Regeling van de Minister van Economische Zaken van 13 december 2016, nr. WJZ/16152284, houdende nadere regels inzake radioapparaten (Regeling radioapparaten 2016)

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-02-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op richtlijn nr. 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake het op de markt aanbieden van radioapparatuur en tot intrekking van Richtlijn 1999/5/EG (PbEU 2014, L 153), artikel 10.1, vierde lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 1, onderdeel l, 10, 12, tweede lid, en 13, vijfde lid, van het Besluit radioapparaten 2016;

Besluit:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Telecommunicatiewet (implementatie van richtlijn 2014/30/EU en richtlijn 2014/53/EU) (Stb. 2016/58) in werking treedt.

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De overeenkomsten bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van het Besluit radioapparaten 2016 zijn:

Artikel 3
1.

Radioapparaten als bedoeld in artikel 1 en artikel 2, eerste lid, van beschikking nr. 2000/637/EG voldoen aan artikel 2 van deze beschikking.

2.

Radioapparaten als bedoeld in artikel 1 van besluit nr. 2013/638/EU voldoen aan artikel 2 van dit besluit.

3.

De in artikel 1 van beschikking nr. 2001/148/EG bedoelde lawinebakens voldoen aan artikel 2 van deze beschikking.

4.

Radioapparaten, bedoeld in artikel 1, eerste alinea, van beschikking nr. 2005/53/EG voldoen aan artikel 1, tweede alinea, van deze beschikking.

5.

Radioapparaten als bedoeld in artikel 1 van beschikking nr. 2005/631/EG voldoen aan artikel 2 van deze beschikking.

Artikel 4
1.

Een marktdeelnemer deelt, op verzoek, aan de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur de identiteit mee van:

2.

De informatie, bedoeld in het eerste lid, moet gedurende tien jaar nadat het radioapparaat is geleverd, door de betreffende marktdeelnemer kunnen worden verstrekt.

Artikel 5
1.

Een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld in artikel 8 van het Besluit radioapparaten 2016 wordt ingediend bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat:

Artikel 6
1.

Een aanvraag om een aanwijzing als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit radioapparaten 2016 wordt ingediend bij de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

2.

De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, bevat:

Artikel 7

Indien de aanwijzing van een aangemelde instantie wordt beperkt, geschorst of ingetrokken of indien een aangemelde instantie haar activiteiten heeft gestaakt, draagt zij alle relevante dossiers ten aanzien van conformiteitsbeoordelingsactiviteiten in het kader van die aanwijzing over aan diens rechtsopvolger, of, indien niet aanwezig, aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 8

De Minister van Economische Zaken en Klimaat wijst slechts een instantie aan als een overeenstemmingsbeoordelingsorgaan als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit radioapparaten 2016 voor een in kolom 2 genoemd land indien voldaan is aan de bepalingen genoemd in kolom 4 van de overeenkomst genoemd in kolom 3.

1 2 3 4
Nr. Land Overeenkomst Aanwijzingsprocedure
1 Australië Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, certificaten en markeringen tussen de Europese Gemeenschap en Australië (PbEG 1998, L 229) Bijlage, onderdelen A en B, en sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie, afdelingen I en IV
2 Nieuw-Zeeland Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling tussen de Europese Gemeenschap en Nieuw-Zeeland (PbEG 1998, L 229) Bijlage, onderdelen A en B, en sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie, afdelingen I en IV
3 Canada Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en Canada (PbEG 1998, L 280) Sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie computerapparatuur en radiozenders, paragraaf 5.2, en bijvoegsel 1 van de sectorbijlage
4 Verenigde Staten Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning tussen de Europese Gemeenschap en de Verenigde Staten van Amerika (PbEG 1999, L 31) Sectorbijlage betreffende telecommunicatieapparatuur, afdelingen I en VI
5 Japan Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling, tussen de Europese Gemeenschap en Japan (PbEG 2001, L 284) Sectorbijlage betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en radioapparatuur, deel b, afdeling IV
6 Zwitserland Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van overeenstemmingsbeoordeling tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserland (PbEG 2002, L 114) Bijlage 1, hoofdstuk 7 afdelingen I en IV, en bijlage 2, onderdelen A en B
Artikel 9

Wijzigt de Regeling storingsmeldingen.

Artikel 10

Wijzigt de Regeling gebruik van frequentieruimte zonder vergunning en zonder meldingsplicht 2015.

Artikel 11

Wijzigt de Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015.

Artikel 12

Wijzigt de Regeling aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten.

Artikel 13

Wijzigt de Regeling universele dienstverlening en eindgebruikersbelangen.

Artikel 14

Wijzigt de Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995.

Artikel 15

Wijzigt de Regeling gegevensverstrekking medegebruik omroepzendernetwerken.

Artikel 16

Wijzigt de Regeling breedbeeldtelevisiediensten en normen digitale consumentenapparaten.

Artikel 17

De Regeling randapparaten en radioapparaten wordt ingetrokken.

Artikel 18

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 3 februari 2016 tot wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de implementatie van richtlijn 2014/30/EU en richtlijn 2014/53/EU in werking treedt.

Artikel 19

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling radioapparaten 2016.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 3a
1.

Indien een marktdeelnemer consumenten of andere eindgebruikers de mogelijkheid biedt een van de radioapparaten, genoemd in deel I van bijlage I bis van richtlijn nr. 2014/53/EU samen met een oplader aan te schaffen, biedt deze aan hen ook de mogelijkheid dat radioapparaat zonder oplader aan te schaffen, met dien verstande dat deze verplichting voor de radioapparaten, genoemd in deel I, punten 1.1 tot en met 1.12 respectievelijk punt 1.13 van bijlage I bis van richtlijn nr. 2014/53/EU van toepassing is vanaf 28 december 2024 respectievelijk 28 april 2026.

2.

Een marktdeelnemer verstrekt informatie die aangeeft of een oplader al dan niet is inbegrepen bij een radioapparaat, bedoeld in het eerste lid.

Indien een dergelijk radioapparaat beschikbaar wordt gesteld aan consumenten of andere eindgebruikers, wordt daartoe een gebruiksvriendelijk en gemakkelijk te begrijpen pictogram als bedoeld in deel III van bijlage I bis van richtlijn nr. 2014/53/EU gebruikt. Het pictogram wordt op de verpakking afgedrukt of als sticker op de verpakking aangebracht en is goed zichtbaar en goed leesbaar. Bij verkoop op afstand bevindt het pictogram zich bovendien dicht bij de prijsaanduiding. Voor de radioapparaten, genoemd in deel I, punten 1.1 tot en met 1.12 respectievelijk punt 1.13 van bijlage I bis van richtlijn nr. 2014/53/EU zijn deze verplichtingen van toepassing vanaf 28 december 2024 respectievelijk 28 april 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.