Beleidsregels vereveningsbijdrage Zvw 2017

Type ZBO-regeling
Publication 2017-08-18
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 32, vijfde lid en 34, vierde lid, van de Zorgverzekeringswet, Hoofdstuk 3 van het Besluit zorgverzekering, de Regeling risicoverevening 2017 en de brief van de minister van VWS van 30 september 2016, kenmerk 1024068-155663-Z,

heeft in zijn vergadering van 10 oktober 2016 besloten:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1. Definities

Deze beleidsregels verstaan onder:

Artikel 2. Algemene bepaling

Het Zorginstituut past de bepalingen uit het Besluit zorgverzekering en de Regeling met betrekking tot de toekenning en vaststelling van de bijdrage aan de zorgverzekeraars toe met inachtneming van het bepaalde in deze beleidsregels.

Artikel 3. Zorgverzekeraars

Het Zorginstituut gaat bij de verdeling van de macro-deelbedragen 2017 en de berekening van de normatieve bedragen en de vereveningsbijdragen ervan uit dat alle zorgverzekeraars die gedurende 2016 actief zijn geweest ook in 2017 als zorgverzekeraar actief zullen zijn.

Hoofdstuk II. Toekenning van de vereveningsbijdrage 2017 aan een zorgverzekeraar

Artikel 4. Algemene bepaling voor de raming van de verzekerdenaantallen
1.

Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2017 op de macroverzekerdenraming.

2.

Het Zorginstituut baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen 2017 per zorgverzekeraar op het PKB 2016 met als peildatum 1 mei 2016, zoals de zorgverzekeraars dat hebben aangeleverd op 1 juni 2016.

3.

Het Zorginstituut deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer niet in.

4.

Wanneer een verzekerde bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, past het Zorginstituut artikel 11 van de Regeling toe.

Artikel 5. De verzekerdenaantallen 2017 voor het macro-deelbedrag variabele zorgkosten
1.

Het Zorginstituut deelt voor het macro-deelbedrag variabele zorgkosten verzekerden in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, HKG’s, AVI, regio, SES, PPA, MHK, FDG, VGG, GGG en GSM.

2.

Het Zorginstituut deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG’s, DKG’s, HKG’s, AVI, MHK, FDG, VGG, GGG en GSM. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling deelt het Zorginstituut alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG’s in in de klasse 'Geen FKG', voor het criterium DKG’s in de klasse ‘Geen DKG’, voor het criterium HKG’s in de klasse ‘Geen HKG’, voor het criterium FDG in de klasse ‘Geen FDG’, voor het criterium VGG in de klasse ‘Geen VGG’ en voor het criterium GGG in de klasse ‘Geen GGG’.

Artikel 6. De verzekerdenaantallen 2017 voor het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg
1.

Het Zorginstituut deelt voor het macro-deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verzekerden van achttien jaar en ouder in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, AVI, GGZ-regio, SES, PPA, GGZ-MHK en ZVZ.

2.

Het Zorginstituut deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, GGZ-MHK, AVI en ZVZ. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling deelt het Zorginstituut alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG GGZ in in de klasse 'Geen FKG psychische aandoeningen', voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ en voor het criterium ZVZ in de klasse ‘Geen ZVZ’.

Artikel 7. De verzekerdenaantallen 2017 voor het macro-deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg
1.

Het Zorginstituut deelt voor het macro-deelbedrag kosten van langdurige geestelijke gezondheidszorg verzekerden van achttien jaar en ouder in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, AVI, GGZ-regio, SES, PPA, GGZ-MHK, ZVZ en IGG.

2.

Het Zorginstituut deelt verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG GGZ, DKG GGZ, AVI, GGZ-MHK, ZVZ en IGG. Overeenkomstig artikel 7 van de Regeling deelt het Zorginstituut alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor het criterium FKG GGZ in in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, voor het criterium DKG GGZ in de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’, voor het criterium ZVZ in de klasse ‘Geen ZVZ’ en voor het criterium IGG in de klasse ‘Geen IGG’.

Artikel 8. De verzekerdenaantallen 2017 voor de normatieve eigen risico opbrengst
1.

Het Zorginstituut deelt voor de normatieve eigen risico opbrengst verzekerden van achttien jaar en ouder die zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, de DKG klasse ‘Geen DKG’, de HKG klasse ‘Geen HKG’, de MHK klasse ‘Geen MHK’ als in de FDG klasse ‘Geen FDG’ vallen in bij de criteria leeftijd en geslacht, AVI en regio.

2.

Het Zorginstituut deelt voor het normatieve eigen risico verzekerden woonachtig in het buitenland uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en AVI.

Artikel 9. Leeftijd en geslacht
1.

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op het PKB 2016.

2.

Het Zorginstituut bepaalt op basis van het eerste lid in welke leeftijds- en geslachtsklasse de verzekerde wordt ingedeeld.

3.

Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium leeftijd en geslacht naar de macroverzekerdenraming.

Artikel 10. FKG’s
1.

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s per zorgverzekeraar op:

2.

Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c en d, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2016 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van artikel 10, tweede lid, van de Regeling en bijlage 1 van deze Beleidsregels, in welke FKG klassen de verzekerde valt. Aan de verzekerde koppelt het Zorginstituut een zwaarte van 1 voor de betreffende klassen.

3.

Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium FKG’s 2017 de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het tweede lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel.

4.

Het Zorginstituut past op de FKG klasse auto-immuunziekten op basis van add-on, de FKG klasse kanker op basis van add-on, de FKG klasse groeistoornissen op basis van add-on, de FKG klasse Extreem hoge kosten cluster 1, de FKG klasse Extreem hoge kosten cluster 2 en de FKG klasse Extreem hoge kosten cluster 3 een sterftecorrectie toe, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft met het VPPKB 2015.

5.

Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2016 voor het eerst voorkomen per FKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe.

6.

Als een verzekerde niet in een andere klasse dan ‘Geen FKG’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in de klasse ‘Geen FKG’ in.

7.

Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium FKG’s naar de macroverzekerdenraming.

Artikel 11. DKG’s
1.

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s per zorgverzekeraar op:

2.

Het Zorginstituut koppelt de opgaven, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b en c, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het VPPKB 2015 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van bijlage 2 van deze Beleidsregels, in welke DKG klasse ‘1’ tot en met ‘15’ de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer DKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

3.

Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium DKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, twee keer met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op de verzekerden die in het VPPKB 2015 voor het eerst voorkomen per DKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het VPPKB 2015 toe. Vervolgens koppelt het Zorginstituut de verzekerden aan het PKB 2016, waarbij de verzekerden een zodanige zwaarte krijgen dat de relatieve prevalentie constant blijft.

4.

Als een verzekerde niet in een klasse ‘1’ tot en met ‘15’ valt, deelt het Zorginstituut deze verzekerde in bij de klasse ‘Geen DKG’.

5.

Het Zorginstituut herschaalt het geraamde aantal verzekerden voor het criterium DKG’s naar de macroverzekerdenraming.

Artikel 12. HKG’s
1.

Het Zorginstituut baseert zich voor het geraamde aantal verzekerden voor het criterium HKG’s per zorgverzekeraar op:

2.

Het Zorginstituut koppelt de opgave, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, met behulp van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer aan het PKB 2016 en bepaalt op basis hiervan en met inachtneming van bijlage 3 van deze Beleidsregels, in welke HKG klasse de verzekerde valt. Als een verzekerde in meer HKG klassen valt, deelt het Zorginstituut de verzekerde in de hoogste voor hem toepasselijke klasse in. Het Zorginstituut stelt voor de toepasselijke klasse waarin de verzekerde valt de zwaarte op 1.

3.

Het Zorginstituut past per verzekerde per klasse van het criterium HKG’s de trendtabel voor dit criterium toe voor de geraamde prevalentieontwikkeling. Het Zorginstituut vermenigvuldigt de zwaarte, genoemd in het vorige lid, met de toepasselijke trendfactor uit de trendtabel. Het Zorginstituut past op verzekerden die in het PKB 2016 voor het eerst voorkomen per HKG klasse de gemiddelde prevalentie van de overige verzekerden in het PKB toe.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.