← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 28 november 2016 tot uitvoering van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie)

Geldende tekst a fecha 2020-09-01

Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 september 2016, nr. 2016-0000193477;

Gelet op de artikelen 6, derde lid, 10, zesde lid, en 15, derde, vierde en vijfde lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie en 2a, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 2 november 2016, No.W12.16.0281/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 23 november 2016, nr. 2016-0000252779;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Op grond van een met redenen omkleed verzoek van een bevoegde instantie van een andere lidstaat verstrekken de door Onze Minister aangewezen ambtenaren die instantie onverwijld de gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters in verband met het toezicht op de naleving van de arbeidsvoorwaarden en de arbeidsomstandigheden, bedoeld in artikel 3 van de detacheringsrichtlijn, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een nationaal identificatienummer, met inbegrip van het burgerservicenummer.

2.

Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid ontoereikend is gemotiveerd, kan Onze Minister de verzoekende instantie in de gelegenheid stellen het verzoek binnen een redelijke termijn aan te vullen.

3.

In geval van een redelijk vermoeden van onregelmatigheden, verstrekken de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de bevoegde instantie van het land van vestiging van de dienstverrichter uit eigen beweging alle relevante gegevens over gedetacheerde werknemers en dienstverrichters, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de administratieve samenwerking, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een nationaal identificatienummer, met inbegrip van het burgerservicenummer.

4.

De gegevens, genoemd in het eerste en derde lid worden kosteloos verstrekt. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het IMI, tenzij dit voor onevenredige vertraging zou zorgen.

5.

Voor het langs elektronische weg verstrekken van informatie waar de bevoegde instanties in andere lidstaten of de Europese Commissie om hebben verzocht, gelden de volgende termijnen:

6.

Wanneer er zich problemen voordoen om aan een verzoek om informatie te voldoen, stellen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de verzoekende instantie daarvan onverwijld in kennis, en geven daarbij aan op welke wijze invulling kan worden gegeven aan het verzoek. Wanneer er sprake is van aanhoudende problemen bij de uitwisseling van informatie stellen de door Onze Minister aangewezen ambtenaren de Europese Commissie hiervan op de hoogte via het IMI.

Artikel 3
1.

Onze Minister is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek de gegevens met betrekking tot dienstverrichters, dienstontvangers, contactpersonen, de voor uitbetaling van het loon verantwoordelijke personen en gedetacheerde werknemers, die zijn verwerkt in verband met de artikelen 4 en 8 van de wet, waaronder een nationaal identificatienummer zoals het burgerservicenummer begrepen kan worden, kosteloos te verstrekken aan:

2.

Onze Minister is bevoegd uit eigen beweging en verplicht op verzoek de gegevens met betrekking tot dienstverrichters, dienstontvangers, contactpersonen, de voor uitbetaling van het loon verantwoordelijke personen en gedetacheerde werknemers, die zijn verwerkt in verband met artikel 8 van de wet, waaronder een nationaal identificatienummer zoals het burgerservicenummer begrepen kan worden, kosteloos te verstrekken aan de Immigratie- en naturalisatiedienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de taken in verband met de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel 4
1.

Een verzoek als bedoeld in artikel 10a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Indien uit het verzoek niet blijkt van een gegrond vermoeden van een mogelijke overtreding van een of meer algemeen verbindend verklaarde bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die gelden voor gedetacheerde werknemers en van de noodzaak voor de verzoeker om de verzochte gegevens te gebruiken voor het toezicht op de naleving van die bepaling of bepalingen, kan het verzoek worden geweigerd.

2.

De gegevens, die Onze Minister op grond van artikel 10a van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten kan verstrekken uit de onder zijn verantwoordelijkheid gevoerde administraties, betreffen:

3.

De gegevens, bedoeld in het tweede lid, onderdelen g tot en met i, worden gepseudonimiseerd.

Artikel 5
1.

De gegevens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4, worden vernietigd na een periode van maximaal 7 jaar, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het gegeven.

2.

Indien blijkt dat gegevens onjuist zijn of ten onrechte worden verwerkt, worden deze verbeterd onderscheidenlijk verwijderd. Onze Minister doet daarvan zo spoedig mogelijk mededeling aan de personen en instanties die de gegevens hebben ontvangen.

3.

De gegevens die niet meer noodzakelijk zijn, gelet op het doel waarvoor zij worden verwerkt, worden verwijderd.

4.

De verwijderde gegevens worden vernietigd, tenzij wettelijke regels omtrent bewaring daaraan in de weg staan.

5.

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de in acht te nemen termijnen bij de verwerking van gegevens, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 4.

Artikel 6

De elementen, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel a, van de wet, ter beoordeling of een onderneming daadwerkelijk substantiële activiteiten verricht om werknemers ter beschikking te stellen in het kader van transnationale dienstverrichting, bestaan uit:

Artikel 7

De elementen, bedoeld in artikel 6, derde lid, onderdeel b, van de wet, ter beoordeling of er sprake is van een gedetacheerde werknemer die tijdelijk arbeid in Nederland verricht, bestaan uit:

Artikel 8
1.

De verplichtingen van artikel 8, eerste en tweede lid, van de wet zijn, voor wat betreft de identiteit van de persoon die de werkzaamheden uitvoert, de identiteit van de voor de uitbetaling van het loon verantwoordelijke persoon, met dien verstande dat daaronder wordt begrepen de voor de uitbetaling van de financiële tegenprestatie verantwoordelijke persoon, en de aard en vermoedelijke duur van de werkzaamheden, van overeenkomstige toepassing op zelfstandigen, die tijdelijk arbeid verrichten in Nederland in de sectoren van het beroeps- of bedrijfsleven, die in de Standaard Bedrijfsindeling worden aangeduid met de volgende classificaties:

2.

Bij de beoordeling van de sector waartoe de werkzaamheden worden gerekend, nemen de toezichthoudende ambtenaren achtereenvolgens de volgende criteria in aanmerking:

Artikel 9

Een melding in de zin van artikel 8 van de wet is geldig voor de duur van een jaar voor:

Artikel 10
1.

Artikel 8 van de wet is niet van toepassing op de dienstverrichter, die uitsluitend de volgende categorieën van werknemers detacheert naar Nederland:

2.

De dienstverrichter, die niet uitsluitend in het eerste lid genoemde categorieën van werknemers detacheert naar Nederland, meldt de in artikel 8, eerste lid, van de wet genoemde gegevens, met uitzondering van de identiteit van de gedetacheerde werknemer die valt onder een van de in het eerste lid genoemde categorieën en de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen voor deze werknemer.

Artikel 11
1.

De verplichting, bedoeld in artikel 2a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen geldt niet voor de dienstverrichter op wie de meldingsplicht, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet van toepassing is.

2.

Artikel 10, eerste lid, is niet van toepassing op de dienstverrichter die een vreemdeling als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen detacheert. Indien artikel 10, tweede lid, van toepassing is, meldt deze dienstverrichter de in artikel 8, eerste lid, van de wet genoemde gegevens, met uitzondering van de identiteit van de gedetacheerde werknemer die valt onder een van de in artikel 10, eerste lid, genoemde categorieën en die geen vreemdeling is als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen, en de bijdrage voor toepasselijke socialezekerheidsregelingen voor deze werknemer.

3.

De dienstverrichter die een vreemdeling als bedoeld in artikel 1e van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen detacheert, verstrekt in aanvulling op de in artikel 8, eerste lid, van de wet genoemde gegevens de einddatum van de periode van rechtmatige tewerkstelling als vermeld in het document op grond waarvan het aan deze vreemdeling is toegestaan als werknemer arbeid te verrichten in de lidstaat van afgifte.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Hoofdstuk II. Gegevensverwerking

Hoofdstuk III. Beoordeling transnationale dienstverrichting

Hoofdstuk IV. Melding

Hoofdstuk V. Wederzijdse bijstand bij handhaving en bestuurlijke handhaving

Artikel 12
1.

De aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, kunnen een verzoek tot invordering afwijzen op de volgende gronden:

2.

Een verzoek als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de wet kan worden afgewezen, indien het verzoek niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de wet, onvolledig is of onmiskenbaar niet strookt met de onderliggende beslissing.

Artikel 13
1.

Als ernstige overtredingen als bedoeld in artikel 15, derde en vijfde lid, van de wet worden aangewezen de overtredingen van de informatieverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet en van de administratieve eisen en controlemaatregelen, bedoeld in de artikelen 8, eerste en zesde lid, en 9, eerste en derde lid, van de wet, waarbij ten minste twintig gedetacheerde werknemers betrokken zijn.

2.

Als soortgelijke verplichtingen en verboden als bedoeld in artikel 15, vierde lid, van de wet worden aangewezen de informatie- en administratieve verplichtingen op grond van de artikelen 6, eerste en tweede lid, 8, eerste, derde en zesde lid, en 9, eerste tot en met derde lid, van de wet en de verplichting op grond van artikel 2a van de Wet arbeid vreemdelingen.

3.

Voor de toepassing van artikel 15, derde tot en met vijfde lid, van de wet worden overtredingen die zijn begaan voor 9 december 2016 niet in aanmerking genomen.

4.

Bij ministeriële regeling kan het aantal gedetacheerde werknemers, bedoeld in het eerste lid, worden aangepast.

Hoofdstuk VI. Wijziging van andere besluiten

Artikel 14

Wijzigt het Vreemdelingenbesluit 2000.

Hoofdstuk VII. Slotbepalingen

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.