Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 29 maart 2017, nr. 2045955 houdende regels voor de verstrekking van zaaksinformatie aan slachtoffers

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

gelet op de artikel 51ac, zevende lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het slachtoffer kan gedurende het strafproces op elk moment bij de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder a tot en met k en het vierde en vijfde lid, van de wet.

2.

Naast de informatie als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder a tot en met k, en het vierde en vijfde lid, van de wet kan het slachtoffer de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, gedurende het strafproces verzoeken om andere informatie te ontvangen over de aanvang en voortgang van de zaak, naar aanleiding van een tegen het slachtoffer gepleegd strafbaar feit.

3.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de ambtenaar of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder a van de wet bekend is, schriftelijk mededeling hiervan.

4.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de officier van justitie binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie als bedoeld in artikel 51ac, b tot en met f, en h, van de wet bekend is, schriftelijk mededeling hiervan.

5.

Wanneer het slachtoffer mededeling wordt gedaan van de informatie als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder d, van de wet, wordt, in het geval de zaak wordt overgedragen aan een ander onderdeel van het Openbaar Ministerie of buitenlandse autoriteiten, het slachtoffer hierover onverwijld schriftelijk geïnformeerd.

6.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, brengt de officier van justitie het slachtoffer in geval van een onderbreking of schorsing van het onderzoek ter terechtzitting op de hoogte van de plaats en tijd van de nieuwe zitting zodra dit bekend is, indien en voor zover de wet daartoe verplicht.

Artikel 3
1.

Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, vierde lid, van de wet.

2.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, stelt de minister het slachtoffer:

3.

Het verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan indien:

4.

Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.

Artikel 4
1.

Het slachtoffer kan op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, vijfde lid, van de wet.

2.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, doet de minister het slachtoffer:

3.

Alvorens het slachtoffer in kennis wordt gesteld van de informatie als bedoeld in het tweede lid, bepaalt de minister aan de hand van de beschikbare informatie of sprake is van een aanwijsbaar risico voor de verdachte als bedoeld in artikel 51ac, zesde lid, van de wet. Wanneer hiervan sprake is, blijft elke mededeling als bedoeld in het tweede lid van deze bepaling achterwege.

Artikel 5
1.

De informatie als bedoeld in de artikelen 2, 2a, 3 en 4 wordt kosteloos en in eenvoudige en toegankelijke bewoordingen aan het slachtoffer verstrekt.

2.

Bij de communicatie met het slachtoffer wordt rekening gehouden met zijn persoonlijke kenmerken, waaronder de leeftijd en het ontwikkelingsniveau van het slachtoffer.

Artikel 6

Indien een slachtoffer de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, verstrekt de opsporingsambtenaar, of andere ambtenaar van een organisatie die opsporing van strafbare feiten tot taak heeft, de informatie als bedoeld in artikel 2 en de minister de informatie als bedoeld in de artikelen 2a, 3 en 4 in beginsel aan de wettelijk vertegenwoordigers van het slachtoffer, indien zij om deze informatie hebben verzocht.

Artikel 7

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2017.

Artikel 8

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verstrekken zaaksinformatie aan slachtoffers.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 2a
1.

Het slachtoffer kan tevens op elk moment in het strafproces en in de fase van de tenuitvoerlegging bij de minister het verzoek doen om de informatie te ontvangen als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder g, i, j en k, van de wet.

2.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan doet de minister binnen 14 dagen vanaf het moment dat de informatie bij hem bekend is, schriftelijk mededeling hiervan.

3.

Wanneer het slachtoffer het verzoek als bedoeld in het eerste lid heeft gedaan, brengt de minister het slachtoffer tevens op de hoogte van:

4.

Van de informatie bedoeld in het derde lid doet de minister binnen 7 dagen vanaf het moment dat de informatie bekend is schriftelijk mededeling hiervan.

5.

Wanneer de tenuitvoerlegging van de detentie wordt overgedragen aan buitenlandse autoriteiten wordt het slachtoffer hierover schriftelijk geïnformeerd.

6.

Wanneer het slachtoffer mededeling wordt gedaan van de informatie als bedoeld in artikel 51ac, eerste lid, onder g, van de wet, en het slachtoffer zich tevens heeft gevoegd als benadeelde partij informeert de minister het slachtoffer schriftelijk over de beslissing die bij einduitspraak op de vordering tot schadevergoeding is genomen. Tevens informeert de minister het slachtoffer schriftelijk over de gevolgen van deze beslissing.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.