Wet van 22 maart 2017, houdende regels inzake het beheer, de informatievoorziening, de controle en de verantwoording van de financiën van het Rijk, inzake het beheer van publieke liquide middelen buiten het Rijk en inzake het toezicht op het beheer van publieke liquide middelen en publieke financiële middelen buiten het Rijk (Comptabiliteitswet 2016)
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet 2001 te vervangen door nieuwe wettelijke bepalingen over het beheer, de informatievoorziening, de controle en de verantwoording inzake de financiën van het Rijk, mede ter uitvoering van de artikelen 78 en 105 van de Grondwet, en dat het wenselijk is daarin bepalingen op te nemen over het beheer van publieke liquide middelen buiten het Rijk en over het toezicht op het beheer van publieke liquide middelen en publieke financiële middelen buiten het Rijk;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Begrippen
- agentschap: een baten-lastenagentschap of een verplichtingen-kasagentschap;
- Auditdienst Rijk: het dienstonderdeel van het Ministerie van Financiën dat belast is met de uitoefening van de auditfunctie bij het Rijk;
- baten-lastenagentschap: een dienstonderdeel van een ministerie, dat op grond van artikel 2.20, eerste lid, als baten-lastenagentschap is aangewezen;
- baten-lastenstelsel: het financieel-administratieve stelsel van rekeningen waarin als uitgaven en ontvangsten in een jaar worden opgenomen de geldswaarden van het verbruik van goederen en diensten (lasten) in dat jaar, respectievelijk de geldswaarden van de rechten op ontvangsten (baten), die in dat jaar ontstaan;
- bedrijfsvoering: het inzetten van personeel en materieel ter ondersteuning van het beleid of de taak;
- begrotingsbeheer: het sturen en beheersen van het begrotingsproces, waaronder de begrotingsuitvoering en de zorg voor het ramen van de ontvangsten en de uitgaven;
- begrotingsreserve: een geoormerkte, meerjarige budgettaire voorziening die wordt aangehouden op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën;
- begrotingsstelsel: het baten-lastenstelsel, het kasstelsel of het verplichtingen-kasstelsel;
- boeken binnen begrotingsverband: het boeken van de geldswaarden van handelingen die betrekking hebben op het financieel beheer op een rekening in de financiële administratie, waarvan het saldo wordt opgenomen in een begrotingsartikel in een begrotingsstaat;
- boeken buiten begrotingsverband: het boeken van de geldswaarden van handelingen die betrekking hebben op het financieel beheer op een rekening in de financiële administratie, waarvan het saldo niet wordt opgenomen in een begrotingsartikel in een begrotingsstaat;
- budgetdisciplinesector: een onderdeel van de collectieve sector dat budgettair afzonderlijk wordt onderscheiden;
- college: de Staten-Generaal, de Raad van State, de Algemene Rekenkamer, de Nationale ombudsman, de Kanselarij der Nederlandse Orden, het Kabinet van de Koning, het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, het Kabinet van de Gouverneur van Curaçao, het Kabinet van de Gouverneur van Sint Maarten, de Kiesraad en de Commissie van toezicht betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten;
- dienstonderdeel: een organisatieonderdeel van een ministerie of een college;
- financieel beheer: het sturen en beheersen van de financiële aspecten van het beleid en de bedrijfsvoering, waaronder de zorg voor:
- a. het aangaan van financiële verplichtingen;
- b. het heffen van belastingen en het opleggen van andere heffingen;
- c. het in rekening brengen van kosten;
- d. het beheer van de financiële bezittingen en schulden;
- e. het kasbeheer;
- financiële begrotingsinformatie: de in een begroting opgenomen informatie over de financiële aspecten van het voorgenomen beleid en de voorgenomen bedrijfsvoering;
- financiële verantwoordingsinformatie: de in een jaarverslag opgenomen informatie over de financiële aspecten van het gevoerde beleid en de gevoerde bedrijfsvoering;
- financiële verplichting: de voorwaardelijke of onvoorwaardelijke verplichting tot het in de toekomst doen van een kasbetaling aan een derde of aan een ander dienstonderdeel;
- kasreserve: een niet-geoormerkte, meerjarige budgettaire reserve die wordt aangehouden op een rekening-courant bij het Ministerie van Financiën;
- kasstelsel: het financieel-administratieve stelsel van rekeningen waarin als uitgaven en ontvangsten in een jaar worden opgenomen de kasuitgaven en de kasontvangsten in dat jaar;
- materieelbeheer: de zorg voor het onderhoud en de instandhouding van roerende en onroerende zaken vanaf het moment van inbeheer- of ingebruikneming tot aan het moment van afstoting;
- materiële bedrijfsvoering: de materiële aspecten van het beleid en de bedrijfsvoering, toegespitst op:
- a. het verwerven van materieel;
- b. het materieelbeheer;
- c. het afstoten van materieel;
- niet-financiële verantwoordingsinformatie: de in een jaarverslag opgenomen informatie over de niet-financiële aspecten van het gevoerde beleid en de gevoerde bedrijfsvoering;
- rechtspersoon met een wettelijke taak: een rechtspersoon die een bij of krachtens een wet geregelde taak uitvoert en die daartoe geheel of gedeeltelijk wordt bekostigd uit de opbrengst van een bij of krachtens een wet ingestelde heffing, met uitzondering van de gemeenten, provincies, waterschappen, de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, openbare lichamen voor beroep en bedrijf en openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen uitgezonderd de openbare lichamen en gemeenschappelijke organen waaraan vanwege het Rijk wordt deelgenomen;
- saldibalans: het overzicht van de saldi van de financiële activa en passiva zoals deze op een bepaalde datum uit de financiële administratie blijken;
- schatkist van het Rijk: de departementale kassen en de centrale kassen van het Rijk tezamen;
- schatkistbankieren: het aanhouden van liquide middelen op een bankrekening van de schatkist van het Rijk;
- slotverschil: het verschil op het niveau van een begrotingsartikel dat na afloop van een begrotingsjaar wordt vastgesteld tussen de realisatie van de uitgaven, onderscheidenlijk de ontvangsten, en de raming van de uitgaven, onderscheidenlijk de ontvangsten, in de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten, bedoeld in artikel 2.23, en de wijzigingen die daarin zijn aangebracht door middel van de wetten tot wijziging van de begrotingsstaten, bedoeld in artikel 2.26;
- transactiestelsel: het financieel-administratieve stelsel van rekeningen waarin als uitgaven en ontvangsten in een jaar worden opgenomen de geldswaarden van de economische transacties die in dat jaar ontstaan;
- verplichtingen-kasagentschap: een dienstonderdeel van een ministerie, dat op grond van artikel 2.20, eerste lid, als verplichtingen-kasagentschap is aangewezen;
- verplichtingen-kasstelsel: de combinatie van het verplichtingenstelsel en het kasstelsel waarin de kasuitgaven en de financiële verplichtingen geïntegreerd worden geadministreerd;
- verplichtingenstelsel: het financieel-administratieve stelsel van rekeningen waarin als uitgaven en ontvangsten in een jaar worden opgenomen de geldswaarden van de in dat jaar aangegane of ontstane financiële verplichtingen die tot kasuitgaven leiden of kunnen leiden.
Hoofdstuk 2. De begroting en verantwoording van het Rijk
§ 1. Rijksbegroting
Artikel 2.1. Samenstelling en inhoud van de rijksbegroting
Tot de rijksbegroting behoren de departementale en de niet-departementale begrotingen van de ministeries en de colleges.
Onze Ministers, ieder met betrekking tot het beleid waarvoor hij verantwoordelijk is, stellen voor de aanvang van een begrotingsjaar een begroting op.
Voor elk ministerie is er één departementale begroting en kunnen er één of meer niet-departementale begrotingen zijn.
Voor elk college is er een niet-departementale begroting.
Als niet-departementale begroting worden voorts uitsluitend aangemerkt:
- a. de begroting van de Koning, bedoeld in artikel 2.9, en de begroting van Nationale Schuld, bedoeld in artikel 2.10;
- b. de begroting van koninkrijksrelaties, tenzij de uitgaven en ontvangsten die samenhangen met koninkrijksrelaties worden opgenomen in de betrokken departementale begroting;
- c. de begrotingen van de begrotingsfondsen, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid;
- d. de programmabegrotingen, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid.
Een departementale begroting bevat de weergave van het beleid en de bedrijfsvoering van het ministerie, met uitzondering van de beleidsaangelegenheden die worden opgenomen in een begroting als bedoeld in het vijfde lid.
De niet-departementale begroting van een college bevat de weergave van de taken en van de bedrijfsvoering van het college.
Een programmabegroting, onderscheidenlijk een begroting van een begrotingsfonds, bevat de weergave van het afgezonderde beheer, bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, respectievelijk artikel 2.11, eerste lid. Een programmabegroting, onderscheidenlijk een begroting van een begrotingsfonds, bevat geen weergave van de bedrijfsvoering die met dat afgezonderde beheer samenhangt.
§ 2. Inrichting van de begroting
Artikel 2.2. Presentatie van een begroting
Een begroting bestaat uit een begrotingsstaat en een daarbij behorende toelichting.
Artikel 2.3. Autorisatie van een begroting
Een begrotingsstaat wordt afzonderlijk bij wet vastgesteld.
In afwijking van het eerste lid kunnen twee of meer begrotingsstaten waarvoor Onze Minister die het aangaat verantwoordelijk is, in één wet worden vastgesteld.
Autorisatie van een begrotingsstaat vindt plaats op het niveau van een begrotingsartikel.
Het geautoriseerde bedrag voor de uitgaven geldt als maximum.
Structurele wijzigingen van de begrotingsstaat die op voorstel van een of meer leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal zijn aangebracht, worden, indien dit met dit voorstel beoogd is, tevens in de begrotingsstaten van de daaropvolgende jaren opgenomen, tenzij een zwaarwegende reden zich hiertegen verzet. In dat geval informeert Onze betrokken Minister de Tweede Kamer der Staten-Generaal hierover.
Artikel 2.4. Periodiciteit
Het begrotingsjaar is het kalenderjaar.
Artikel 2.5. Begrotingsstaat
De begrotingsstaat bestaat uit begrotingsartikelen en bevat per begrotingsartikel de volgende gegevens:
- a. het artikelnummer;
- b. de artikelomschrijving;
- c. het geraamde bedrag voor financiële verplichtingen;
- d. het geraamde bedrag voor kasuitgaven;
- e. het geraamde bedrag voor kasontvangsten.
Artikel 2.6. Financiële staat van agentschappen
Een agentschap heeft een afzonderlijke financiële staat die wordt opgenomen bij de begrotingsstaat van de departementale begroting van het ministerie waaronder het agentschap ressorteert.
De financiële staat van een agentschap bevat, al naar gelang van toepassing, de geraamde totaalbedragen van de financiële verplichtingen, de kasuitgaven en de kasontvangsten of de lasten en de baten.
Artikel 2.7. Bijzonder begrotingsartikel Nog onverdeeld
Een begrotingsartikel met de omschrijving Nog onverdeeld kan in een begrotingsstaat worden opgenomen ten behoeve van de voorlopige verwerking van de loon- en prijsindexering, een taakstelling of een ander nog te verdelen begrotingsbedrag.
Het begrotingsartikel Nog onverdeeld is een administratief artikel ten laste waarvan geen uitgaven worden gedaan of ten gunste waarvan geen ontvangsten worden gerealiseerd.
Het bedrag voor de uitgaven dat wordt opgenomen in de begrotingsstaat bij het begrotingsartikel Nog onverdeeld kan zowel positief als negatief zijn.
Artikel 2.8. Bijzonder begrotingsartikel Geheim
Een begrotingsartikel met de omschrijving Geheim kan in een begrotingsstaat worden opgenomen ten behoeve van uitgaven en ontvangsten waarvoor geldt dat openbaarmaking via de toedeling aan een ander begrotingsartikel niet in het belang van de Staat is.
Artikel 2.9. Begroting van de Koning
De begroting van de Koning bevat:
- a. de uitkeringen aan leden van het koninklijk huis;
- b. de uitgaven die functioneel met het koningschap samenhangen.
Artikel 2.10. Begroting van Nationale Schuld
De begroting van Nationale Schuld bevat:
- a. de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit transacties op de financiële markten, voor zover die transacties een oorspronkelijke looptijd hebben van langer dan één jaar;
- b. de mutatie per 31 december van het begrotingsjaar ten opzichte van 31 december van het voorgaande jaar in het saldo van uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit transacties op de financiële markten, voor zover die transacties een oorspronkelijke looptijd hebben van maximaal één jaar;
- c. de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit door Onze Minister van Financiën met derden en agentschappen aan te gane leningen, bedoeld in de artikelen 5.5, eerste lid, en 5.6, eerste lid;
- d. de mutatie per 31 december van het begrotingsjaar ten opzichte van 31 december van het voorafgaande jaar in het totaalsaldo van de rekeningen-courant, inclusief de daaraan gekoppelde termijndeposito’s, die derden en dienstonderdelen in het kader van schatkistbankieren aanhouden bij de schatkist van het Rijk;
- e. de uitgaven en ontvangsten aan rente, boete, kosten en provisie die voortvloeien uit de transacties, bedoeld onder b, alsmede uit de rekeningen-courant, bedoeld onder d;
- f. de uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit het betalingsverkeer met een centrale kas van het Rijk;
- g. andere door Onze Minister van Financiën aan te wijzen uitgaven en ontvangsten die voortvloeien uit vermogens- of financieringstransacties.
In afwijking van de aanhef van het eerste lid kan de begroting van Nationale Schuld geen mutaties als bedoeld in het eerste lid, onder b en d, bevatten. Na afloop van het begrotingsjaar worden deze mutaties als slotverschil weergegeven in het voorstel van wet tot vaststelling van de slotverschillen van de begroting van Nationale Schuld.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.