Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 8 september 2016, nr. MinBuZa-2016.56930, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Voice 2016–2020 Fonds)
Gelet op artikel 6 en artikel 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken;
Besluit:
Artikel 1
Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Voice 2016–2024 Fonds met het oog op de financiering van activiteiten die strekken tot het bevorderen van de participatie van gemarginaliseerde en gediscrimineerde mensen in ontwikkelingsprocessen, gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.
Artikel 2
Voor subsidieverlening in het kader van het Voice 2016–2024 Fonds geldt voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 september 2024 een subsidieplafond van € 60,2 miljoen. Jaarlijks gelden de volgende plafonds, waarbij geldt dat indien in één van deze jaren middelen resteren van de voor dat jaar beschikbare middelen, deze beschikbaar komen voor aanvragen die worden ingediend in het daarop volgende jaar:
- a). 2016: € 1,0 miljoen;
- b). 2017: € 12,7 miljoen;
- c). 2018: € 13,425 miljoen;
- d). 2019: € 5,375 miljoen;
- e). 2020: € 12 miljoen;
- f). 2021: € 10 miljoen;
- g). 2022: € 5 miljoen;
- h). 2023: € 0.7 miljoen;
- i). 2024: € 0.
Van het subsidieplafond genoemd in het eerste lid is € 15,05 miljoen beschikbaar voor wereldwijde internationale subsidieopenstellingen en € 45,15 miljoen voor nationale subsidieopenstellingen ten behoeve van de tien Voice focuslanden zoals vermeld in de beleidsregels bij dit besluit.
De verdeling van de middelen van het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, tussen de verschillende soorten subsidies is als volgt:
- a). voor subsidies voor activiteiten gericht op empowerment: € 11,75 miljoen;
- b). voor subsidies voor activiteiten gericht op beïnvloeding: € 22,6 miljoen;
- c). voor subsidies voor activiteiten gericht op innoveren en leren: € 18, 85 miljoen;
- d). voor subsidies voor activiteiten gericht op onvoorziene kansen: € 7 miljoen
De verdeling van de middelen bedoeld in het derde lid, onder b en onder e, vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat alleen aanvragen die voldoen aan de maatstaven voor een subsidie in aanmerking kunnen komen, met inachtneming van de kwaliteit van de betreffende aanvragen en binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Artikel 3
Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 2, derde lid, sub a, c en d, zullen worden behandeld in volgorde van ontvangst. Aanvragen worden ingediend in de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit tot en met vrijdag vrijdag 29 december 2023 23.59 uur Nederlandse tijd.
Aanvragen voor subsidies als bedoeld in artikel 2, derde lid, sub b en e, worden ingediend via www.voice.global naar aanleiding van een internationale of nationale subsidieopenstelling, welke zullen worden aangekondigd op www.voice.global.
Artikel 4
Aanvragen voor een subsidie in het kader van het Voice 2016–2024 Fonds worden ingediend aan de hand van het daartoe door de Minister vastgestelde aanvraagformulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1Het aanvraagformulier wordt geplaatst op www.voice.global.
Artikel 5
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2025 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.
Bijlage
1. Inleiding en achtergrond
Het programma Voice is onderdeel van de beleidskaders Samenspraak en Tegenspraak en Power of Voices van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. De overkoepelende doelstelling van dit beleidskader is het versterken van maatschappelijke organisaties in lage- en lage-middeninkomenslanden in hun rol als pleiter en beïnvloeder. Dit stelt deze organisaties, in samenwerking met hun (internationale) partners en via hun netwerken in staat, op lokaal, nationaal en internationaal niveau hun rol te spelen in pleitbezorging en beïnvloeding en zo bij te dragen aan duurzame inclusieve ontwikkeling voor iedereen en aan het bestrijden van armoede en onrecht. Voice is specifiek gericht op maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen die vaak ook het moeilijkst te bereiken zijn.
Om die reden zijn empowerment en innovatieve manieren om de lobby te versterken en meer mogelijkheden voor organisaties te scheppen om hun stem te laten horen van groot belang voor Voice. Een ‘linking en learning’-aanpak moedigt betrokkenen aan om ideeën en ervaringen uit te wisselen en biedt de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen een manier om van elkaar te leren.
Het programma heeft een looptijd van acht jaar, waarvan de laatste drie jaar een verlenging van de initiële eerste vijf jaar betreffen op basis van de positieve mid-term evaluatie. Voor de laatste drie jaren is een aantal beperkte inhoudelijke verschuivingen doorgevoerd die in lijn zijn met de initiële opgezette doelstellingen en werkwijze van het programma en de aanbevelingen van de mid-term review. Deze inhoudelijke verschuivingen zijn gebaseerd op geleerde lessen in de periode van 2016–2019.
Er is in totaal € 86 miljoen beschikbaar voor het programmamanagement, inclusief subsidies en de kosten van ‘linking en learning’. Voor de subsidies zelf die in het kader van Voice worden verstrekt was € 35 miljoen beschikbaar in de periode van 2016–2020, en is € 25,2 miljoen beschikbaar in de periode van 2021–2024.
Voice is gestart als één van de onderdelen binnen het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak. De andere drie onderdelen zijn de Strategische Partnerschappen Pleiten & Beïnvloeden, het Accountability fonds en het Leading from the South programma. De strategische partners partners onder Samenspraak en Tegenspraak zijn 25 (allianties van) NGO’s die samenwerken met het Ministerie van Buitenlandse Zaken, met als doel een sterkere lobby en meer mogelijkheden voor maatschappelijke organisaties in lage- en lage- middeninkomenslanden om van zich te laten horen. De strategische partnerschappen zijn op 1 januari 2016 van start gegaan. Het accountability fonds wordt gefaciliteerd via Nederlandse ambassades in rechtstreekse samenwerking met lokale maatschappelijke organisaties en heeft hetzelfde doel als de strategische partners, maar op kleinere schaal. Leading from the South versterkt lokale, nationale en regionale vrouwenrechtenorganisaties, -bewegingen en -netwerken via vier regionale vrouwenfondsen. Met deze inzet ondersteunt Nederland de kabinetsinzet voor meer directe steun aan en zeggenschap van lokale vrouwenrechtenorganisaties.
Gedurende de laatste drie jaren van Voice 2016–2024 Fonds maakt Voice onderdeel uit van het beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld. Ook de andere drie onderdelen van het beleidskader Samenspraak en Tegenspraak krijgen onder dat beleidskader een vervolg.
Voice is specifiek gericht op inclusiviteit en sluit aan op de plannen voor inclusieve ontwikkeling in de agenda van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Deze visie is door de Minister voor Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking uiteengezet in een brief aan de Tweede Kamer (28 september 2015, ref. 33 625-182).
De minister heeft besloten dat Voice zal worden beheerd en gefaciliteerd door een fondsbeheerder. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft aan de hand van een aanbestedingsprocedure ervoor gekozen om het fondsbeheer van Voice toe te kennen aan het consortium Oxfam Novib en Hivos. Het consortium heeft het mandaat om het Voice 2016–2024 Fonds namens de minister te beheren.
Maatschappelijke organisaties (MO’s) spelen een cruciale rol in ontwikkelingsprocessen.
Mondige burgers kunnen meer invloed uitoefenen op de besluitvorming op verschillende niveaus, door hun stem te laten horen en beleid te beïnvloeden. MO’s zijn actief op het snijvlak tussen de staat, burgers en de markt. Omdat zij een onafhankelijke positie hebben en geworteld zijn in het maatschappelijk leven, kunnen ze allerlei verschillende groepen met elkaar in contact brengen en hun belangen behartigen. Veel lokale MO’s in lage- en lage-middeninkomenslanden zijn de afgelopen jaren sterker geworden, terwijl zij tegelijkertijd onder steeds grotere druk hun werk moeten doen, omdat de omstandigheden waaronder zij werken steeds veranderen en verslechteren.
Voor Voice gaat het om drie soorten maatschappelijke organisaties:
Capaciteitsversterking in het algemeen is gericht op activiteiten die de expertise van maatschappelijke organisaties vergroten, het management en financieel beheer verbeteren en bijdragen aan de ontwikkeling van kerncompetenties die nodig zijn om relevant te blijven en resultaten te behalen in een veranderende context. Capaciteitsversterking op het gebied van pleiten en beïnvloeden is gericht op empowerment en het ontwikkelen van relevante competenties. Er zijn meerdere instrumenten en strategieën die kunnen worden ingezet om kwesties op de politieke en corporate agenda te krijgen of houden, met het doel om de oorzaken van structurele armoede en onrecht aan te pakken en beleid duurzaam te veranderen. Omdat groepen verschillende doelen nastreven, kan de lobby aan verschillende thema’s worden gekoppeld.
Een effectieve lobby is gebaseerd op onderzoek, analyses, lessen uit het verleden (dat wil zeggen: evidence-based) en gemeenschappelijke ervaringen. Welke instrumenten of combinaties van instrumenten worden gebruikt – adviseren, pleiten, lobbyen of activisme – hangt af van de context in het betreffende land, de fase van de ontwikkelingen in de beleidsprocessen, het machtsevenwicht en de betrokken partijen.
De meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen zijn die groepen die weinig tot geen mogelijkheden hebben om van zich te laten horen of om op te komen voor hun belangen. Het doel van Voice is om die mogelijkheden voor hen te creëren en/of te verbeteren. In deze context wordt onder ‘groep’ verstaan: een aantal individuen dat een gemeenschappelijk doel en/of belang heeft en in een formele of informele setting samenkomen om zich te organiseren (al dan niet formeel) en op te komen voor hun rechten en belangen. Mochten bepaalde groepen zich nog niet hebben georganiseerd, dan wendt Voice zich tot organisaties die hun belangen behartigen, waarbij de leden van die groepen bij het proces worden betrokken. Voice richt zich op groepen die worden genegeerd en verwaarloosd door de maatschappij en het politieke systeem en die om die reden soms onzichtbaar en/of politiek kwetsbaar zijn, bijvoorbeeld: mensen met een beperking, vrouwen die worden uitgebuit, misbruikt en/of verminkt, inheemse volkeren, LHBTI, boeren die geen land bezitten en kwetsbare mensen die worden gediscrimineerd om hun leeftijd.
Marginalisatie heeft te maken met sociale, culturele, economische en politieke status en/of uitsluiting. Het is te definiëren als: een ernstige en aanhoudende benadeling gebaseerd op onderliggende sociale ongelijkheid. Marginalisatie ontstaat vaak door een combinatie van verschillende vormen van discriminatie, zoals bijvoorbeeld op basis van competenties en vaardigheden, leeftijd, etniciteit, economische status, gender, geografie, fysieke en geestelijke gezondheid, taal, burgerlijke staat, ras, religie, seksuele geaardheid en/of sociale status. Gemarginaliseerde groepen vallen vaak ongewild buiten de kaders van productiviteit, sociale activiteit, reproductie, politieke macht en/of culturele invloed. Het is voor hen onmogelijk om een bevredigend sociaal leven te leiden op individueel, interpersoonlijk of maatschappelijk niveau. Mensen die worden gemarginaliseerd hebben relatief weinig controle over hun leven en de middelen die hun ter beschikking staan; soms worden ze gestigmatiseerd en hebben ze vaak te maken met een negatieve houding van mensen om hen heen. Hun mogelijkheden om een maatschappelijke bijdrage te leveren zijn beperkt en ze hebben vaak weinig zelfvertrouwen en weinig eigenwaarde.
Discriminatie laat zich als volgt definiëren: elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van geslacht, ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, religie, beperking, seksuele geaardheid, sociale klasse, leeftijd (afhankelijk van de conventies op het gebied van pensionering), burgerlijke staat of gezinstaken, of als gevolg van voorwaarden en eisen die niet stroken met de principes van eerlijkheid en rechtvaardigheid, waarbij het doel of effect is de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, worden aangetast of teniet gedaan.2United Nations. The International Convention on the Elimination of All Forms of Racial Discrimination, Article 1.
Legitimiteit zou het leidende principe moeten zijn bij de lobby en beleidsbeïnvloeding door en voor de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen. Het motto ‘Nothing about us, without us’ is een van de fundamenten van de Werelddoelen voor duurzame ontwikkeling (Sustainable Development Goals) en van groot belang voor de implementatie van Voice. Maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen moeten in deze context passen en oprecht de juiste partijen zijn om hen te vertegenwoordigen. De lobbyactiviteiten moeten ertoe leiden dat de groepen waarvoor wordt opgekomen zich betrokken voelt bij de veranderingen, dat mensen gestimuleerd worden om mee te doen en een rol van betekenis te spelen in de ontwikkeling en uitvoering van nieuwe wetten en beleid. Op die manier ervaren ze zelf de veranderingen in hun omgeving en zien ze in dat ze rechten hebben die ze kunnen claimen. Ze worden aangemoedigd om de traditionele rol van de overheid en de maatschappij ter discussie te stellen en leren hun rechten en maatschappelijke verantwoordelijkheden beter kennen.
2. Beleidsbeginselen van Voice
2.1. Doel en beleidsthema’s
De afgelopen jaren kende een aanzienlijk aantal lage- en lage-middeninkomenslanden substantiële economische groei, maar dat heeft niet overal tot hetzelfde ontwikkelingsniveau geleid. In veel gevallen is de kloof tussen arm en rijk groter geworden. Minder ongelijkheid – niet alleen op economisch, maar ook op sociaal, politiek, religieus en etnisch gebied en wat betreft gender en seksuele geaardheid – en niemand achter te stellen (‘Leave no one behind’) zijn niet alleen voor het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken belangrijke doelen op het gebied van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, maar maken ook deel uit van de VN-plannen voor duurzame ontwikkeling (‘Sustainable Development Goals’).
Verschillenden partijen spelen een rol bij het terugdringen van ongelijkheid en het betrekken bij de samenleving van mensen voor wie tot nu toe geen plaats was. Ten eerste is het de taak van nationale overheden om beleid te maken waarin ook ruimte is voor gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen. Het ontwikkelen en uitvoeren van inclusief beleid (in lage- en lage-middeninkomenslanden) vergt van de beslissers in die landen meer bewustzijn, duurzame investeringen en bereidheid om te veranderen.
De afgelopen jaren kende een aanzienlijk aantal lage- en lage-middeninkomenslanden substantiële economische groei, maar dat heeft niet overal tot hetzelfde ontwikkelingsniveau geleid. In veel gevallen is de kloof tussen arm en rijk groter geworden. Minder ongelijkheid – niet alleen op economisch, maar ook op sociaal, politiek, religieus en etnisch gebied en wat betreft gender en seksuele geaardheid – en niemand achter te stellen (‘Leave no one behind’ en ‘Prioritise those furthest behind’) zijn niet alleen voor het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken belangrijke doelen op het gebied van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, maar maken ook deel uit van de VN-plannen voor duurzame ontwikkeling (‘Sustainable Development Goals’).
Verschillenden partijen spelen een rol bij het terugdringen van ongelijkheid en het betrekken bij de samenleving van mensen voor wie tot nu toe geen plaats was. Ten eerste is het de taak van nationale overheden om beleid te maken waarin ook ruimte is voor gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen. Het ontwikkelen en uitvoeren van inclusief beleid (in lage- en lage-middeninkomenslanden) vergt van de beslissers in die landen meer bewustzijn, duurzame investeringen en bereidheid om te veranderen.
Een andere belangrijke partij is de maatschappij zelf. Maatschappelijke organisaties (MO’s) spelen allerlei verschillende rollen in inclusieve en duurzame ontwikkelingen, bijvoorbeeld: humanitaire hulp, dienstverlening, beleidsbeïnvloeding, pleiten en innoveren. De rol van MO’s op het gebied van inclusiviteit is misschien wel de belangrijkste. Sommige MO’s zijn uitzonderlijk effectief gebleken in het bereiken of vertegenwoordigen van armen en verstotenen, door de gemeenschap te mobiliseren, aandacht te vragen voor mensenrechten (bijvoorbeeld gelijke rechten voor mannen en vrouwen), beslissers van de nationale overheid te beïnvloeden en te helpen hun omgeving mondiger te maken.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.