Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 4 maart 2017, nr. 1074316, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan leraren met onderwijsbevoegdheid om substantiële scholing te bevorderen (Subsidieregeling lerarenbeurs)
Gelet op de artikelen 2, eerste lid, 4, eerste en tweede lid, en 5 van de Wet overige OCW-subsidies;
BESLUITEN:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. ambulant begeleider: degene die op of na 1 mei 2012 tewerkgesteld was onderscheidenlijk is in het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs of bij een regionaal expertisecentrum en daarbij ondersteuning bood onderscheidenlijk biedt op een basisschool, speciale school voor basisonderwijs, school voor voortgezet onderwijs, of een opleiding genoemd in artikel 7.2.2., eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, bij het begeleiden van leerlingen met fysieke, sociaal-emotionele, cognitieve en/of motorische beperkingen in de vorm van ambulante begeleiding, ofwel op basis van een indicatie in de vorm van leerlinggebonden financiering, ofwel in het kader van preventie of terugplaatsing;
- –. bacheloropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel a, of tweede lid, onderdeel b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding buiten Nederland maar binnen de Europese Unie of het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een dergelijke opleiding wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;
- –. basisonderwijs: basisonderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2 van de Wet primair onderwijs BES;
- –. beroepsonderwijs en educatie: beroepsonderwijs en educatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
- –. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 1.1.1., onderdeel w, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES, artikel 1.1.1, van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES, of instellingsbestuur bedoeld in artikel 1.1, onderdeel j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- –. deficiëntieopleiding: opleiding van tussen de dertig en zestig studiepunten die is vormgegeven als bacheloropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs maar die niet leidt tot de graad Bachelor binnen het wetenschappelijk onderwijs, en die is gericht op het wegwerken van deficiënties met als doel toelating tot een masteropleiding binnen het wetenschappelijk onderwijs;
- –. educatie: educatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs BES.
- –. eenheid van leeruitkomsten: onderwijseenheid waarin een samenhangend geheel van kennis, inzicht en vaardigheden is opgenomen die een student op een leerwegonafhankelijke wijze kan verwerven en waarvan de beheersing op een leerwegonafhankelijke wijze kan worden aangetoond;
- –. hoger beroepsonderwijs: hoger beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- –. intern begeleider: degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taken met betrekking tot leerlingen in het basisonderwijs;
- –. leraar: degene die voldoet aan bevoegdheidseisen gesteld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra, artikel XI van de Wet op de beroepen in het onderwijs of artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES, dan wel kan worden benoemd of tewerk kan worden gesteld zonder benoeming als bedoeld in artikel 7.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 4.2.1. van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 4.2.1 van de Wet educatie beroepsonderwijs BES, of die lesgeeft in het hoger beroepsonderwijs;
- –. masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel c, of artikel 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;
- –. orthopedagogisch-didactisch centrum: orthopedagogisch-didactisch centrum als bedoeld in artikel 18a, lid 10a, van de Wet op het primair onderwijs en artikel 2.47, twaalfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- –. remedial teacher: degene die zich bezighoudt met de individuele begeleiding van de leerling die onderwijs op maat nodig heeft;
- –. speciaal onderwijs: speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;
- –. voortgezet onderwijs: voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en;
- –. voortgezet speciaal onderwijs: voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de expertisecentra;
- –. studiejaar: tijdvak dat aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
- –. studiepunten: studiepunten als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- –. subsidie voor studiekosten: subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a;
- –. subsidie voor studieverlof: subsidie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b;
- –. zorgcoördinator: degene met een coördinerende, begeleidende en innoverende taak met betrekking tot zorgleerlingen in het voortgezet onderwijs.
Artikel 2. Toepassing Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS
De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is van toepassing op deze regeling, met uitzondering van artikelen 2.3, eerste lid, 3.1 en 4.1.
Artikel 3. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan:
- a. de leraar voor studiekosten in verband met het volgen van een opleiding; en
- b. het bevoegd gezag voor kosten in verband met het verlenen van studieverlof aan de leraar.
De subsidie kan worden verstrekt voor bachelor-, master- en deficiëntieopleidingen.
2a. In afwijking van het eerste en tweede lid kan de minister ook subsidie verstrekken voor het volgen van een opleiding in het Verenigd Koninkrijk, indien:
- a. voor het eerste jaar van die opleiding uiterlijk in 2020 subsidie wordt aangevraagd; of
- b. door de leraar voor de desbetreffende opleiding voor een tweede of derde studiejaar subsidie wordt aangevraagd en de minister de leraar reeds eerder voor de opleiding op grond van deze regeling subsidie heeft verstrekt.
De subsidie wordt verstrekt voor één studiejaar en voor één opleiding.
In afwijking van het derde lid kan subsidie worden verstrekt voor een tweede opleiding indien:
- a. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een bacheloropleiding;
- b. subsidie wordt aangevraagd voor een masteropleiding en reeds subsidie is ontvangen voor een deficiëntieopleiding, met dien verstande dat indien reeds subsidie voor het volgen van een deficiëntieopleiding is verleend, voor een opleiding van meer dan 60 studiepunten ten hoogste twee maal subsidie wordt verleend; en
- c. subsidie is ontvangen op basis van de Regeling lerarenbeurs voor scholing, zij-instroom en bewegingsonderwijs 2009–2017 zoals deze gold vóór 1 april 2013 voor een opleiding anders dan een deficiëntie-, bachelor- of masteropleiding.
Voor een opleiding met een studielast van dertig tot zestig studiepunten wordt ten hoogste één maal subsidie verstrekt.
Voor een opleiding met een studielast van zestig studiepunten wordt ten hoogste twee maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen drie studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.
Voor een opleiding met een studielast van meer dan zestig studiepunten wordt ten hoogste drie maal subsidie verstrekt. Om voor de tweede of derde subsidie in aanmerking te komen, dient deze binnen vijf studiejaren na de eerste subsidieverlening te worden aangevraagd.
Artikel 4. Subsidieplafond
Voor het studiejaar 2017-2018 is een bedrag van € 106.000.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2018–2019 is een bedrag van € 94.300.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2019–2020 is een bedrag van € 82.060.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2020–2021 is een bedrag van € 49.600.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2021–2022 is een bedrag van € 47.901.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2022–2023 is een bedrag van € 76.586.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2023-2024 is een bedrag van € 62.717.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2024–2025 is een bedrag van € 64.837.000,– beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2025–2026 is een bedrag van € 65.887.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Voor het studiejaar 2026–2027 is een bedrag van € 59.100.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.
Het subsidieplafond voor het studiejaar 2027–2028 wordt vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.
Artikel 5. Begrotingsvoorwaarde
In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in art. 1.4 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, worden op grond van deze regeling verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na de vaststelling of goedkeuring van de Rijksbegroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.
Artikel 6. Wijze van verdeling beschikbare middelen
Onverminderd het tweede lid verdeelt de minister het beschikbare bedrag per doelgroep in volgorde van ontvangst van de aanvragen voor subsidie met dien verstande dat:
- a. aan aanvragers aan wie op basis van deze regeling reeds voor een eerste of tweede maal subsidie is verleend voor dezelfde opleiding, voorrang wordt verleend bij de subsidieverstrekking;
- b. bij subsidieverstrekking in 2021 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2020 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2020;
- c. bij de subsidieverstrekking in 2022 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers aan wie niet eerder op grond van deze regeling subsidie werd verstrekt, die een afwijzing ontvingen vanwege de overschrijding van het subsidieplafond in 2021 en vervolgens uiterlijk op 1 november 2021 hebben afgezien van een subsidie als bedoeld in artikel 26a; en
- d. bij de subsidieverstrekking in 2024 vervolgens voorrang wordt verleend aan aanvragers die in 2023 een afwijzing ontvingen vanwege dreigende overschrijding van het subsidieplafond in 2023.
De aanvrager krijgt krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht twee weken de gelegenheid de aanvraag aan te vullen. Als de aanvraag binnen twee weken voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
2a. In afwijking van het tweede lid stelt de minister een aanvrager die in 2020 op of voor 17 juni een onvolledige aanvraag doet, in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen tot en met uiterlijk 30 juni 2020. Als de aanvraag uiterlijk op 30 juni 2020 voldoende is aangevuld, geldt de dag waarop de aanvraag is ingediend, met betrekking tot de in het eerste lid genoemde verdeling, als datum van ontvangst.
De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2017–2018 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.