← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 februari 2017, nr. WJZ/16156007, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het voorjaar van 2017 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017)

Geldende tekst a fecha 2019-01-01

Gelet op artikelen 1, tweede lid, 2, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 3, eerste lid, onderdelen a en c, tweede lid, onderdeel b, derde lid, onderdeel c, vierde en zesde lid, 7, 8, 10, eerste en derde lid, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, vijfde lid, 15, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 25, 27, eerste en derde lid, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende lid, 42, 43a, eerste en derde lid, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 56, eerste en derde lid, 59, tweede lid, 61, eerste en derde lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Algemene bepalingen

Artikel 2
1.

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, 16, 18, 20, 22, 24, eerste lid, 26, eerste lid, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48, en 50, die is aangevraagd in de periode van 7 maart 2017, 09:00 uur, tot 30 maart 2017, 17:00 uur, bedraagt € 6.000.000.000.

2.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3.

Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4.

De minister beslist afwijzend op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid indien geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5.

Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,– wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidieontvanger en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger binnen vier weken na afgifte van de beschikking heeft aangetoond dat een bankgarantie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de uitvoeringsovereenkomst is afgegeven.

6.

Het vijfde lid is niet van toepassing op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, onderdeel a, van de Elektriciteitswet 1998 en op een productie-installatie als bedoeld in artikel 32, eerste lid.

7.

Indien voor dezelfde periode, of gedeeltelijk voor dezelfde periode, meer beschikkingen zijn afgegeven voor dezelfde productie-installatie en dezelfde soort hernieuwbare energie, worden voor de toepassing van het vijfde lid de subsidies die de subsidieontvanger ontvangt, bedoeld in artikel 15 of 48 van het besluit, van de beschikkingen waarvan de periode waarover subsidie wordt verstrekt nog niet zijn aangevangen bij elkaar opgeteld.

Artikel 3
1.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 24, eerste lid, 32, eerste lid, onderdeel a, 42, eerste lid, 44, eerste lid, en 46, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het besluit.

2.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 4, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel c, van het besluit.

4.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, en 36, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het besluit.

5.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 34, onderdeel c, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel b, van het besluit.

6.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, onderdeel b, 6, 20, 22, 24, eerste lid, 32, eerste lid, 34, onderdelen b en c, 36, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48 en 50, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit.

7.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, 16 en 18 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 15, derde, vierde en zesde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 15, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

8.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 20, 22, 24, eerste lid, en 26, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 32, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

9.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 20 en 24, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zesde lid, van het besluit.

10.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 48 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 32, zevende lid van het besluit.

11.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, 30, eerste lid, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48 en 50 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde en vierde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal geproduceerde kWh van het volgende jaar kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, vierde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt.

12.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 32, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit met dien verstande dat het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, bedoeld in artikel 48, derde lid, van het besluit, wordt gemaximeerd op 25% van het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt zonder het daarbij opgetelde verschil in kWh vanwege minder geproduceerde kWh in voorgaande jaren. Het verschil in kWh dat bij het aantal kWh dat het volgende jaar voor subsidie in aanmerking komt kan worden opgeteld, kan alleen in dit volgende jaar worden benut en kan pas worden benut als het aantal kWh dat het desbetreffende jaar voor subsidie in aanmerking komt volledig is benut.

13.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, eerste lid, 38, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 48, en 50 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 48, zevende lid van het besluit.

14.

Productie-installaties als bedoeld in de artikelen 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 20, 24, eerste lid, 42, eerste lid, 46, eerste lid, en 48 worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

§ 3. Categorieën

§ 3.1. Hernieuwbare elektriciteit

§ 3.1.1. Waterkracht

Artikel 4

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:

Artikel 5
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 4 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 4, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 6

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie, dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

Artikel 7
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 6 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 6, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.3. Wind op land

Artikel 8
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in de artikelen 10 of 12, die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van:

2.

De productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, is niet opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone.

3.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 9
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 8, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.4. Wind op primaire waterkering

Artikel 10
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die is opgericht binnen de beschermingszones van een verbindende waterkering als bedoeld in paragraaf 2.7 van bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen dan wel binnen de kernzone of binnen de beschermingszone aan de waterkant van een primaire waterkering grenzend aan de Noordzee, de Westerschelde, de Oosterschelde, de Waddenzee, de Dollard of de Eems die wordt gerealiseerd op een locatie die overeenkomstig de lijst van gemeenten, bedoeld in bijlage 2, een windsnelheid heeft van:

2.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 11
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 10, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 10, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.5. Wind in meer

Artikel 12
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie, en waarvan de fundering volledig in het water van een meer van minimaal één vierkante kilometer staat, waarbij het hart van de fundering op een afstand van ten minste 25 meter van de waterkant staat.

2.

Indien de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, bedoeld in het eerste lid, wordt opgericht op een locatie waar op het moment van aanvragen één of meer windturbines staan of hebben gestaan, verstrekt de minister de subsidie, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend indien:

Artikel 13
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 12, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 12, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.6. Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 14

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

Artikel 15
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 14 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 14, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.7. Osmose

Artikel 16

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

Artikel 17
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 16 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 16, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.1.8. Vrije stromingsenergie en golfenergie

Artikel 18

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

Artikel 19
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 18 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 18, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2. Hernieuwbaar gas

§ 3.2.1. Biomassavergisting

Artikel 20

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:

Artikel 21
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 20 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 20, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 22

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

Artikel 23
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 22 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 22, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.2.3. Verlengde levensduur bestaande installaties

Artikel 24
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van de MEP of OV-MEP ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Indien de aanvrager, in aanvulling op de subsidie, bedoeld in het eerste lid, op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014 of artikel 44 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

Artikel 25
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 24, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 24, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.2.4. Biomassavergassing

Artikel 26
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas, niet zijnde biosyngas, geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

Artikel 27
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 26, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 26, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

§ 3.3.1. Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte

Artikel 28
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 29
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 28, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.2. Ketel industriële stoom uit houtpellets

Artikel 30
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van industriële stoom door middel van verbranding van houtpellets, in een ketel met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 5 MW waarin:

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat in voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

Artikel 31
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 30, eerste lid, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt.

2.

De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.3. Bij- en meestook van biomassa in kolencentrales

Artikel 32
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biomassa geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 100 MW voor de productie van elektriciteit door middel van kolen en die voldoet aan het netto elektrische rendement, bedoeld in artikel 5.12a, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer,

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat voldoende aannemelijk wordt gemaakt dat de gebruikte biomassa, niet zijnde vloeibare biomassa, voldoet aan artikel 7 van de algemene uitvoeringsregeling.

4.

Indien sprake is van productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte verstrekt de minister subsidie voor de geproduceerde hernieuwbare elektriciteit en 15% van de geproduceerde en nuttig aangewende hernieuwbare warmte.

5.

De maximale productie, bedoeld in artikel 2, vijfde lid, van het besluit, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte op grond van het eerste lid, bedraagt 347.653.251 kWh.

Artikel 33
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt voor een periode van 8 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 32, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik of opnieuw in gebruik voor de meestook van biomassa.

§ 3.3.4. Geothermie warmte

Artikel 34

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:

Artikel 35
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 34 wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 34, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.5. Ketel vloeibare biomassa warmte

Artikel 36
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 37
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 36, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 36, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.6. Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 38
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 10% bedraagt.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

Artikel 39
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 38, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 38, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.7. Zonthermie

Artikel 40
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 140 kW.

2.

Het vermogen in kW van de productie-installatie, bedoeld in het eerste lid, is gelijk aan de apertuuroppervlakte in vierkante meter vermenigvuldigd met een factor 0,7.

3.

Subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt niet verstrekt indien reeds op basis van artikel 4.5.2. van de Regeling nationale EZ-subsidies subsidie is verstrekt.

Artikel 41
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 40, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 40, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.8. Verlengde levensduur vergisting van biomassa gecombineerde opwekking

Artikel 42
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van de MEP of OV-MEP ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

Artikel 43
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 42, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 42, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.3.9. Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa

Artikel 44
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, of hernieuwbare elektriciteit, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP-subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MW en voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch rendement ten minste 6% bedraagt, en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van de MEP ten minste zeven jaar daarvoor is aangevangen.

2.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3.

Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

Artikel 45
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP eindigt op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie als bedoeld in artikel 44, eerste lid, aanvangt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

§ 3.3.10. Verlengde levensduur biomassa warmte

Artikel 46
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie waarvoor op grond van de MEP of OV-MEP subsidie van meer dan € 0,– is ontvangen en waarvoor op het moment van aanvraag de subsidieperiode op grond van de MEP of OV-MEP ten minste 7 jaar daarvoor is aangevangen:

2.

Indien de aanvrager in aanvulling op de subsidie op grond van de MEP of OV-MEP, subsidie heeft ontvangen op grond van artikel 116, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2012, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013, artikel 72, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2014, of artikel 44, eerste lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2015 eindigt de subsidieperiode van deze subsidie in ieder geval op het moment dat de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van het eerste lid aanvangt.

Artikel 47
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 46, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt. De periode vangt niet eerder aan dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan en de subsidieperiode van de subsidie verstrekt op grond van de MEP of OV-MEP, ten minste 10 jaar daarvoor is aangevangen.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.11. Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

Artikel 48

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:

Artikel 49
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 48 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 48, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 3.3.12. Rioolwaterzuiveringsinstallaties thermofiele gisting van secundair slib

Artikel 50

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uit biogas dat vrijkomt ten gevolge van biologische afbraakreacties bij de thermofiele gisting van zuiveringsslib dat voor ten minste 50% bestaat uit secundair slib, waarbij sprake is van een centrale productie-installatie waarvoor het slib grotendeels extern wordt aangevoerd van een of meer andere rioolwaterzuiveringsinstallaties en waarbij ten minste de vergister zelf nieuw is.

Artikel 51
1.

Subsidie als bedoeld in artikel 50 wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 50, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 52
1.

Voor de fase genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel wordt:

1 2 3 4
fase datum openstelling fasebedrag fasebedrag hernieuwbaar gas
1 7 maart, 9:00 uur € 0,090/kWh € 0,064/kWh
2 13 maart, 17:00 uur € 0,110/kWh € 0,078/kWh
3 20 maart, 17:00 uur € 0,130/kWh € 0,092/kWh
2.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 4, 6, 8, eerste lid, 10, eerste lid, 12, eerste lid, 14, 16, 18, 28, eerste lid, 30, eerste lid, 32, eerste lid, 34, 36, eerste lid, 38, eerste lid, 40, eerste lid, 42, eerste lid, 44, eerste lid, 46, eerste lid, 48 en 50, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

3.

In afwijking van de fasebedragen genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid geldt voor de productiecategorieën, bedoeld in de artikelen 20, 22, 24, eerste lid en 26, eerste lid, het fasebedrag in euro per kWh in drie decimalen dat door de aanvrager bij de aanvraag in een fase is ingediend, mits dat bedrag per kWh lager is dan het fasebedrag, genoemd in de vierde kolom van de tabel in het eerste lid dat voor de fase waarin de aanvraag is ingediend van toepassing is.

4.

Voor de vergelijking van de fasebedragen, bedoeld in artikel 58, tweede lid, van het besluit bedraagt het fasebedrag voor de productie van hernieuwbaar gas het fasebedrag gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen, tenzij het fasebedrag gelijk is aan het fasebedrag in de vierde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel, in welk geval het fasebedrag van de derde kolom geldt.

§ 5. Maximaal aantal vollasturen, basiselektriciteits- en basisenergieprijzen, basisbedragen en correctiebedragen

§ 5.1. Hernieuwbare elektriciteit

Artikel 53

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basiselektriciteitsprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2017 in eur/kWh
Artikel 4, onderdeel a Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm 0,130 5.700 0,031 0,032
Artikel 4, onderdeel b Waterkracht, valhoogte ≥ 50 cm, renovatie 0,100 2.600 0,031 0,032
Artikel 6 Afval- of rioolwaterzuiveringsinstallatie (thermische drukhydrolyse) 0,084 8.000 0,031 0,032
Artikel 8, eerste lid, onderdeel a Wind op land, ≥ 8,0 m/s 0,064 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 8, eerste lid, onderdeel b Wind op land, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,070 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 8, eerste lid, onderdeel c Wind op land, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,075 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 8, eerste lid, onderdeel d Wind op land, < 7,0 m/s 0,085 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 10, eerste lid, onderdeel a Wind op primaire waterkeringen, ≥ 8,0 m/s 0,069 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 10, eerste lid, onderdeel b Wind op primaire waterkeringen, ≥ 7,5 en < 8,0 m/s 0,075 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 10, eerste lid, onderdeel c Wind op primaire waterkeringen, ≥ 7,0 en < 7,5 m/s 0,080 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 10, eerste lid, onderdeel d Wind op primaire waterkeringen, < 7,0 m/s 0,091 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 12, eerste lid Wind in meer, water ≥ 1 km2 0,104 netto P50-waarde vollasturen 0,025 0,028
Artikel 14 Fotovoltaïsche zonnepanelen, ≥ 15 kWp en aansluiting 3*80A 0,125 950 0,026 0,033
Artikel 16 Osmose 0,130 8.000 0,031 0,032
Artikel 18 Vrije stromingsenergie, valhoogte < 50 cm en golfenergie 0,130 3.700 0,031 0,032

§ 5.2. Hernieuwbaar gas

Artikel 54
1.

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisenergieprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2017 in eur/kWh
Artikel 20, onderdeel a Allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,058 8.000 0,015 0,016
Artikel 20, onderdeel b Vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,074 8.000 0,015 0,016
Artikel 20, onderdeel c Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest ≤ 400 kW (hernieuwbaar gas) 0,088 8.000 0,015 0,016
Artikel 22 Afval- of rioolwaterzuiveringsinstallatie (hernieuwbaar gas) 0,031 8.000 0,015 0,016
Artikel 24, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (hernieuwbaar gas) 0,055 8.000 0,015 0,016
Artikel 24, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (hernieuwbaar gas) 0,063 8.000 0,015 0,016
Artikel 26, eerste lid Biomassavergassing (≥95% biogeen) 0,092 7.500 0,015 0,016
2.

Het basisbedrag wordt voor de toepassing van artikel 58, tweede lid, van het besluit, voor een productie-installatie als bedoeld in de artikelen 20, 22, 24, eerste lid, en 26, eerste lid, vastgesteld op het in de derde kolom van de in het eerste lid opgenomen tabel genoemde bedrag, gedeeld door een correctiefactor van 0,706 en afgerond op drie decimalen.

§ 5.3. Hernieuwbare warmte en (gecombineerde) opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

Artikel 55

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt:

1 2 3 4 5 6
Artikel regeling Categorie Basisbedrag in eur/kWh Vollasturen Basisprijs in eur/kWh Voorlopig correctiebedrag 2017 in eur/kWh
Artikel 28, eerste lid, onderdeel a Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 0,5 en < 5 MWth 0,055 3.000 0,028 0,029
Artikel 28, eerste lid, onderdeel b Ketel op vaste of vloeibare biomassa, ≥ 5 MWth 0,043 7.000 0,012 0,012
Artikel 30, eerste lid Warmte, Industriële stoomproductie uit houtpellets ≥ 5 MWth 0,062 7.000 0,012 0,012
Artikel 32, eerste lid onderdeel a Bestaande capaciteit voor bij- en meestook 0,108 5.839 0,031 0,032
Artikel 32, eerste lid, onderdeel b Nieuwe capaciteit voor meestook 0,111 7.000 0,031 0,032
Artikel 34, onderdelen, a, b en c Geothermie warmte, diepte ≥ 500 meter 0,053 5.500 0,012 0,012
Artikel 34, onderdeel d Geothermie warmte, diepte ≥ 3.500 meter 0,057 7.000 0,012 0,012
Artikel 36, eerste lid Ketel op vloeibare biomassa 0,070 7.000 0,022 0,023
Artikel 38, eerste lid Thermische conversie van biomassa, ≤ 100 MWe 0,053 7.500 0,014 0,015
Artikel 40, eerste lid Zonthermie 0,095 700 0,028 0,029
Artikel 42, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (WKK) 0,067 7.464 0,021 0,022
Artikel 42, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (WKK) 0,077 7.464 0,021 0,022
Artikel 44, eerste lid Verlengde levensduur thermische conversie biomassa ≤ 50 MW 0,061 4.429 0,019 0,019
Artikel 46, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting (warmte) 0,055 7.000 0,012 0,012
Artikel 46, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur vergisting en covergisting van dierlijke mest (warmte) 0,064 7.000 0,012 0,012
Artikel 48, onderdeel a Warmte allesvergisting 0,058 7.000 0,022 0,023
Artikel 48, onderdeel b Warmte vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,075 7.000 0,022 0,023
Artikel 48, onderdeel c Gecombineerde opwekking allesvergisting 0,065 7.436 0,021 0,022
Artikel 48, onderdeel d Gecombineerde opwekking vergisting en covergisting van dierlijke mest 0,085 7.433 0,021 0,022
Artikel 48, onderdeel e Gecombineerde opwekking vergisting van meer dan 95% dierlijke mest ≤ 400 kW 0,125 7.200 0,030 0,031
Artikel 48, onderdeel f Warmte vergisting van meer dan 95% dierlijke mest ≤ 400 kW 0,102 7.000 0,022 0,023
Artikel 50 Rioolwaterzuiveringsinstallatie (Thermofiele gisting van secundair slib) 0,048 5.729 0,023 0,024

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 56
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2017.

Artikel 57

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017.

Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017

Uitvoeringsovereenkomst tot zekerheid van het aanvangen van de activiteiten ter zake waarvan meer dan € 400 miljoen subsidie is verleend op basis van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017

(hierna te samen ook te noemen: Partijen);

overwegen:

Partijen komen daartoe het volgende overeen:

Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen vier weken nadat de Beschikking is afgegeven ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

Artikel 3. Vrijval van de garantie

Artikel 4. Boetes

Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst

Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen

Artikel 7. Rechtskeuze

Artikel 8. Citeertitel

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te ’s-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Model bankgarantie

DE ONDERGETEKENDE,

....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,

IN AANMERKING NEMENDE DAT:

VERKLAART ALS VOLGT

Getekend te

op

De Bank

Bijlage 2. behorende bij de artikelen 8 en 10 van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie voorjaar 2017

Gemeentenaam Provincie Windcategorie
Ameland Friesland ≥ 8,0 m/s
Bergen (NH.) Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
De Marne Groningen ≥ 8,0 m/s
Den Helder Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
Dongeradeel Friesland ≥ 8,0 m/s
Eemsmond Groningen ≥ 8,0 m/s
Ferwerderadiel Friesland ≥ 8,0 m/s
Franekeradeel Friesland ≥ 8,0 m/s
Harlingen Friesland ≥ 8,0 m/s
het Bildt Friesland ≥ 8,0 m/s
Hollands Kroon Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
Leeuwarderadeel Friesland ≥ 8,0 m/s
Menameradiel Friesland ≥ 8,0 m/s
Noordwijk Zuid-Holland ≥ 8,0 m/s
Schagen Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
Schiermonnikoog Friesland ≥ 8,0 m/s
Súdwest-Fryslân Friesland ≥ 8,0 m/s
Terschelling Friesland ≥ 8,0 m/s
Texel Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
Vlieland Friesland ≥ 8,0 m/s
Zandvoort Noord-Holland ≥ 8,0 m/s
Achtkarspelen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Alkmaar Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Appingedam Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Bedum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Beemster Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Beverwijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Bloemendaal Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Castricum Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Dantumadiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
De Fryske Marren Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Delfzijl Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Drechterland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Edam-Volendam Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Enkhuizen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Goeree-Overflakkee Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Grootegast Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heemskerk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heerenveen Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heerhugowaard Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Heiloo Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hillegom Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Hoorn Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Katwijk Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Koggenland Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Kollumerland c.a. Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Langedijk Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Leek Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Leeuwarden Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Lisse Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Littenseradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Loppersum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Marum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Medemblik Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noord-Beveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordoostpolder Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Noordwijkerhout Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Oldambt Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opmeer Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Opsterland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Schouwen-Duiveland Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Slochteren Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Smallingerland Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Stede Broec Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Ten Boer Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Tytsjerksteradiel Friesland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Uitgeest Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Urk Flevoland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Veere Zeeland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Velsen Noord-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Wassenaar Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westland Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Westvoorne Zuid-Holland ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Winsum Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Zuidhorn Groningen ≥ 7,5 en < 8,0 m/s
Aa en Hunze Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalburg Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Aalten Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Almere Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alphen aan den Rijn Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amstelveen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Amsterdam Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Assen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Bellingwedde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Binnenmaas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Bodegraven-Reeuwijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borger-Odoorn Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Borsele Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Brielle Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Coevorden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Cromstrijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Culemborg Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dalfsen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Ronde Venen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
De Wolden Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Delft Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Diemen Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Dronten Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Emmen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Geldermalsen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Giessenlanden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Goes Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Gouda Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Groningen Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlem Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlemmerliede en Spaarnwoude Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haarlemmermeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardenberg Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hardinxveld-Giessendam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Haren Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Heemstede Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hellevoetsluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoogeveen Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hoogezand-Sappemeer Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Hulst Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
IJsselstein Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kaag en Braassem Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kampen Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Kapelle Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Korendijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Krimpenerwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Landsmeer Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lansingerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leerdam Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiden Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leiderdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Leidschendam-Voorburg Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lelystad Flevoland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lingewaal Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Lopik Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Maassluis Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Menterwolde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Meppel Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Middelburg Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Delfland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Midden-Drenthe Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Moerdijk Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Molenwaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Montfoort Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Neerijnen Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nieuwkoop Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Nissewaard Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Noordenveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oegstgeest Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oost Gelre Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ooststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oostzaan Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oud-Beijerland Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Ouder-Amstel Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Oudewater Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pekela Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Pijnacker-Nootdorp Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Purmerend Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Reimerswaal Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rijswijk Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Rotterdam-West (wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
’s-Gravenhage Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Sluis Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stadskanaal Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Staphorst Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenbergen Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Steenwijkerland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Stichtse Vecht Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Strijen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Terneuzen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Teylingen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tholen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Tynaarlo Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Uithoorn Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Veendam Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vianen Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vlagtwedde Groningen ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Vlissingen Zeeland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Voorschoten Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waddinxveen Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Waterland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weesp Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Westerveld Drenthe ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Weststellingwerf Friesland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Woerden Utrecht ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Wormerland Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Woudrichem Noord-Brabant ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaanstad Noord-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zaltbommel Gelderland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zederik Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoetermeer Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zoeterwoude Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zuidplas Zuid-Holland ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwartewaterland Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Zwolle Overijssel ≥ 7,0 en < 7,5 m/s
Alblasserdam Zuid-Holland < 7,0 m/s
Albrandswaard Zuid-Holland < 7,0 m/s
Almelo Overijssel < 7,0 m/s
Alphen-Chaam Noord-Brabant < 7,0 m/s
Amersfoort Utrecht < 7,0 m/s
Apeldoorn Gelderland < 7,0 m/s
Arnhem Gelderland < 7,0 m/s
Asten Noord-Brabant < 7,0 m/s
Baarle-Nassau Noord-Brabant < 7,0 m/s
Baarn Utrecht < 7,0 m/s
Barendrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s
Barneveld Gelderland < 7,0 m/s
Beek Limburg < 7,0 m/s
Beesel Limburg < 7,0 m/s
Bergeijk Noord-Brabant < 7,0 m/s
Bergen (L.) Limburg < 7,0 m/s
Berg en Dal Gelderland < 7,0 m/s
Bergen op Zoom Noord-Brabant < 7,0 m/s
Berkelland Gelderland < 7,0 m/s
Bernheze Noord-Brabant < 7,0 m/s
Best Noord-Brabant < 7,0 m/s
Beuningen Gelderland < 7,0 m/s
Bladel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Blaricum Noord-Holland < 7,0 m/s
Boekel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Borne Overijssel < 7,0 m/s
Boxmeer Noord-Brabant < 7,0 m/s
Boxtel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Breda Noord-Brabant < 7,0 m/s
Bronckhorst Gelderland < 7,0 m/s
Brummen Gelderland < 7,0 m/s
Brunssum Limburg < 7,0 m/s
Bunnik Utrecht < 7,0 m/s
Bunschoten Utrecht < 7,0 m/s
Buren Gelderland < 7,0 m/s
Capelle aan den IJssel Zuid-Holland < 7,0 m/s
Cranendonck Noord-Brabant < 7,0 m/s
Cuijk Noord-Brabant < 7,0 m/s
De Bilt Utrecht < 7,0 m/s
Deurne Noord-Brabant < 7,0 m/s
Deventer Overijssel < 7,0 m/s
Dinkelland Overijssel < 7,0 m/s
Doesburg Gelderland < 7,0 m/s
Doetinchem Gelderland < 7,0 m/s
Dongen Noord-Brabant < 7,0 m/s
Dordrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s
Drimmelen Noord-Brabant < 7,0 m/s
Druten Gelderland < 7,0 m/s
Duiven Gelderland < 7,0 m/s
Echt-Susteren Limburg < 7,0 m/s
Ede Gelderland < 7,0 m/s
Eemnes Utrecht < 7,0 m/s
Eersel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Eijsden-Margraten Limburg < 7,0 m/s
Eindhoven Noord-Brabant < 7,0 m/s
Elburg Gelderland < 7,0 m/s
Enschede Overijssel < 7,0 m/s
Epe Gelderland < 7,0 m/s
Ermelo Gelderland < 7,0 m/s
Etten-Leur Noord-Brabant < 7,0 m/s
Geertruidenberg Noord-Brabant < 7,0 m/s
Geldrop-Mierlo Noord-Brabant < 7,0 m/s
Gemert-Bakel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Gennep Limburg < 7,0 m/s
Gilze en Rijen Noord-Brabant < 7,0 m/s
Goirle Noord-Brabant < 7,0 m/s
Gooise Meren Noord-Holland < 7,0 m/s
Gorinchem Zuid-Holland < 7,0 m/s
Grave Noord-Brabant < 7,0 m/s
Gulpen-Wittem Limburg < 7,0 m/s
Haaksbergen Overijssel < 7,0 m/s
Haaren Noord-Brabant < 7,0 m/s
Halderberge Noord-Brabant < 7,0 m/s
Harderwijk Gelderland < 7,0 m/s
Hattem Gelderland < 7,0 m/s
Heerde Gelderland < 7,0 m/s
Heerlen Limburg < 7,0 m/s
Heeze-Leende Noord-Brabant < 7,0 m/s
Hellendoorn Overijssel < 7,0 m/s
Helmond Noord-Brabant < 7,0 m/s
Hendrik-Ido-Ambacht Zuid-Holland < 7,0 m/s
Hengelo Overijssel < 7,0 m/s
Heumen Gelderland < 7,0 m/s
Heusden Noord-Brabant < 7,0 m/s
Hilvarenbeek Noord-Brabant < 7,0 m/s
Hilversum Noord-Holland < 7,0 m/s
Hof van Twente Overijssel < 7,0 m/s
Horst aan de Maas Limburg < 7,0 m/s
Houten Utrecht < 7,0 m/s
Huizen Noord-Holland < 7,0 m/s
Kerkrade Limburg < 7,0 m/s
Krimpen aan den IJssel Zuid-Holland < 7,0 m/s
Laarbeek Noord-Brabant < 7,0 m/s
Landerd Noord-Brabant < 7,0 m/s
Landgraaf Limburg < 7,0 m/s
Laren Noord-Holland < 7,0 m/s
Leudal Limburg < 7,0 m/s
Leusden Utrecht < 7,0 m/s
Lingewaard Gelderland < 7,0 m/s
Lochem Gelderland < 7,0 m/s
Loon op Zand Noord-Brabant < 7,0 m/s
Losser Overijssel < 7,0 m/s
Maasdriel Gelderland < 7,0 m/s
Maasgouw Limburg < 7,0 m/s
Maastricht Limburg < 7,0 m/s
Meerssen Limburg < 7,0 m/s
Meierijstad Noord-Brabant < 7,0 m/s
Mill en Sint Hubert Noord-Brabant < 7,0 m/s
Montferland Gelderland < 7,0 m/s
Mook en Middelaar Limburg < 7,0 m/s
Neder-Betuwe Gelderland < 7,0 m/s
Nederweert Limburg < 7,0 m/s
Nieuwegein Utrecht < 7,0 m/s
Nijkerk Gelderland < 7,0 m/s
Nijmegen Gelderland < 7,0 m/s
Nuenen, Gerwen en Nederwetten Noord-Brabant < 7,0 m/s
Nunspeet Gelderland < 7,0 m/s
Nuth Limburg < 7,0 m/s
Oirschot Noord-Brabant < 7,0 m/s
Oisterwijk Noord-Brabant < 7,0 m/s
Oldebroek Gelderland < 7,0 m/s
Oldenzaal Overijssel < 7,0 m/s
Olst-Wijhe Overijssel < 7,0 m/s
Ommen Overijssel < 7,0 m/s
Onderbanken Limburg < 7,0 m/s
Oosterhout Noord-Brabant < 7,0 m/s
Oss Noord-Brabant < 7,0 m/s
Oude IJsselstreek Gelderland < 7,0 m/s
Overbetuwe Gelderland < 7,0 m/s
Papendrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s
Peel en Maas Limburg < 7,0 m/s
Putten Gelderland < 7,0 m/s
Raalte Overijssel < 7,0 m/s
Renkum Gelderland < 7,0 m/s
Renswoude Utrecht < 7,0 m/s
Reusel-De Mierden Noord-Brabant < 7,0 m/s
Rheden Gelderland < 7,0 m/s
Rhenen Utrecht < 7,0 m/s
Ridderkerk Zuid-Holland < 7,0 m/s
Rijnwaarden Gelderland < 7,0 m/s
Rijssen-Holten Overijssel < 7,0 m/s
Roerdalen Limburg < 7,0 m/s
Roermond Limburg < 7,0 m/s
Roosendaal Noord-Brabant < 7,0 m/s
Rotterdam (excl. wijk 17, 23 en 27) Zuid-Holland < 7,0 m/s
Rozendaal Gelderland < 7,0 m/s
Rucphen Noord-Brabant < 7,0 m/s
Scherpenzeel Gelderland < 7,0 m/s
Schiedam Zuid-Holland < 7,0 m/s
Schinnen Limburg < 7,0 m/s
's-Hertogenbosch Noord-Brabant < 7,0 m/s
Simpelveld Limburg < 7,0 m/s
Sint Anthonis Noord-Brabant < 7,0 m/s
Sint-Michielsgestel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Sittard-Geleen Limburg < 7,0 m/s
Sliedrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s
Soest Utrecht < 7,0 m/s
Someren Noord-Brabant < 7,0 m/s
Son en Breugel Noord-Brabant < 7,0 m/s
Stein Limburg < 7,0 m/s
Tiel Gelderland < 7,0 m/s
Tilburg Noord-Brabant < 7,0 m/s
Tubbergen Overijssel < 7,0 m/s
Twenterand Overijssel < 7,0 m/s
Uden Noord-Brabant < 7,0 m/s
Utrecht Utrecht < 7,0 m/s
Utrechtse Heuvelrug Utrecht < 7,0 m/s
Vaals Limburg < 7,0 m/s
Valkenburg aan de Geul Limburg < 7,0 m/s
Valkenswaard Noord-Brabant < 7,0 m/s
Veenendaal Utrecht < 7,0 m/s
Veldhoven Noord-Brabant < 7,0 m/s
Venlo Limburg < 7,0 m/s
Venray Limburg < 7,0 m/s
Vlaardingen Zuid-Holland < 7,0 m/s
Voerendaal Limburg < 7,0 m/s
Voorst Gelderland < 7,0 m/s
Vught Noord-Brabant < 7,0 m/s
Waalre Noord-Brabant < 7,0 m/s
Waalwijk Noord-Brabant < 7,0 m/s
Wageningen Gelderland < 7,0 m/s
Weert Limburg < 7,0 m/s
Werkendam Noord-Brabant < 7,0 m/s
West Maas en Waal Gelderland < 7,0 m/s
Westervoort Gelderland < 7,0 m/s
Wierden Overijssel < 7,0 m/s
Wijchen Gelderland < 7,0 m/s
Wijdemeren Noord-Holland < 7,0 m/s
Wijk bij Duurstede Utrecht < 7,0 m/s
Winterswijk Gelderland < 7,0 m/s
Woensdrecht Noord-Brabant < 7,0 m/s
Woudenberg Utrecht < 7,0 m/s
Zeewolde Flevoland < 7,0 m/s
Zeist Utrecht < 7,0 m/s
Zevenaar Gelderland < 7,0 m/s
Zundert Noord-Brabant < 7,0 m/s
Zutphen Gelderland < 7,0 m/s
Zwijndrecht Zuid-Holland < 7,0 m/s

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.