← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 2 december 2016, houdende bepalingen met betrekking tot onderzoek ter vaststelling van het gebruik van alcohol en drugs bij geweldplegers (Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers)

Geldende tekst a fecha 2017-01-01

Gelet op de artikelen 5, eerste lid, 7, eerste lid, 11, eerste en vierde lid, 12, derde lid, 13, eerste en tweede lid, 14, eerste lid, onder d, 17, eerste lid, en 19, derde lid, van het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van alcoholgebruik worden aangewezen:

2.

Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer middelen als bedoeld in artikel 3 van het Besluit, worden aangewezen:

Artikel 3
1.

Voor het verrichten van een nader ademonderzoek als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit worden de ademanalyseapparaten van het type Dräger Alcotest 9510 NL aangewezen die zijn voorzien van het goedkeuringsteken T7802.

2.

Het alcoholgehalte wordt bepaald door toepassing van de volgende correctie op het rekenkundige gemiddelde van de twee meetresultaten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit:

3.

Het resultaat van een nader ademonderzoek mag niet worden aangewezen of afgedrukt indien het verschil tussen de beide meetresultaten groter is dan 10% van het kleinste meetresultaat.

Artikel 4
1.

Voor de bloedafname ten behoeve van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit worden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven:

2.

De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.

3.

De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.

4.

Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven:

Artikel 5

De methode van bloedonderzoek voor het bepalen van het gehalte van alcohol of een of meer van de middelen bedoeld in artikel 3 van het Besluit, voldoet aan de eisen genoemd in de bijlage bij deze regeling.

Artikel 6
1.

Het verschuldigde bedrag voor de bloedafname, bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Besluit ten behoeve van een tegenonderzoek bedraagt € 62,– indien het afnemen van bloed door een arts of verpleegkundige geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en € 81,– indien het afnemen geschiedt in de periode 18.00 uur ’s avonds tot 08.00 uur ’s ochtends of in de periode van 18.00 uur vrijdagavond tot 08.00 uur maandagochtend.

2.

Het verschuldigde bedrag voor de verzendkosten van het buisje met bloed bestemd voor het tegenonderzoek naar het gehalte van alcohol bedraagt € 50,– en voor het tegenonderzoek naar het gehalte van de middelen bedoeld in artikel 3 van het Besluit € 302,14.

Artikel 7
1.

Voor het verrichten van een voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit worden tot 1 januari 2021 de volgende typen ademtesters aangewezen:

2.

De ademtesters, bedoeld in het eerste lid, mogen op 1 januari 2017 niet ouder dan vijf jaar zijn en dienen de in artikel 4, eerste lid, van het Besluit genoemde grenswaarde voor alcohol te kunnen meten, rekening houdend met een correctie van 80 ug/l.

Artikel 8
1.

Onverminderd artikel 3, eerste lid, worden voor het verrichten van een nader ademonderzoek als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit tot 1 januari 2021 tevens de volgende typen ademanalyseapparaten aangewezen:

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

Artikel 10

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers.

Bijlage. behorende bij artikel 5 van de Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers

Bij bloedonderzoek naar het bepalen van het gehalte van alcohol of een of meer van de middelen bedoeld in artikel 3 van het Besluit, wordt aan de volgende eisen voldaan:

Middel Meetbare stof grenswaarde Resultaat in bloed met [Sporen Identificatie Nummer] Rapportage eenheid
alcohol ethanol 0,80 milligram per milliliter
amfetamine amfetamine 50 microgram per liter
methamfetamine methamfetamine 50 microgram per liter
cocaïne cocaïne 50 microgram per liter

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.