Regeling Professionalisering Muziekonderwijs op pabo’s
gelet op artikel 10, vierde lid van de Wet op het specifiek cultuurbeleid;
gelet op artikel 4:23, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht;
met goedkeuring van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 maart 2017;
besluit:
vast te stellen de Regeling Professionalisering Muziekonderwijs op pabo’s.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
- a. Adviescommissie: een externe adviescommissie als bedoeld in artikel 8 van het Huishoudelijk Reglement van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- b. Algemeen Subsidiereglement: het Algemeen Subsidiereglement stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- c. Bestuur: het bestuur van stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- d. College van bestuur: een college van bestuur van een door het Rijk bekostigde pabo;
- e. Conservatorium: hogere beroepsopleiding voor muziekonderwijs;
- f. Fonds: stichting Fonds voor Cultuurparticipatie;
- g. Handelingsbekwaamheid: beschikken over technische vaardigheden en deze kunnen en durven toepassen;
- h. Minister: de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
- i. Nederland: Nederland, inclusief de BES-eilanden;
- j. Pabo: pedagogische academie voor het basisonderwijs;
- k. Vestiging: een zelfstandige vestiging van een pabo;
- l. Wet: de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
Artikel 2. Doel
Met deze regeling wordt beoogd projecten te ondersteunen die tot doel hebben kwalitatief goed muziekonderwijs op de pabo’s te stimuleren en duurzaam te verankeren.
Artikel 3. Doelgroep
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt ten behoeve van in Nederland gevestigde, door het Rijk bekostigde pabo’s.
Artikel 4. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de aanvraagrondes bedraagt in totaal € 4.500.000,–.
Het bestuur kan het subsidieplafond wijzigen.
Artikel 5. Hoogte van de subsidie en eigen bijdrage
De subsidie bedraagt voor 3 schooljaren:
- a. € 50.000,– voor vestigingen tot 250 studenten;
- b. € 90.000,– voor vestigingen met 250 tot 500 studenten;
- c. € 125.000,– voor vestigingen met 500 tot 750 studenten;
- d. € 160.000,– voor vestigingen met 750 of meer studenten.
De subsidieontvanger draagt aan de kosten van het project minimaal het zelfde bedrag bij als het gevraagde subsidiebedrag; de subsidieontvanger kan dit doen door:
- a. financiering uit eigen middelen, en/of
- b. een gekapitaliseerde inzet van eigen personeel.
De subsidieontvanger kan, mits voldoende onderbouwd, maximaal 25% minder subsidie aanvragen dan het bedrag, passend bij de omvang van de vestiging, zoals bepaald in het eerste lid, op peildatum 1 oktober 2016.
Artikel 6. Weigeringsgronden
Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:5 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidie in ieder geval geweigerd als:
- a. de aanvraag betrekking heeft op bij- of nascholingsprojecten van pabo’s of conservatoria.
- b. de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd ten tijde van de aanvraag reeds worden uitgevoerd, tenzij wordt aangetoond dat sprake is van verdieping of verbreding van de eerdere activiteiten.
Subsidie kan worden geweigerd als het plan niet, of niet voldoende aansluit bij het doel van de regeling.
Artikel 7. Voorwaarden en beperkingen
Subsidie wordt slechts verstrekt voor zover
- a. er sprake is van een begrotingstekort en de behoefte aan ondersteuning door het Fonds wordt aangetoond; en
- b. de aanvrager aannemelijk maakt dat de beschikbare financiële middelen, met inbegrip van de subsidie van het Fonds, voldoende zijn om het project uit te voeren.
De subsidie bedraagt niet meer dan 50% van de totale voor subsidie in aanmerking komende projectkosten.
De post onvoorzien op de begroting mag niet meer bedragen dan 7% van de totale kosten van het project.
Maximaal 10% van de totale kosten van het project mag bestaan uit materiaalkosten.
Artikel 8. Bijzondere verplichtingen
De subsidieontvanger werkt overeenkomstig de principes van de Governance Code voor het hoger onderwijs.
De subsidieontvanger is verplicht deel te nemen aan een monitoring- en evaluatietraject.
Hoofdstuk 2. Aanvraag
Artikel 9. Aanvraag
Een aanvraag wordt ingediend door een college van bestuur voor één of meer pabovestigingen.
Per pabovestiging wordt één aanvraag ingediend.
Artikel 10. Indieningstermijnen
Een aanvraag kan worden ingediend:
- a. voor de schooljaren 2017–2018, 2018–2019, 2019–2020: van 3 juli 2017 tot en met 31 augustus 2017;
- b. voor de schooljaren 2018–2019, 2019–2020, 2020–2021: van 8 januari 2018 tot en met 29 maart 2018;
- c. voor de schooljaren 2019–2020, 2020–2021, 2021–2022: van 29 april 2019 tot en met 24 mei 2019.
Buiten deze termijnen worden geen aanvragen in behandeling genomen.
Artikel 11. Indieningsvereisten
Een aanvraag wordt ingediend via de website van het Fonds middels een digitaal aanvraagformulier.
Een aanvraag gaat ten minste vergezeld van:
- a. een projectplan;
- b. een samenwerkingsovereenkomst met een conservatorium;
- c. een realistische begroting.
Een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen.
Artikel 12. Beoordelingscriteria
Een aanvraag wordt beoordeeld op de volgende criteria:
- a. inhoudelijke kwaliteit van de aanvraag in relatie tot de doeleinden van deze regeling;
- b. duurzame verankering van kwalitatief goed muziekonderwijs;
- c. samenwerking met een conservatorium;
- d. samenwerking met één of meerdere basisscholen;
- e. organisatorische kwaliteit.
Een aanvraag dient op alle criteria positief te zijn beoordeeld.
Artikel 13. Adviescommissie
Het bestuur legt aanvragen die voldoen aan de indieningsvereisten ter advisering voor aan een externe adviescommissie.
De adviescommissie beoordeelt de aanvragen op basis van een vooraf door het bestuur vastgesteld beoordelingskader.
Artikel 14. Beslistermijn
Het bestuur beslist binnen 13 weken nadat een aanvraag is ontvangen.
Hoofdstuk 3. Kennisdeling, monitoring, evaluatie
Artikel 15. Kennisdeling, monitoring, evaluatie
De subsidieontvanger is verplicht tot kennisdeling van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt.
De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een landelijk traject voor monitoring en evaluatie.
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 16. Hardheidsclausule
Het bestuur kan in uitzonderlijke gevallen ten gunste van een belanghebbende van bepalingen in dit reglement afwijken indien toepassing daarvan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.
Artikel 17. Algemeen subsidiereglement
Voor zover deze regeling daar niet in voorziet zijn de bepalingen uit het Algemeen Subsidiereglement van overeenkomstige toepassing.
Artikel 18. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking op de dag nadat deze in de Staatscourant is gepubliceerd.
Deze regeling vervalt op 1 januari 2024. Op bezwaar- en beroepsprocedures die op dat moment nog niet zijn afgerond blijft het bepaalde in deze regeling van toepassing.
Artikel 19. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Professionalisering Muziekonderwijs op pabo’s
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.