← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 22 februari 2017 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met de invoering van het lerarenregister en het registervoorportaal

Geldende tekst a fecha 2019-03-15

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat

het wenselijk is de positie van leraren en docenten in de school of instelling te verstevigen en hun beroepskwaliteit te verbeteren; dat het daarvoor noodzakelijk is een omschrijving van het beroep van leraar of docent, diens professionele ruimte en het onderhoud van zijn bekwaamheid door middel van een lerarenregister en een registervoorportaal wettelijk te verankeren; dat het daarvoor noodzakelijk is de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet educatie en beroepsonderwijs aan te passen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I. Wijziging van de Wet op het primair onderwijs

Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.

Artikel II. Wijziging van de Wet op de expertisecentra

Wijzigt de Wet op de expertisecentra.

Artikel III. Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs

Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.

Artikel IV. Wijziging van de Wet educatie en beroepsonderwijs

Wijzigt de Wet educatie en beroepsonderwijs.

Artikel V. Evaluatiebepaling

Onze Minister zendt binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Artikel VI. Samenloop met het wetvoorstel van het lid Van Nispen tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet primair onderwijs BES ter invoering van regels over de kwalificatie van docenten en het vaststellen van een minimum aantal uren voor wat betreft het bewegingsonderwijs (kamerstukken II, 2015/16, 34 420, nr. 2)

Wijzigt deze wet en kst. 34420.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel VII. Inwerkingtreding
1.

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2.

De voordracht voor het koninklijk besluit voor inwerkingtreding van artikel 38m van onderdeel F van artikel I, artikel 38m van onderdeel F van artikel II, artikel 41l van onderdeel E, van artikel III, en van artikel 4.4.12 van onderdeel E van artikel IV wordt niet eerder gedaan dan twee weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien een der kamers der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met het ontwerp, wordt er geen voordracht gedaan en kan niet eerder dan zes weken na het besluit van die kamer der Staten-Generaal een nieuw ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal worden overgelegd.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.