Nadere voorschriften praktijkopleidingen 2017

Type Pbo
Publication 2022-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 25 van de Verordening op de praktijkopleidingen;

Stelt de volgende nadere voorschriften vast:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze nadere voorschriften wordt verstaan onder:

Artikel 2

Een trainee volgt de praktijkopleiding in de oriëntatie Assurance of in de oriëntatie Accountancy-MKB.

Artikel 3

Het bestuur wijst elke trainee toe aan een stagebureau.

Artikel 4
1.

De trainee volgt de praktijkopleiding in een omgeving waar hij werkzaamheden kan verrichten die bijdragen aan het realiseren van de eindtermen die betrekking hebben op de oriëntatie waarin de trainee de praktijkopleiding volgt.

2.

Een stagebureau dat niet is verbonden aan een accountantspraktijk, overlegt aan het bestuur een ingevulde transponeringstabel waaruit blijkt dat de soorten werkzaamheden die trainees uitvoeren, voldoen aan de eisen die bij de eindtermen zijn gesteld.

3.

Het bestuur stelt een model voor de transponeringstabel vast.

Artikel 5
1.

Een trainee volgt de praktijkopleiding onder begeleiding van een praktijkbegeleider.

2.

Een praktijkbegeleider van een trainee is werkzaam bij of verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.

3.

Een trainee die in de organisatie waar hij de praktijkopleiding volgt niet kan beschikken over een praktijkbegeleider die voldoet aan het bepaalde in het tweede lid, kan gebruik maken van een praktijkbegeleider die niet is verbonden aan de organisatie waar de trainee de praktijkopleiding volgt.

Artikel 6
1.

De praktijkopleiding wordt opgedeeld in drie praktijkopleidingsjaren.

2.

Een praktijkopleidingsjaar omvat twaalf maanden.

3.

Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 1.000 uren aan voor de praktijkopleiding relevante werkzaamheden.

4.

Een trainee besteedt in een praktijkopleidingsjaar ten minste 500 uren aan voorgeschreven werkzaamheden als bedoeld in de eindtermen.

5.

Een praktijkopleidingsjaar kan met ten hoogste vier maanden worden verlengd.

6.

In bijzondere omstandigheden kan het bestuur een praktijkopleidingsjaar op schriftelijk verzoek met ten hoogste twaalf maanden verlengen.

Artikel 7
1.

Een trainee legt binnen zeven jaar na aanvang van de praktijkopleiding het examen met goed gevolg af.

2.

De door een trainee afgeronde praktijkopleidingsjaren vervallen, indien de trainee niet voldoet aan het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 8
1.

De trainee ontwikkelt tijdens zijn praktijkopleiding de vaardigheden, de kennis en de beroepshouding bedoeld in de eindtermen.

2.

In de werkzaamheden van de trainee is gedurende de praktijkopleiding sprake van ontwikkeling, waaronder in elk geval wordt verstaan: meer verantwoordelijkheid, meer zelfstandigheid, meer planning en coördinatie naarmate de praktijkopleiding vordert. Deze ontwikkeling is waarneembaar in de halfjaar- en jaarrapportages, in samenhang met geformuleerde leerdoelstellingen.

Artikel 9
1.

Een trainee houdt zijn portfolio bij in een elektronische leeromgeving.

2.

De elektronische leeromgeving, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door het bestuur.

Artikel 10
1.

Een trainee verzoekt het bestuur de praktijkopleiding in het buitenland te mogen volgen.

2.

De trainee kan het portfolio geheel of gedeeltelijk in de Engelse taal opstellen.

3.

De trainee kan het examen in de Engelse taal afleggen.

Artikel 11
1.

De trainee die werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst of een aanstelling, gaat met zijn werkgever een praktijkopleidingsovereenkomst aan.

2.

De trainee die werkzaam is op basis van een andere overeenkomst, overlegt een verklaring.

3.

De trainee maakt gebruik van een door het bestuur vastgesteld model voor de praktijkopleidingsovereenkomst, bedoeld in het eerste lid of de verklaring, bedoeld in het tweede lid.

Hoofdstuk 2. Stagebureaus

Artikel 12
1.

Een stagebureau heeft een stagebestuur.

2.

Een stagebureau beschikt over ten minste een beoordelaar.

Artikel 13
1.

Een stagebestuur wordt benoemd door het hoogste bestuurlijke orgaan van de accountantspraktijk, de onderneming, de instelling of de Rijksoverheid en een daarmee gelijk te stellen dienst, waarbinnen het stagebureau optreedt.

2.

Een stagebestuur heeft ten minste twee leden, waaronder een voorzitter.

3.

De meerderheid van de leden van een stagebestuur is accountant. Indien een stagebestuur uit twee leden bestaat, is ten minste een van de leden accountant.

4.

Een praktijkbegeleider, een beoordelaar, een referaatbegeleider of een intervisiecoach kan geen lid zijn van een stagebestuur van het stagebureau waaraan hij of zij in die hoedanigheid is verbonden.

5.

In afwijking van het vierde lid kan een beoordelaar lid zijn van een stagebestuur, mits:

Artikel 14

Een stagebestuur:

Artikel 15
1.

Een stagebureau houdt een register van praktijkbegeleiders en beoordelaars bij.

2.

Een stagebureau houdt van elke trainee die daar aan is toegewezen een praktijkopleidingsdossier bij.

3.

Een stagebureau kan:

4.

Een stagebureau houdt de vorderingen in de praktijkopleiding bij van de trainees die aan het stagebureau zijn verbonden.

Artikel 16

Een praktijkopleidingsdossier als bedoeld in artikel 15, tweede lid omvat:

Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.