Bestuursreglement NWO 2017

Type ZBO-regeling
Publication 2017-02-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Tekst en toelichting van het Bestuursreglement van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, zoals vastgesteld bij besluit van 1 februari 2017 (goedgekeurd door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bij besluit van 9 februari 2017).

Vastgesteld door de raad van bestuur, op 1 februari 2017.

1. Inleiding

Artikel 1.1. – Begripsbepalingen

In dit bestuursreglement wordt verstaan onder:

Artikel 1.2. – De organisatie
Wet NWO artikel 2. Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO)
1. Er is een organisatie, genaamd Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.
2. De organisatie bezit rechtspersoonlijkheid; zij is gevestigd te 's-Gravenhage.
Wet NWO Artikel 4. Organen
De organisatie heeft een raad van bestuur, een raad van toezicht en vier domeinbesturen.
Artikel 1.3. – Juridische grondslag en werkingssfeer
Wet NWO artikel 8. Raad van bestuur: reglement
1. Onverminderd artikel 11 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen stelt de raad van bestuur een bestuursreglement voor de organisatie vast.
2. Het bestuursreglement regelt nader het bestuur en de inrichting van de organisatie.
Kaderwet ZBO’s. Artikel 11
1. Indien een zelfstandig bestuursorgaan op grond van een wettelijk voorschrift een bestuursreglement vaststelt, behoeft dit bestuursreglement de goedkeuring van Onze Minister.
2. De goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of op de grond dat het bestuursreglement naar het oordeel van Onze Minister een goede taakuitoefening door het zelfstandig bestuursorgaan kan belemmeren.

2. Raad van bestuur

Artikel 2.1. – Taken raad van bestuur
NWO artikel 3. Taken NWO
1. De organisatie heeft tot taak het bevorderen van de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek alsmede het initiëren en stimuleren van nieuwe ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek.
2. De organisatie voert haar taak uit in het bijzonder door het toewijzen van middelen.
3. De organisatie bevordert de overdracht van kennis van de resultaten van door haar geïnitieerd en gestimuleerd onderzoek ten behoeve van de maatschappij.
4. De organisatie richt zich bij het uitvoeren van haar taak in hoofdzaak op het universitaire onderzoek. Daarbij let zij op het aspect van coördinatie en bevordert deze waar nodig.
Wet NWO artikel 6. Raad van bestuur: taak
1. De raad van bestuur is belast met het besturen van de organisatie.
2. Alle bevoegdheden welke niet bij of krachtens de wet aan een ander orgaan van de organisatie zijn opgedragen, komen toe aan de raad van bestuur.
3. De raad van bestuur is, met inachtneming van het instellingsplan en de door Onze Minister goedgekeurde begroting, belast met het verstrekken van middelen ten behoeve van onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s.
4. De raad van bestuur kan voor de verstrekking van middelen regels stellen, waaronder de vaststelling van subsidieplafonds.
Artikel 2.2. – Verantwoordelijkheden en bevoegdheden raad van bestuur
Wet NWO artikel 9 lid 1. Raad van bestuur: personeelsbeleid
1. De raad van bestuur voert het personeelsbeleid en personeelsbeheer, daaronder begrepen het in dienst nemen, schorsen en ontslaan van het personeel.
Wet NWO artikel 18. Instellingsplan
1. De raad van bestuur stelt een instellingsplan op uiterlijk vier jaar na het tijdstip van het vaststellen van het vorige plan.
2. De raad van bestuur hoort de raad van toezicht over het instellingsplan en stelt het instellingsplan vervolgens vast. Na vaststelling zendt de raad van bestuur het plan onverwijld aan Onze Minister.
3. De raad van bestuur vraagt de domeinbesturen om voorstellen. Daarnaast houdt hij bij het opstellen van het instellingsplan rekening met het wetenschapsbudget, de instellingsplannen van universiteiten en verkenningen, rapporten, adviezen en aanbevelingen, een en ander voor zover die naar het oordeel van de raad van bestuur van belang zijn voor de uitvoering van de taken van de organisatie.
4. Het instellingsplan omvat in elk geval:
a. doelstellingen van de organisatie op middellange termijn;
b. hoofdlijnen van het te voeren beleid en de daarin te stellen prioriteiten;
c. financiële, personele, materiële en organisatorische voorwaarden die moeten worden vervuld.
5. Onze Minister brengt zijn standpunt over het instellingsplan binnen zes maanden na ontvangst van het plan ter kennis van de raad van bestuur. Onze Minister zendt een afschrift van zijn standpunt en van het plan aan beide Kamers van de Staten-Generaal.
Wet NWO artikel 21. Begroting
1. De raad van bestuur stelt jaarlijks een begroting op voor het daaropvolgende kalenderjaar. Nadat de raad van toezicht over de begroting is gehoord, zendt de raad van bestuur deze voor 1 november aan Onze Minister.
2. Onverminderd de artikelen 26 tot en met 30 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, is in de begroting een allocatie van middelen opgenomen die in overeenstemming is met het instellingsplan.
3. Na goedkeuring door Onze Minister stelt de raad van bestuur de begroting vast.
Wet NWO artikel 24. Bestuursverslag
1. Onverminderd artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen geeft het bestuursverslag aan in hoeverre de doelstellingen uit het instellingsplan zijn verwezenlijkt. 2. De raad van bestuur stelt het jaarverslag vast, gehoord de raad van toezicht. Na vaststelling draagt de raad van bestuur zorg voor de verzending, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
Wet NWO artikel 25. Jaarrekening
1. De goedkeuring, bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, kan tevens worden onthouden op de grond dat de jaarrekening naar het oordeel van Onze Minister niet of niet voldoende in overeenstemming is met het instellingsplan. Artikel 10:30 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
2. De raad van bestuur stelt de jaarrekening op. Nadat de raad van toezicht over de jaarrekening is gehoord, zendt de raad van bestuur deze aan Onze Minister.
3. Na goedkeuring door Onze Minister stelt de raad van bestuur de jaarrekening vast.
Artikel 2.3. – Bevoegdheden raad van bestuur met betrekking tot NWO-I
Statuten NWO-I artikel 5, lid 3 Organen en instituten NWO-I
3. De raad van bestuur NWO stelt de missie van elk Instituut vast na consultatie van de betrokken Instituutsdirecteur en na consultatie van de betrokken Instituutsadviesraad.
Statuten NWO-I artikel 12, lid 7. Instituutsdirecteuren NWO-I
7. Iedere Instituutsdirecteur is gehouden om over zijn Instituut wetenschappelijke verantwoording af te leggen aan de raad van bestuur NWO.
Artikel 2.4. – Bevoegdheden raad van bestuur met betrekking tot de domeinen
Wet NWO artikel 13 lid 2 en 3: Domeinbestuur: samenstelling
2. Onze Minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter van een domeinbestuur. Benoeming geschiedt op voordracht van de raad van toezicht.
3. De raad van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de overige leden van een domeinbestuur. Benoeming geschiedt op voordracht van het desbetreffende domeinbestuur.
Wet NWO artikel 14, lid 2 en 3. Domeinbestuur: taak
2. De raad van bestuur kan aan een domeinbestuur mandaat verlenen om, met inachtneming van door de raad van bestuur te geven richtlijnen, het instellingsplan en de door Onze Minister goedgekeurde begroting, middelen te verstrekken ten behoeve van onderzoeksprojecten en onderzoeksprogramma’s.
3. De raad van bestuur kan in het bestuursreglement de taak van een domeinbestuur en de inrichting van een onderzoeksdomein nader bepalen.
Artikel 2.5. – Bevoegdhedenregeling NWO

De raad van bestuur stelt de Bevoegdhedenregeling NWO 2017 vast, zoals deze in werking zal treden op 1 februari 2017. Deze bevoegdhedenregeling wordt gelijktijdig met dit bestuursreglement bekend gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 2.6. – Besluiten raad van bestuur waarbij de raad van toezicht vooraf wordt gehoord
1.

De raad van toezicht wordt vooraf gehoord bij besluiten van de raad van bestuur omtrent:

Artikel 2.7. – Samenstelling raad van bestuur, benoeming en portefeuilleverdeling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.