Besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 3 augustus 2016, DCV/CA-133/2016, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2017–2019)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-01-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;1Stb. 2005, nr. 137 en artikel 2.6 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;2Stcrt. 2005, nr. 251

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.6 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 met het oog op de financiering van activiteiten op het gebied van begeleiding van Nederlandse gedetineerden in het buitenland gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Voor subsidieverlening in het kader van Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2017–2019 geldt voor de periode vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 een subsidieplafond van € 4.900.000, met dien verstande dat de daarmee gemoeide kasuitgaven niet meer bedragen dan € 1.525.000 in 2017, € 1.525.000 in 2018 en € 1.850.000 in 2019.

2.

Van het in het eerste lid genoemde bedrag zijn voor de hierna genoemde vormen van begeleiding van Nederlandse gedetineerden in het buitenland de volgende bedragen beschikbaar:

3.

Indien middelen resteren van de voor één of meer van de in het tweede lid bedoelde soorten van activiteiten beschikbare middelen, komen deze beschikbaar voor aanvragen met betrekking tot de overige soorten van activiteiten, voor zover deze aanvragen voldoen aan de maatstaven die in dit besluit zijn neergelegd, waarbij geldt dat aanvragen die daaraan het beste voldoen het eerste voor subsidie in aanmerking komen.

4.

Subsidieverlening geschiedt onder de voorwaarde dat voor het deel van de subsidie dat ten laste komt van een nog niet vastgestelde begroting voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Gedetineerdenbegeleiding buitenland 2017–2019 worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 september 2016.

Artikel 4

De verdeling van het subsidieplafond vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste voldoen aan die maatstaven het eerst voor subsidieverlening in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

Bijlage

I. Inleiding en doelstelling

Eén van de onderdelen van het consulaire beleid van de minister van Buitenlandse Zaken is het beleid met betrekking tot de gedetineerdenbegeleiding in het buitenland. Het doel van de gedetineerdenbegeleiding is het bijdragen aan het welzijn van Nederlandse gedetineerden in buitenlandse gevangenissen, door het bevorderen van menswaardige omstandigheden tijdens detentie, resocialisatie en het bevorderen van een adequate rechtsgang met in achtneming van een evenwichtige inzet wereldwijd van beschikbare middelen. Het monitoren hiervan geschiedt bij gedetineerden die hebben aangegeven daar prijs op te stellen, door bezoeken van medewerkers van ambassades en consulaten-generaal (posten in het buitenland) en/of door contacten met particuliere organisaties die hiervoor subsidie ontvangen. Daarnaast is er overleg met advocaten en lokale autoriteiten door het Ministerie en de posten in het buitenland. De minister van Buitenlandse Zaken hanteert een landenlijst die onderscheidt maakt tussen landen waarin de gedetineerden, voor zover zij hebben aangegeven consulaire bijstand te willen ontvangen, een basispakket ontvangen en landen waarin gedetineerden, naast het basispakket, een aanvullend maatwerkpakket ontvangen.

De minister van Buitenlandse Zaken heeft voor activiteiten op het gebied van gedetineerdenbegeleiding door particuliere organisaties voor de periode vanaf 1 januari 2017 tot en met 31 december 2019 € 4.900.000 beschikbaar. Van dit beschikbare bedrag is € 1.875.000 bedoeld voor activiteiten in het kader van resocialisatie, € 1.300.000 voor activiteiten op het gebied van juridisch advies, € 1.425.000 voor activiteiten in de vorm van het verlenen van zorg en € 300.000 voor het uitgeven van een periodiek tijdschrift ten behoeve van de gedetineerden. De activiteiten in de vorm van het verlenen van zorg komen alleen voor subsidie in aanmerking indien het gaat om zorgverlening aan Nederlandse gedetineerden die in aanmerking komen voor het aanvullend maatwerkpakket, dit betekent dat de zorg aanvullend is op de zorg die reeds door lokale gevangenissen wordt gegeven aan Nederlandse gedetineerden, in landen dieniet zijn opgenomen op de landenlijst van Annex 1 bij deze bijlage.

Op de subsidieverstrekking in het kader van gedetineerdenbegeleiding is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Voor de subsidiëring van activiteiten ten behoeve van de begeleiding van Nederlandse gedetineerden in het buitenland geldt in aanvulling op het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 daarnaast het volgende.

II. Subsidieverlening in het kader van gedetineerdenbegeleiding

Voor subsidieverlening in het kader van gedetineerdenbegeleiding komen in aanmerking activiteiten op het terrein van:

Uitgangspunt bij resocialisatie en zorg is dat de activiteiten vanuit het land van detentie worden verzorgd via een lokaal netwerk van vrijwilligers, medewerkers en/of experts en bij voorkeur in de Nederlandse taal. Voor juridische bijstand geldt het uitgangspunt dat de activiteiten worden verzorgd in samenwerking met een netwerk van lokale experts. Voor eventuele lokale vrijwilligers, medewerkers en/of experts in het land van detentie op het gebied van juridische bijstand geldt het uitgangspunt van de Nederlandse taal niet. Het tijdschrift dient geheel in het Nederlands te worden uitgegeven. Voor het uitgeven van een periodiek tijdschrift bestaat geen voorkeur voor het land waar deze activiteit wordt uitgevoerd.

Organisaties die in aanmerking kunnen komen voor subsidie in het kader van gedetineerdenbegeleiding zijn Nederlandse rechtspersonen die statutair in Nederland zijn gevestigd. Dit omdat het gaat om de begeleiding van Nederlandse gedetineerden, voor wie de band met Nederland van belang is. De organisatie dient te beschikken over een lokaal netwerk van vrijwilligers, medewerkers en/of experts in de voor gedetineerdenbegeleiding (resocialisatie en zorg) relevante landen (de landen van detentie) dan wel dient een dergelijk netwerk op korte termijn (binnen zes maanden) te kunnen opbouwen. Verder dient de organisatie relevante ervaring te hebben op het gebied van gedetineerdenbegeleiding in Nederland en/of in het buitenland. Elke aanvraag dient betrekking te hebben op één of meerdere van de hiervoor genoemde vier categorieën van bijstand. Een organisatie mag meerdere aanvragen indienen.

Aanvragen mogen ook worden ingediend namens een samenwerkingsverband van organisaties als hiervoor omschreven. Dit kan organisaties betreffen voor wie het zelfstandig indienen van een aanvraag te omvangrijk is en/of die de voorkeur geven aan het uitvoeren van de activiteiten in samenwerking met anderen. In het geval van een gezamenlijke aanvraag treedt een van de organisaties namens allen op als penvoerder, de andere zijn mede-indieners. Indien een dergelijke aanvraag wordt gehonoreerd, wordt de penvoerder de ontvanger van de subsidie. Deze zal volledig verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten en voor de naleving van de aan de verlening van de subsidie verbonden verplichtingen.

III. Subsidiabele kosten

Onder direct subsidiabele kosten vallen:

Voor eventuele bijzondere kosten die hier niet zijn genoemd die op de begroting worden opgevoerd geldt dat zij alleen subsidiabel zijn na goedkeuring van de minister van Buitenlandse Zaken.

IV. Drempelcriteria

Om voor subsidieverlening in het kader van gedetineerdenbegeleiding in aanmerking te komen dient een subsidieaanvraag in ieder geval aan de volgende criteria te voldoen:

Indien aan één of meer van deze criteria niet wordt voldaan, wordt de aanvraag afgewezen en niet verder beoordeeld.

V. Beoordelingscriteria

Subsidieaanvragen in het kader van gedetineerdenbegeleiding worden beoordeeld aan de hand van de volgende criteria, waaraan in voldoende mate moet worden voldaan om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie in het kader van gedetineerdenbegeleiding:

Indien niet in voldoende mate wordt voldaan aan deze beoordelingscriteria (of inzicht wordt gegeven hoe aan deze criteria wordt voldaan), wordt de aanvraag afgewezen.

VI. Beoordelingsprocedure en verdeling van de beschikbare middelen

Organisaties die een subsidieaanvraag indienen in het kader van gedetineerdenbegeleiding dienen om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie, allereerst te voldoen aan de drempelcriteria van paragraaf IV. De aanvragen die hieraan voldoen worden vervolgens beoordeeld aan de hand van de beoordelingscriteria van paragraaf V.

De beoordeling van de aanvragen en de toekenning en verdeling van de voor Gedetineerdenbegeleiding 2017–2019 beschikbare middelen vinden plaats via een tender: van alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven van deze beleidsregels, wordt de kwaliteit beoordeeld volgens dezelfde criteria. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking. De minister besluit tot subsidieverlening overeenkomstig deze rangorde.

Als de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld volledig te honoreren, zal de verdeling van de middelen over deze aanvragen vervolgens plaatsvinden aan de hand van een rangschikking van de aanvragen naar aanleiding van de uitkomsten van de beoordeling, binnen het raam van een evenwichtige verdeling van de middelen zoals bedoeld in artikel 8, derde lid, onder d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij de uiteindelijke verdeling van de middelen zal de mate waarin een aanvraag wordt gehonoreerd gerelateerd zijn aan de mate waarin aan de criteria wordt voldaan. Deze verdelingsmethode geldt voor elk sub-plafond zoals vastgesteld in artikel 2, tweede lid, van het besluit waarbij deze bijlage hoort.

Indien voor een kavel of voor meerdere kavels niet het volledige beschikbare budget benut wordt, er een kavel of meerdere kavels zijn is waarvoor meer budget is aangevraagd dan er middelen beschikbaar zijn en er zijn nog niet gehonoreerde aanvragen die van voldoende kwaliteit zijn, wordt het overgebleven deel van eerstgenoemde kavel(s) overgeheveld naar laatstgenoemde kavel(s). Voorrang krijgt de aanvraag of krijgen de aanvragen die het beste aan de criteria voldoen.

VII. Eisen aan het projectvoorstel/aanvraag

De aanvraag dient bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Directie Consulaire Zaken en Visumbeleid, Afdeling Consulaire Aangelegenheden, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag, ontvangen te zijn uiterlijk op 30 september 2016. Aanvragen dienen compleet en zonder voorbehoud te worden ingediend en rechtsgeldig te zijn ondertekend.

De aanvraag dient vergezeld te gaan van:5Zie artikel 25 tot en met artikel 27 Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Indien de activiteiten zich uitstrekken over een periode van meer dan twaalf maanden dient tevens te worden meegestuurd:

Annex 1

Lijst met uitgesloten landen

Andorra; Australië; België; Bulgarije; Canada; Cyprus; Denemarken; Duitsland; Estland; Finland; Frankrijk; Griekenland; Hongarije; Ierland; Italië; IJsland; Japan; Kroatië; Letland; Liechtenstein; Litouwen; Luxemburg; Malta; Monaco; Nieuw Zeeland; Noorwegen; Oostenrijk; Polen; Portugal; Roemenië; San Marino; Singapore; Slovenië; Slowakije; Spanje; Tsjechië; Vaticaanstad; Verenigd Koninkrijk; Zweden; Zwitserland.

Dit besluit zal met de bijlage en bijbehorende annex in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.