Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 september 2016, nr. VO/876872, houdende de beoordeling van buitengewone bekwaamheden in bijzondere gevallen en bekwaamheden bij het ontbreken van een lerarenopleiding in het voortgezet onderwijs (Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo)

Type Beleidsregel
Publication 2022-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 33, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs en artikel 80, vijfde en achttiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs BES;

Besluit:

Deze beleidsregel is gebaseerd op artikel 7.11, derde en zevende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020.

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

De beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffing benoembaarheidsvereisten en bekwaamheidserkenning vo.

De beleidsregel heeft betrekking op de manier waarop de Minister gebruikmaakt van zijn bevoegdheid om:

Het doel van deze beleidsregel is duidelijkheid te bieden over de beleidslijn van de Minister over de beoordeling van aanvragen voor ontheffing of bekwaamheidserkenning op grond van artikel 7.11, derde of zevende lid van de wet.

De beleidsregel heeft geen betrekking op door het bevoegd gezag vastgestelde vakken en programmaonderdelen (schooleigen vakken) als bedoeld in artikel 7.9, tweede lid, van de wet.

Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning wordt het vak, waarvoor de aanvraag wordt ingediend, op jaarbasis ten minste gemiddeld vier uur per week gegeven door betrokkene.

In bijlage III is schematisch weergegeven uit welke stappen het proces voor de aanvraag van de ontheffing of bekwaamheidserkenning bestaat.

Er zijn twee soorten aanvragen mogelijk:

Betrokkene of het bevoegd gezag, namens betrokkene, dient een aanvraag voor een ontheffing of bekwaamheidserkenning in bij de Minister. Dit gebeurt via de website van DUO. Meer informatie over de aanvraag en aanvraagprocedure is ook op dezelfde website vindbaar.

De aanvragen worden op volgorde van binnenkomst door DUO behandeld. DUO stelt betrokkene in de gelegenheid om, indien nodig, de aanvraag verder aan te vullen. Als de aanvraag wordt aangevuld, dan geldt de dag waarop de laatste aanvulling is ontvangen als de datum van binnenkomst. Conform de Awb beslist de Minister binnen acht weken op de aanvraag, deze termijn kan indien noodzakelijk worden verlengd. In geval van verlenging wordt dit per brief aan betrokkene meegedeeld.

Na het invullen van het aanvraagformulier wordt de aanvraag op volledigheid getoetst. Alleen volledig ingevulde formulieren worden in behandeling genomen. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld. De open aanvragen worden op hun merites beoordeeld. De gesloten aanvragen worden beoordeeld aan de hand van de vooraf vastgestelde beschrijvingen. De inspectie zal steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Dit kan zowel in het geval van gesloten als open aanvragen.

Indien de aanvraag wordt toegekend, ontvangt betrokkene een beschikking tot ontheffing of bekwaamheidserkenning. Indien de aanvraag wordt afgewezen, ontvangt betrokkene een afwijzende beschikking. In de beschikking wordt aangegeven hoe betrokkene in bezwaar en beroep kan gaan, de Awb is hierop van toepassing.

Een volledige aanvraag bestaat uit:

Bij alle aanvragen

Bij het beoordelen van open aanvragen voor ontheffing spelen twee elementen een rol:

Om in aanmerking te komen voor een ontheffing is vereist dat er zowel sprake is van een bijzonder geval als van uitmunten in buitengewone bekwaamheid. Het bijzondere geval en het uitmunten in buitengewone bekwaamheid kunnen gezamenlijk tot het oordeel leiden dat de leraar een ontheffing van de benoembaarheidsvereisten wordt verleend voor het vak waarvoor de aanvraag wordt gedaan. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene.

Onderstaande betreft geen limitatieve opsomming van bijzondere gevallen en buitengewone bekwaamheden. Bij open aanvragen mogen ook andere omstandigheden worden aangevoerd die door de minister worden beoordeeld.

Om in aanmerking te kunnen komen voor ontheffing, moet er sprake zijn van bijzondere gevallen. In de beleidslijn van de Minister kunnen bijzondere gevallen zowel betrekking hebben op de persoon als meer externe omstandigheden. Dit betekent dat de betrokkene verhinderd wordt te voldoen aan de benoembaarheidsvereisten met het afronden van de lerarenopleiding behorend bij het vak. Bijzondere gevallen zijn altijd afhankelijk van de individuele situatie van betrokkene.

Dit kunnen bijzondere gevallen zijn zoals:

Artikel 7.11, zevende lid van de wet vereisen dat de leraar voor wie ontheffing wordt aangevraagd beschikt over een buitengewone bekwaamheid voor het betreffende vak.

Betrokkene kan gemotiveerd aantonen dat er sprake is van uitmunten in buitengewone bekwaamheid als hij zijn bekwaamheid heeft opgedaan door activiteiten zoals:

Bij de open aanvraag geldt dat het aangegeven bijzondere geval en de aangegeven buitengewone bekwaamheid in samenhang worden bekeken. Beide zijn voorwaarden om in aanmerking te komen voor de ontheffing. De inspectie zal hierbij steekproefsgewijs en indien er concrete aanwijzingen zijn advies geven aan DUO over de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene. Voor aanvragen met betrekking tot taalonderwijs aan de geassocieerde Europese scholen vindt te allen tijde een beoordeling van de pedagogisch-didactische bekwaamheid van betrokkene door de inspectie plaats.

Een aanvraag tot bekwaamheidserkenning kan worden ingewilligd als de leraar onderwijs verzorgt in een vak waarvoor bekwaamheidseisen zijn vastgesteld krachtens artikel 7.10, eerste lid van de wet, maar waarvoor geen toepasselijke lerarenopleiding beschikbaar is. De minister kan dan verklaren dat de leraar wordt geacht te voldoen aan de bekwaamheidseisen die zijn gesteld voor dat vak.

Het gaat hierbij om vakken in het voortgezet onderwijs die zijn geregeld in de wet of daarop gebaseerde regelingen, maar waarvoor geen lerarenopleiding beschikbaar is en die ook niet zijn opgenomen in de conversietabel.

Bijlage I. Ontheffingstabel

In deze tabel staat beschreven voor welke doelgroep op grond van artikel 33, tweede lid, van de wet of artikel 80, vijfde lid, van de WVO BES door de minister ontheffing verleend kunnen worden. De in de kolom I aangeduide bewijsstukken en de in kolom II aangegeven onderbouwing van bijzonder geval moeten aangeleverd worden als onderbouwing van de aanvraag.

Doelgroep Kolom I Buitengewone bekwaamheid Kolom II Bijzonder geval Kolom III Ontheffing wordt verkregen voor de vakken:
Pabo-gediplomeerd – pabo-diploma en post-hbo-certificaat NT2; – of pabo-diploma en ten minste 2 jaar werkervaring, blijkend uit werkgeversverklaring, in NT2-onderwijs en bijscholing NT2. Door de hoge toestroom van nieuwkomerskinderen is er een maatschappelijke noodvraag ontstaan naar leraren die geschikt zijn voor het verzorgen van onderwijs aan nieuwkomerskinderen in de Internationale Schakelklas, die voorbereidt op instroom in reguliere klassen. Alle vakken aan nieuwkomers Internationale Schakelklas, die voorbereidt op instroom in reguliere klassen.
Pabo-gediplomeerd met aanvullend certificaat* Certificaat ‘Groepsleerkracht onderbouw vmbo basis/kader’ afgegeven door een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in combinatie met een pabo-diploma In de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg van het vmbo kunnen pabo-gediplomeerden een belangrijke bijdrage leveren, doordat hun pedagogische en didactische vaardigheden goed aansluiten op de behoeften van leerlingen in dit deel van het vmbo. Door hun kennis met behulp van nascholing op niveau te brengen, kunnen pabo-gediplomeerden zich kwalificeren om als groepsleraar les te geven in de onderbouw vmbo basis- en kader. De pabo-gediplomeerde met certificaat geeft les in een specifiek deel van het tweedegraads gebied waarvoor geen reguliere opleiding is. Vakken in de onderbouw van de basis- en kaderberoepsgerichte leerweg in het vmbo, waaruit op grond van het certificaat blijkt dat sprake is van een buitengewone bekwaamheid, te weten: Nederlands, rekenen, wiskunde en de gekozen vakken bij het certificaat (Engels en vakken uit het leergebied Mens en Maatschappij, Mens en Natuur).
Leraar Uiterlijke Verzorging Ten minste 3 jaar werkervaring uiterlijke verzorging in het beroepsonderwijs, blijkend uit een werkgeversverklaring. Het vak Uiterlijke Verzorging verdwijnt met de komst van de nieuwe profielen in het vmbo. Het oude vak uiterlijke verzorging sluit echter nog wel aan bij een beperkt aantal keuzevakken uit het profiel Zorg & Welzijn. Het gaat hier om een overgangsmaatregel voor de leraren die vóór 1 augustus 2016 werkzaam waren in de afdeling Uiterlijke Verzorging en die les gaan geven in de keuzevakken binnen het profiel Zorg & Welzijn. – Haarverzorging; – Hand- en voetverzorging; – Huidverzorging; – Kennismaking met uiterlijke verzorging.
Leraar Uiterlijke Verzorging – Ten minste 3 jaar werkervaring uiterlijke verzorging in het beroepsonderwijs, blijkend uit een werkgeversverklaring – en afgeronde bijscholing bij een ho-instelling voor het profielvak Zorg & Welzijn vmbo-docenten Uiterlijke Verzorging. Het vak Uiterlijke Verzorging verdwijnt met de komst van de nieuwe profielen vmbo. Samen met aanvullende scholing sluit de kennis van leraren van het voormalige vak uiterlijke verzorging aan bij het het profielvak Zorg & Welzijn, inclusief de bijbehorende profielmodules. Het gaat hier om een overgangsmaatregel voor de leraren die les gaan geven in het profielvak Zorg & Welzijn die vóór 1 augustus 2016 werkzaam waren in de afdeling Uiterlijke Verzorging. Het profielvak Zorg & Welzijn.
Leraar Media, vormgeving & ICT – Getuigschrift voor vo/bve – en Certificaat ‘bekwaamheid lesgeven in de vier profielmodules MVI’ afgegeven door geaccrediteerde ho-instelling. Met de komst van de nieuwe profielen vmbo komen een aantal vakken op een nieuwe manier samen in het profiel Media, Vormgeving & ICT, waarvoor zittende leraren zich nog bekwaam moeten tonen. Het gaat hier om een overgangsmaatregel voor de leraren die les gaan geven in het profiel Media, Vormgeving & ICT en die vóór 1 augustus 2017 werkzaam waren in het vmbo. Het profielvak Media, Vormgeving & ICT en keuzevakken.
Theoriedocent in het praktijkonderwijs – Onderwijsbevoegdheid voor een algemeen gebruikelijk vak in het voortgezet onderwijs – en HBO-certificaat van Taal en Reken module uit een opleiding speciale onderwijszorg of getuigschrift van Master Special Educational Needs. Leraren met een onderwijsbevoegdheid voor een bepaald vak in het vo zijn ook in het pro enkel voor dat vak inzetbaar. Voor de doelgroep is het van belang dat zij zo min mogelijk verschillende leraren voor de klas hebben, omdat voortdurend wisselen tot teveel onrust leidt waardoor het leren in het gedrang komt. Daarnaast leidt de druk op bevoegd lesgeven tot beweging bij scholen en leidt dit in het praktijkonderwijs tot extra knelpunten, gelet op de behoefte van leerlingen. Er wordt gewerkt aan structurele maatregelen. Theorievakken in het praktijkonderwijs.
Praktijkdocent in het praktijkonderwijs – Pedagogisch-didactisch getuigschrift – en ten minste vier jaar vakgerichte werkervaring in bedrijfsleven, blijkend uit werkgeversverklaring – en ten minste 3 jaar werkervaring in het praktijkonderwijs, blijkend uit werkgeversverklaring. In het praktijkonderwijs worden leerlingen direct naar werk begeleid. Het is daarom van belang dat zij leskrijgen van leraren die direct uit deze praktijk komen, maar die tevens voldoende pedagogisch-didactische vaardigheden bezitten om onderwijs aan deze doelgroep te verzorgen. Daarnaast leidt de druk op bevoegd lesgeven tot beweging bij scholen en leidt dit in het praktijkonderwijs tot extra knelpunten, gelet op de behoefte van leerlingen. Er wordt gewerkt aan structurele maatregelen. Praktijkvakken in het praktijkonderwijs passend bij de ervaring opgedaan in het bedrijfsleven.

Bijlage I. Ontheffingstabel

In deze tabel staat beschreven voor welke doelgroep op grond van artikel 7.11, zevende lid, van de wet door de Minister ontheffing verleend kunnen worden. De in de kolom I aangeduide bewijsstukken en de in kolom II aangegeven onderbouwing van bijzonder geval moeten aangeleverd worden als onderbouwing van de aanvraag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.