← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 25 januari 2017, houdende wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag en enige andere wetten in verband met de verlaging van de leeftijd waarop men recht heeft op het volwassenminimumloon, in verband met stukloon en meerwerk en enige andere wijzigingen

Geldende tekst a fecha 2019-01-01

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag te herzien door middel van een verlaging van de leeftijd waarop aanspraak bestaat op het volledige minimumloon, alsmede het creëren van een wettelijke grondslag voor betaling van minimumloon over meerwerk en de betaling op basis van stukloon aan te passen, ten einde te zorgen voor een sociaal aanvaardbare tegenprestatie voor de verrichte arbeid;

Zo is het dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel II

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel III

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

Artikel IV

Wijzigt de Toeslagenwet.

Artikel V

Wijzigt de Participatiewet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet.

Artikel VI

Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

Artikel VII

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel VIII

Wijzigt de Wet aanpak schijnconstructies.

Artikel IX

Wijzigt het Burgerlijk Wetboek Boek 7.

Artikel X

Wijzigt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel XI

Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Participatiewet, de Werkloosheidswet, de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, en de Ziektewet.

Artikel XII

Wijzigt de Wet studiefinanciering 2000.

Artikel XIII

Wijzigt de Toeslagenwet.

Artikel XIV

Wijzigt de Wet tegemoetkomingen loondomein.

Artikel XV

Wijzigt de Wet tegemoetkomingen loondomein.

Artikel XVI

Wijzigt de Wet tegemoetkomingen loondomein.

Artikel XVII

Wijzigt de Wet tegemoetkomingen loondomein.

Artikel XVIII
1.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de bedragen, genoemd in de artikelen 2, tweede en zevende lid, en 44f, van de Toeslagenwet eenmalig aanpassen aan de wijziging van de bedragen op grond van artikel 9 van de Toeslagenwet en indien de percentages van het minimumloon op grond van artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden gewijzigd na de datum van inwerkingtreding van artikel IV, onderdelen B en C, van deze wet.

2.

Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan de bedragen, genoemd in artikel 2, tweede en zevende lid, van de Toeslagenwet eenmalig aanpassen aan de wijziging van de bedragen op grond van artikel 9 van de Toeslagenwet en indien de percentages van het minimumloon op grond van artikel 8, derde lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden gewijzigd na de dag waarop artikel I, onderdeel B, twee jaar in werking is getreden.

3.

Dit artikel vervalt 2 jaar en zes maanden na de inwerkingtreding van artikel XIII.

Artikel XIX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 12, eerste lid, van de Wet raadgevend referendum.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden