Besluit van 15 december 2016, houdende nadere regels betreffende de verwerking van persoonsgegevens in verband met de selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag

Type AMvB
Publication 2018-07-28
State In force
Source BWB
artikelen 16
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst van 5 september 2016, nr. 2016-0000563899, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

Gelet op artikel 5, vijfde lid en artikel 10b, achtste en negende lid, van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, en artikel 18, eerste lid, van de Wet politiegegevens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 november 2016, nr. W04.16.0246/l);

Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen en Rijksdienst, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, van 12 december 2016, nr. 2016-0000777688, Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek, enz. (selectieve woningtoewijzing ter beperking overlastgevend en crimineel gedrag) in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing indien de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders persoonsgegevens verwerken in het kader van het afgeven van een woonverklaring of in het kader van een besluit op de aanvraag van een huisvestingsvergunning voor een complex, straat of gebied als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet.

Hoofdstuk 2. Verwerking persoonsgegevens door het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van de aanvraag

Artikel 3

1.

Indien een woningzoekende een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a, van de wet, aanvraagt, verwerkt het college van burgemeester en wethouders in een bestand de volgende persoonsgegevens:

2.

Indien een woningzoekende een huisvestingsvergunning aanvraagt waarvoor een onderzoek op basis van politiegegevens als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, wordt verlangd, verwerkt het college van burgemeester en wethouders in een bestand de volgende persoonsgegevens:

Artikel 4

1.

Indien een onderzoek op basis van politiegegevens als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, wordt verlangd, beoordeelt het college van burgemeester en wethouders de aanvraag om een huisvestingsvergunning eerst op basis van de criteria die zijn opgenomen in de huisvestingsverordening en die geen betrekking hebben op de gedragingen uit de politiegegevens, bedoeld in artikel 10a, tweede lid, van de wet.

2.

Indien de woningzoekende op basis van de criteria, bedoeld in het eerste lid, in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning, stelt het college van burgemeester en wethouders de burgemeester in kennis van de aanvraag van een huisvestingsvergunning, waarbij het de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdelen a, b en c, verstrekt aan de burgemeester.

Hoofdstuk 3. Verwerking persoonsgegevens door de burgemeester in het kader van het onderzoek op basis van politiegegevens

Artikel 5

1.

Indien de burgemeester in kennis is gesteld van de aanvraag van een huisvestingsvergunning, verzoekt de burgemeester de politiechef zo spoedig mogelijk een overzicht te verstrekken van de in het kader van het onderzoek, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, relevante politiegegevens, de duiding ervan en de periode waarop deze gegevens betrekking hebben.

2.

De politiechef draagt er zorg voor dat de verstrekte politiegegevens geen tot andere personen dan de woningzoekende herleidbare persoonsgegevens bevatten.

Artikel 6

1.

De burgemeester vermeldt in de woonverklaring of de huisvestingsvergunning kan worden:

2.

De burgemeester verstrekt de woonverklaring aan het college van burgemeester en wethouders. Indien de bevoegdheid tot het verlenen van een huisvestingsvergunning op basis van artikel 19 van de Huisvestingswet 2014, door het college van burgemeester en wethouders is gemandateerd aan eigenaren of beheerders van woonruimte, verstrekt de burgemeester de woonverklaring aan de eigenaar of beheerder die beslist op de aanvraag van de huisvestingsvergunning.

3.

Indien de burgemeester in de woonverklaring vermeldt dat er gronden zijn om de huisvestingsvergunning te weigeren of om aan de huisvestingsvergunning voorschriften te verbinden, deelt hij schriftelijk mee aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning:

Artikel 7

Indien de burgemeester in kennis is gesteld van de aanvraag om een huisvestingsvergunning, verwerkt hij in een bestand:

Artikel 8

1.

De burgemeester wijst onder zijn verantwoordelijkheid werkzame personen aan voor de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 5, eerste lid, 6, 7, 11, en 13, tweede lid.

2.

De burgemeester neemt passende technische en organisatorische maatregelen zodat uitsluitend de personen, bedoeld in het eerste lid, de taken, bedoeld in dat lid uitvoeren.

3.

De burgemeester draagt er zorg voor dat de personen, bedoeld het eerste lid, de persoonsgegevens uit het bestand, bedoeld in artikel 7, niet voor andere doeleinden gebruiken.

4.

De burgemeester houdt een bestand bij van de namen van de personen, bedoeld in het eerste lid, de data en tijden waarop die personen hun bevoegdheden uitoefenen.

Hoofdstuk 4. Verwerking persoonsgegevens door het college van burgemeester en wethouders in het kader van de evaluatie

Artikel 9

1.

Het college van burgemeester en wethouders verwerkt in het bestand, bedoeld in artikel 3, indien de huisvestingsvergunning, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is:

2.

Het college van burgemeester en wethouders verwerkt in het bestand, bedoeld in artikel 3, indien de huisvestingsvergunning, bedoeld in artikel 3, tweede lid, is:

3.

Het college van burgemeester en wethouders verwerkt indien er een onderzoek als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de wet, heeft plaatsgevonden de woonverklaring in het bestand, bedoeld in artikel 3, tweede lid.

4.

Het college van burgemeester en wethouders verwerkt de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 10, onderdeel e, die het van de eigenaren of beheerders van woonruimte ontvangt op basis van het schriftelijk verleend mandaat, bedoeld in artikel 10, aanhef, in het bestand, bedoeld in artikel 3.

Artikel 10

Indien de bevoegdheid tot het verlenen van een huisvestingsvergunning op basis van artikel 19 van de Huisvestingswet 2014 door het college van burgemeester en wethouders is gemandateerd aan eigenaren of beheerders van woonruimte, geldt dat deze eigenaren of beheerders:

Hoofdstuk 5. Inzage bij bezwaar en beroep

Artikel 11

1.

De burgemeester verleent op verzoek van het bestuursorgaan dat belast is met de beslissing op bezwaar inzage in de in het bestand, bedoeld in artikel 7, opgenomen persoonsgegevens over de woningzoekende waarop het bezwaar tegen het besluit op de aanvraag van een huisvestingsvergunning, betrekking heeft.

2.

De burgemeester verleent op verzoek van de bestuursrechter inzage in de in het bestand, bedoeld in artikel 7, opgenomen persoonsgegevens van de woningzoekende waarop het beroep tegen de beslissing, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft.

Hoofdstuk 6. Maatregelen op het gebied van beveiliging en toezicht

Artikel 12

1.

De burgemeester draagt er zorg voor dat de beveiliging van het bestand, bedoeld in artikel 7, voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens artikel 13 van de Wet bescherming persoonsgegevens.

2.

Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat:

3.

De functionaris voor de gegevensbescherming rapporteert jaarlijks zijn bevindingen over het rechtmatig gebruik van het bestand, bedoeld in artikel 3, het bestand, bedoeld in artikel 7, en het bestand, bedoeld in artikel 8, vierde lid, aan de gemeenteraad. Daarna worden de persoonsgegevens verwijderd uit het bestand, bedoeld in artikel 8, vierde lid, en vernietigd.

Hoofdstuk 7. Vernietigen en bewaren van persoonsgegevens

Artikel 13

1.

Het college van burgemeester en wethouders stelt de burgemeester in kennis van het onherroepelijk worden van het besluit tot het al dan niet verlenen van de huisvestingsvergunning.

2.

De burgemeester verwijdert en vernietigt na het onherroepelijk worden van het besluit tot het al dan niet verlenen van de huisvestingsvergunning de daarop betrekking hebbende persoonsgegevens uit het bestand, bedoeld in artikel 7.

3.

Het college van burgemeester en wethouders draagt er zorg voor dat:

Hoofdstuk 8. Wijziging van het Besluit politiegegevens

Artikel 14

Wijzigt het Besluit politiegegevens.

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Artikel 15

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 23 augustus 2016 tot wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek in verband met de selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag (Stb. 2016, 329) in werking treedt.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verwerking persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)