Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2017, nr. 1074316, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen (Subsidieregeling lerarenbeurs)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste en tweede lid, en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;

BESLUITEN:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op deze regeling, met uitzondering van artikelen 2.3, eerste lid, 3.1 en 4.1.

Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
1.

De minister kan subsidie verstrekken aan:

2.

De subsidie kan worden verstrekt voor bachelor-, master- en deficiëntieopleidingen.

2a. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister ook subsidie verstrekken voor het volgen van een opleiding in het Verenigd Koninkrijk, indien:

3.

De subsidie wordt verstrekt voor één studiejaar en voor één opleiding.

4.

In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt voor een tweede opleiding indien:

5.

Voor een opleiding met een studielast van dertig tot zestig studiepunten wordt ten hoogste één maal subsidie verstrekt.

6.

Voor een opleiding met een studielast van zestig studiepunten wordt ten hoogste twee maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

7.

Voor een opleiding met een studielast van meer dan zestig studiepunten wordt ten hoogste drie maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede of derde subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.

Artikel 4. Subsidieplafond
1.

Voor het studiejaar 2017-2018 is een bedrag van € 106.000.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

2.

Voor het studiejaar 2018–2019 is een bedrag van € 94.300.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

3.

Voor het studiejaar 2019–2020 is een bedrag van € 82.060.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

4.

Voor het studiejaar 2020–2021 is een bedrag van € 49.600.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

5.

Voor het studiejaar 2021–2022 is een bedrag van € 47.901.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

6.

Voor het studiejaar 2022–2023 is een bedrag van € 76.586.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

7.

Voor het studiejaar 2023-2024 is een bedrag van € 62.717.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

8.

Voor het studiejaar 2024–2025 is een bedrag van € 64.837.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

9.

Voor het studiejaar 2025–2026 is een bedrag van € 65.887.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

10.

Voor het studiejaar 2026–2027 is een bedrag van € 59.100.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

11.

Het subsidieplafond voor het studiejaar 2027–2028 wordt vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

Artikel 5. Begrotingsvoorwaarde

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in art. 1.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen
1.

Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat:

2.

De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

2a. In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.

3.

De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2017–2018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.