Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-06-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gedeputeerde staten van de provincie Flevoland,

Het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland,

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Dronten, Lelystad, Urk en Zeewolde;

Gelet op hoofdstuk VI en VIII van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

Overwegende dat:

zij op 1 februari 2004 samen met het bestuur van de stichting Nieuw Land en het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders de gemeenschappelijke regeling tot de instelling van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid dat de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Flevoland, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Zeewolde, het waterschap Zuiderzeeland, het Nieuw Land Poldermuseum en het Sociaal Historisch Centrum voor Flevoland beheert alsmede taken van het archeologisch depot van de provincie Flevoland uitoefent, hebben getroffen;

dat de regeling per 23 maart 2017 technisch is gewijzigd als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stcrt 2017, 15726);

het bestuur van de stichting Nieuw Land en het bestuur van de stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de drooggelegde Zuiderzeepolders hebben besloten dat zij uit de gemeenschappelijke regeling treden;

gedeputeerde staten van de provincie Flevoland alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties die berusten in de provinciale archiefbewaarplaats wil overdragen aan het openbaar lichaam dat de collecties en archiefbescheiden die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Flevoland, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten Lelystad, Dronten, Urk en Zeewolde en de archiefbewaarplaats van het waterschap Zuiderzeeland beheert;

de provincie Flevoland alle aangelegenheden betreffende de collecties die berusten in het archeologisch depot van de provincie wil opdragen aan de stichting Batavialand;

dat het algemeen bestuur van het waterschap Zuiderzeeland zijn bevoegdheden ex artikel 36 en artikel 37, derde lid, van de Archiefwet 1995 aan het dagelijks bestuur van het waterschap Zuiderzeeland heeft overgedragen;

dat als gevolg van de voornoemde overwegingen de gemeenschappelijke regeling moet worden gewijzigd;

Besluiten:

dat de Gemeenschappelijke Regeling Nieuw Land Erfgoedcentrum door deze wijziging als volgt komt te luiden:

Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Historisch Centrum Het Flevolands Archief

Hoofdstuk I. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder:

Hoofdstuk II. Het Flevolands Archief

Artikel 2
1.

Er is een openbaar lichaam genaamd Het Flevolands Archief, dat gevestigd is in Lelystad.

2.

Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid.

3.

De bestuursorganen van Het Flevolands Archief zijn:

Hoofdstuk III. Doel en taken

Artikel 3
1.

De regeling wordt getroffen met het doel de belangen die de deelnemers hebben bij goed beheer van de archiefbescheiden en collecties, die berusten in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie, de archiefbewaarplaats van de provincie, de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten en de archiefbewaarplaats van het waterschap, en alle daarbij behorende aangelegenheden in gezamenlijkheid te behartigen.

2.

Het Flevolands Archief voert bij de behartiging van de belangen, bedoeld in het eerste lid, het archiefbeleid van de deelnemers mede uit.

Artikel 4

Aan Het Flevolands Archief zijn de volgende werkzaamheden, taken en bevoegdheden van de deelnemers overgedragen:

Artikel 5
1.

De deelnemers doen het dagelijks bestuur mededeling van de bij hen in voorbereiding zijnde maatregelen en plannen die voor de behartiging van de belangen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor Het Flevolands Archief van belang zijn.

2.

De deelnemers kunnen, bij de in het eerste lid bedoelde mededeling, het gevoelen vragen van het dagelijks bestuur. Ook ongevraagd kan het dagelijks bestuur zijn zienswijze daaromtrent aan de deelnemers kenbaar maken.

Hoofdstuk IV. Het algemeen bestuur

Artikel 6
1.

Het algemeen bestuur bestaat uit zeven leden, de voorzitter, bedoeld in artikel 16, inbegrepen.

2.

De Minister wijst één lid aan.

3.

Gedeputeerde staten van de provincie wijzen uit hun midden één lid aan.

4.

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten wijzen uit hun midden ieder één lid aan.

5.

Het dagelijks bestuur van het waterschap wijst uit zijn midden één lid aan.

6.

De deelnemers kunnen voor ieder door hen benoemd lid tevens één plaatsvervangend lid aanwijzen, dat het lid bij verhindering of ontstentenis vervangt. Het aanwijzen van een plaatsvervangend lid geschiedt overeenkomstig het gestelde in het tweede tot en met het vijfde lid. Hetgeen in deze regeling is bepaald ten aanzien van een lid van het algemeen bestuur is van overeenkomstige toepassing op het plaatsvervangend lid, tenzij de regeling anders bepaalt.

7.

Het lidmaatschap van het lid, aangewezen door de Minister, eindigt op het moment dat de termijn waarvoor het lid is benoemd, afloopt.

8.

Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten en het dagelijks bestuur van het waterschap, eindigt op het moment dat de zittingsperiode van gedeputeerde staten van de provincie, van het college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten of van het dagelijks bestuur van het waterschap afloopt.

9.

Het lidmaatschap van de leden, aangewezen door gedeputeerde staten van de provincie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, het dagelijks bestuur van het waterschap, eindigt tevens bij beëindiging van het lidmaatschap van die leden van gedeputeerde staten van de provincie, van het college van burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente of van het dagelijks bestuur van het waterschap.

10.

Een persoon waarvan het lidmaatschap ingevolge het zevende, achtste en negende lid is geëindigd, kan opnieuw worden aangewezen.

11.

Indien tussentijds een zetel van een lid van het algemeen bestuur vacant komt, wordt overeenkomstig het tweede tot en met het vijfde lid zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.

12.

Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde zijn lidmaatschap ter beschikking stellen.

13.

Een lid van het algemeen bestuur dat zijn lidmaatschap ter beschikking heeft gesteld, blijft in functie totdat een nieuw lid is aangewezen.

14.

Een lid van het algemeen bestuur kan door de deelnemer die hem heeft aangewezen worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit.

Artikel 7
1.

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft één stem.

2.

Een lid van het algemeen bestuur neemt niet deel aan de stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger in een andere hoedanigheid eveneens betrokken is en waarbij belangenverstrengeling speelt of de integriteitsvraag aan de orde zou kunnen zijn.

3.

Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

4.

Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

5.

Het vierde lid is niet van toepassing:

6.

Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht, tenzij in de regeling anders is bepaald.

7.

Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Hoofdstuk V. De taken en bevoegdheden van het algemeen bestuur

Artikel 8
1.

Aan het algemeen bestuur behoren ter uitvoering van de aan Het Flevolands Archief toegekende taken alle bevoegdheden toe die niet bij wet of deze regeling aan een ander orgaan binnen de gemeenschappelijke regeling zijn opgedragen.

2.

Tot de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden behoren in ieder geval de volgende bevoegdheden:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.