Besluit van 2 december 2016 tot wijziging van het Besluit bezoldiging politie en enkele andere rechtspositionele besluiten ter formalisering en uitvoering van de Arbeidsvoorwaardenovereenkomst sector Politie 2015–2017 inzake de beroepsincidentenregeling, het maximum aantal overuren, de vertrekstimuleringspremie en het buitengewoon verlof, de tijdelijke inzetwijziging, de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering en enkele andere onderwerpen

Type AMvB
Publication 2017-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel I

Wijzigt het Besluit algemene rechtspositie politie.

Artikel II

Wijzigt het Besluit bezoldiging politie.

Artikel III

Wijzigt het Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie.

Artikel IV

Wijzigt het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie.

Artikel V
1.

In 2016 wordt een eenmalige uitkering uitbetaald aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en e, van het Besluit algemene rechtspositie politie die op 1 september 2015 als zodanig zijn aangesteld binnen de sector Politie.

2.

De uitkering, bedoeld in het eerste lid, is pensioengevend en bedraagt € 500 voor de ambtenaar met een aanstelling van 36 uur of meer per week en bedraagt een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week.

3.

Indien de ambtenaar slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige uitkering.

4.

Geen eenmalige uitkering ontvangen de ambtenaren die op 1 september 2015:

5.

De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de uitkering.

Artikel VI
1.

In 2016 wordt aan de ambtenaren, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, c, d en e, van het Besluit algemene rechtspositie politie, die zowel op 1 januari 2013 als op 1 december 2015 een aanstelling als zodanig hadden, een eenmalige loopbaanimpulsbijdrage toegekend, die naar de individuele keuze van de ambtenaar kan worden ingezet voor in elk geval opleiding, sport of uitbetaling.

2.

De bijdrage, bedoeld in het eerste lid, is niet pensioengevend en bedraagt € 500 voor de ambtenaar met een aanstelling van 36 uur of meer per week en bedraagt een evenredig deel daarvan ingeval van een aanstelling van minder dan 36 uur per week.

3.

Indien slechts een gedeelte van de bezoldiging wordt genoten heeft dit geen invloed op de hoogte van de eenmalige bijdrage.

4.

Geen bijdrage ontvangen de ambtenaren die op 1 januari 2013 of 1 december 2015:

5.

De ambtenaar kan op eigen verzoek afzien van de bijdrage.

Artikel VII. Overgangs- en slotbepaling
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.

2.

Het artikel I, onderdelen E tot en met K, werkt terug tot en met 1 juni 2016.

3.

Het artikel II, onderdelen A, onder 1, E en N, onder 1 tot en met 6, werkt terug tot en met 1 januari 2016.

Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 31 augustus 2016, 796178;

Gelet op artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 21 september 2016, W03.0264/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie, Directie Wetgeving en Juridische Zaken van 29 november 2016, nr. 2001221;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.