Regeling van de Minister van Economische Zaken van 6 september 2016, nr. WJZ/16132638, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, houdende vaststelling van de aanvraag- en veilingprocedure voor enkele vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte in de FM-band en tot wijziging van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31)

Type Ministeriële regeling
Publication 2016-09-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn de vergunning kavel B27 en de vergunning kavel B31 beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld.

Paragraaf 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3
1.

Degene die voor een vergunning als bedoeld in artikel 2 in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.

2.

Een aanvraag wordt in de periode van 15 september 2016 tot 6 oktober 2016 om 14.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Projectteam uitgifte vergunningen kavels B27 en B31

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

3.

Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

In de aanvraag wordt vermeld op welke vergunning of vergunningen de aanvraag betrekking heeft.

5.

In de aanvraag wordt, voor zover van toepassing, vermeld van welke vergunningen voor landelijke of niet-landelijke commerciële radio in de FM-band de aanvrager en een met de aanvrager verbonden instelling reeds houder zijn.

6.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

7.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overige in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

8.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

9.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, behoudens voor zover in deze regeling gebruikmaking van een model wordt voorgeschreven.

10.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, mogen in afwijking van het achtste lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

11.

De aanvrager informeert de minister per brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.

Artikel 4
1.

Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B27 zijn aanvraag, bedoeld in artikel 3, vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor gebruik van een capaciteitseenheid in allotment 9D-N, onder de voorwaarde dat aan hem op grond van artikel 13, eerste lid, of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B27 wordt verleend.

2.

Teneinde te kunnen voldoen aan het Nationaal Frequentieplan 2014 doet de aanvrager die een aanvraag doet voor vergunning kavel B31 zijn aanvraag, bedoeld in artikel 3, vergezeld gaan van een aanvraag voor een vergunning voor gebruik van een capaciteitseenheid in allotment 7A, onder de voorwaarde dat aan hem op grond van artikel 13, tweede lid, of op grond van artikel 26, eerste lid, de vergunning kavel B31 wordt verleend.

3.

De voorwaardelijke aanvraag, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe in bijlage I, onderdeel B, opgenomen model.

Artikel 5

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 6
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie ter grootte van de waarde, opgenomen in tabel 1, corresponderend met de vergunning waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

Aangevraagde vergunning Bedrag waarborgsom of bankgarantie
Vergunning kavel B27 € 10.000,–
Vergunning kavel B31 € 10.000,–
2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

Artikel 7
1.

Indien de aanvraag niet is afgewezen op grond van artikel 5 en de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde tot en met achtste en het tiende lid, artikel 4 en artikel 6, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft gedurende zes werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 14.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 6, derde lid.

4.

Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.

5.

Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde tot en met achtste en het tiende lid, artikel 4 en artikel 6, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 8

Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale etherradio verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:

Artikel 9

Een aanvrager heeft zich blijkens een door hem ondertekende verklaring overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling ertoe verplicht dat een krachtens deze regeling aan hem verleende vergunning als bedoeld in artikel 2, zal worden gebruikt voor het uitzenden van een radioprogramma van een commerciële omroepinstelling dat, voor zover het gepresenteerde programmaonderdelen tussen 07.00 uur en 19.00 uur betreft, voor ten minste 50 procent in de Nederlandse of Friese taal wordt gepresenteerd.

Artikel 10

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 11
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.