Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 26 maart 2017, nr. PO/1116263, houdende regels voor subsidieverstrekking voor het inzetten van kennis en competenties van masteropgeleide leraren in een lerarenteam ten behoeve van schoolontwikkeling (Subsidieregeling Teambeurs primair onderwijs)
Gelet op artikel 4, eerste en tweede lid, van de Wet overige OCW-subsidies en artikel 1.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Besluit:
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- •. bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra en artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES;
- •. DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
- •. intern begeleider: degene met coördinerende, begeleidende en innoverende taken met betrekking tot leerlingen in het basisonderwijs;
- •. Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- •. leraar: persoon, die voldoet aan de bevoegdheidseisen, bedoeld in artikel 3 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 3 van de Wet op de expertisecentra of artikel 3 van de Wet primair onderwijs BES;
- •. lerarenbeurs: subsidie verkregen op grond van de Regeling lerarenbeurs;
- •. lerarenteam: samenwerkingsverband van ten minste twee leraren binnen een school dan wel binnen meer scholen onder een bevoegd gezag die samen een masteropleiding gaan volgen;
- •. masteropleiding: opleiding als bedoeld in artikel 7.3a, eerste lid, onderdeel b, of tweede lid, onderdeel c, of artikel 7.3b van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of een opleiding, buiten Nederland binnen de Europese Unie en het Koninkrijk der Nederlanden, die vergelijkbaar is met een opleiding, als hiervoor genoemd, wat betreft niveau, kwaliteit en afsluitend examen;
- •. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
- •. remedial teacher: degene die zich bezighoudt met de individuele begeleiding van de leerling die onderwijs op maat nodig heeft;
- •. school: school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- •. schoolleider: directeur of adjunct-directeur als bedoeld in artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 31, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet primair onderwijs BES en artikel 29, eerste onderscheidenlijk derde lid, van de Wet op de expertisecentra;
- •. schooljaar: tijdvak als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet primair onderwijs BES en artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;
- •. schoolontwikkeling: continu proces van activiteiten die een school of de personeelsleden gezamenlijk ondernemen om de kwaliteit van onderwijs en de professionaliteit van de leerkrachten te bevorderen;
- •. studiejaar: tijdvak als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel k, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Artikel 2. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor de periode vanaf de datum van inwerkingtreding van deze regeling tot 1 september 2018 bedraagt € 11,7 miljoen.
Het subsidieplafond voor nieuwe subsidieaanvragen in 2019 bedraagt €2.900.000
Artikel 3. Wijze van verdeling beschikbare middelen
De minister verdeelt het ingevolge het subsidieplafond beschikbare bedrag op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Paragraaf 2. Subsidie volgen masteropleidingen in teamverband en kennisinbedding
Artikel 4. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan aan het bevoegd gezag subsidie verstrekken voor:
- a. de kosten voor het volgen van dezelfde masteropleiding door leraren van een lerarenteam;
- b. vervanging van deze leraren tijdens het volgen van de masteropleiding; en
- c. vervanging van deze leraren om de tijdens de masteropleiding opgedane kennis te benutten voor schoolontwikkeling in de eigen school na het volgen van de masteropleiding.
In aanvulling op de subsidie, bedoeld in het eerste lid, kan subsidie worden verstrekt voor:
- a. activiteiten om andere leraren in de school te betrekken bij het benutten van de kennis, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c; of
- b. afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de masteropleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag.
Subsidie als bedoeld in het eerste lid onderdeel a en b wordt verstrekt voor ten hoogste twee studiejaren. Subsidie als bedoeld in het eerste lid onderdeel c wordt verstrekt voor ten hoogste één studiejaar.
Artikel 5. Subsidieaanvraag
Een aanvraag tot subsidieverstrekking bevat een activiteitenplan en begroting.
Het activiteitenplan bevat ten minste:
- a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het laten volgen van een masteropleiding door het lerarenteam;
- b. welke leraren een masteropleiding gaan volgen;
- c. welke masteropleiding de leraren gaan volgen;
- d. hoe de kennis en competenties van deze leraren bij de schoolontwikkeling benut worden, zowel tijdens als na hun opleiding;
- e. de inzet en rollen van alle andere betrokken actoren bij de schoolontwikkeling;
- f. de borging van de onder d en e bedoelde werkwijze na de subsidieperiode;
- g. indien er sprake is van afstemming met het desbetreffende opleidingsinstituut om de opleiding beter aan te laten sluiten op de behoefte van de school of het bevoegd gezag, een beschrijving van de activiteiten die hiervoor worden uitgevoerd;
- h. een uitwerking van de activiteiten in een planning; en
- i. een afspraak wie de kosten draagt bij uitloop van de studie van een leraar.
Voor zover het betreft subsidie tot € 125.000 zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Verplichtingen
Het lerarenteam start uiterlijk zes maanden na het verstrekken van de subsidie met het volgen van de masteropleiding. De activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, vangen na het afronden van de masteropleiding aan.
Het bevoegd gezag verleent studieverlof voor het volgen van een masteropleiding en stelt het lerarenteam in staat de opgedane kennis te benutten ten behoeve van schoolontwikkeling.
Artikel 7. Omvang subsidie
Per aanvraag als bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn de volgende maximale subsidiebedragen beschikbaar:
- a. per leraar de kosten van het verschuldigd collegegeld tot een maximum van € 7.000 per studiejaar;
- b. per leraar de kosten van studiemiddelen van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350 per studiejaar;
- c. per leraar reiskosten van 10% van het verschuldigde collegegeld tot een maximum van € 350 per studiejaar;
- d. per leraar ten hoogste 320 studieverlofuren per jaar voor een voltijdsaanstelling, of voor een deeltijdsaanstelling een evenredig deel per studiejaar; en
- e. per leraar ten hoogste 160 uren voor de implementatie van kennis door de masteropgeleide leraar;
met dien verstande dat het subsidiebedrag voor een uur als bedoeld in onderdelen d en e, bedraagt € 40,89 voor leraren uit het primair onderwijs en € 43,02 voor leraren uit het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.
Per aanvraag als bedoeld in artikel 4, tweede lid, is het volgende maximale subsidiebedrag beschikbaar:
- a. maximaal € 5.000 per school voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel a; of
- b. maximaal € 5.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b.
Artikel 8. Aanvraagprocedure
In 2017 kan tussen 1 mei tot en met 15 oktober en in 2018 kan tussen 1 april tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd. In 2019 kan van 15 juli tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd.
De subsidie wordt aangevraagd door het bevoegd gezag van de school of scholen waar de leraren werkzaam zijn. Tevens ondertekenen de betrokken schoolleider of schoolleiders en leraren van het lerarenteam de aanvraag.
Voor de aanvraag van subsidie wordt een door de minister vastgesteld modelformulier gebruikt dat is bekend gemaakt op de website www.dus-i.nl.
De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, voor minimaal 20% van de werktijd zijn belast met lesgebonden taken en pedagogisch-didactisch verantwoordelijk zijn voor het onderwijs aan leerlingen, voor zover de leraren niet intern begeleider of remedial teacher zijn.
De aanvrager verklaart in zijn aanvraag dat de leraren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet reeds uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten hebben ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Indien een aanvraag betrekking heeft op een masteropleiding die nog niet geaccrediteerd is, besluit de minister voor dat deel van de aanvraag niet eerder op de aanvraag dan nadat de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie een besluit heeft genomen over de accreditatie van die opleiding. De uiterste datum waarop de minister beslist is 1 februari 2020.
Artikel 9. Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert de minister subsidie indien een leraar als bedoeld in artikel 4, eerste lid:
- a. reeds een masteropleiding heeft gevolgd op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van deze regeling subsidie heeft ontvangen; of
- b. uit andere hoofde van de minister een tegemoetkoming in de studiekosten heeft ontvangen voor het volgen van de opleiding waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 10. Terugvordering
De minister kan subsidie in ieder geval terugvorderen voor zover:
- a. een leraar of lerarenteam niet start met het volgen van de masteropleiding;
- b. een leraar of lerarenteam voortijdig stopt met het volgen van de masteropleiding.
Het bevoegd gezag doet in ieder geval melding van de gevallen, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 11. Besteding en verantwoording
De subsidie wordt direct vastgesteld binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag.
De minister betaalt de subsidie ineens.
Indien de activiteiten volledig zijn uitgevoerd en aan alle verplichtingen is voldaan, kan het niet aangewende deel van de subsidie worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.
De verantwoording geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 1.
Paragraaf 3. Subsidie ontwikkelkosten masteropleiding
Artikel 12. Te subsidiëren activiteiten
De minister kan subsidie verstrekken aan het bevoegd gezag voor het samen met een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, ontwikkelen van een nieuwe masteropleiding die is gericht op teams van leraren en teamontwikkeling.
Artikel 13. Subsidieaanvraag
In 2017 kan tussen 1 mei tot en met 15 oktober en in 2018 kan tussen 1 april tot en met 15 oktober subsidie worden aangevraagd.
Een aanvraag tot subsidieverstrekking bevat een activiteitenplan en begroting.
Het activiteitenplan bevat ten minste:
- a. een omschrijving van het doel dat het bevoegd gezag heeft met het ontwikkelen van een masteropleiding; en
- b. een beschrijving van de activiteiten die daartoe worden uitgevoerd met een planning.
Het bevoegd gezag voegt bij de aanvraag een verklaring van de betrokken instelling voor hoger onderwijs toe waaruit blijkt dat de instelling samen met het bevoegd gezag een nieuwe masteropleiding ontwikkelt gericht op lerarenteams en teamontwikkeling.
Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor activiteiten die worden verricht door personeel dat in dienst is bij het bevoegd gezag.
In de begroting worden gebruikelijke uurtarieven gehanteerd, passend bij de functie van de betrokken personeelsleden.
Voor zover het betreft subsidie tot € 125.000 zijn de artikelen 3.4 tot en met 3.7 van de Kaderregeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14. Uitvoering activiteiten
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.