Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 18 september 2016, nr. MBO/1003504, houdende voorschriften inzake het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters in de jaren 2017 tot en met 2020 en de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten (Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017)
Gelet op de artikelen 2, 4, eerste lid en 5 van de Wet overige OCW-subsidies, artikel 118i, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, de artikelen 8.3.2, vijfde lid en 8.3.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162c, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en de artikelen 1 en 4, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van het Besluit regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- b. contactschool: door de onderwijsinstellingen in de RMC-regio aangewezen onderwijsinstelling die namens hen optreedt als aanvrager en ontvanger van subsidie op grond van deze regeling;
- c. entreeopleiding: entreeopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- d. jongere in een kwetsbare positie: jongere die al dan niet met een getuigschrift of een diploma doorstroomt naar de entreeopleiding, basisberoepsopleiding of uitstroomt uit het onderwijs, en afkomstig is uit:
- 1°. het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra, met uitzondering van leerlingen met het uitstroomprofiel dagbesteding;
- 2°. het praktijkonderwijs als bedoeld in artikel 5, onder d, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 3°. de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- 4°. het leerwerktraject van het vmbo, bedoeld in artikel 10b1 van de Wet op het voortgezet onderwijs,
- 5°. de entreeopleiding; of
- 6°. jongere die niet vanuit één van de onderwijssoorten, genoemd onder 1° tot en met 5° instroomt in een entreeopleiding;
- e. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- f. onderwijsinstelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs, agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, alsmede school voor voortgezet onderwijs, met uitzondering van een school voor praktijkonderwijs, als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- g. plusvoorziening: voorziening ten behoeve van de onderwijsinstellingen en scholen in een RMC-regio, die bestaat uit een gecombineerd programma van onderwijs leidend naar het behalen van een startkwalificatie, zorg, hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding en die wordt aangeboden aan jongeren tot 23 jaar, die zodanig ernstige problemen ondervinden op het gebied van financiën, gezondheid, huisvesting, sociale omgeving of maatschappelijk functioneren dat zij de onderwijsinstelling zonder diploma dreigen te verlaten;
- h. regionaal programma: regionaal programma voortijdig schoolverlaten, dat maatregelen bevat die, blijkens een regionale analyse door de RMC-contactgemeente en de contactschool over de RMC-regio, zijn gericht op het tegengaan van voortijdig schoolverlaten en op het bevorderen van de samenwerking tussen de onderwijsinstellingen onderling en gemeenten in de RMC-regio;
- i. RMC-contactgemeente: contactgemeente als bedoeld in artikel 8.3.2, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 162b, derde lid, van de Wet op de expertisecentra en artikel 118h, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- j. RMC-regio: regio als bedoeld in artikel 8.3.2, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- k. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar;
- l. voortijdig schoolverlater: voortijdig schoolverlater als bedoeld in artikel 8.3.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 118g van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 162a van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 1.2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
De hoofdstukken 3, 4 en 6 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS zijn niet van toepassing op subsidieverstrekking op grond van hoofdstuk 2 van deze regeling.
Hoofdstuk 2. Het regionaal programma voortijdig schoolverlaten
Artikel 2.1. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan aan contactscholen als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, subsidie verstrekken voor de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma die tot doel hebben:
- a. realisatie van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, bedoeld in artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo en artikel 1 van de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo tot maximaal 20.000 in het kalenderjaar 2021, of
- b. het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstellingen in de betreffende RMC-regio ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie, of
- c. het in de RMC-regio in beeld brengen en waar nodig door de gemeente dan wel de onderwijsinstelling in de betreffende RMC-regio ondersteunen van voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten.
In afwijking van artikel 3.2, tweede lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS komen activiteiten die vanaf 1 augustus 2016 zijn uitgevoerd voor subsidie in aanmerking.
Artikel 2.2. Regionaal programma voortijdig schoolverlaten
In elke RMC-regio wordt een regionaal programma uitgevoerd.
In een RMC-regio werken de onderwijsinstellingen en de betreffende RMC-contactgemeente samen ten behoeve van het ontwikkelen en uitvoeren van het regionaal programma voor de betreffende RMC-regio.
Het regionaal programma omvat ten minste één plusvoorziening.
Het regionaal programma kan tevens maatregelen bevatten ten aanzien van de aansluiting op onderwijs of arbeidsmarkt van jongeren in een kwetsbare positie dan wel voortijdig schoolverlaters die in een eerder schooljaar het onderwijs hebben verlaten, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c.
Artikel 2.3. Regionale samenwerking en contactschool
De onderwijsinstellingen wijzen uit hun midden een onderwijsinstelling aan die optreedt als contactschool in de betreffende RMC-regio.
Het bevoegd gezag van de contactschool heeft in ieder geval tot taak:
- a. het informeren van de desbetreffende RMC-contactgemeente en de onderwijsinstellingen in de desbetreffende RMC-regio over hun betrokkenheid bij de maatregelen in het regionaal programma dat in die regio wordt uitgevoerd;
- b. het namens de in het eerste lid bedoelde onderwijsinstellingen optreden als aanvrager en ontvanger van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk; en
- c. het uitvoering geven aan de afspraken in het regionaal programma over de besteding van de subsidie die wordt verstrekt op grond van dit hoofdstuk.
Artikel 2.4. Subsidieplafond
Voor het verstrekken van het vaste bedrag en het variabele bedrag op grond van deze paragraaf is jaarlijks maximaal € 30.400.000,– voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019–2020 beschikbaar.
Indien het deel van het subsidieplafond dat is bestemd voor het vast bedrag respectievelijk het variabel bedrag, bedoeld in artikel 2.5, tweede en derde lid, wordt overschreden, wordt de hoogte van het subsidiebedrag naar evenredigheid per contactschool en RMC-regio verlaagd.
Artikel 2.5. Berekening subsidiebedrag
Het bedrag van de subsidie voor een contactschool bestaat uit een vast bedrag en een variabel bedrag.
Het vaste bedrag bedraagt voor elke RMC-regio € 100.000 per studiejaar.
Het variabele bedrag voor een RMC-regio, bedraagt 87,17 procent van het bedrag dat de contactscholen voor de kalenderjaren 2013 tot en met 2016 ontvingen op grond van artikel 22, eerste lid, van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten en prestatiesubsidie voor het voortgezet onderwijs, zoals luidend op 1 augustus 2016.
Artikel 2.6. Subsidieaanvraag
In afwijking van artikel 3.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag voor subsidie op grond van deze paragraaf per e-mail ingediend. De aanvraag voor subsidie omvat het regionaal programma en het volledig ingevulde aanvraagformulier dat als bijlage A bij deze regeling is opgenomen.
Het aanvraagformulier wordt door zowel de contactschool als de RMC-contactgemeente van de desbetreffende RMC-regio ondertekend.
Artikel 2.7. Tijdstippen indiening aanvraag, beslissing en betaling
De aanvraag voor de studiejaren 2016–2017 tot en met 2019-2020 wordt uiterlijk op 15 oktober 2016 ingediend bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. De minister kan aanvragen die na deze datum zijn ingediend afwijzen.
De minister beslist uiterlijk op 15 november 2016 op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.
De betaling van de subsidie, bedoeld in dit hoofdstuk, van enig studiejaar vindt plaats in de maand november van het betreffende studiejaar. Voor het studiejaar 2016–2017 vindt de betaling plaats in december 2016.
Artikel 2.8. Besteding van de subsidie
De subsidie wordt aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.
De subsidie wordt uiterlijk in 2020 besteed.
Artikel 2.9. Verantwoording
De verantwoording geschiedt in de jaarverslaglegging overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
Artikel 2.10. Meldingsplicht
Een contactschool meldt onverwijld schriftelijk een wijziging in de samenstelling van een RMC-regio aan de Minister. De Minister kan ambtshalve beslissen dat deze wijziging gevolgen heeft voor het subsidiebedrag.
Artikel 2.11. Monitoring en evaluatie
De minister evalueert de effecten van het regionaal programma uiterlijk in 2021.
De contactschool draagt er zorg voor dat de onderwijsinstellingen in de RMC-regio meewerken aan het onderzoek naar de effecten van het regionaal programma.
Hoofdstuk 2a. Specifieke uitkering voor RMC-contactgemeenten ten behoeve van de uitvoering van maatregelen uit het regionaal programma voortijdig schoolverlaten
Artikel 3.1. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- b. bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, subonderdeel 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs alsmede het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;
- c. effectrapportage: effectrapportage als bedoeld in artikel 118h, zevende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 8.3.2, zevende lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en artikel 162b, zevende lid, van de Wet op de expertisecentra;
Artikel 3.2. Vaststelling bedrag en budgetten
Het vaste bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van het besluit bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 9.091.104.
Het budget, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 3.733.482.
Het budget, bedoeld in artikel 4 eerste lid, onderdeel c, van het besluit, dat over de RMC-regio’s wordt verdeeld, bedraagt met ingang van het kalenderjaar 2016 € 5.846.623.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.