Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 22 augustus 2016, nr. IENM/BSK-2016/177402, houdende regels met betrekking tot de productie en conformiteitsbeoordeling van scheepsuitrusting (Regeling scheepsuitrusting 2016)

Type Ministeriële regeling
Publication 2016-09-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van richtlijn 96/98/EG van de Raad (PbEU L 257), en op de artikelen 5, vijfde lid, 6, vijfde en zesde lid, 8, tweede lid, 9, vijfde lid, 10, tweede lid, 11, derde lid, 13, derde lid, 14, tweede lid, 16 en 21, eerste lid, van de Wet scheepsuitrusting 2016 en artikel 48, eerste lid, Schepenbesluit 2004

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet scheepsuitrusting 2016 in werking treedt.

Paragraaf 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Verplichtingen van marktdeelnemers

Artikel 2
1.

De fabrikant brengt de stuurwielmarkering zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar aan op het product of op het gegevensplaatje op het product. Indien het product gebruik maakt van software, integreert de fabrikant de stuurwielmarkering tevens in de software van het product.

2.

Wanneer het gelet op de aard van het product niet mogelijk of niet gerechtvaardigd is om de stuurwielmarkering op het product of op het gegevensplaatje aan te brengen, wordt de stuurwielmarkering aangebracht op de verpakking van het product en in de begeleidende documenten.

3.

De stuurwielmarkering wordt aan het einde van het productieproces aangebracht.

4.

De stuurwielmarkering wordt gevolgd door:

5.

Het identificatienummer, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt aangebracht door de aangemelde instantie zelf, dan wel overeenkomstig haar instructies door de fabrikant of diens vertegenwoordiger.

Artikel 3
1.

De stuurwielmarkering kan drie jaar na de datum van vaststelling van passende technische criteria voor de betreffende scheepsuitrusting worden aangevuld met een passend en betrouwbaar elektronisch label.

2.

De stuurwielmarkering kan vijf jaar na de datum van vaststelling van passende technische criteria voor de betreffende scheepsuitrusting worden vervangen door een passend en betrouwbaar elektronisch label.

Artikel 4
1.

De fabrikant stelt de vereiste technische documentatie, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn, op alvorens een conformiteitsbeoordeling te laten uitvoeren.

2.

De fabrikant bewaart de technische documentatie, bedoeld in het eerste lid, en de EU-conformiteitsverklaring gedurende ten minste tien jaar nadat de stuurwielmarkering is aangebracht, en in geen geval voor een periode korter dan de verwachte levensduur van de desbetreffende scheepsuitrusting.

Artikel 5
1.

De fabrikant zorgt ervoor dat op zijn producten een type-, partij- of serienummer, dan wel een ander identificatiemiddel is aangebracht en hij vermeldt zijn naam, zijn geregistreerde handelsnaam of geregistreerde handelsmerk en het contactadres op de producten.

2.

Wanneer het gelet op de omvang of aard van het product niet mogelijk is om de in het eerste lid genoemde informatie op het product aan te brengen, wordt de informatie vermeld op de verpakking of in de begeleidende documenten, dan wel, indien mogelijk, op beide wijzen.

3.

De fabrikant zorgt ervoor dat bij zijn product instructies en alle benodigde informatie voor het veilig aan boord installeren en het veilige gebruik van het product worden geleverd, alsmede alle andere documentatie die op grond van de internationale instrumenten is vereist. Indien van toepassing bevat de informatie tevens beperkingen ten aanzien van het gebruik.

4.

De bijgeleverde instructies, informatie en documentatie, bedoeld in het derde lid, worden zodanig opgesteld dat deze voor gebruikers gemakkelijk te begrijpen zijn.

Artikel 6
1.

De fabrikant zorgt ervoor dat hij beschikt over procedures om de conformiteit van zijn serieproductie voortdurend te waarborgen. Er wordt daarbij terdege rekening gehouden met veranderingen in het ontwerp of in de kenmerken van scheepsuitrusting en met veranderingen in de vereisten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet, op basis waarvan de overeenstemming van scheepsuitrusting wordt bevestigd.

2.

De fabrikant laat een nieuwe conformiteitsbeoordeling uitvoeren, indien de aangemelde instantie ingevolge de voorschriften opgenomen in bijlage II bij de richtlijn bij een verandering als bedoeld in het eerste lid van oordeel is dat een nieuwe beoordeling nodig is.

Artikel 7
1.

Indien door een fabrikant die niet op het grondgebied van ten minste één lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, op grond van artikel 13, eerste lid, van de richtlijn door middel van een schriftelijke overeenkomst een vertegenwoordiger voor de Europese Unie wordt aangewezen, wordt in die overeenkomst in ieder geval de naam en het contactadres van de vertegenwoordiger vermeldt.

2.

De naleving van de bij of krachtens artikelen 6 en 7 van de wet neergelegde verplichtingen en het opstellen van technische documentatie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, maken geen deel uit van de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid.

3.

Een vertegenwoordiger voert de taken uit die gespecificeerd zijn in de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid. Op basis van de overeenkomst is de vertegenwoordiger in staat ten minste de volgende taken te verrichten:

Artikel 8
1.

De importeur vermeldt zijn naam, zijn geregistreerde handelsnaam of geregistreerde handelsmerk en het contactadres op het product.

2.

Wanneer het gelet op de omvang of aard van het product niet mogelijk is om de in het eerste lid genoemde informatie op het product aan te brengen, wordt de informatie vermeld op de verpakking of in de begeleidende documenten, dan wel, indien mogelijk, op beide wijzen.

Artikel 9

Gedurende ten minste tien jaar nadat de stuurwielmarkering is aangebracht, en in geen geval voor een periode van korter dan de verwachte levensduur van de desbetreffende scheepsuitrusting deelt een marktdeelnemer, op verzoek, aan de markttoezichtautoriteit mede:

Paragraaf 3. Conformiteit van scheepsuitrusting

Artikel 10
1.

Scheepsuitrusting wordt voorafgaand aan het in de handel brengen beoordeeld met behulp van module B: EG-typeonderzoek, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn. De fabrikant of diens vertegenwoordiger kiest daarnaast voor de conformiteitsbeoordeling van de betreffende scheepsuitrusting voor één van de volgende aanvullende modules, bedoeld in bijlage II bij de richtlijn:

2.

In afwijking van het eerste lid kan voor scheepsuitrusting die per stuk of in kleine hoeveelheden wordt vervaardigd, worden gekozen voor module G: EG-eenheidskeuring.

3.

Indien een procedure als bedoeld in het eerste lid wordt gevolgd, kan voor de aanvullende module een andere aangemelde instantie worden gekozen dan voor module B: EG-typeonderzoek.

Artikel 11
1.

De EU-conformiteitsverklaring:

2.

De EU-conformiteitsverklaring die betrekking heeft op scheepsuitrusting bestemd voor plaatsing aan boord van een Nederlands schip, dan wel die op het grondgebied van Nederland in de handel wordt gebracht of op de markt wordt aangeboden, is opgesteld in ten minste de Engelse taal.

3.

Een afschrift van de EU-conformiteitsverklaring wordt verstrekt aan de aangemelde instantie of instanties die de desbetreffende conformiteitsbeoordelingsprocedure heeft, respectievelijk hebben verricht.

Paragraaf 4. Aangemelde instanties

Artikel 12
1.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie wordt slechts aangewezen indien zij voldoet aan het bepaalde in bijlage III bij de richtlijn.

2.

Een door de conformiteitsbeoordelingsinstantie in te dienen verzoek tot aanwijzing als bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet omvat in ieder geval:

3.

Een conformiteitsbeoordelingsinstantie kan uitsluitend voor een gehele module, genoemd in artikel 10, worden aangewezen.

4.

De aanwijzing geldt steeds voor ten hoogste vijf jaar.

Artikel 13
1.

Een aangemelde instantie mag activiteiten uitsluitend met instemming van diens klant uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren.

2.

Indien een aangemelde instantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren:

Artikel 14
1.

De aangemelde instantie neemt deel aan de werkzaamheden van de sectorale groep van aangemelde instanties van de Europese Commissie.

2.

Indien de aangemelde instantie niet rechtstreeks deelneemt aan de werkzaamheden, laat zij zich daarbij vertegenwoordigen door een door haar daartoe aangewezen partij.

Artikel 15

Wanneer een aangemelde instantie vaststelt dat een fabrikant niet heeft voldaan aan de eisen gesteld bij of krachtens de artikelen 6 en 7 van de wet, verlangt de aangemelde instantie dat die fabrikant passende corrigerende maatregelen neemt. De aangemelde instantie verleent in dat geval geen conformiteitscertificaat aan die fabrikant.

Artikel 16
1.

Een aangemelde instantie stelt de minister onverwijld in kennis van:

2.

Onverminderd het eerste lid, stelt een aangemelde instantie de minister tevens in kennis van:

3.

Een aangemelde instantie brengt desgevraagd de minister op de hoogte van de binnen de werkingssfeer van haar aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en uitbesteding.

4.

Een aangemelde instantie verstrekt relevante informatie:

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.