Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 15 maart 2017, nr. IenM/BSK-2017/67200, houdende verstrekking van subsidie aan de vereniging Fietsersbond (Subsidieregeling Fietsersbond 2017)

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onder f, 4, eerste en tweede lid, en 5, van de Kaderwet subsidies I en M, 2, eerste lid en 4 van het Kaderbesluit I en M;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel subsidie
1.

De minister kan op aanvraag per boekjaar een subsidie verstrekken aan de subsidieontvanger voor het uitvoeren van projecten en producten, gericht op de behartiging van belangen van fietsers in de besluitvorming van overheden, openbaar vervoersbedrijven en marktpartijen, onder meer door het verzamelen van feiten en gegevens over de lokale, regionale of landelijke staat van de fietsvoorzieningen of over het beleid van overheden en vervoerbedrijven ten gunste van de belangenbehartiging.

2.

Geen subsidie wordt verstrekt:

Artikel 3. Toepassing Afdeling 4.2.8 Awb

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

Artikel 4. Subsidieplafond en subsidiabele kosten
1.

Het subsidieplafond bedraagt € 581.767,11 per boekjaar. Indien op grond van artikel 8 van de Subsidieregeling Fietsersbond 2013 een compensatie wordt gegeven voor de arbeidskostenontwikkeling 2017, wordt het bedrag van het plafond per boekjaar vermeerderd met het bedrag van deze compensatie.

2.

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen het totaal aantal uren dat werkelijk aan de uitvoering van de subsidiabele projecten en producten is besteed onder toepassing van het geldende forfaitair uurtarief, alsmede de kosten derden.

3.

Het forfaitair uurtarief wordt goedgekeurd door de minister en geldt voor de subsidies die op basis van deze regeling worden verstrekt.

Artikel 5. Concept-activiteitenplan

Uiterlijk op 1 september van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zendt de subsidieontvanger een concept van het activiteitenplan, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, aan de minister.

Artikel 6. Aanvraag tot subsidieverlening en tot goedkeuring forfaitair uurtarief
1.

De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidieverlening in bij de minister, uiterlijk op 1 november van het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De aanvraag bevat het bedrag van de gevraagde subsidie.

2.

Onverminderd artikel 4:65 van de Algemene wet bestuursrecht gaat de aanvraag vergezeld van:

3.

Uiterlijk op 1 november 2017 wordt aan de minister goedkeuring gevraagd van het forfaitair uurtarief. Daartoe wordt overlegd een rapport van feitelijke bevindingen van een accountant ten aanzien van de berekening van het forfaitair uurtarief waarbij minimaal het volgende wordt aangegeven dat:

Artikel 7. Beschikking tot subsidieverlening
1.

De minister neemt de beschikking tot subsidieverlening binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

In de beschikking worden vermeld:

Artikel 8. Weigeringsgronden

In aanvulling op artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan de minister de subsidieverlening geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel:

Artikel 9. Voorwaarde begrotingsvoorbehoud

Voor zover de subsidie wordt verleend ten laste van de nog niet door de Staten-Generaal aangenomen rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu, wordt in de beschikking tot subsidieverlening vermeld dat de subsidieverlening plaatsvindt onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld in de wet tot vaststelling van de rijksbegroting, onderdeel Infrastructuur en Milieu.

Artikel 10. Voorschotverlening
1.

De minister kan een voorschot verlenen. Deze beschikking wordt ambtshalve en gelijktijdig met de beschikking tot subsidieverlening gegeven.

2.

Het voorschot wordt uitgekeerd op basis van een bij de aanvraag tot subsidieverlening verstrekt overzicht van de liquiditeitenprognose waarin de liquiditeitsbehoefte per kalenderkwartaal wordt aangegeven.

3.

Het voorschot wordt uitgekeerd in termijnen waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot bevoorschotting worden bepaald met dien verstande dat de voorschotverlening ten hoogste 95 procent van de verleende subsidie per boekjaar bedraagt.

Artikel 11. Verplichtingen subsidieontvanger
1.

In aanvulling op de verplichtingen op grond van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger verplicht tot:

2.

Voorts kan de minister bij de beschikking tot subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

3.

Tevens draagt de subsidieontvanger er zorg voor dat:

Artikel 12. Aanvraag tot subsidievaststelling
1.

De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in bij de minister binnen vier maanden volgend op het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

2.

De aanvraag gaat vergezeld van:

Artikel 13. Beschikking tot subsidievaststelling
1.

De minister neemt de beschikking tot subsidievaststelling binnen tweeëntwintig weken na ontvangst van de aanvraag.

2.

De minister is bevoegd tot ambtshalve vaststelling van de subsidie indien de subsidieontvanger niet tijdig de aanvraag tot vaststelling heeft ingediend.

Artikel 14. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2017.

2.

Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de subsidies die voor die datum zijn verleend.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Fietsersbond 2017.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.