Besluit van 22 februari 2017, houdende vaststelling van het Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet (Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet)

Type AMvB
Publication 2019-10-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 9 november 2016, nr. 2016-0000231828;

Gelet op artikel 83, eerste, tweede en derde lid, van de Participatiewet;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 25 januari 2017, nummer W12.16.0367/III);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 20 februari 2017, nr. 2017-0000027375;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit besluit en de daarop gebaseerde regelingen wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanwijzing gemeenten
1.

Onze Minister kan een gemeente aanwijzen, die bij wijze van experiment gedurende een periode van drie jaar na inwerkingtreding van dit besluit naar aanleiding van het door het college van die gemeente ingediende verzoek op basis van dit besluit, voor een periode van maximaal 2 jaar en 3 maanden kan afwijken van de artikelen 9, eerste lid, en 31, tweede lid, onderdeel n, van de wet.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot de toepassing van de bevoegdheid bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3. Verzoek gemeenten

Het schriftelijke verzoek, bedoeld in artikel 2, bevat:

Artikel 4. Afwijzing verzoek
1.

Onze Minister kan het verzoek afwijzen indien naar zijn oordeel:

2.

Onze Minister kan het verzoek afwijzen indien er al 25 gemeenten zijn aangewezen of voldoende experimenten zijn toegekend voor een representatief totaalbeeld.

3.

Onze Minister wijst het verzoek af indien het maximaal aantal deelnemers van 4% van de totale bijstandspopulatie, verdeeld over de experimentgroepen van alle deelnemende gemeenten, is bereikt.

Artikel 5. Inhoud experiment
1.

Een experiment als bedoeld in artikel 2 betreft:

2.

Indien in een experiment gebruik wordt gemaakt van de voorziening genoemd in het eerste lid, onderdeel a, bevat het experiment ook ten minste de voorziening genoemd in het eerste lid, onderdeel b.

Artikel 6. Vorm experiment
1.

Een experiment wordt uitgevoerd met personen die vrijwillig mee doen aan het experiment, en aselect in verschillende groepen zijn opgenomen.

2.

Deelnemers aan het experiment geven schriftelijk toestemming om deel te nemen. Indien de duur van het experiment met maximaal 3 maanden wordt verlengd, geeft de deelnemer schriftelijk aan hiermee akkoord te gaan.

3.

Een experiment voorziet, naast de in artikel 5, eerste lid, genoemde groepen, tevens uit een controlegroep.

4.

De resultaten van de experimentgroepen worden ook vergeleken met de referentiegroep, bestaande uit bijstandsgerechtigden woonachtig in dezelfde gemeente die niet deelnemen aan het experiment.

Artikel 7. Verplichting gemeenten
1.

Het college draagt er ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek zorg voor dat de administratie met betrekking tot de uitvoering van dat experiment zodanig wordt ingericht, dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken met betrekking tot het verloop van het experiment tijdig, volledig en controleerbaar zijn opgenomen.

2.

Het college brengt ieder half jaar aan Onze Minister verslag uit over zijn bevindingen met betrekking tot het experiment en draagt er zorg voor dat Onze Minister dat verslag telkens uiterlijk op de 20e dag van de kalendermaand onmiddellijk volgend op de periode van zes kalendermaanden waarop het verslag betrekking heeft, ontvangt.

3.

Het college zendt uiterlijk 1 februari 2020 aan Onze Minister een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk. Indien een experiment eerder wordt beëindigd dan oorspronkelijk was beoogd, zendt het college, in afwijking van de eerste zin, uiterlijk twee maanden na de beëindiging van dat experiment een verslag als bedoeld in de eerste zin aan Onze Minister.

Artikel 8. Beëindiging experiment
1.

De deelnemer aan een experiment wordt vooraf door het college volledig geïnformeerd over de aspecten die van belang zijn bij deelname aan het experiment.

2.

Wanneer een deelnemer stopt met deelname aan het experiment, dan gelden vanaf dat moment de formele verplichtingen van het reguliere verplichte maatregelenbeleid bij niet naleving van de verplichtingen op dat moment.

3.

Onze Minister kan een college opdragen een lopend experiment te beëindigen indien er naar zijn oordeel niet langer aan de voorwaarden van dit besluit wordt voldaan.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 april 2017 en vervalt op 1 april 2021.

Artikel 10. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk besluit experimenten Participatiewet.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.