven de 12,00 m en uitgevoerd als dieplader, en
- b. opleggers met een afstand hart koppeling tot achterzijde boven de 12,00 m, en
- c. aanhangwagens met een breedte tussen de 2,55 m en 3,00 m, en
- d. aanhangwagens ingericht als getrokken werktuig met aslasten hoger dan de toegestane aslasten volgens de Regeling voertuigen, en
- e. voertuigen voor kermis- en circusdoeleinden die ingericht zijn als woonruimte voor personen, leefruimte voor dieren of een ondeelbare attractie voor:
- 1°. aanhangwagens, niet zijnde opleggers met een lengte boven de 14,00 m, en
- 2°. opleggers met een afstand hart koppeling tot achterzijde boven de 17,50 m, en
- 3°. aanhangwagens met een breedte tussen de 2,55 m en 3,00 m, en
- 4°. aanhangwagens met aslasten hoger dan de toegestane aslasten volgens de Regeling voertuigen.
De in het eerste lid, onder a tot en met e genoemde voertuigen zijn niet hoger te zijn dan 4,00 m.
Een principeakkoord heeft een geldigheidsduur van maximaal 1 jaar.
Voor aanhangwagens met een breedte van meer dan 3,00 m wordt geen principe akkoord afgegeven.
Artikel 9. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder a, b en e onder 1° en 2°.
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder a, b en e onder 1° en 2° moeten de volgende stukken worden overlegd:
- a. een volledig ingevuld formulier;
- b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding lengte getrokken voertuig, het trekkende motorrijtuig in aanmerking genomen, en
- c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en
- d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading, of
- e. documentatie met massa’s en afmetingen van het getrokken werktuig of kermis- en circusvoertuig die de lengte noodzakelijk maakt, en
- f. een document waaruit de plaats van de koppeling en de lengte van het trekkende voertuig blijkt, en
- g. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en
- h. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijkt, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 10. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder c en e onder 3°
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder c en e onder 3° moeten de volgende stukken worden overlegd:
- a. een volledig ingevuld formulier, en
- b. een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak van de overschrijding breedte getrokken voertuig boven de 2,55 m, en
- c. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en
- d. documentatie met massa’s en afmetingen van de lading, of
- e. documentatie met massa’s en afmetingen van het getrokken werktuig of kermis- en circusvoertuig, waarbij exact is aangegeven waar de breedte van het voertuig meer dan 2,55 m is, en
- f. de gegevens van de opdrachtgever van de aanhangwagen, en
- g. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de afmetingen van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 11. Principeakkoord artikel 8, eerste lid, onder d en e onder 4°
Indien een principeakkoord wordt aangevraagd als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d en e onder 4° moeten de volgende stukken worden overlegd:
- a. een volledig ingevuld formulier met een uitgebreide motivering noodzaak overschrijding aslasten getrokken voertuig en
- b. een constructietekening van de fabrikant of gemachtigd importeur, en
- c. documentatie met betrekking tot aslasten en leeggewicht van het getrokken voertuig en
- d. de gegevens van de opdrachtgever voor de aanhangwagen, en
- e. het reeds afgegeven kentekenbewijs, indien de aanvraag betrekking heeft op een wijziging constructie.
Indien de aanvraag betrekking heeft op een buitenlands voertuig moet, naast de in het eerste lid genoemde documenten, tevens worden overgelegd het door de buitenlandse autoriteiten afgegeven kentekenbewijs en een document van de registrerende autoriteiten waaruit de massa’s van het voertuig blijken, indien deze gegevens niet op buitenlands kentekenbewijs staan vermeld.
Artikel 12. Keuringen en onderzoeken
Na beoordeling van de aanvraag vinden de keuring en onderzoeken van de getrokken voertuigen plaats op de door de RDW daartoe aangewezen locatie.
In afwijking van het eerste lid kan, indien een fabrikant / importeur de voorafgaande 5 jaar gemiddeld 12 of meer voertuigen per jaar heeft aangeboden voor een principeakkoord en waarvoor een kenteken als bedoeld in artikel 48, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994 is afgegeven, de aanvraag rechtstreeks indienen bij de door de RDW daartoe aangewezen locatie.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing op getrokken voertuigen uitgevoerd als:
- a. deelbare aanhangwagen die is samengesteld, maar ieder afzonderlijk voldoet aan de Regeling voertuigen;
- b. modulaire voertuig;
- c. dolly;
- d. aanhangwagen en oplegger waarin een nieuwe, experimentele, technologie of concept is opgenomen;
- e. getrokken werktuig;
- f. kermis- of circusvoertuig.
Artikel 13. Wijze van beoordeling getrokken voertuig niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig
Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, derde lid van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
- a. een oplegger voor ondeelbare lading waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;
- b. een oplegger voor vervoer ballastdelen voor een mobiele kraan waarbij de afstand tussen hart koppeling en achterzijde meer dan 12,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen besturing volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG;
- c. een aanhangwagen voor ondeelbare lading, niet zijnde een oplegger waarbij de totale lengte van de aanhangwagen meer bedraagt dan 12,00 m dient uitgevoerd te zijn als dieplader.
Indien het een aanvraag van een getrokken voertuig, niet zijnde werktuig of kermis- en circusvoertuig betreft, waarbij in onbeladen of beladen toestand niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 of 5.18.13 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
- a. een oplegger als bedoeld in het eerste lid, onder a en b, en een trekker waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 27,00 m bedraagt, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen als bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015;
- b. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen maximaal 22,00 m is, wordt geacht te voldoen aan de draaiproefeisen in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015;
- c. een aanhangwagen als bedoeld in het eerste lid, onder c, en een bedrijfsauto waarbij de totale lengte van de voertuigen meer dan 22,00 m bedraagt, moet zijn voorzien van gedwongen dan wel zelfsturende besturing achterassen volgens ECE reglement R79 of richtlijn 70/311/EEG, en wordt geacht bedoeld in bijlage A, artikel 12 van de Beleidsregel Ontheffingverlening exceptionele transporten RDW 2015.
Aanhangwagens waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.12.6, zesde lid van de Regeling voertuigen mag de breedte niet worden veroorzaakt door de breedte van de as of het asstel.
Artikel 14. Wijze van beoordeling getrokken werktuig
Indien het een aanvraag voor een getrokken werktuig betreft, waarbij niet wordt voldaan aan artikel 5.18.11 van de Regeling voertuigen, geldt het volgende:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.