Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017
Gelet op artikel 25 van de Verordening op de praktijkopleidingen;
Stelt de volgende nadere voorschriften vast:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:
- –. accountant: accountant als bedoeld in artikel 1 van de wet;
- –. accountantsafdeling: accountantsafdeling als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- –. accountantspraktijk: accountantspraktijk als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de ledengroepen;
- –. assurance-opdracht: assurance-opdracht als bedoeld in artikel 1 van de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten;
- –. begeleidingsdag: begeleidingsdag als bedoeld in de eindtermen;
- –. beginnend beroepsbeoefenaar: beginnend beroepsbeoefenaar als bedoeld in de eindtermen;
- –. beoordelaar: beoordelaar als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de verordening;
- –. CEA: Commissie eindtermen accountantsopleidingen, bedoeld in artikel 49, eerste lid van de wet;
- –. controle-opdracht: opdracht als bedoeld in artikel 1, onderdeel o of onderdeel p, van de Wet toezicht accountantsorganisaties, in deze nadere voorschriften tevens aangeduid als jaarrekeningcontrole;
- –. eindtermen: eindtermen bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel a, van de wet;
- –. examen: examen bedoeld in artikel 47, eerste lid, tweede volzin van de wet;
- –. ICAIS-opdracht: door trainee uit te werken opdracht in het kader van het kernvakgebied Internal Control & Accounting Information Systems, bedoeld in de eindtermen;
- –. intervisiecoach: begeleider van een intervisiegesprek;
- –. intervisiegesprek: groepsgesprek tussen trainees onder begeleiding van een intervisiecoach, waarin aangelegenheden worden besproken waartegen de trainee aanloopt bij de uitvoering van de werkzaamheden in het kader van de praktijkopleiding;
- –. periodieke rapportage: periodieke rapportage als bedoeld in artikel 12, tweede lid van de verordening;
- –. onderwijsinstelling: instelling die een opleiding aanbiedt die beschikt over een aanwijzing als bedoeld in artikel 49, tweede lid, onderdeel b van de wet;
- –. oriëntatie Accountancy-MKB: oriëntatie Accountancy-MKB als bedoeld in de eindtermen;
- –. *oriëntatie Assurance: * oriëntatie Assurance als bedoeld in de eindtermen;
- –. overige assurance opdracht: een assurance-opdracht anders dan een controle-opdracht;
- –. overige instellingen: instellingen gericht op ondersteuning van de uitoefening van het accountantsberoep of het accountancyonderwijs, niet uitgevoerd door een onderwijsinstelling;
- –. portfolio: portfolio als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de verordening;
- –. praktijkbegeleider: praktijkbegeleider als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de verordening;
- –. praktijkopleiding: praktijkopleiding als bedoeld in artikel 47 van de wet;
- –. referaat: referaat als bedoeld in artikel 1 van de Verordening op de geldelijke bijdragen praktijkopleidingen;
- –. simulatieopdracht: opdracht die wordt uitgevoerd in een simulatieomgeving;
- –. stagebureau: stagebureau als bedoeld in artikel 5, eerste lid van de verordening;
- –. trainee: trainee als bedoeld in artikel 1 van de verordening;
- –. trainingsdag: bijeenkomst die bijdraagt aan de ontwikkeling van de beroepshouding en -vaardigheden van de trainee die nodig zijn voor de uitoefening van het accountantsberoep;
- –. verordening: Verordening op de praktijkopleidingen;
- –. werkdomein: het geheel van samenhangende werkzaamheden met betrekking tot de uitvoering van een opdracht voor een cliënt;
- –. wet: Wet op het accountantsberoep.
Artikel 2
Een trainee volgt de praktijkopleiding in de oriëntatie Assurance of in de oriëntatie Accountancy-MKB.
Artikel 3
Het bestuur wijst elke trainee toe aan een stagebureau.
Artikel 4
De trainee volgt de praktijkopleiding in een omgeving waar hij werkzaamheden kan verrichten die bijdragen aan het realiseren van de eindtermen die betrekking hebben op de oriëntatie waarin de trainee de praktijkopleiding volgt.
Een stagebureau dat niet is verbonden aan een accountantspraktijk, overlegt aan het bestuur een ingevulde transponeringstabel waaruit blijkt dat de soorten werkzaamheden die trainees uitvoeren, voldoen aan de eisen die bij de eindtermen zijn gesteld.
Het bestuur stelt een model voor de transponeringstabel vast.
Artikel 5
Een trainee volgt de praktijkopleiding onder begeleiding van een praktijkbegeleider.
Een praktijkbegeleider van een trainee is werkzaam bij of verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.
Een trainee die in de organisatie waar hij de praktijkopleiding volgt niet kan beschikken over een praktijkbegeleider die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid, kan gebruik maken van een praktijkbegeleider die niet is verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.
Artikel 6
De praktijkopleiding wordt opgedeeld in drie praktijkopleidingsjaren.
Een praktijkopleidingsjaar omvat twaalf maanden.
Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 1.000 uren aan voor de praktijkopleiding relevante werkzaamheden.
Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 500 uren aan voorgeschreven werkzaamheden als bedoeld in de eindtermen.
Een praktijkopleidingsjaar kan met ten hoogste vier maanden worden verlengd.
In bijzondere omstandigheden kan het bestuur een praktijkopleidingsjaar op schriftelijk verzoek met ten hoogste twaalf maanden verlengen.
Artikel 7
Een trainee legt binnen zeven jaar na aanvang van de praktijkopleiding het examen met goed gevolg af.
De door een trainee afgeronde praktijkopleidingsjaren vervallen, indien de trainee niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 8
De trainee ontwikkelt tijdens zijn praktijkopleiding de vaardigheden, de kennis en de beroepshouding bedoeld in de eindtermen.
In de werkzaamheden van de trainee is gedurende de praktijkopleiding sprake van ontwikkeling, waaronder in elk geval wordt verstaan: meer verantwoordelijkheid, meer zelfstandigheid, meer planning en coördinatie naarmate de praktijkopleiding vordert. Deze ontwikkeling is waarneembaar in de halfjaar- en jaarrapportages, in samenhang met geformuleerde leerdoelstellingen.
Artikel 9
Een trainee houdt zijn portfolio bij in een elektronische leeromgeving.
De elektronische leeromgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het bestuur.
Artikel 10
Een trainee verzoekt het bestuur de praktijkopleiding in het buitenland te mogen volgen.
De trainee kan het portfolio geheel of gedeeltelijk in de Engelse taal opstellen.
De trainee kan het examen in de Engelse taal afleggen.
Artikel 11
De trainee die werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling, gaat met zijn werkgever een praktijkopleidingsovereenkomst aan.
De trainee die werkzaam is op basis van een andere overeenkomst, overlegt een verklaring.
De trainee maakt gebruik van een door het bestuur vastgesteld model voor de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid of de verklaring, bedoeld in het tweede lid.
Hoofdstuk 2. Stagebureaus
Artikel 12
Een stagebureau heeft een stagebestuur.
Een stagebureau beschikt over ten minste een beoordelaar.
Artikel 13
Een stagebestuur wordt benoemd door het hoogste bestuurlijke orgaan van de accountantspraktijk, de onderneming, de instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst, waarbinnen het stagebureau optreedt.
Een stagebestuur heeft ten minste twee leden, waaronder een voorzitter.
De meerderheid van de leden van een stagebestuur is accountant. Indien een stagebestuur uit twee leden bestaat, is ten minste een van de leden accountant.
Een praktijkbegeleider, een beoordelaar, een referaatbegeleider of een intervisiecoach kan geen lid zijn van een stagebestuur van het stagebureau waaraan hij of zij in die hoedanigheid is verbonden.
In afwijking van het vierde lid kan een beoordelaar lid zijn van een stagebestuur, mits:
- a. ten hoogste twaalf trainees verbonden zijn aan het stagebureau;
- b. ten minste de helft van het aantal leden van een stagebestuur, waaronder de voorzitter, geen beoordelaar binnen het desbetreffende stagebureau zijn; en
- c. de benoeming van beoordelaars uitsluitend wordt uitgevoerd door ten minste twee leden van het stagebestuur die geen beoordelaar zijn.
Artikel 14
Een stagebestuur:
- a. draagt zorg voor een goede organisatorische ondersteuning van het stagebureau;
- b. draagt zorg voor een interne organisatie met betrekking tot de praktijkopleiding;
- c. communiceert met interne en externe betrokkenen bij de praktijkopleiding;
- d. draagt zorg voor de coördinatie van de taken van het stagebureau als geheel in het geval het stagebureau meerdere vestigingen heeft;
- e. wijst namens het bestuur beoordelaars, praktijkbegeleiders aan;
- f. kan namens het bestuur intervisiecoaches en referaatbegeleiders aanwijzen;
- g. beoordeelt in het geval een stagebureau niet zelf intervisiegesprekken belegt welke organisatie daarmee wordt belast;
- h. bewaakt de kwaliteit van de praktijkopleiding binnen het stagebureau;
- i. stelt jaarlijks een evaluatie over het eigen functioneren als stagebureau op, waarbij het stagebestuur in elk geval relevante nieuwe ontwikkelingen in regelgeving betrekt; en
- j. beoordeelt het portfolio van een trainee alvorens de trainee wordt toegelaten tot het examen.
Artikel 15
Een stagebureau houdt een register van praktijkbegeleiders en beoordelaars bij.
Een stagebureau houdt van elke trainee die daar aan is toegewezen een praktijkopleidingsdossier bij.
Een stagebureau kan:
- a. trainingsdagen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, organiseren;
- b. nulmetingen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel a, uitvoeren;
- c. intervisiegesprekken beleggen;
- d. een ICAIS-opdracht beoordelen; en
- e. een referaat organiseren.
Een stagebureau houdt de vorderingen in de praktijkopleiding bij van de trainees die aan het stagebureau zijn verbonden.
Artikel 16
Een praktijkopleidingsdossier als bedoeld in artikel 15, tweede lid omvat:
- a. de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in artikel 11, eerste lid, of de verklaring, bedoeld in artikel 11, tweede lid;
- b. een afschrift van het verkortingsverzoek bedoeld in artikel 47 of artikel 48 en daarop betrekking hebbende correspondentie;
- c. het persoonlijk ontwikkelingsplan;
- d. de halfjaarrapportages;
- e. de jaarrapportages;
- f. de rapportages van de praktijkbegeleider;
- g. rapportages en beoordelingen van de beoordelaars;
- h. bewijzen van deelname aan de trainingsdagen;
- i. bewijzen van deelname aan de intervisiegesprekken dan wel een rapportage als bedoeld in artikel 46, derde lid;
- j. bewijzen van deelname aan de begeleidingsdagen (indien van toepassing);
- k. de uitwerking van de ICAIS-opdracht;
- l. de casusbeschrijving; en
- m. het uren- en eindtermenregistratieformulier.;
- n. de correspondentie welke betrekking heeft op de uitvoering van de verordening en de daarop gebaseerde regels; en
- o. formulieren en verklaringen welke een trainee krachtens deze nadere voorschriften heeft moeten overleggen.
Artikel 17
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.