Wet van 23 augustus 2016, houdende regels met betrekking tot de productie, de conformiteitsbeoordeling en het plaatsen aan boord van scheepsuitrusting (Wet scheepsuitrusting 2016)

Type Wet
Publication 2023-04-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het, gelet op richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van richtlijn 96/98/EG van de Raad (PbEU L 257), noodzakelijk is regels te stellen met betrekking tot de productie, de conformiteitsbeoordeling en het plaatsen aan boord van scheepsuitrusting;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Deze wet is niet van toepassing op scheepsuitrusting, bestemd voor plaatsing aan boord van oorlogsschepen, marinehulpschepen en andere schepen die in gebruik zijn voor de uitvoering van een militaire taak.

Paragraaf 2. Algemene verplichtingen

Artikel 3
1.

Scheepsuitrusting die op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet aan boord van een EU-schip wordt geplaatst, voldoet aan de vereisten betreffende het ontwerp, de constructie en de prestaties die zijn vastgelegd in internationale instrumenten die op de scheepsuitrusting van toepassing zijn op het moment waarop die uitrusting aan boord wordt geplaatst.

2.

Overeenstemming van scheepsuitrusting met de vereisten, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend aangetoond aan de hand van de beproevingsnormen en de conformiteitsbeoordelingsprocedures.

Paragraaf 3. Nederlandse schepen

Artikel 4

De eigenaar draagt er zorg voor dat scheepsuitrusting die aan boord van een Nederlands schip is geplaatst, voldoet aan aan de vereisten opgenomen in de internationale instrumenten zoals deze vereisten luidden op het moment van plaatsing van die scheepsuitrusting. Indien vereisten die op een later moment zijn vastgesteld, van toepassing zijn verklaard op de scheepsuitrusting die al aan boord is geplaatst, draagt de eigenaar zorg voor tijdige vervanging van de scheepsuitrusting.

Artikel 5
1.

Alvorens een schip, niet zijnde een EU-schip, wordt ingeschreven als Nederlands schip, zorgt de eigenaar ervoor dat de scheepsuitrusting wordt vervangen, tenzij:

2.

Indien niet kan worden vastgesteld op welke datum de scheepsuitrusting is geplaatst aan boord van een schip wordt de scheepsuitrusting vervangen, tenzij kan worden aangetoond dat de uitrusting als gelijkwaardig kan worden beschouwd.

3.

Voor scheepsuitrusting die als gelijkwaardig wordt beschouwd, wordt een certificaat van gelijkwaardigheid afgegeven, die te allen tijde bij de scheepsuitrusting wordt bewaard. Met het certificaat wordt toestemming gegeven om de scheepsuitrusting aan boord van het schip te houden.

4.

In het certificaat van gelijkwaardigheid kunnen beperkingen of voorschriften betreffende het gebruik van de scheepsuitrusting worden opgenomen.

5.

Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede tot en met vierde lid.

Paragraaf 4. Verplichtingen van marktdeelnemers

Artikel 6
1.

Indien een product in overeenstemming is met de vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, stelt de fabrikant de EU-conformiteitsverklaring op en brengt hij de stuurwielmarkering op het product aan. In de EU-conformiteitsverklaring wordt vermeld dat aangetoond is dat aan de op het product van toepassing zijnde vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is voldaan.

2.

Het gebruik van de stuurwielmarkering is onderhevig aan de algemene beginselen, bedoeld in artikel 30, eerste en derde tot en met zesde lid, van de verordening, waarbij elke verwijzing naar de CE-markering als verwijzing naar de stuurwielmarkering wordt beschouwd.

3.

Fabrikanten kunnen binnen een bij regeling van Onze Minister vast te stellen termijn de stuurwielmarkering aanvullen met of vervangen door een elektronisch label, indien voor de betreffende scheepsuitrusting passende criteria door de Commissie krachtens artikel 11, vierde lid, van de richtlijn zijn vastgesteld.

4.

Met het aanbrengen van de stuurwielmarkering en het opstellen van de EU-conformiteitsverklaring accepteert de fabrikant de verantwoordelijkheid om te waarborgen dat de scheepsuitrusting is ontworpen en vervaardigd overeenkomstig artikel 3.

5.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de verplichtingen van de fabrikant.

6.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de stuurwielmarkering.

Artikel 7
1.

Een fabrikant die van mening is of redenen heeft om aan te nemen dat een product waarop hij de stuurwielmarkering heeft aangebracht niet in overeenstemming is met de vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, neemt onmiddellijk de nodige corrigerende maatregelen om het product, of in voorkomend geval de betrokken producten, in overeenstemming te brengen. Indien nodig, neemt de fabrikant het product uit de handel of roept hij het product terug.

2.

Indien een product als bedoeld in het eerste lid een risico vertoont, brengt de fabrikant de markttoezichtautoriteit hiervan onmiddellijk op de hoogte, waarbij hij in het bijzonder de non-conformiteit en alle genomen corrigerende maatregelen beschrijft.

Artikel 8
1.

Een importeur of distributeur wordt voor de toepassing van deze wet en de onderliggende regelgeving als fabrikant beschouwd en voldoet aan de verplichtingen van de fabrikant wanneer de importeur of distributeur de scheepsuitrusting onder eigen naam of merknaam in de handel brengt, dan wel aan boord van een EU-schip plaatst of reeds in de handel gebrachte scheepsuitrusting zodanig wijzigt dat de conformiteit met de vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, in het gedrang kan komen.

2.

Bij regeling van Onze Minister worden de verplichtingen van de vertegenwoordiger, importeur en distributeur vastgesteld.

Paragraaf 5. Conformiteit van scheepsuitrusting

Artikel 9
1.

De fabrikant laat voorafgaand aan het in de handel brengen een conformiteitsbeoordeling uitvoeren van de scheepsuitrusting.

2.

Voor de uitvoering van een conformiteitsbeoordeling kiest de fabrikant een door een Europese lidstaat aangemelde instantie die bevoegd is de beoordeling uit te voeren.

3.

De fabrikant verleent de aangemelde instantie alle medewerking voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling en de uitoefening van andere bij of krachtens deze wet bedoelde taken.

4.

De aangemelde instantie voert conformiteitsbeoordeling uit volgens de conformiteitsbeoordelingsprocedures.

5.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de conformiteitsbeoordeling.

Artikel 10
1.

Scheepsuitrusting gaat vergezeld van een exemplaar van de EU-conformiteitsverklaring die van toepassing is op de betrokken uitrusting. De verklaring wordt aan boord bewaard totdat de genoemde uitrusting van het schip wordt verwijderd.

2.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de EU-conformiteitsverklaring.

Paragraaf 6. Aangemelde instanties

Artikel 11
1.

Onze Minister kan één of meerdere conformiteitsbeoordelingsinstanties aanwijzen die bevoegd zijn tot het verrichten van conformiteitsbeoordelingen.

2.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie die wenst te worden aangewezen dient daartoe een verzoek tot aanwijzing in bij Onze Minister.

3.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de vereisten die worden gesteld aan de instantie en het door de instantie in te dienen verzoek tot aanwijzing.

Artikel 12
1.

Onze Minister meldt de op grond van artikel 11, eerste lid, aangewezen instanties aan bij de Europese Commissie en de andere lidstaten van de Europese Unie, overeenkomstig bijlage IV, onder 2, bij de richtlijn.

2.

De aangemelde instantie gaat pas over tot het verrichten van conformiteitsbeoordelingsprocedures na mededeling van Onze Minister dat de Europese Commissie en de andere lidstaten geen bezwaren als bedoeld in bijlage IV, onder 2.5, bij de richtlijn hebben ingediend tegen de aanmelding, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 13

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.