Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 11 april 2017, nr. MINBUZA-2017.555622, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Matra 2017–2020)

Type Ministeriële regeling
Publication 2019-11-21
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 2.2, sub a, c en d, artikel 2.3, sub b tot en met e, en artikel 2.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.2, sub a, c en d, artikel 2.3, sub b tot en met e, en artikel 2.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van Matra 2017–2020 met het oog op de financiering van activiteiten ter bevordering van de capaciteitsversterking van (semi-)overheidsinstellingen in de Matra-doellanden: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië, Turkije, Georgië, Moldavië en Oekraïne, en de versterking van de bilaterale betrekkingen met deze landen gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Voor subsidieverlening in het kader van Matra 2017–2020 voor activiteiten bedoeld in artikel 2.2, sub a, c en d, artikel 2.3, sub b tot en met e, en artikel 2.4 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 geldt voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 30 juni 2021 een subsidieplafond van € 10 miljoen.

2.

Meerjarige subsidies kunnen worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:43 van de Algemene wet bestuursrecht, dat daarvoor in de daarop betrekking hebbende begroting voldoende middelen ter beschikking worden gesteld.

Artikel 3
1.

Aanvragen voor een subsidie in het kader van Matra 2017–2020 worden ingediend aan de hand van het daartoe door de Minister vastgestelde aanvraagformulier1https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europese-subsidies/inhoud/nederlands-fonds-voor-regionale-partnerschappen-nfrp/nfrp-matra-subsidie en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.

2.

Aanvragen voor een subsidie kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit CET tot en met 31 augustus 2018, 23:59 uur CET.

Artikel 4

Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan komt van de op die dag gelijktijdig binnengekomen aanvragen, die voldoen aan de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2021 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Subsidiebeleidskader Matra-programma 2017–2020

1. Inleiding

1.1. Relevantie voor het Nederlandse Veiligheid & Stabiliteitsbeleid

Het Matra-programma (‘maatschappelijke transformatie’) is onderdeel van het overkoepelende kabinetsbeleid voor Veiligheid en Stabiliteit. Het kabinet stelt zich daarin ten doel de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit te bevorderen door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden. Het Matra-programma is samen met het Shiraka-programma onderdeel van het ‘Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen’ (NFRP) dat zich richt op de ‘ring van instabiliteit’ rondom de Europese Unie. Het Matra-programma is daarbij gericht op de Europese Regio (specifiek: de pre-accessielanden en landen van het Oostelijk Partnerschap).3Pre-accessie: Westelijke Balkan (Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië) en Turkije en Oostelijk Partnerschap: Armenië, Azerbeidzjan, Georgië, Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland.

Sleutelbegrippen van het NFRP zijn democratisering, rechtsstaatontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en een gezonde verhouding tussen burger en overheid. Het Matra-programma is daarbij primair gericht op de capaciteitsopbouw en institutionele versterking van rechterlijke macht en publieke instituties, maatschappelijke organisaties en politieke partijen. Het Matra-programma loopt sinds 1993 onafgebroken en is daarmee één van de langstlopende programma’s die zich richten op deze aandachtsgebieden.

Het Kabinet hecht bijzonder aan het programma, omdat het gaat om het bestendigen en bevorderen van gedeelde Europese waarden. Deze gedeelde Europese waarden verbinden de Europese landen ondanks culturele diversiteit. Stabiele democratische processen en een stevige rechtsstaat, waar dit subsidiekader zich op richt, zijn onderdeel van deze Europese waarden en de Europese agenda voor de regio’s die grenzen aan de Europese Unie.

Onderdeel van het Matra-programma is het voorliggende Matra-subsidiekader 2017–2020 (hierna: Matra 2017–2020), dit werd aangekondigd in de Matra beleidskaderbrief van 8 oktober 2016 (Kamerstukken 2015–2016, 34 300 V, nr. 51): ‘In het vernieuwde Matra-programma is blijvend ruimte voor de stimulering van kennisoverdracht op het gebied van de rechtsstaat tussen Nederlandse overheidsinstanties en hun tegenhangers in de Matra-regio’s.’ De overige instrumenten van het Matra-programma zijn terug te vinden in de genoemde Kamerbrief.

1.2. Doelstelling subsidiekader Matra 2017–2020

Matra 2017–2020 is primair gericht op het versterken van de capaciteit van (semi-)overheidsinstellingen in de EU-toetredingslanden en het drietallanden van het Oostelijk Partnerschap, dat een associatieakkoord heeft gesloten met de Europese Unie (vanaf nu: AA-landen)4De Matra-landen Armenië, Azerbeidzjan en Wit-Rusland vallen daarmee buiten dit subsidiekader.. Voor de pre-accessielanden moet het project aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkeling van de rechtsstaat in lijn met de EU-toetredingscriteria. Voor de AA-landen moet het project aantoonbaar bijdragen aan de uitvoering van de afspraken zoals overeengekomen in de associatieakkoorden.

Daarnaast is Matra 2017–2020 gericht op de versterking van de bilaterale relaties. De betrokkenheid van Nederlandse maatschappelijke organisaties (NGO) en inzet van expertise van Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen zijn daarom een vereiste.

In concreto behelst de doelstelling:

De capaciteit van één of meer (semi-)overheidsinstelling(en) in één of meer van de doellanden om te voldoen aan de met de EU gemaakte afspraken5Voor de pre-accessielanden betreft het de gemaakte afspraken die zijn overeengekomen over rechtsstaatontwikkeling in het EU-toetredingstraject, voor de AA-landen om de afspraken over rechtsstaatsontwikkeling zoals overeengekomen in de associatieakkoorden. wordt versterkt door gebruik te maken van de capaciteit van een of meer relevante (semi-) overheidsinstelling(en) in Nederland.

En

Door de samenwerking tussen Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen en hun tegenhangers in de doellanden zullen de banden tussen de landen versterkt worden.

1.3. Opbouw van dit kader

In dit subsidiebeleidskader worden in hoofdstuk 2 de financiële middelen en het tijdpad geschetst. Hoofdstuk 3 bevat een toelichting op de selectiecriteria en het selectieproces, waarna hoofdstuk 4 is gewijd aan de formele vereisten aan de aanvraag en de verdere procedure. In de laatste twee hoofdstukken worden de verschillende drempelcriteria en inhoudelijke criteria uiteengezet.

2. Financiële middelen, verdeling daarvan en tijdpad projecten

2.1. Beschikbare middelen

Het subsidieplafond voor Matra 2017–2020 bedraagt EUR 10 miljoen. Een subsidie voor een project in het kader van Matra 2017–2020 zal minimaal EUR 500.000 en maximaal EUR 2 miljoen bedragen. De looptijd van een project kan variëren tussen de twee en vier jaar, moet binnen het tijdvak van 15 mei 2017 tot en met 30 juni 2021 vallen en met dien verstande dat projecten niet later dan 30 november 2018 mogen beginnen.

2.2. Verdeling beschikbare middelen

De verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats door behandeling van volledige aanvragen op volgorde van binnenkomst met dien verstande dat het kabinet zich ten doel heeft gesteld minimaal één project in Oekraïne en één project in Turkije te subsidiëren. Zolang het minimum van één volledig goedgekeurd project per land nog niet is gehaald, krijgen projectvoorstellen die zich richten op deze landen voorrang bij de verdeling van de beschikbare middelen. Indien vier weken na de openstelling van Matra 2017–2020 geen volledige projectvoorstellen voor deze landen zijn ingediend en goedgekeurd, worden de beschikbare middelen ook ingezet voor subsidiabele projectvoorstellen voor andere landen.

2.3. Gelijktijdig binnengekomen aanvragen

Indien gelijktijdig binnengekomen aanvragen bij toekenning het subsidieplafond zouden overschrijden, dan komt van die aanvragen, voor zover ze voldoen aan de maatstaven die in dit subsidiekader zijn neergelegd, de aanvraag die daaraan het beste voldoet het eerst voor subsidieverlening in aanmerking. Indien twee of meer van deze aanvragen in gelijke mate voldoen aan de maatstaven, wordt de rangschikking van de gelijk scorende aanvragen bepaald door loting.

2.4. (voorlopige) uitputting van de middelen

Vanaf het moment dat de middelen op basis van de beoordeling van eerder binnengekomen volledige aanvragen op grond van drempelcriteria en inhoudelijke criteria lijken te worden uitgeput, zullen later binnengekomen aanvragen nog niet in behandeling worden genomen. Slechts indien blijkt dat eerdere aanvragen alsnog afvallen (op basis van de organisatietoets, zie 3.6) zullen de latere aanvragen in behandeling worden genomen, vanzelfsprekend op volgorde van binnenkomst. Indien de middelen zijn uitgeput, wordt een aanvraag afgewezen.

2.5. Resterende middelen

Het is mogelijk dat na goedkeuring van één of meer aanvragen nog middelen resteren, maar dat dit restant minder bedraagt dan EUR 500.000 (het absolute minimumbedrag voor een aanvraag). Hierdoor zal er geen volgend project meer kunnen worden goedgekeurd. Projecten zullen namelijk niet gedeeltelijk worden gefinancierd indien daarmee onder de minimumomvang van een subsidie voor dit Matra-programma zou worden gekomen. Deze resterende middelen zullen worden overgeheveld naar een eventuele volgende subsidieronde onder het Matra-programma of naar het gedelegeerde budget van de ambassades.

2.6. Termijn voor indiening

Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit (de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst) tot en met uiterlijk 31 augustus 2018, 23:59 uur CET. Binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag zal op de aanvraag worden besloten.

De genoemde uiterste datum voor indiening laat onverlet dat, aangezien aanvragen worden beoordeeld op basis van volgorde van binnenkomst, de beschikbare middelen voor die tijd kunnen zijn uitgeput.

3. Selectiecriteria- en proces

3.1.1. Subsidiabele activiteit Matra 2017–2020 (thema en werkwijze)

Het Engelse begrip rule of law kan worden gelijkgesteld met de Nederlandse notie van de rechtsstaat. Beide begrippen zijn echter niet vastomlijnd en omvatten diverse thema’s die soms anders worden geformuleerd. Om het gehele spectrum te kunnen bedienen is een aantal thema’s vastgesteld op ten minste één waarvan activiteiten betrekking dienen te hebben om voor subsidieverlening in aanmerking te kunnen komen.

Kwalificerende thema’s zijn:

De genoemde lijst thema’s is limitatief en een projectaanvraag moet dan ook gericht zijn op één of meer van de bovengenoemde thema’s. Aanvragen gericht op niet-genoemde thema’s worden afgewezen.

Kwalificerende werkwijze

In lijn met de bovenstaande doelstelling van Matra 2017–2020 dienen de activiteiten zich te richten op (1) de overdracht van de inhoudelijke expertise en vaardigheden aan (semi-)overheidsinstellingen en (2) het bewerkstelligen van institutionele versterking. Daarbij dient relevante inhoudelijke expertise van een of meerdere Nederlandse (semi-) overheidsinstellingen (zie 3.2.2.) te worden ingebracht in de activiteit.

3.1.2. Geografische afbakening

Het projectvoorstel is gericht op de versterking van de capaciteit van (semi-) overheidsinstellingen in minimaal één van de volgende doellanden: Pre-accessie: Albanië, Bosnië-Herzegovina, Kosovo, Noord-Macedonië, Montenegro, Servië en Turkije en AA-landen: Georgië, Moldavië en Oekraïne.

3.2.1. Voor wie is Matra 2017–2020 bedoeld?

Subsidies uit het Matra-programma kunnen worden aangevraagd door:

Alleen rechtspersonen komen in aanmerking voor Matra-subsidie.

Adviesbureaus en organisaties met een winstoogmerk kunnen niet zelfstandig in aanmerking komen voor subsidie in het kader van Matra 2017–2020. NGO’s kunnen wel experts van profit-organisaties opvoeren in de begroting van een project indien de aard van het project of de activiteiten dat vereist.

Organisaties kunnen zelfstandig een subsidieaanvraag indienen of deel uitmaken van een alliantie. Een alliantie is een samenwerkingsverband van twee of meer organisaties in bovenstaande zin, die een gezamenlijk project uitvoeren waarbij alle partijen een bijdrage leveren aan het geheel. Zij sluiten daartoe een samenwerkingsovereenkomst en overleggen deze met het Ministerie. De penvoerder dient in een dergelijk geval namens de alliantie een aanvraag in voor het project. De penvoerder is, indien de aanvraag wordt gehonoreerd, verantwoordelijk voor de uitvoering van het project van de alliantie.

NB: Penvoerders kunnen ten hoogste viermaal in aanmerking komen voor een subsidie in het kader van Matra 2017–2020.

Aanvragers kunnen voor de uitvoering van (onderdelen van) het project gebruik maken van andere organisaties zonder winstoogmerk of van bedrijven. Een dergelijke samenwerking betreft geen samenwerking in het kader van een samenwerkingsverband zoals hiervoor bedoeld, maar samenwerking met bijvoorbeeld een lokale organisatie die enkele onderdelen van het project lokaal uitvoert.

3.2.2. Samenwerking met Nederlandse (semi-)overheidsinstellingen

Matra 2017–2020 subsidies zijn bedoeld voor activiteiten binnen één van de in paragraaf 3.1.1. genoemde thema’s waarin Nederlandse (semi-) overheidsinstellingen op resultaatgerichte wijze samenwerken met (semi-) overheidsinstellingen in de doellanden.

Onder Nederlandse (semi-) overheidsinstellingen wordt gelet op de doelstellingen van Matra 2017–2020, de volgende onderdelen van de Rijksoverheid, inclusief de daartoe behorende onderdelen, zoals (uitvoerende) diensten en inspecties verstaan:

alsmede:

In de doellanden gaat het om (semi-)overheidsinstellingen die in de lokale context vergelijkbaar zijn met de bovengenoemde Nederlandse instellingen.

De uitvoering zal niet-uitsluitend kunnen worden geleverd door medewerkers van de hier genoemde (semi-) overheidsinstellingen. In de praktijk wordt regelmatig een beroep gedaan op de aanvullende capaciteit van consulenten uit de particuliere sector. Ook kan gebruik worden gemaakt van expertise van relevante (semi-) overheidsinstellingen uit andere EU-lidstaten, mits dit niet strijdig is met de doelstellingen als genoemd in 1.2.

3.2.3. Samenwerking met lokaal maatschappelijk middenveld

Lokale maatschappelijke organisaties die actief zijn in de doellanden op de onder 3.1.1. genoemde thema’s kunnen een belangrijke rol spelen bij het bereiken van de onder 1.2 genoemde doelstellingen, en het laten beklijven van de resultaten, bijvoorbeeld in een situatie waarin een groot deel van het ambtenarenapparaat wordt gewisseld na verkiezingen. Daarnaast kan rule of law worden bevorderd via maatschappelijke organisaties, aangezien een sterk maatschappelijk middenveld (indirect) bijdraagt aan het verbeteren van het functioneren van de overheid. Door, waar relevant, deze organisaties te betrekken bij de activiteiten wordt tevens het draagvlak voor de hervormingen vergroot.

Binnen projecten onder het subsidiekader kan daarom worden samengewerkt met het lokaal maatschappelijk middenveld. Dit is evenwel geen verplichting.

3.3. Formele vereisten

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van Matra 2017–2020 dient een aanvraag te voldoen aan de formele vereisten zoals vermeld in hoofdstuk 4.

3.4. Drempelcriteria

Zowel de aanvrager/penvoerder en alle mede-indieners, als het project waarvoor subsidie wordt gevraagd, dienen ten minste te voldoen aan de drempelcriteria (D.1 t/m D.14, zie hoofdstuk 5) om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie in het kader van het Matra 2017–2020. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria zal de aanvraag worden afgewezen en niet verder worden beoordeeld. Drempelcriteria zijn criteria met betrekking tot het soort organisatie, de bezoldiging van het management en bestuur, evenals criteria met betrekking tot het project.

3.5. Inhoudelijke criteria

Indien voldaan is aan de drempelcriteria zal worden beoordeeld of in voldoende mate wordt voldaan aan de inhoudelijke criteria (I.1 t/m I.7).

Om voor subsidieverlening in het kader van het Matra 2017–2020 in aanmerking te kunnen komen dient de kwaliteit van een aanvraag goed te zijn. Dit wordt uitgedrukt in een score. De minimaal te behalen totaalscore bedraagt 70% van de maximaal te behalen totaalscore, waarbij bovendien geldt dat voor de beleidsmatige criteria I.2 en I.3 tezamen ook een minimumaantal punten moet worden behaald (dit wordt aangegeven in het aanvraagstramien). Op deze manier wordt beoogd aanvragen te honoreren die niet slechts van voldoende kwaliteit zijn, maar die zich ook daadwerkelijk in positieve zin onderscheiden bij de bevordering de doelstellingen van Matra 2017–2020.

3.6. Organisatorische capaciteit

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.