Besluit van 23 augustus 2016, houdende regels omtrent de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Besluit energieprestatievergoeding huur)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 25 mei 2016, nr. 2016-0000302175, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Gelet op de artikelen 10, eerste lid, en 19bis, tweede en derde lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 20 juli 2016, nr. W04.16.0129/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 20 augustus 2016, nr. 2016-0000483646, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Burgerlijk Wetboek Boek 7, enz. (mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen) (Stb. 2016/199) in werking treedt.

Artikel 1
Artikel 2
1.

Een energieprestatievergoeding bedraagt ten hoogste het bedrag dat volgt uit de onderstaande tabel:

I II III IV V VI VI
EPV klasse Compactheid (Als /Ag) Warmtebehoefte ruimteverwarming (EH;nd) in kWh/m2/jr**** Ontwerpeis: Primair energiegebruik (EWEPtot) in kWh/m2*/jr* Opgewekte elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor huishoudelijk gebruik kWh/jr Maximale EPV in €/m2 /maand Maximale EPV in €/m2 /maand
EPV Basis Woningen vóór 2019 Woningen vanaf 2019
Eengezinswoningen < 1 ≤ 43 ≤ 0 > 0 1,34 n.v.t.
Eengezinswoningen ≥ 1 ≤ 43 + 40 x (Als/Ag – 1) ≤ 0 > 0 1,34 n.v.t.
Meergezinswoningen < 1 ≤ 45 ≤ 0 > 0 1,34 n.v.t.
Meergezinswoningen ≥ 1 ≤ 45 + 45 x (Als/Ag – 1) ≤ 0 > 0 1,34 n.v.t.
EPV Hoogwaardig Woningen vóór 2019 Woningen vanaf 2019
Eengezinswoningen < 1 ≤ 30 ≤ -30 ≥ 2100 1,77 1.23
Eengezinswoningen ≥ 1 ≤ 30 + 20 x (Als/Ag – 1) ≤ -30 ≥ 2100 1,77 1.23
Meergezinswoningen < 1 ≤ 30 ≤ -10 ≥ 530 1,50 0,96
Meergezinswoningen ≥ 1 ≤ 30 + 20 x (Als/Ag – 1) ≤ -10 ≥ 530 1,50 0,96
2.

De warmtebehoefte en primair energiegebruik worden bepaald door een bedrijf met een geldig procescertificaat, volgens de krachtens artikel 4.3, vierde lid, van de Omgevingswet gestelde regels omtrent het vaststellen van een energielabel voor woningen en woongebouwen.

3.

Met een procescertificaat of voorschrift als bedoeld in het derde lid wordt gelijkgesteld een voor het bepalen van de warmtebehoefte voorgeschreven certificaat, beoordelingsrichtlijn of andere norm, afgegeven, uitgevoerd of goedgekeurd door een daartoe bevoegde onafhankelijke instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, met een kwaliteitsniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de in het derde lid bedoelde eisen wordt nagestreefd.

4.

De bedragen, genoemd in de in het eerste lid opgenomen tabel, worden per 1 juli van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor het voorafgaande kalenderjaar.

Artikel 3
1.

De verhuurder informeert de huurder bij het overeenkomen van de energieprestatievergoeding op welke wijze is voldaan aan de in de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel bedoelde eisen, en in ieder geval over:

Artikel 4
1.

In de gevallen waarin een energieprestatievergoeding is overeengekomen, bevat het overzicht dat de verhuurder krachtens artikel 261a, tweede lid, in samenhang met artikel 259, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek jaarlijks aan de huurder verstrekt, gegevens over het gemeten elektriciteitsgebruik van de maatregelen waarmee is voldaan aan de in de in artikel 2, eerste lid, opgenomen tabel bedoelde eisen, en in ieder geval gegevens over:

2.

De hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik wordt vastgesteld op basis van de gemeten waarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en is de uitkomst van: H = O – W – G, waarbij:

H = de hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen beschikbaar voor huishoudelijk gebruik;

O = de totale jaarlijkse op de woning opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;

W = het totale jaarlijkse verbruik van elektriciteit voor ruimteverwarming, comfortkoeling en het bereiden van warm-tapwater, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en

G = de gemeten dan wel forfaitair op 700 kWh/jaar vastgestelde hoeveelheid elektriciteit gebruikt voor ventileren, monitoring en eventueel aanwezige elektrische of infraroodverwarming in een badkamer, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d.

3.

Ten behoeve van het overzicht, bedoeld in het eerste lid, voorziet de verhuurder de woonruimte van ten minste twee individuele meters voor het vaststellen van:

4.

Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, kan elektronisch worden verstrekt, indien de huurder daarmee instemt.

Artikel 5
1.

De verhuurder verbindt zich tot het geven aan de huurder van een korting op de overeengekomen energieprestatievergoeding indien in het voorafgaande kalenderjaar niet op de woning de bij het overeenkomen van de energieprestatievergoeding gegarandeerde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen voor gebruik door de huurder is opgewekt.

2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het eerst nadat na de ingangsdatum van de overeenkomst een volledig kalenderjaar is verstreken.

3.

De korting bedraagt het verschil tussen de gegarandeerde elektriciteitslevering voor huishoudelijk gebruik en de gerealiseerde elektriciteitslevering voor huishoudelijk gebruik vermenigvuldigd met de over het betreffende kalenderjaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek bekendgemaakte transactieprijs «Elektriciteitsprijs verbruiksklassen huishoudens 2,5 tot 5 MWh».

Artikel 6
1.

Op energieprestatievergoedingen, overeengekomen voor 1 oktober 2023, zijn de tabellen 1 en 2 van bijlage I van toepassing.

2.

De bedragen, genoemd in de tabellen 1 en 2 van bijlage I, worden per 1 juli van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex geldend voor het voorafgaande kalenderjaar.

3.

De verhuurder die de warmtebehoefte van de woning heeft bepaald voor 1 januari 2024 kan tabel 1 van bijlage I toepassen bij het bepalen van de maximale energieprestatievergoeding.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 18 mei 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte in verband met de mogelijkheid voor verhuurder en huurder een energieprestatievergoeding overeen te komen (Stb. 2016, 199) in werking treedt.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit energieprestatievergoeding huur.

Bijlage I. bij het Besluit energieprestatievergoeding huur

Netto warmtevraag voor ruimteverwarming [kWh_th/m2] per jaar Minimale duurzaam opgewekte warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater [kWh_th/m2] per jaar* Minimale productie duurzaam opgewekte energie voor gebruik huurder [kWh/m2] per jaar, mits per woonruimte ≥ (Ehulp +1.800) doch hoeft niet > (Ehulp + 2.600)** Maximale vergoeding [€/m2/maand]***
0 < Netto warmtevraag ≤ 30 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 1,49
30 < Netto warmtevraag ≤ 40 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 1,27
40 < Netto warmtevraag ≤ 50 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 1,07****
Netto warmtevraag voor ruimteverwarming [kWh/m2] per jaar Minimale productie, duurzaam opgewekte energie voor gebruik huurder [kWh/m2] per jaar, mits per woonruimte ≥ (Ehulp + 1.800) doch hoeft niet > (Ehulp + 2.600) ** Maximale vergoeding [€/m2/maand]***
--- --- ---
0 < Netto warmtevraag ≤ 15 Ehulp + 26 0,74
15 < Netto warmtevraag ≤ 30 Ehulp + 26 0,64
30 < Netto warmtevraag ≤ 40 Ehulp + 26 0,32
40 < Netto warmtevraag ≤ 50 Ehulp + 26 0,05****

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2a

Vervallen

Bijlage I. bij het Besluit energieprestatievergoeding huur

Netto warmtevraag voor ruimteverwarming [kWh/m2 ] per jaar Minimale duurzaam opgewekte warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater [kWh/m2] per jaar* Minimale productie duurzaam opgewekte energie voor gebruik huurder [kWh/m2] per jaar, mits per woonruimte ≥ (Ehulp +1.800) doch hoeft niet > (Ehulp + 2.600)** Maximale vergoeding [€/m2/maand]***
0 < Netto warmtevraag ≤ 30 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 € 1,83
30 < Netto warmtevraag ≤ 40 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 € 1,54
40 < Netto warmtevraag ≤ 50 Netto warmtevraag + 15 Ehulp + 26 € 1,31****

Bijlage II. bij het Besluit energieprestatievergoeding huur

Vervallen

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.