Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 3 oktober 2016, kenmerk 1020430-155302-WJZ, houdende vaststelling per 1 januari 2017 van bedragen krachtens het Besluit langdurige zorg en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-01-02
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3.3.1.7 en 3.3.2.3, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Besluit langdurige zorg en 3.7 en artikel 3.13, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, 6, eerste lid, onderdeel b, onder 2° en 19 van het Bijdragebesluit zorg en 8.3, zesde lid, en 8.4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

Besluit:

Artikel I

Wijzigt het Besluit langdurige zorg.

Artikel II

Wijzigt de Regeling langdurige zorg.

Artikel III

Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Artikel IV

Wijzigt de Uitvoeringsregeling Wmo 2015.

Artikel V
1.

Dit artikel is van toepassing op de berekening van de bijdrage in de kosten die krachtens de artikelen 8.3, zesde lid, en 8,4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college verschuldigd is.

2.

De in artikel 1a, zesde lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden vastgesteld op: € 10.090.

3.

Het in artikel 4, tweede lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 2.312,60.

4.

De in artikel 14, eerste lid, van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden vastgesteld op: € 160,60 en € 842,80.

5.

De in artikel 15, derde en vijfde lid van het Bijdragebesluit zorg genoemde bedragen worden vastgesteld op: € 2.571.

Artikel VI
1.

Dit artikel is van toepassing op de berekening van de bijdrage in de kosten die krachtens artikel 8.3, zesde lid, en 8,4, tweede lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 aan het college verschuldigd is.

2.

Het in artikel 2, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 3.654.

3.

Het in artikel 2, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 5.683.

4.

De in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen worden vastgesteld op € 1.408, € 2.096,40 en € 3.928,84 en het percentage op 4,85%.

5.

De in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen worden vastgesteld op € 1.408 en € 3.928,84 en het percentage op 4,85%.

6.

De in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen worden vastgesteld op € 1.408, € 1.883,41 en € 3.928,84 en het percentage op 4,85%.

7.

De in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen worden vastgesteld op € 942, en € 19.463 en het percentage op 13,4%.

8.

De in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedragen worden vastgesteld op € 1.791en € 19.463 en het percentage op 13,4%.

9.

Het in artikel 4, onderdeel a, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 1.748.

10.

Het in artikel 4, onderdeel b, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 977.

11.

Het in artikel 5, eerste lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 8.409.

12.

Het in artikel 5, tweede lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 9.992.

13.

Het in artikel 5, derde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 6.389.

14.

Het in artikel 5, vierde lid, van de Bijdrageregeling zorg AWBZ genoemde bedrag wordt vastgesteld op: € 12.909.

Artikel VII

De artikelen V en VI van de Regeling van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 20 november 2015, houdende vaststelling per 1 januari 2016 van bedragen krachtens het Besluit langdurige zorg, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en ten behoeve van het overgangsrecht voor beschermd wonen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Stcrt. 2015, 42523) vervallen.

Artikel VIII

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017, met uitzondering van de artikel III, tweede tot en met zevende lid, dat in werking treden met ingang van 2 januari 2017.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.