← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 7 februari 2017, nr. IenM/BSK-2016/213529, houdende verstrekking van subsidie aan de Universiteit Utrecht voor Urban Futures Studio (Subsidieregeling Urban Futures Studio)

Geldende tekst a fecha 2017-07-01

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, 4, eerste lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M, 2, eerste en derde lid, 4, eerste en tweede lid, 6, tweede lid, onder b, en zesde lid, 17, eerste lid, onder c en e, 22, tweede lid, 23, derde en vijfde lid, en 24 eerste, tweede en derde lid, van het Kaderbesluit I en M;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel subsidie
1.

De minister verstrekt voor de jaren 2016 tot en met 2021 een subsidie aan de subsidieontvanger voor de oprichting en ontwikkeling van de UFS van de faculteit Geowetenschappen met daarbij als doel een transitie ten aanzien van stedelijke vraagstukken op IenM-beleidsvelden naar een schone economie door middel van:

2.

Voor activiteiten van de UFS als bedoeld in het eerste lid, wordt geen subsidie verstrekt voor zover voor dergelijke activiteiten een subsidie is of wordt verstrekt door een ander bestuursorgaan dan wel hiervoor andere inkomsten van derden zonder tegenprestatie zijn of worden verkregen.

Artikel 3. Kaderbesluit subsidies I en M

Het Kaderbesluit subsidies I en M is van overeenkomstige toepassing behoudens de artikelen 6, vijfde lid, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16 en 26.

Artikel 4. Subsidie en subsidiabele kosten
1.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten die werkelijk zijn gemaakt voor de kostenposten, bedoeld in de toelichting van de aanvraag tot subsidieverlening van 7 maart 2016, onder het kopje Begroting Urban Studio 2016–2021, voor zover deze kostenposten betrekking hebben op de bijdrage van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

2.

Eventuele vóór indiening van de subsidieaanvraag gemaakte kosten komen voor subsidie in aanmerking, voor zover het betreft kosten in 2016 gemaakt.

3.

De beschikking tot subsidieverlening van 25 april 2016, kenmerk 5000003069, zoals gewijzigd bij beschikking van 18 juli 2016, kenmerk IENM/BSK-2016/145982, wordt gewijzigd in die zin dat de inhoud ervan in overeenstemming wordt gebracht met deze regeling.

Artikel 5. Maximale subsidiebedrag

Het subsidiebedrag bedraagt voor de jaren 2016 tot en met 2021 in totaal maximaal € 1.500.000,-.

Artikel 6. Voorwaarde begrotingsvoorbehoud

De subsidie wordt verleend onder de voorwaarde dat elk jaar voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 7. Voortgangsrapportage
1.

De subsidieontvanger zendt jaarlijks een voortgangsrapportage aan de minister op uiterlijk 1 juli 2017, 1 juli 2018, 1 juli 2019, 1 juli 2020 respectievelijk 1 juli 2021.

2.

De voortgangsrapportage bevat in elk geval een overzicht van de uitgevoerde werkzaamheden en een financieel overzicht van de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten.

3.

De voortgangsrapportage behoeft de goedkeuring van de minister.

Artikel 8. Voorschotverlening
1.

De minister verleent jaarlijks ambtshalve een voorschot van een zesde deel van het in artikel 5 genoemde subsidiebedrag.

2.

De voorschotten voor 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021 worden betaalbaar gesteld binnen vier weken na goedkeuring van een op dat jaar betrekking hebbende voortgangsrapportage.

3.

Het voorschot voor 2016 is reeds betaald.

Artikel 9. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

Onverminderd de artikelen 17 tot en met 20 van het Kaderbesluit subsidies I en M, is de subsidieontvanger verplicht tot:

2.

Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

Artikel 10. Aanvraag tot subsidievaststelling
1.

De subsidieontvanger dient op uiterlijk 1 juli 2022 de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 11. Evaluatieverslag

De minister publiceert het evaluatieverslag over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk binnen 1 jaar na vaststelling van de subsidie.

Artikel 12. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017 en werkt terug tot en met 1 januari 2016.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022 met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de reeds verleende subsidie.

Artikel 13. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Urban Futures Studio.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.