Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 3 april 2017, nr. WJZ/17034490, houdende regels ten aanzien van de interventie van agrarische producten (Regeling interventie 2017)

Type Ministeriële regeling
Publication 2021-06-03
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet;

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Algemene bepalingen

Artikel 2

Als bevoegde autoriteit of bevoegde instantie als bedoeld in de in artikel 1 genoemde verordeningen wordt aangewezen de minister.

Artikel 3
1.

Het indienen van een offerte of inschrijving bij openbare interventie geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

2.

Het indienen van inschrijving of aanvraag bij particuliere opslag geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

3.

Bij het indienen van een inschrijving, offerte of aanvraag kan bij de minister een zekerheid worden gesteld overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IV van Verordening 907/2014.

4.

Indien het bedrag van de te verbeuren zekerheid, bedoeld in artikel 5 van Verordening 2016/1238 € 100 of minder bedraagt, dan geeft de minister de hele zekerheid vrij.

5.

De aanvraag om de betaling van steun geschiedt met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 4
1.

Indien uit een van de in artikel 1 genoemde verordeningen voortvloeit dat een met marktinterventie verband houdende handeling met boter, mageremelkpoeder respectievelijk kaas slechts mag plaatsvinden door een erkend bedrijf, verleent de minister deze erkenning nadat de belanghebbende daartoe een aanvraag heeft ingediend en heeft aangetoond dat aan de in bijlage IV, deel III, punt 1, respectievelijk bijlage V, deel III, punt 1, van Verordening 2016/1238 gestelde voorwaarden is voldaan.

2.

Een erkenning is geldig vanaf de datum van afgifte.

Paragraaf 3. Herkeuring monsters

Artikel 5
1.

Als laboratorium voor keuring en voor herkeuring worden WFSR en COKZ aangewezen.

2.

De minister wijst op verzoek van het laboratorium voor herkeuring een ander laboratorium voor herkeuring aan indien het eerste laboratorium voor herkeuring niet tot het verrichten van de benodigde analyses is uitgerust.

3.

Indien producten niet voldoen aan de voorwaarden van openbare interventie, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van Verordening 2016/1238, betaalt de aanbieder aan de minister de analysekosten van de eerste keuring, de eventuele kosten van herkeuring en een forfait voor de transportkosten van de herkeuring. Indien het product niet in aanmerking komt voor overname in openbare interventie, neemt de aanbieder het betreffende product binnen 14 kalenderdagen na de datum van het afwijzingsbericht terug of slaat dit voor eigen rekening en risico separaat van de interventievoorraad op.

4.

Indien producten niet voldoen aan de voorwaarden voor particuliere opslag, bedoeld in artikel 3, derde lid, van Verordening 2016/1238, dan betaalt de aanbieder bij herkeuring de kosten van de herkeuring en een forfait voor de transportkosten van de herkeuring.

Paragraaf 4. Openbare interventie

Artikel 6
1.

De minister kan technische normen voor opslagplaatsen vaststellen alsmede andere eisen stellen om te waarborgen dat ingeslagen producten naar behoren worden bewaard, als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van Verordening 2016/1238.

2.

De aanbieder kan een vooraanmelding voor partijen boter doen met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Artikel 7
1.

Pallets voldoen aan de volgende voorwaarden:

2.

De minister stelt voor pallets voor boter en mageremelkpoeder een emballagesysteem vast.

Artikel 8
1.

Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in een andere lidstaat, voor openbare interventie wordt aangeboden, verstrekt de aanbieder aan de minister een certificaat als bedoeld in bijlage IV, deel I, onder 5, respectievelijk bijlage V, deel I, onder 5, van Verordening 2016/1238.

2.

Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in Nederland, voor openbare interventie in een andere lidstaat wordt aangeboden, verstrekt de minister op aanvraag een certificaat als bedoeld in bijlage IV, deel I, onder 5, respectievelijk bijlage V, deel I, onder 5, van Verordening 2016/1238.

Artikel 9
1.

Gegadigden kunnen op eigen kosten monsters van de voor openbare interventie aangeboden boter en mageremelkpoeder onderzoeken voordat zij een inschrijving indienen. Hiertoe dient de gegadigde tenminste 48 uur van tevoren een aanvraag in bij de minister met een door de minister ter beschikking gesteld middel.

2.

De gegadigde voldoet de bij het vrieshuis of het opslagpand door de monstername ontstane kosten rechtstreeks aan het vrieshuis of het opslagpand.

Artikel 10

De koper van mageremelkpoeder of boter informeert de minister, met een door de minister ter beschikking gesteld middel, ten minste één werkdag van tevoren, vóór 10:00 uur, over de door hem met het vrieshuis of opslagpand overeengekomen datum en tijdstip van daadwerkelijke uitslag uit het opslagpand of vrieshuis.

Paragraaf 5. Particuliere opslag

Artikel 11

Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen daartoe specifieke uitvoeringsregels heeft vastgesteld, kan de minister op aanvraag steun verlenen voor de particuliere opslag. De minister doet dit in overeenstemming met de op de particuliere opslag van toepassing zijnde artikelen in Deel II, Titel I, Hoofdstuk I, Afdelingen 1, 3 en 4, van Verordening 1308/2013, met inachtneming van Verordening 2016/1238 en Verordening 2016/1240 en met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde specifieke uitvoeringsregels.

Artikel 12
1.

De in artikel 46 van Verordening 2016/1240 bedoelde gegevens moeten uiterlijk de tweede werkdag voorafgaand aan de inslag om 10.00 uur worden verstrekt.

2.

De minister staat, overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van Verordening 2016/1240, voor boter en mageremelkpoeder de uitslag van een kleinere hoeveelheid dan de volledige partij toe, waarbij tenminste 1.000 kg wordt uitgeslagen.

3.

De minister staat, overeenkomstig artikel 53, tweede lid, van Verordening 2016/1240, voor kaas de uitslag van een kleinere hoeveelheid dan de volledige partij toe, waarbij tenminste 500 kg wordt uitgeslagen.

4.

De in artikel 53, derde lid, van Verordening 2016/1240 bedoelde gegevens moeten uiterlijk de tweede werkdag voorafgaand aan de uitslag om 10.00 uur worden verstrekt.

Artikel 13

Bij opslag wordt op de pallets of boxpallets, per partij en per pallet of boxpallet, op een duidelijk zichtbare plaats een label aangebracht waarop het opslagpartijnummer, het aantal verpakkingen op de pallet of boxpallet en de datum van fysieke inslag worden vermeld.

Artikel 14
1.

Het opslagpand beschikt over:

2.

De houder van het opslagpand kan de minister verzoeken om boter, kaas, mageremelkpoeder, varkens-, rund-, schapen- of geitenvlees in stellingen te mogen opslaan onder de in Bijlage 1 vermelde voorwaarden die na de inslagcontrole door de minister worden verzegeld.

3.

De in het tweede lid bedoelde aanvraag wordt ingediend bij de minister met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

Paragraaf 6. Particuliere opslag van boter en mageremelkpoeder

Artikel 15

Boter, mageremelkpoeder en kaas komen voor particuliere opslag in aanmerking indien alle partijen, waarvoor het contract is gesloten, in hetzelfde bedrijf zijn geproduceerd.

Artikel 16
1.

Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in een andere lidstaat, voor particuliere opslag wordt aangeboden, verstrekt de aanbieder aan de minister adequate bewijsstukken als bedoeld in bijlage VI, deel IV respectievelijk deel VI, van Verordening 2016/1238 om de oorsprong aan te tonen.

2.

Wanneer boter respectievelijk mageremelkpoeder, geproduceerd in Nederland, voor particuliere opslag in een andere lidstaat wordt aangeboden, verleent de minister op aanvraag bijstand om de oorsprong te bewijzen als bedoeld in bijlage VI, deel IV respectievelijk deel VI, van Verordening 2016/1238.

Paragraaf 7. Particuliere opslag van varkensvlees en rundvlees

Artikel 17
1.

De inslag vindt onder toezicht van de NVWA plaats op werkdagen tussen 07.00 uur en 18.00 uur.

2.

Op verzoek van de contractant kan de minister in uitzonderlijke situaties besluiten dat van het eerste lid mag worden afgeweken. De contractant voert hiertoe al het nodige aan waaruit de bijzonderheid van de situatie blijkt.

Artikel 18
1.

Iedere voor de particuliere opslag aangeboden partij rundvlees gaat vergezeld van een door of namens de contractant opgesteld overzicht met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld middel.

2.

Ingeval de voor particuliere opslag aangeboden partij rundvlees betrekking heeft op buitenlandse runderen, beschikt de contractant over een overzicht uit de slachthuisadministratie waarop is vermeld:

Artikel 19
1.

Op iedere invrieseenheid van varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees wordt een label aangebracht waarop in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:

2.

Op iedere opslageenheid van varkens-, rund-, schapen- en geitenvlees wordt een label aangebracht waarop in ieder geval de volgende gegevens worden vermeld:

3.

Indien op enig moment gebruik wordt gemaakt van dozen voor de verpakking van varkens-, schapen- of geitenvlees, dan worden op iedere doos op een etiket in ieder geval de volgende gegevens vermeld:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.