Besluit van de Centrale Commissie Dierproeven van 28 oktober 2016, ref CCD 16-15-09, houdende regels inzake meldingen in het kader van een projectvergunning van de Centrale Commissie Dierproeven (Besluit Meldingen in het kader van een projectvergunning van de Centrale Commissie Dierproeven CCD 2016)

Type ZBO-regeling
Publication 2017-02-16
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 11:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1. Definitie omschrijving

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Artikel 2. Onderscheid melding, wijziging, nieuwe aanvraag
1.

Onder melding wordt verstaan de kennisgeving aan de Centrale Commissie Dierproeven van een verandering in de voor het project verleende projectvergunning die naar het oordeel van de IvD geen gevolgen dan wel positieve gevolgen heeft voor het dierenwelzijn in de zin van artikel 10c Wod.

2.

De wijziging houdt in een verandering in een project waarvoor reeds een projectvergunning is verleend die negatieve gevolgen kan hebben voor het dierenwelzijn en daarom ter toetsing voorgelegd wordt aan de Centrale Commissie Dierproeven zoals omschreven in artikel 10a5 Wod.

3.

Van een geheel nieuwe aanvraag is sprake wanneer een verandering in een project een dusdanig karakter heeft dat de verandering niet aangemerkt kan worden als melding of als wijziging.

Artikel 3. De melding
1.

De vergunninghouder die voornemens is een verandering aan te brengen in het project waarvoor de Centrale Commissie Dierproeven aan hem een projectvergunning heeft verleend waarop de Wod van toepassing is, doet daarvan dan wel vóór aanvang van de verandering dan wel achteraf, op het tijdstip als omschreven in artikel 4 lid 1 melding aan de Centrale Commissie Dierproeven.

2.

Alvorens de melding als bedoeld in het vorige lid te doen bij de Centrale Commissie Dierproeven, vraagt de vergunninghouder een beoordeling door de IvD omtrent de mate van ongerief die de beoogde verandering in het project teweeg brengt en de in artikel 7 genoemde bijzondere situaties.

3.

Een melding als bedoeld in lid 1 van dit artikel bevat de volgende gegevens:

4.

Voor de melding wordt gebruik gemaakt van het formulier “aanvraagformulier”.

5.

Voor het oordeel van de IvD en onderbouwing van de verandering in het project mag gebruik worden gemaakt van bijlagen.

Artikel 4. Moment van melden
1.

De melding als omschreven in artikel 2 lid 1 kan achteraf worden gedaan. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden:

2.

Als naar mening van de Centrale Commissie Dierproeven de in lid 1 sub a genoemde voorwaarden worden geschonden, of in geval van andere misstanden, kan de Centrale Commissie Dierproeven besluiten dat de melding als omschreven in artikel 2 lid 1 van deze beleidsregels voortaan vóóraf moet worden gedaan.

Artikel 5. Behandeling van de melding
1.

Na de bevestiging van ontvangst van de melding gaat de Centrale Commissie Dierproeven na of de binnengekomen melding volledig is. Daarbij let ze op de punten beschreven in artikel 3 lid 3 van deze beleidsregels.

2.

Indien de binnengekomen melding volledig is, zal de Centrale Commissie Dierproeven de vergunninghouder binnen 10 werkdagen een ontvangstbevestiging doen toekomen.

3.

De melding maakt onderdeel uit van het dossier van de projectvergunning.

Artikel 6. Handelswijze in bijzondere situaties
1.

De Centrale Commissie Dierproeven onderscheidt een aantal situaties in welke aanpassing van de projectvergunning noodzakelijk is. In de artikelen 7a tot en met 7i van deze beleidsregels worden die situaties beschreven.

2.

In de artikelen 7a tot en met 7i van deze beleidsregel wordt tevens per geval aangegeven of de vergunninghouder kan volstaan met het doen van een melding of dat sprake is van een wijziging dan wel een geheel nieuwe aanvraag.

Artikel 7

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.