Beleidsregels toetsing eindtermen praktijkopleiding

Type ZBO-regeling
Publication 2017-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Voor inschrijving in het accountantsregister van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) dienen kandidaten op grond van artikel 38 van de Wet op het accountantsberoep (Wab) een opleiding gevolgd te hebben die voldoet aan de in artikel 49, tweede lid, onder a Wab bedoelde eindtermen.

Aan de Commissie Eindtermen Accountantsopleiding (CEA) komt op grond van artikel 49, tweede lid, onder c Wab de bevoegdheid toe om te toetsen of de praktijkopleiding voldoet aan de in artikel 49, eerste lid, onder a Wab bedoelde eindtermen. Hiervoor houdt CEA toezicht op de praktijkopleiding.

De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verschillende bij de praktijkopleiding betrokken partijen volgen uit de Wab. De NBA heeft de wettelijk taak om zorg te dragen voor de praktijkopleiding (artikel 3, aanhef en lid d Wab). Hiervoor heeft zij middels de ‘Verordening op de praktijkopleidingen’ (hierna Verordening) de Raad voor de Praktijkopleidingen (hierna RPO) ingesteld en deze gemandateerd om zorg te dragen voor de uitvoering en examinering van de praktijkopleiding. Per besluit verleent het bestuur van de NBA de RPO mandaat en volmacht voor het verzorgen van de praktijkopleiding, waaronder ook de bevoegdheid om ondermandaat en substituut volmacht te verlenen.

De RPO verleent ondermandaat en substituut volmacht aan door haar aangewezen stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties om besluiten te nemen en handelingen te verrichten ter uitvoering van bepaalde bevoegdheden en taken zoals vastgelegd in de Verordening en Nadere Voorschriften op de praktijkopleidingen. Al deze besluiten zijn gepubliceerd in de Staatscourant.

Voor toetsing van de eindtermen van de praktijkopleiding houdt CEA toezicht op de NBA die verantwoordelijk is voor het aanbieden van de praktijkopleiding. Naast de NBA zijn de RPO, stagebureaus, onderwijsinstellingen en andere serviceorganisaties (hierna te noemen aanbieders) middels (onder)mandaat en machtiging van de NBA verantwoordelijk voor het (ten dele) uitvoeren van de praktijkopleiding en daarmee het realiseren van de eindtermen. Binnen de aanbieders zijn er verschillende functionarissen betrokken bij de begeleiding, toetsing en examinering van de trainees of de kwaliteitscontrole en -borging van de praktijkopleiding (hierna te noemen actoren). Indien nodig kan CEA rechtstreeks bij de aanbieders en actoren inlichtingen inwinnen voor het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding.

Deze beleidsregels zien toe op de wijze waarop CEA invulling geeft aan het toezicht op de eindtermen van de praktijkopleiding. Indien uit de toetsing door CEA blijkt dat de praktijkopleiding niet voldoet aan de eindtermen die gelden voor de praktijkopleiding (artikel 50, vierde lid Wab) kan CEA een aanwijzing geven. Een aanwijzing is erop gericht de geconstateerde tekortkoming te (laten) herstellen. Uit de Memorie van Toelichting blijkt dat betrokkenen gehouden zijn deze aanwijzing in acht te nemen. Deze wettelijke aanwijzingsbevoegdheid heeft tot doel te waarborgen dat de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet. Voordat CEA overgaat tot het geven van een aanwijzing wordt de NBA tijdig geïnformeerd over het voornemen hiervan.

Regels

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

Artikel 2. Beleidsregels en toezichtkader
1.

CEA stelt een toezichtkader vast met daarin de criteria, instrumenten en het proces, die CEA hanteert bij de toetsing of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet.

2.

Het toezichtkader vormt onderdeel van deze beleidsregels.

3.

De beleidsregels en het toezichtkader voor de praktijkopleiding worden gepubliceerd op de website van CEA en in de Staatscourant. Ze worden voorts op verzoek beschikbaar gesteld.

Artikel 3. Toezicht
1.

CEA beoordeelt periodiek of de praktijkopleiding nog voldoet aan de eindtermen en of een gegeven aanwijzing (tijdig) wordt opgevolgd.

2.

CEA baseert haar toezicht op risicoanalyse en bevindingen (uit het verleden) en past de aard, inhoud en intensiteit van haar toezichtactiviteiten daarop aan.

Artikel 4. Criteria voor toezicht
1.

Om te toetsen of de praktijkopleiding aan de eindtermen voldoet en om de aard, omvang en intensiteit van haar toezichtactiviteiten te bepalen, beoordeelt CEA hoe de NBA invulling geeft aan haar wettelijk taak aan de hand van de volgende criteria:

Artikel 5. Informatievoorziening t.b.v. toezicht
1.

Ten behoeve van het toezicht van CEA zoals bedoeld in artikel 3, wint CEA periodiek en indien nodig gericht schriftelijk en/of mondeling inlichtingen in bij de NBA. De periodieke inlichtingen omvatten in ieder geval een basisset van informatie die door CEA bij de NBA wordt opgevraagd.

2.

Na ontvangst van de (periodieke) inlichtingen kan CEA in aanvulling op het eerste lid aanvullende inlichtingen inwinnen die zij voor de uitoefening van haar toezicht noodzakelijk acht.

3.

Voortvloeiend uit haar taken en verantwoordelijkheden heeft de NBA de volgende informatie beschikbaar op basis waarvan CEA zich een beeld kan vormen over hoe de NBA invulling geeft aan haar wettelijke taak (artikel 3, aanhef en lid d Wab), waaronder:

4.

CEA kan gebruik maken van haar bevoegdheid om naast de NBA ook rechtstreeks mondeling en/of schriftelijk bij de aanbieders en/of actoren inlichtingen in te winnen.

5.

CEA kan ten behoeve van de toetsing van de realisatie van de eindtermen van de praktijkopleiding externe deskundigen inschakelen.

6.

De NBA is verplicht CEA onverwijld op eigen initiatief in kennis te stellen:

Artikel 6. Aanwijzingsbevoegdheid
1.

CEA kan de NBA een aanwijzing geven ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding om een geconstateerde tekortkoming bij de praktijkopleiding te laten herstellen.

2.

CEA meldt in beginsel het eventueel niet opvolgen van een aanwijzing bij de Minister van Financiën.

Artikel 7. Besluitvorming over een aanwijzing
1.

CEA geeft een aanwijzing ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding, indien CEA van oordeel is dat de praktijkopleiding (op onderdelen) niet of niet meer voldoet aan de eindtermen.

2.

Een aanwijzing van CEA zal in algemene zin een last tot het verrichten van bepaalde handelingen omvatten; welke dat zijn is afhankelijk van de door CEA geconstateerde tekortkoming. Bij het bepalen van de inhoud van de aanwijzing houdt CEA rekening met alle relevante omstandigheden van het geval. Dit betekent dat CEA bij de beoordeling onder meer met de volgende zaken rekening houdt:

3.

Indien CEA voornemens is een aanwijzing te geven stelt zij de NBA in beginsel in de gelegenheid hier haar zienswijze op te geven, tenzij de betrokken belangen zich daartegen verzetten.

4.

Tegen een besluit tot het geven van een aanwijzing kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 7 Awb bezwaar worden gemaakt.

5.

Tegen een uitspraak op een bezwaarschrift kan overeenkomstig de bepalingen van de hoofdstukken 6 en 8 Awb beroep worden ingesteld.

Artikel 8. Publiciteit over een aanwijzing
1.

Een besluit tot het geven van een aanwijzing ten aanzien van de uitvoering van de praktijkopleiding wordt in beginsel openbaar gemaakt op grond van artikel 8 Wob.

Slotbepalingen

Artikel 9

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.