← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 september 2016, kenmerk 839984-141498-Z, houdende bepalingen omtrent de in de Zorgverzekeringswet bedoelde vereveningsbijdrage voor het jaar 2017 (Regeling risicoverevening 2017)

Geldende tekst a fecha 2016-09-30

Gelet op artikel 32, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet en de artikelen 1, onderdelen i, j, k en aa, 3.1, derde lid, 3.2, eerste en tweede lid, 3.4, derde lid, 3.6, derde lid, 3.7a, derde lid, 3.8, 3.10, tweede lid, 3.11, vijfde en zesde lid, 3.12, 3.13, 3.14, 3.15, 3.19, tweede lid, en 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering;

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het macro-prestatiebedrag voor het jaar 2017 bedraagt € 43.952,9 miljoen.

2.

Het macro-prestatiebedrag is opgebouwd uit de volgende macro-deelbedragen:

Artikel 3
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie wordt voor het jaar 2017 geraamd op € 18.095,9 miljoen.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico wordt voor het jaar 2017 geraamd op € 3.187,1 miljoen.

Artikel 4

De beschikbare middelen voor het verstrekken van de bijdragen aan zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 32, vierde lid, onderdeel a, van de Zorgverzekeringswet, omvatten voor het jaar 2017, naast de middelen, bedoeld in § 1.5 van hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, een bedrag van € 22.669,8 miljoen.

Hoofdstuk 2. Regels ten behoeve van de toekenning van de vereveningsbijdrage (ex ante) aan een zorgverzekeraar

Artikel 5
1.

De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.6 van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2017 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar ZVZ.

2.

De verdeling van het macro-deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg, bedoeld in artikel 3.7a van het Besluit zorgverzekering, geschiedt ten behoeve van het vereveningsjaar 2017 mede aan de hand van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar verdeeld naar ZVZ.

Artikel 6

De klassen en gewichten, bedoeld in de artikelen 3.4, 3.6 en 3.7a van het Besluit zorgverzekering, en de klassen en gewichten die aan het criterium, bedoeld in artikel 5 worden toegekend, zijn vermeld in de bijlagen 1 en 2.

Artikel 7

In afwijking van artikel 6 en bijlage 1, tabellen 1.2, 1.3, 1.4, 1.10, 1.11 en 1.12, en bijlage 2, tabellen 2.2, 2.3, 2.9 en 2.10, wordt een verzekerde die in het buitenland woont ingedeeld in de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ’Geen FDG’, ‘Geen VGG’, ‘Geen GGG’, ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, ‘Geen ZVZ’ en ‘Geen IGG’ waarbij voor hem het gewicht van die klassen door het Zorginstituut wordt vastgesteld op een percentage van de gewichten van de desbetreffende klassen zoals deze op grond van de genoemde tabellen voor in Nederland wonende verzekerden gelden.

Artikel 8
1.

De nominale rekenpremie per jaar bedraagt € 1.326 per zorgverzekering waarvoor premie moet worden betaald.

2.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie.

3.

Het Zorginstituut raamt het aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moet worden betaald, bedoeld in het tweede lid, door het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden van achttien jaar en ouder bij een zorgverzekeraar, te verminderen met het geraamde aantal zorgverzekeringen van verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet.

Artikel 9
1.

Het Zorginstituut raamt de opbrengst van het verplicht eigen risico per zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, door het geraamde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder, te verminderen met het geraamde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24 van de wet, en het resultaat te vermenigvuldigen met de geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico per verzekerde.

2.

Het Zorginstituut gaat voor de bepaling van de geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, voor verzekerden van achttien jaar of ouder die zowel onder de klasse ‘Geen FKG’, als onder de klassen ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen FDG’ en ‘Geen MHK’ vallen, uit van verzekerdenaantallen onderverdeeld in klassen naar leeftijd en geslacht, AVI, en regio en de in bijlage 3 genoemde gewichten. Hierbij wordt de in de bijlage 3 aangegeven klassenindeling van de criteria aangehouden.

3.

De geraamde opbrengst per verzekerde, bedoeld in het eerste lid, bedraagt € 349,27 voor verzekerden van achttien jaar of ouder waarop het tweede lid niet van toepassing is.

Artikel 10
1.

Het Zorginstituut wijst bij samenloop van klassen alleen de hoogste klasse toe.

2.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

3.

In afwijking van het eerste lid deelt het Zorginstituut een verzekerde die in meerdere klassen van het vereveningscriterium AVI is in te delen, in op basis van de volgende trechtering:

4.

In afwijking van het eerste lid wijst het Zorginstituut alle toepasselijke klassen van het vereveningscriterium FKG’s psychische aandoeningen toe met inachtneming van de volgende uitzonderingen:

5.

Een verzekerde wordt bij het vereveningscriterium GSM ingedeeld in de van toepassing zijnde klasse ‘Wel morbiditeit’ indien deze verzekerde niet in elk van de klassen ‘Geen FKG’, ‘Geen DKG’, ‘Geen HKG’, ‘Geen MHK’ en ‘Geen FDG’ is ingedeeld. Indien een verzekerde niet in een klasse ‘Wel morbiditeit’ wordt ingedeeld, dan wordt de verzekerde ingedeeld in de van toepassing zijnde klasse ‘Geen morbiditeit’.

6.

Het Zorginstituut deelt verzekerden vanaf 18 jaar, woonachtig op een adres met meer dan 15 bewoners, in in de van toepassing zijnde klasse ‘> 15 bewoners’ van het vereveningscriterium PPA. Bij het bepalen van het aantal bewoners tellen studenten niet mee. Indien een student woonachtig is op een adres met meer dan 15 bewoners, dan wordt de student wel ingedeeld in de van toepassing zijnde klasse ‘> 15 bewoners’.

7.

Het Zorginstituut deelt verzekerden, woonachtig op een adres met meer dan 15 bewoners, bij het vereveningscriterium SES in in de klasse ‘1 (zeer laag)’. De tweede en derde volzin van het zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.

8.

Het Zorginstituut deelt bij de criteria VGG en GGG verzekerden met kosten op de percentielgrens naar rato in bij de betreffende klassen.

9.

Indien een percentielgrens als bedoeld in het achtste lid, gelijk is aan nul euro, deelt het Zorginstituut, in afwijking van het achtste lid, verzekerden met kosten op die percentielgrens in bij respectievelijk de klassen ‘Geen VGG’ of ‘Geen GGG’.

10.

Het Zorginstituut stelt als bijlage bij de beleidsregels, bedoeld in artikel 32, vijfde lid, van de Zorgverzekeringswet, referentiebestanden vast voor de vereveningscriteria FKG’s, DKG’s, HKG’s, AVI, regio, FDG, FKG’s psychische aandoeningen, DKG’s psychische aandoeningen, GGZ-regio en IGG ter onderbouwing van de indeling van verzekerden in de klassen van het betreffende vereveningscriterium.

Hoofdstuk 3. Regels ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage (ex post) ten behoeve van een zorgverzekeraar

Artikel 11
1.

Een verzekerde die slechts gedurende een deel van het vereveningsjaar bij een zorgverzekeraar verzekerd was, telt voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage voor die zorgverzekeraar mee in een mate die bepaald wordt door het aantal dagen dat hij in dat jaar bij die zorgverzekeraar verzekerd was te delen door het aantal dagen in dat jaar.

2.

Indien een verzekerde gedurende een aantal dagen van het vereveningsjaar bij meer dan één zorgverzekeraar verzekerd was, telt hij voor het vaststellen van de vereveningsbijdrage over die periode mee in een mate die bepaald wordt door het getal 1 te delen door het aantal zorgverzekeraars waarbij hij in die periode verzekerd was.

Artikel 12
1.

Nadat het Zorginstituut de gerealiseerde kosten op de in de artikelen 13 tot en met 16 beschreven wijze heeft toegedeeld, herberekent het Zorginstituut voor de clusters ‘variabele zorgkosten’, ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ de relevante deelbedragen.

2.

Het Zorginstituut gaat bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, uit van de gerealiseerde kosten voor elk van de in het eerste lid genoemde clusters van prestaties en van gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor het cluster ‘variabele zorgkosten’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 1 toe. Voor de herberekening van de vereveningsbijdrage voor de clusters ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’ past het Zorginstituut de gewichten in de tabellen van bijlage 2 toe.

3.

De gerealiseerde aantallen verzekerden per klasse van ieder vereveningscriterium worden voor de hiernavolgende criteria aan de hand van realisatiecijfers over de volgende jaren berekend:

4.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen FKG’ zodanig dat het voor de klassen ‘Auto-immuunziekten o.b.v. add-on’, ‘Kanker o.b.v. add-on’, ‘Extreem hoge kosten cluster 1’, ‘Extreem hoge kosten cluster 2’ en ‘Extreem hoge kosten cluster 3’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2 en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 1.2, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.

5.

In afwijking van het tweede lid herberekent het Zorginstituut het gewicht voor elke klasse van het vereveningscriterium DKG’s zodanig dat per klasse het resultaat van de vermenigvuldiging van het herberekende gewicht met het gerealiseerde aantal verzekerden gelijk is aan het resultaat van de vermenigvuldiging van het gewicht in tabel 1.3 met het bij toekenning van de vereveningsbijdragen verwachte aantal verzekerden. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

6.

In afwijking van het tweede lid, herberekent het Zorginstituut het gewicht van de klasse ‘Geen ZVZ’ en het gewicht van de klasse ‘Geen IGG’ zodanig dat voor het criterium ZVZ en voor het criterium IGG de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.

7.

Het Zorginstituut gebruikt bij de herberekening, bedoeld in het eerste lid, de referentiebestanden, bedoeld in artikel 10, tiende lid.

Artikel 13
1.

Het Zorginstituut merkt kosten als bedoeld in artikel 3.13 van het Besluit zorgverzekering, voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die zodanig zijn gespecificeerd, dat:

2.

Het Zorginstituut merkt kosten voor prestaties van grensoverschrijdende zorg die gemaakt zijn met toepassing van internationale regelingen inzake sociale zekerheid, aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 14
1.

Met uitzondering van betalingen uit hoofde van een verplicht of vrijwillig eigen risico, deelt het Zorginstituut zorgkosten die voor rekening komen van de verzekerden niet toe aan een cluster van prestaties.

2.

Het Zorginstituut deelt renteheffingskosten niet toe aan een cluster van prestaties.

Artikel 15
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

2.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 75 procent aan als kosten van het cluster ‘variabele zorgkosten’.

Artikel 16
1.

Het Zorginstituut merkt de kosten van prestaties, geleverd door instellingen die meedoen aan experimenten in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg, voor een door hem per instelling voor medisch-specialistisch zorg vast te stellen percentage aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

2.

Het percentage per instelling, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan 100 minus het percentage, bedoeld in artikel 15, eerste lid.

3.

Het Zorginstituut merkt de kosten van de Stichting Kinderoncologie Nederland en van de Nederlandse Transplantatiestichting voor 25 procent aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

4.

Het Zorginstituut merkt de kosten voor de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten, de Stichting Kwaliteitsontwikkeling GGZ, de stichting kwaliteitsgelden patiënten consument en de Projectgelden ten behoeve van de gezamenlijke inhoudelijke agenda zoals benoemd in het Bestuurlijk Akkoord Eerste lijn 2014–2017 aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

5.

Het Zorginstituut merkt de kosten van geneesmiddelen met ingang van het tijdstip waarop ze ophouden dure intramurale geneesmiddelen te zijn tot en met 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar aan als kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’.

6.

Het Zorginstituut calculeert 100 procent na op het verschil tussen de kosten van het cluster ‘vaste zorgkosten’, vastgesteld ingevolge het eerste tot en met vijfde lid enerzijds, en het herberekende deelbedrag ‘vaste zorgkosten’ na toepassing van artikel 3.15, tweede lid van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 17
1.

De opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 8, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal zorgverzekeringen waarvoor premie moest worden betaald.

2.

De opbrengst van het verplicht eigen risico, bedoeld in artikel 3.19, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering, wordt berekend overeenkomstig artikel 9, met dien verstande, dat wordt uitgegaan van het gerealiseerde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder verminderd met het gerealiseerde aantal verzekerden, bedoeld in artikel 24, van de wet.

Artikel 18

Artikel 10 is van overeenkomstige toepassing bij de vaststelling van de vereveningsbijdrage ten behoeve van een zorgverzekeraar.

Hoofdstuk 4. Aanvullingen op de vereveningsbijdrage aan een zorgverzekeraar

Artikel 19

Het in artikel 3.22, tweede lid, van het Besluit zorgverzekering bedoelde bedrag per verzekerde bedraagt € 41.

Hoofdstuk 5. Betaling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraar door het zorginstituut

Artikel 20

De betaling van de bijdrage geschiedt overeenkomstig door het Zorginstituut te stellen beleidsregels, waarin een betaalschema is opgenomen dat rekening houdt met declaratiepatronen van zorgaanbieders.

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen

Artikel 21
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 30 september 2016.

2.

Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 29 september 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 30 september 2016.

Artikel 22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling risicoverevening 2017.

Bijlage 1. behorende bij artikel 6

De bijlage betreft kosten van zorg behorende tot de clusters ‘variabele zorgkosten’. De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).

Variabele zorgkosten
Mannen 0 jaar 5.744,75
1–4 jaar 2.021,40
5–9 jaar 1.815,43
10–14 jaar 1.760,27
15–17 jaar 1.805,29
18–24 jaar 1.597,96
25–29 jaar 1.595,68
30–34 jaar 1.599,24
35–39 jaar 1.699,06
40–44 jaar 1.787,53
45–49 jaar 1.929,20
50–54 jaar 2.097,86
55–59 jaar 2.401,73
60–64 jaar 2.693,72
65–69 jaar 3.274,13
70–74 jaar 3.715,16
75–79 jaar 4.232,51
80–84 jaar 4.485,99
85–89 jaar 4.952,58
90+ jaar 5.747,14
Vrouwen 0 jaar 5.087,56
1–4 jaar 1.774,99
5–9 jaar 1.724,79
10–14 jaar 1.727,78
15–17 jaar 1.927,14
18–24 jaar 1.903,22
25–29 jaar 2.445,55
30–34 jaar 2.597,57
35–39 jaar 2.237,71
40–44 jaar 1.983,41
45–49 jaar 2.040,32
50–54 jaar 2.141,78
55–59 jaar 2.287,06
60–64 jaar 2.454,47
65–69 jaar 2.843,82
70–74 jaar 3.092,45
75–79 jaar 3.455,06
80–84 jaar 3.666,81
85–89 jaar 4.064,29
90+ jaar 4.708,24
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FKG – 311,17
Glaucoom 251,95
Schildklieraandoeningen 119,56
Psychose, Alzheimer en verslaving 304,65
Depressie 274,40
Chronische pijn exclusief opioïden 993,32
Neuropathische pijn complex 1.885,19
Hoog cholesterol 166,54
Diabetes type II zonder hypertensie 609,14
COPD/Zware astma 1.744,10
Astma 612,09
Diabetes type II met hypertensie 971,80
Epilepsie 969,41
Ziekte van Crohn/Colitis Ulcerosa 1.259,33
Hartaandoeningen 1.797,13
Auto-immuunziekten o.b.v. add-on 11.645,45
Reuma 969,16
Parkinson 1.538,04
Diabetes type I 1.884,83
Transplantaties 454,80
Cystic fibrosis/pancreasenzymen 2.316,28
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: multiple sclerose 2.485,05
Aandoeningen van hersenen/ruggenmerg: overig 1.778,43
Kanker 2.240,60
Hormoongevoelige tumoren 1.253,00
HIV/AIDS 3.920,97
Nieraandoeningen 7.165,27
Psoriasis 469,05
Pulmonale arteriële hypertensie 14.897,44
Kanker o.b.v. add-on 10.748,92
Groeistoornissen o.b.v. add-on 2.473,34
Extreem hoge kosten cluster 1 133.175,97
Extreem hoge kosten cluster 2 178.016,31
Extreem hoge kosten cluster 3 395.519,46
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen DKG – 289,31
1 834,21
2 595,29
3 1.091,96
4 1.837,76
5 1.996,54
6 2.652,19
7 4.514,01
8 4.447,24
9 8.216,39
10 6.768,26
11 13.011,92
12 19.549,57
13 14.578,68
14 45.596,34
15 57.661,16
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen HKG – 55,96
CPAP apparatuur 673,83
Therapeutische elastische kousen 449,61
Voorzieningen voor stomapatiënten 1.912,35
Vernevelaar met toebehoren 2.119,42
Middelen voor urine-opvang 2.160,16
Injectiespuiten met toebehoren (excl. diabetes) 2.272,19
Zuurstofapparaten met toebehoren 4.164,95
Voedingshulpmiddelen (excl. zuigelingen) 8.439,74
Slijmuitzuigapparatuur 8.662,78
Draagbare infuuspompen 10.020,76
Variabele zorgkosten
--- --- ---
0–17 jaar 0,00
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 1.343,44
arbeidsongeschikten 35–44 jaar 1.451,70
(IVA) 45–54 jaar 1.500,51
55–64 jaar 996,52
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 434,39
excl. IVA 35–44 jaar 626,02
45–54 jaar 563,03
55–64 jaar 451,96
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 242,35
35–44 jaar 288,04
45–54 jaar 326,69
55–64 jaar 287,85
Studenten 18–34 jaar – 219,39
Zelfstandigen 18–34 jaar – 106,07
35–44 jaar – 153,61
45–54 jaar – 205,38
55–64 jaar – 274,15
Hoogopgeleiden 18–34 jaar – 33,61
Referentiegroep 18–34 jaar 31,31
35–44 jaar – 44,57
45–54 jaar – 61,38
55–64 jaar – 88,19
Variabele zorgkosten
--- ---
1 54,42
2 33,86
3 19,49
4 8,54
5 – 7,43
6 6,60
7 – 15,44
8 – 25,68
9 – 27,97
10 – 44,49
--- --- ---
1 (zeer laag) 0–17 jaar
18–64 jaar
65+ jaar
2 (laag) 0–17 jaar
18–64 jaar
65+ jaar
3 (midden) 0–17 jaar
18–64 jaar
65+ jaar
4 (hoog) 0–17 jaar
18–64 jaar
65+ jaar
--- --- ---
0–17 jaar
>15 bewoners Blijvend 18–64 jaar
65–79 jaar
80+ jaar
Instromend 18–64 jaar
65–79 jaar
80+ jaar
Eenpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden 18–64 jaar
65–79 jaar
80+ jaar
Overig Overig 18–64 jaar
65–79 jaar
80+ jaar
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen MHK – 252,54
2 voorafgaande jaren hoge kosten in de top 10 procent 2.207,09
3 jaar hoge kosten in top 15 procent 2.119,92
3 jaar hoge kosten in top 10 procent 3.454,40
3 jaar hoge kosten in top 7 procent 5.343,50
3 jaar hoge kosten in top 4 procent 9.087,85
3 jaar hoge kosten in top 1,0 procent 18.185,00
3 jaar hoge kosten in top 0,5 procent 44.059,38
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen FDG – 18,60
1 642,00
2 1.558,12
3 1.414,35
4 6.402,43
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen VGG – 183,59
Kosten in top 2,5 procent 2.096,71
Kosten in top 2,0 procent 3.410,42
Kosten in top 1,5 procent 6.239,15
Kosten in top 1,0 procent 10.036,79
Kosten in top 0,5 procent 14.660,89
Kosten in top 0,25 procent 29.398,13
Variabele zorgkosten
--- ---
Geen GGG – 4,76
Kosten in top 0,275 procent 2.101,78
Variabele zorgkosten
--- --- ---
Geen morbiditeit 65– jaar 9,60
65+ jaar – 102,99
Wel morbiditeit 65– jaar – 37,86
65+ jaar 47,19

Bijlage 2. behorende bij artikel 6

De bijlage betreft de kosten van zorg behorende tot de clusters ‘kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg’ en ‘kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg’.

De in deze bijlage genoemde vereveningscriteria zijn van toepassing voor verzekerden van achttien jaar en ouder; de gewichten zijn bedoeld voor de ex ante berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 6) en vormen de basis voor de ex post berekening van het normatieve bedrag ten behoeve van een zorgverzekeraar (artikel 12, tweede lid).

Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
Mannen 18–24 jaar 334,68 15,78
25–29 jaar 322,27 15,78
30–34 jaar 304,24 15,78
35–39 jaar 298,83 15,78
40–44 jaar 271,81 15,78
45–49 jaar 254,39 15,78
50–54 jaar 252,97 15,78
55–59 jaar 243,26 15,78
60–64 jaar 232,69 15,78
65–69 jaar 239,93 13,91
70–74 jaar 235,98 13,91
75–79 jaar 235,98 13,91
80–84 jaar 229,96 13,33
85–89 jaar 225,23 13,33
90+ jaar 214,80 13,33
Vrouwen 18–24 jaar 349,03 15,78
25–29 jaar 323,76 15,78
30–34 jaar 295,04 15,78
35–39 jaar 279,46 15,78
40–44 jaar 268,49 15,78
45–49 jaar 254,69 15,78
50–54 jaar 252,74 15,78
55–59 jaar 232,69 15,78
60–64 jaar 232,69 15,78
65–69 jaar 235,98 13,91
70–74 jaar 235,98 13,91
75–79 jaar 239,30 13,91
80–84 jaar 230,91 13,33
85–89 jaar 214,80 13,33
90+ jaar 214,80 13,33
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen FKG psychische aandoeningen – 23,64 0,00
Psychose 1.343,28 0,00
Psychose depot 3.433,07 0,00
Chronische stemmingsstoornissen 251,57 0,00
Verslaving 1.302,06 0,00
Bipolair regulier 610,11 0,00
Bipolair complex 1.101,94 0,00
ADHD 125,25 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen DKG psychische aandoeningen – 53,97 – 0,36
1 570,17 – 0,36
2 4.042,22 – 0,36
3 8.151,49 391,29
4 13.584,25 – 0,36
5 21.012,97 – 0,36
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- --- ---
65+ jaar 0,00 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 604,84 0,00
arbeidsongeschikten 35–44 jaar – 43,73 0,00
(IVA) 45–54 jaar – 27,98 0,00
55–64 jaar – 7,93 0,00
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 391,31 0,00
excl. IVA 35–44 jaar 250,75 0,00
45–54 jaar 97,10 0,00
55–64 jaar 43,96 0,00
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 351,39 0,00
35–44 jaar 218,24 0,00
45–54 jaar 101,25 0,00
55–64 jaar 39,31 0,00
Studenten 18–34 jaar – 70,28 0,00
Zelfstandigen 18–34 jaar – 70,28 0,00
35–44 jaar – 43,73 0,00
45–54 jaar – 27,98 0,00
55–64 jaar – 7,93 0,00
Hoogopgeleiden 18–34 jaar – 70,28 0,00
Referentiegroep 18–34 jaar – 7,10 0,00
35–44 jaar – 23,68 0,00
45–54 jaar – 11,28 0,00
55–64 jaar – 7,93 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
1 55,90 0,00
2 18,43 0,00
3 5,51 0,00
4 0,54 0,00
5 – 5,00 0,00
6 – 15,01 0,00
7 – 15,01 0,00
8 – 15,01 0,00
9 – 15,01 0,00
10 – 15,01 0,00
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- --- ---
1 (zeer laag) 18–64 jaar 14,15
65+ jaar 0,01
2 (laag) 18–64 jaar – 3,81
65+ jaar 8,92
3 (midden) 18–64 jaar – 3,81
65+ jaar – 2,94
4 (hoog) 18–64 jaar – 3,29
65+ jaar – 3,01
Kosten van geneeskundige GGZ
--- --- --- ---
>15 bewoners Blijvend 18–64 jaar 174,36
65–79 jaar – 27,39
80+ jaar – 6,21
Instromend 18–64 jaar 3.871,56
65–79 jaar 746,37
80+ jaar 107,94
Eenpersoonshuishouden Eenpersoonshuishouden 18–64 jaar 65,35
65–79 jaar 44,16
80+ jaar 2,83
Overig Overig 18–64 jaar – 15,38
65–79 jaar – 15,78
80+ jaar – 6,21
Kosten van geneeskundige GGZ Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen GGZ-MHK – 71,77 – 1,03
≥1x in laatste 3 jaar kosten>0 287,70 – 1,03
≥2x in laatste 5 jaar kosten in top 10 promille * 1.265,56 – 1,03
≥2x in laatste 5 jaar kosten in top 5 promille * 2.734,64 – 1,03
≥2x in laatste 5 jaar kosten in top 2,5 promille * 4.243,10 – 1,03
≥2x in laatste 5 jaar kosten in top 1 promille * 7.102,38 1.013,50
5x in laatste 5 jaar kosten in top 5 promille 9.670,54 341,51
5x in laatste 5 jaar kosten in top 2,5 promille 16.334,38 1.266,71
Kosten van geneeskundige GG Kosten van langdurige GGZ
Geen ZVZ – 41,09 – 0,10
Zorgvraagzwaarte 1, 2, 3 en onbekend 442,44 – 0,10
Zorgvraagzwaarte 4 en 5 1.168,63 – 0,10
Zorgvraagzwaarte 6 2.304,66 – 0,10
Zorgvraagzwaarte 7 3.947,52 128,07
Crisiszorg 1.876,88 0,45
Kosten van langdurige GGZ
--- --- ---
Geen IGG – 11,85
Gebruik intramurale gGGZ > 252 zorgdagen 17.170,11
Gebruik intramurale lGGZ met een ZZP 3, 4 of 5 36.294,81
Gebruik intramurale lGGZ met een ZZP 6 of 7 80.827,08
Uitstroom naar Wlz in vereveningsjaar 50.339,53

Bijlage 3. behorende bij artikel 9, tweede lid

De bijlage betreft het eigen risico.

De in deze bijlage genoemde gewichten zijn bedoeld voor de berekening van de specifiek voor een zorgverzekeraar geraamde opbrengst van het verplicht eigen risico (artikel 9, tweede lid) en vormen de basis voor de herberekening van de opbrengst van het verplicht eigen risico ten behoeve van de vaststelling van de vereveningsbijdrage van een zorgverzekeraar (artikel 17, tweede lid).

Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
Mannen 18–24 jaar 121,45
25–29 jaar 116,41
30–34 jaar 118,61
35–39 jaar 126,41
40–44 jaar 132,03
45–49 jaar 141,12
50–54 jaar 154,83
55–59 jaar 177,45
60–64 jaar 197,28
65–69 jaar 220,94
70–74 jaar 247,12
75–79 jaar 273,07
80–84 jaar 288,11
85–89 jaar 295,44
90+ jaar 298,20
Vrouwen 18–24 jaar 179,48
25–29 jaar 186,87
30–34 jaar 193,35
35–39 jaar 185,15
40–44 jaar 178,90
45–49 jaar 182,78
50–54 jaar 195,49
55–59 jaar 206,60
60–64 jaar 215,73
65–69 jaar 234,24
70–74 jaar 257,81
75–79 jaar 279,63
80–84 jaar 290,17
85–89 jaar 291,52
90+ jaar 276,72
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- --- ---
65+ jaar 0,00
Duurzaam en volledig 18–34 jaar 114,29
arbeidsongeschikten 35–44 jaar 102,28
(IVA) 45–54 jaar 94,51
55–64 jaar 65,52
Arbeidsongeschikten 18–34 jaar 75,21
excl. IVA 35–44 jaar 83,44
45–54 jaar 72,09
55–64 jaar 46,55
Bijstandsgerechtigden 18–34 jaar 53,26
35–44 jaar 54,60
45–54 jaar 46,64
55–64 jaar 20,96
Studenten 18–34 jaar – 16,26
Zelfstandigen 18–34 jaar – 7,00
35–44 jaar – 9,65
45–54 jaar – 13,38
55–64 jaar – 15,95
Hoogopgeleiden 18–34 jaar – 13,61
Referentiegroep 18–34 jaar 1,93
35–44 jaar – 4,82
45–54 jaar – 4,05
55–64 jaar – 3,36
Eigen betaling ten gevolge van verplicht eigen risico
--- ---
1 6,76
2 6,06
3 2,36
4 3,01
5 1,16
6 – 0,39
7 – 2,02
8 – 4,65
9 – 3,41
10 – 6,98

Bijlage 4. Toewijzing FKG’s diabetes 2017 op basis van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie

Bijlage bij artikel 10, lid 2, onderdeel a

Toelichting:

Groter of kleiner dan 180 verwijst naar de dagdosering voor de betreffende FKG. De tabel beschrijft de verschillende situaties die mogelijk zijn bij een samenloop van farmaciegebruik voor diabetes en hypertensie. In de laatste kolom staat aangegeven welke FKG’s toegewezen worden in de betreffende situatie.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.