Besluit van 15 november 2016 tot wijziging van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enige andere besluiten in verband met onder meer de formalisering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Rechterlijke Macht 2015–2016

Type AMvB
Publication 2017-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel II

Wijzigt het Besluit rechtspositie leden met rechtspraak belast en gerechtsauditeurs CRvB en CBb.

Artikel III

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren.

Artikel IV
1.

Rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die op 1 september 2015 als rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding waren benoemd, hebben in de maand september 2015 recht op een eenmalige uitkering van € 500.

2.

In afwijking van het eerste lid hebben rechterlijke ambtenaren of rechterlijke ambtenaren in opleiding die op 1 september 2015 geen bezoldiging ontvingen geen recht op de eenmalige uitkering, tenzij er sprake is van buitengewoon verlof zonder behoud van bezoldiging van maximaal zes weken.

3.

Ten aanzien van rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld of aangewezen voor een minder dan volledige arbeidsduur, of de rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die zijn aangesteld of aangewezen voor het vervullen van een meer dan volledige arbeidsduur in de zin van artikel 8b, eerste lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt de uitkering, bedoeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de arbeidsduurfactor, bedoeld in artikel 1, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Artikel V
1.

Rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding die op 1 september 2015 en in juni 2014 als rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding waren benoemd en in de maand juni 2014 geen tegemoetkoming in de reiskosten voor hun woon-werkverkeer hebben ontvangen, hebben recht op een eenmalige uitkering van € 50.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt de uitkering niet verstrekt indien geen tegemoetkoming in de reiskosten voor woon-werkverkeer is ontvangen wegens het ter beschikking hebben van een dienstauto die is aangemerkt als vervoer van de werkgever.

Artikel VI
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2016.

2.

In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel R, in werking met ingang van 1 juli 2017.

4.

De artikelen I, onderdeel Y, IV en V, werken terug tot en met 1 september 2015.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 31 augustus 2016, 796089, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 86, achtste lid, 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 7, derde lid, 9, tweede lid, 19a, 19b en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 september 2016, W03.16.0265/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 3 november 2016, nr. 2000713, directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.