Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 maart 2017 nr. BOACAT2017/007, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-04-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelezen het verzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van 20 januari 2017 en het advies van de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket;

Gelet op:

artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;

artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

De personen, die met de opsporing van strafbare feiten zijn belast en in dienst zijn van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3
1.

De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein II, Milieu, welzijn en infrastructuur, als genoemd in onderdeel 7.4 van de Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar.

2.

De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt:

3.

De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 750 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5
1.

Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Functioneel Parket.

2.

Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de (plaatsvervangend) Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Artikel 6
1.

De (plaatsvervangend) Inspecteur-Generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

2.

Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en direct toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling V&T, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar, die belast is met het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, wordt op grond van het gestelde in het onderdeel Beperkte opsporingsbevoegdheden van bijlage H van de Beleidsregels Buitengewoon opsporingsambtenaar, ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 8

De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 9 genoemde besluit, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.

Dit artikel brengt geen wijziging in de resterende looptijd van de afgegeven aktes.

Artikel 9

Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2012 van 22 maart 2012 nr. 5726462/Justis/12 zal vervallen op 1 april 2017.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 2017 en vervalt met ingang van 1 april 2022.

Artikel 10

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit 2017.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.