← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 18 april 2017, houdende regels betreffende de exploitatie van de luchthaven Schiphol (Besluit exploitatie luchthaven Schiphol 2017)

Geldende tekst a fecha 2018-05-01

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 13 december 2016, nr. IenM/BSK-2016/297713, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 8.1b, eerste lid, 8.25di, eerste lid, 8.25e, twaalfde lid, artikel 8.25f, achtste lid, artikel 8.25fa, zevende lid, artikel 8.25g, vijfde lid, en artikel 8.29a, tweede lid, van de Wet luchtvaart;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 24 februari 2017, nr. W14.16.0415/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 12 april 2017, IenM/BSK-2017/78393, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet luchtvaart inzake exploitatie van luchthaven Schiphol (Stb. 2016/272) in werking treedt.

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepalingen
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

2.

Het in artikel 8.1b, eerste lid, van de wet, bedoelde bedrag voor een investeringsproject is 20 miljoen euro.

Artikel 2. Luchtvaartactiviteiten
1.

De luchtvaartactiviteiten betreffen de activiteiten van de exploitant van de luchthaven ten behoeve van:

2.

Tot de in artikel 8.25dd, tweede lid, van de wet bedoelde overige activiteiten die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten behoren:

Hoofdstuk 2. Tarieven en voorwaarden, investeringsprogramma en investeringsprojecten

§ 1. Vaststelling van tarieven en voorwaarden, aangepaste tarieven, aangepaste operationele voorwaarden, nieuwe tarieven en voorwaarden en investeringsprogramma

Artikel 3. Wijze van de mededelingen van de vaststelling
1.

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, de aangepaste tarieven, de aangepaste operationele voorwaarden, de nieuwe tarieven en voorwaarden en het investeringsprogramma, bedoeld in artikel 8.25da, eerste lid, vierde lid, vijfde lid, artikel 8.25db, vierde lid respectievelijk artikel 8.25de, tweede lid, van de wet door:

2.

De exploitant van de luchthaven vermeldt in de kennisgeving van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de datum waarop de tarieven en voorwaarden, de aangepaste tarieven, de aangepaste operationele voorwaarden, de nieuwe tarieven en voorwaarden respectievelijk het investeringsprogramma zijn vastgesteld, de periode van ter inzage legging en de locatie waar en de tijdstippen waarop de mededeling kan worden ingezien.

3.

De exploitant van de luchthaven vermeldt voorts in de kennisgeving van de mededeling van de vaststelling van de aangepaste operationele voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25da, vijfde lid, van de wet de datum waarop deze voorwaarden in werking treden.

Artikel 4. Tijdstip van de mededelingen van de vaststelling
1.

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25da, eerste lid, van de wet en de mededeling van de vaststelling van het investeringsprogramma, bedoeld in artikel 8.25de, tweede lid, van de wet, ten minste vijf maanden voor de datum van inwerkingtreding van de tarieven en voorwaarden.

2.

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van de vaststelling van de aangepaste tarieven, bedoeld in artikel 8.25da, vierde lid, van de wet en de mededeling van de nieuwe tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25db, vierde lid, van de wet ten minste vijf maanden voor de datum van inwerkingtreding van de aangepaste tarieven respectievelijk de datum van inwerkingtreding van de nieuwe tarieven en voorwaarden.

3.

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van de vaststelling van de aangepaste operationele voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25da, vijfde lid, van de wet ten minste acht weken voor de datum van inwerkingtreding van de aangepaste operationele voorwaarden.

Artikel 5. Samenvoeging van de mededelingen van de vaststelling
1.

De mededeling van de vaststelling van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25da, eerste lid, van de wet wordt samengevoegd met de mededeling van het vijfjarig investeringsprogramma, bedoeld in artikel 8.25de, tweede lid, van de wet.

2.

Indien de inwerkingtreding van de jaarlijks aangepaste tarieven, bedoeld in artikel 8.25d, vierde en vijfde lid, van de wet, samenvalt met de inwerkingtreding van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet, dan wel de nieuwe tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25db, eerste tot en met derde lid, worden de mededelingen van de vaststelling van deze tarieven en voorwaarden geïntegreerd in één mededeling.

Artikel 6. Bijdrage uit niet-luchtvaartactiviteiten

De in artikel 8.25dd, eerste lid, van de wet bedoelde bijdrage wordt bepaald met inachtneming van:

§ 2. Vaststelling van raming, begroting en realisering van investeringsprojecten

Artikel 7. Wijze en tijdstip van de mededelingen inzake investeringsprojecten

De exploitant van de luchthaven doet de mededelingen inzake een investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan, bedoeld in artikel 8.25df, tweede, vierde en vijfde lid, van de wet schriftelijk aan de projectgroep overeenkomstig de in de projectgroep gemaakte afspraken over de wijze en het tijdstip van deze mededelingen.

Artikel 8. Inhoud van de mededeling van de vaststelling van de raming

De exploitant van de luchthaven vermeldt in de mededeling van de vaststelling van de raming van een investeringsproject, bedoeld in artikel 8.25df, tweede lid, in ieder geval de door de leden van de projectgroep ingediende zienswijzen over de voorgestelde raming en functionele specificaties.

§ 3. Voorstel voor tarieven en voorwaarden, aangepaste tarieven, aangepaste operationele voorwaarden, nieuwe tarieven en voorwaarden en investeringsprogramma

Artikel 9. Wijze van de mededelingen van en zienswijze over het voorstel
1.

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van een voorstel voor tarieven en voorwaarden en nieuwe tarieven en voorwaarden, een voorstel van de afzonderlijke verrekeningen, het saldo van die verrekeningen en de daaruit volgende aangepaste tarieven, een voorstel tot aanpassing van de operationele voorwaarden en een voorstel van het investeringsprogramma, bedoeld in artikel 8.25e, eerste, tweede, derde respectievelijk zesde lid, van de wet door:

2.

De exploitant van de luchthaven vermeldt in de kennisgeving van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de aanvang van de periode van ter inzage legging en de locatie waar en de tijdstippen waarop het voorstel, bedoeld in artikel 8.25e, eerste, tweede, derde respectievelijk zesde lid, van de wet kan worden ingezien.

3.

Binnen vier weken na de dag waarop de in het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan, kunnen gebruikers en representatieve organisaties hun zienswijze omtrent het voorstel schriftelijk kenbaar maken aan de exploitant van de luchthaven.

4.

Gedurende de in het derde lid bedoelde termijn bestaat desgevraagd voor de gebruikers en de representatieve organisaties de mogelijkheid hun zienswijze mondeling toe te lichten.

Artikel 10. Samenvoeging van de mededelingen van een voorstel
1.

De mededeling van een voorstel voor tarieven en voorwaarden, dat wordt gedaan met het oog op de vaststelling van de in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet bedoelde tarieven en voorwaarden, wordt samengevoegd met de mededeling van het voorstel voor het vijfjarig investeringsprogramma.

2.

Indien de inwerkingtreding van de jaarlijkse aangepaste tarieven, bedoeld in artikel 8.25d, vierde en vijfde lid, van de wet, samenvalt met de inwerkingtreding van de tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet, dan wel nieuwe tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25db, eerste tot en met derde lid, van de wet, worden de mededelingen van de voorstellen voor deze tarieven geïntegreerd in één mededeling.

Artikel 11. Inhoud van een voorstel voor tarieven en voorwaarden

Het voorstel voor tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van de wet, dat wordt gedaan met het oog op de vaststelling van de in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet bedoelde tarieven en voorwaarden, bevat in ieder geval:

Artikel 12. Inhoud van een voorstel voor aangepaste tarieven

Het voorstel voor aangepaste tarieven, bedoeld in artikel 8.25e, tweede lid, van de wet bevat in ieder geval:

Artikel 13. Inhoud van een voorstel voor aangepaste operationele voorwaarden

Het voorstel voor aangepaste operationele voorwaarden bevat in ieder geval:

Artikel 14. Inhoud van een voorstel voor nieuwe tarieven en voorwaarden

Het voorstel voor nieuwe tarieven en voorwaarden, bedoeld in artikel 8.25e, eerste lid, van de wet, dat wordt gedaan met het oog op de vaststelling van de in artikel 8.25db, eerste tot en met derde lid, van de wet bedoelde nieuwe tarieven en voorwaarden, bevat in ieder geval:

Artikel 15. Informatie voorafgaand aan de mededeling van een voorstel voor tarieven en voorwaarden

Voorafgaand aan de mededeling van een voorstel voor de in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet bedoelde tarieven en voorwaarden, verstrekken de gebruikers aan de exploitant van de luchthaven met betrekking tot elk van de eerstkomende vijf boekjaren informatie over:

Artikel 16. Informatie over het voorstel van het investeringsprogramma
1.

De exploitant van de luchthaven geeft de volgende informatie over het voorstel van het investeringsprogramma:

2.

In aanvulling op de in het eerste lid, bedoelde informatie, verstrekt de exploitant van de luchthaven het capaciteitsontwikkelingsplan.

3.

De exploitant van de luchthaven informeert gebruikers en representatieve organisaties jaarlijks over de voortgang van het investeringsprogramma, uiterlijk op hetzelfde tijdstip als waarop hij de in artikel 8.25e, tweede lid, van de wet bedoelde mededeling doet.

§ 4. Voorstellen voor raming investeringsprojecten

Artikel 17. Projectgroep
1.

De exploitant van de luchthaven stelt voor elk investeringsproject een projectgroep in op een tijdstip dat ten minste drie maanden ligt voor het tijdstip van de in artikel 8.25e, zevende lid, van de wet bedoelde mededeling van het voorstel voor een raming van een investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan.

2.

De deelname aan de projectgroep staat open voor elke gebruiker dan wel representatieve organisatie.

3.

De exploitant van de luchthaven doet de oproep tot deelname aan de projectgroep,bedoeld in het eerste lid, door:

Artikel 18. Wijze en tijdstip mededeling voorstel raming

De exploitant van de luchthaven doet de mededeling van het voorstel met betrekking tot de raming van een investeringsproject, bedoeld in artikel 8.25e, zevende lid, van de wet, schriftelijk aan de projectgroep overeenkomstig de in de projectgroep gemaakte afspraken over het tijdstip en de wijze van die mededeling.

Artikel 19. Informatie over voorstel raming
1.

De exploitant van de luchthaven geeft in aanvulling op de informatie, bedoeld in artikel 8.25e, zevende lid, van de wet, de volgende informatie over het voorstel voor de raming van een investeringsproject of een afzonderlijk onderdeel daarvan, bedoeld in dat artikellid:

2.

Indien opnieuw een voorstel met betrekking tot de raming van een investeringsproject of een afzonderlijk onderdeel daarvan wordt ingediend in verband met uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 8.25dg, tiende lid, van de wet, dan geeft de exploitant van de luchthaven in de mededeling van dit voorstel, bedoeld in artikel 8.25e, zevende lid, van de wet, tevens gemotiveerd aan:

§ 5. Verrekeningen

Artikel 20. Tijdstip en wijze van verrekening
1.

De verrekeningen uit enig boekjaar, bedoeld in artikel 8.25dg, eerste, tweede, zesde tot en met achtste, elfde en twaalfde lid, van de wet wordt over gelijke delen gespreid over de eerstvolgende aaneengesloten drie boekjaren na de vaststelling van de financiële verantwoording.

2.

De verrekeningen uit enig boekjaar, bedoeld in artikel 8.25dg, derde tot en met vijfde lid, van de wet vinden plaats in het eerstvolgende boekjaar na de vaststelling van de financiële verantwoording.

3.

De te verrekenen rentevergoeding over de saldi van de door de exploitant van de luchthaven aan de gebruikers verschuldigde, nog te verrekenen bedragen, wordt berekend vanaf het einde van het boekjaar waarin de verrekenplicht is ontstaan en waarop de financiële verantwoording betrekking heeft tot het tijdstip van inwerkingtreding van de aangepaste tarieven, waarin de nog verschuldigde bedragen of delen daarvan zijn verwerkt.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de te verrekenen rentevergoeding over de saldi van de door gebruikers aan de exploitant van de luchthaven verschuldigde, nog te verrekenen bedragen.

5.

De exploitant van de luchthaven gebruikt de 12 maands Euribor voor de berekening van de verschuldigde rentevergoeding.

Artikel 21. Verschil investeringsuitgaven en investeringsbegroting

Het verschil tussen de daadwerkelijke investeringsuitgaven van een investeringsproject of elk afzonderlijk onderdeel daarvan, en de investeringsbegroting, bedoeld in artikel 8.25dg, negende en tiende lid, van de wet, is 5%.

§ 6. Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden

Artikel 22. Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden (tarieven en voorwaarden)

Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 8.25db, tweede lid, van de wet, zijn omstandigheden die:

Artikel 23. Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden (investeringsproject)

Uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 8.25dg, tiende lid, van de wet, zijn omstandigheden die:

§ 7. Gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven

Artikel 24. Gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven

Bij de vaststelling van en het daaraan voorafgaand doen van een mededeling van een voorstel voor tarieven en voorwaarden ten behoeve van een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven als bedoeld in artikel 8.25dj, tweede en derde lid van de wet, is voor de exploitant van de luchthaven dit besluit in zijn geheel en voor de exploitant van de deelnemende overige burgerluchthavens, die een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven toepassen, de artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 9, 11, onderdeel a, 15 en 27, eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 25. Inhoud voorstel gemeenschappelijk transparant systeem van tarieven

Onverminderd het bepaalde in artikel 24 in samenhang met artikel 11, bevat het voorstel voor de tarieven en voorwaarden ten behoeve van een gemeenschappelijk, transparant systeem van tarieven, bedoeld in artikel 8.25dj, vierde lid, van de wet, in ieder geval:

§ 8. Beveiligingsactiviteiten ten behoeve van de burgerluchtvaart

Artikel 26. Afwijkende regels in geval van bijzondere aanwijzing
1.

In afwijking van de artikelen 4 en 9 gelden de volgende bepalingen, indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie een in artikel 37ac, tweede lid, van de Luchtvaartwet bedoelde bijzondere aanwijzing heeft gegeven op grond waarvan de exploitant van de luchthaven maatregelen heeft genomen, voor zover die maatregelen betrekking hebben op de beveiliging van de burgerluchtvaart.

2.

Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie op een daartoe strekkend verzoek van een buitenlandse staat of een bondgenootschap, dan wel uit eigener beweging, bepaalt dat een in verband met de bijzondere aanwijzing genomen tijdelijke maatregel wordt omgezet in een structurele maatregel, doet hij hiervan mededeling aan de exploitant van de luchthaven, de gebruikers en representatieve organisaties onder gelijktijdige mededeling aan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

3.

De uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten komen met ingang van het tijdstip waarop overeenkomstig het vierde lid de tarieven en voorwaarden in werking zijn getreden, ten laste van de exploitant van de luchthaven.

4.

Indien Onze Minister van Veiligheid en Justitie toepassing geeft aan het tweede lid, kan de exploitant van de luchthaven nieuwe tarieven als bedoeld in artikel 8.25db, eerste lid, van de wet vaststellen met het oog op de uit een structurele maatregel voortvloeiende kosten, met inachtneming van het volgende:

5.

Onze Minister van Veiligheid en Justitie kan bepalen dat een structurele maatregel met ingang van een door hem te bepalen datum wordt ingetrokken. Hiervan doet Onze Minister van Veiligheid en Justitie mededeling aan de exploitant van de luchthaven en gelijktijdig aan de gebruikers en representatieve organisaties en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu.

6.

De exploitant van de luchthaven beëindigt met ingang van de in het vijfde lid bedoelde datum de uitvoering van de desbetreffende structurele maatregel, waarmee ook de daarmee gemoeide kosten komen te vervallen.

7.

Indien Onze Minister van Justitie toepassing geeft aan het vijfde lid, stelt de exploitant van de luchthaven de in artikel 8.25db, eerste lid, van de wet bedoelde nieuwe tarieven voor de beveiliging van de burgerluchtvaart vast. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing.

§ 9. Klachtrecht en procestoets Autoriteit Consument en Markt

Artikel 27. Inhoud aanvraag bij de ACM
1.

Een aanvraag als bedoeld in artikel 8.25f, eerste lid van de wet, bevat in ieder geval:

2.

Het bepaalde in het eerste lid, onderdelen a tot en met c, is van overeenkomstige toepassing op een in artikel 8.25fa, eerste lid, van de wet bedoelde aanvraag.

3.

De in het tweede lid bedoelde aanvraag bevat de gronden voor het oordeel van de deelnemer van de projectgroep dat de bij dit besluit gestelde regels ter zake van de in artikel 8.25e, zevende lid, van de wet bedoelde procedure dan wel de in artikel 8.25e, negende lid, van de wet bedoelde raadpleging niet tijdig, niet volledig of niet correct zijn nagekomen.

§ 10. Benchmarks

Artikel 28. Totstandkoming benchmarks
1.

De exploitant van de luchthaven stelt na overleg met de gebruikers en representatieve organisaties op:

2.

De exploitant van de luchthaven stelt de peergroups, de lijst en het model, bedoeld in het eerste lid, vast, na raadpleging van de gebruikers en representatieve organisaties over het voorstel voor deze peergroups, deze lijst en dit model.

3.

De exploitant van de luchthaven kan de peergroups, de lijst en het model, bedoeld in het eerste lid, wijzigen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid.

§ 11. Toerekeningsysteem en financiële verantwoording

Artikel 29. Toerekeningsysteem
1.

De operationele kosten en de kosten van de productiemiddelen, voor zover deze worden aangewend voor de luchtvaartactiviteiten worden bepaald en toegerekend overeenkomstig aanvaardbare bedrijfseconomische principes.

2.

De jaarlijkse kosten van de luchtvaartactiviteiten worden als volgt toegerekend:

3.

Het toerekeningssysteem bevat de principes op grond waarvan wordt vastgesteld in welke mate productiemiddelen worden aangewend voor de luchtvaartactiviteiten.

4.

De materiële vaste activa, die in gebruik zijn voor de luchtvaartactiviteiten, worden onderverdeeld in activa die uitsluitend voor die activiteiten worden aangewend en activa die deels voor die activiteiten worden aangewend en in overeenstemming daarmee worden toegedeeld.

5.

Materiële vaste activa worden pas aangewend voor luchtvaartactiviteiten na het moment van ingebruikneming voor dat doel.

6.

Goodwill wordt niet begrepen onder materiële vaste activa als bedoeld in het vierde lid.

7.

De materiële vaste activa die deels voor de luchtvaartactiviteiten worden aangewend, worden toegedeeld aan de hand van de op die activiteiten afgestemde en in het toerekeningssysteem opgenomen verdeelsleutels.

8.

Van de op grond van het vierde lid aan de luchtvaartactiviteiten toegedeelde materiële vaste activa wordt de waarde bepaald op basis van historische kostprijs en met toepassing van de door de exploitant van de luchthaven aangegeven afschrijvingsmethode.

9.

In afwijking van het achtste lid wordt van de op grond van het vierde lid aan de luchtvaartactiviteiten toegedeelde materiële vaste activa met een waarde van meer dan honderd miljoen euro waarvan de vervaardigingsperiode meer dan een jaar duurt en waarbij ten tijde van het investeringsbesluit wordt verwacht dat zich na de ingebruikneming een initiële overcapaciteit zal voordoen, de waarde bepaald op basis van de historische kostprijs, waarbij over de gebruikelijke economische levensduur wordt afgeschreven op basis van de unuïteitenmethode.

10.

De exploitant van de luchthaven stelt voor de activa waarop de unuïteitenmethode van toepassing is elke zes jaar het reëel constant bedrag van de afschrijvings- en vermogenskosten per eenheid vast, waarbij deze zes jaar gekoppeld wordt aan de kostenberekening van twee opeenvolgende tariefperioden.

11.

De waarde van de materiële vaste activa van de luchtvaartactiviteiten, bedoeld in het vierde lid, wordt aangeduid als Regulatory Asset Base.

12.

Voor de toerekening van kosten aan de luchtvaartactiviteiten worden de in het zevende lid bedoelde verdeelsleutels en de verdeelsleutels van andere productiemiddelen gehanteerd, waarbij geldt dat:

13.

Als opbrengsten van luchtvaartactiviteiten worden toegerekend de opbrengsten uit luchtvaartactiviteiten en de opbrengsten uit de in artikel 2, tweede lid, bedoelde overige activiteiten die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten.

Artikel 30. Financiële verantwoording
1.

Bij het opstellen van de in artikel 8.25g, derde lid, van de wet bedoelde financiële verantwoording wordt het ingevolge artikel 8.25g, eerste lid, van de wet vastgestelde toerekeningssysteem toegepast.

2.

De toelichting, bedoeld in artikel 8.25g, derde lid, van de wet, bevat:

Artikel 31. Goedkeuring toerekeningsysteem

De Autoriteit Consument en Markt verleent goedkeuring aan het toerekeningssysteem voor ten hoogste zes jaar, waarbij deze zes jaar gekoppeld wordt aan maximaal twee tariefperioden.

Artikel 32. Geprognosticeerd rendement
1.

Bij de bepaling van de tarieven voor de luchtvaartactiviteiten wordt het geprognosticeerde rendement in elk boekjaar van de eerstkomende tariefperiode over de in artikel 29, elfde lid, bedoelde Regulatory Asset Base als maatstaf gebruikt.

2.

Het geprognosticeerde rendement, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend met inachtneming van de in onderdeel A van de bijlage bij dit besluit opgenomen formule en is ten hoogste gelijk aan de gewogen gemiddelde jaarlijkse vermogenskosten die voor de eerstvolgende tariefperiode worden berekend met inachtneming van de formule die is opgenomen in de onderdeel C van de bijlage bij dit besluit.

3.

Bij de berekening van het geprognosticeerde rendement, bedoeld in het eerste lid, over de beveiligingsactiviteiten, wordt tevens onderdeel B van de bijlage bij dit besluit in acht genomen.

4.

Bij de berekening van het in het eerste lid bedoelde geprognosticeerde rendement blijven de verrekeningen, bedoeld in artikel 8.25dg, van de wet, buiten beschouwing.

Hoofdstuk 3. Verslaglegging

Artikel 33. Inhoud exploitatieverslag
1.

Het verslag, bedoeld in artikel 8.29a, eerste lid van de wet, bevat in ieder geval:

2.

De beschrijving van de ontwikkeling van netwerkkwaliteit over de daaraan voorafgegane laatste tariefperiode waarover de exploitant van de luchthaven ter uitvoering van artikel 8.29a van de wet verslag uitbrengt, betreft in ieder geval:

3.

De beschrijving van de ontwikkeling van netwerkkwaliteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, betreft voorts de verwachte ontwikkeling van de netwerkkwaliteit voor de lopende tariefperiode en een toelichting op de wijze waarop die ontwikkeling door de exploitant van de luchthaven wordt ondersteund, voor zover dit geen als bedrijfsvertrouwelijk te kwalificeren informatie bevat.

Artikel 34. Oplevering en verstrekking verslag
1.

De exploitant van de luchthaven brengt het verslag steeds uit na afloop van de tariefperiode, bedoeld in artikel 8.25d, eerste lid, van de wet en vóór 1 juni van het boekjaar waarin de tariefperiode eindigt, tenzij Onze Minister van Infrastructuur en Milieu met toepassing van artikel 8.29a, eerste lid, van de wet schriftelijk en vóór 1 november van het lopende boekjaar aan de exploitant van de luchthaven meedeelt een verslag te verlangen vóór 1 juni van het volgende boekjaar.

2.

De exploitant van de luchthaven verstrekt het verslag, bedoeld in artikel 8.29a, eerste lid, van de wet, op verzoek aan de gebruikers en representatieve organisaties.

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 35. Overgangsbepalingen
1.

Het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol, zoals dat luidde onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van het onderhavige besluit, blijft van toepassing ten aanzien van:

2.

Artikel 20 is van overeenkomstige toepassing op de verrekeningen, bedoeld in artikel 8.25d, tiende en elfde lid, zoals deze leden luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van de in het eerste lid, onderdeel a, genoemde wet, die op grond van artikel 12.6a, derde lid, van de Wet plaatsvinden bij de aldaar bedoelde vaststelling van de tarieven voor drie jaar en de aangepaste tarieven.

Artikel 36. Intrekking besluit

Het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol wordt ingetrokken.

Artikel 37. Inwerkingtreding

Indien de wet van 22 juni 2016 tot wijziging van de Wet luchtvaart inzake de exploitatie van de luchthaven Schiphol (Stb. 2016, 272) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.

Artikel 38. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit exploitatie luchthaven Schiphol 2017.

Bijlage. bij artikel 32

De berekening van het geprognosticeerde rendement

Het geprognosticeerde rendement (in procentpunten) in de drie boekjaren in de eerstvolgende tariefperiode is maximaal gelijk aan de gewogen gemiddelde vermogenskosten (Weighted Average Cost of Capital, WACC), zoals bepaald in deel C van deze bijlage, exclusief de in artikel 8.25dg, van de wet bedoelde verrekeningen.

De bepaling van het rendement van het totaal van de luchtvaartactiviteiten van de exploitant van de luchthaven heeft plaats overeenkomstig deel A van deze bijlage.

De bepaling van het afzonderlijk rendement van de beveiligingsactiviteiten van de exploitant van de luchthaven heeft plaats overeenkomstig deel B van deze bijlage.

De bepaling van de gewogen gemiddelde vermogenskosten (WACC) ter zake van de luchtvaartactiviteiten van de exploitant van de luchthaven heeft plaats overeenkomstig deel C van deze bijlage.

A. De berekening van het (toegestane) rendement

Het rendement op de Regulatory Asset Base («RAB») na belasting in boekjaar t wordt berekend door het aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen resultaat in boekjaar t te delen door de waarde van de Regulatory Asset Base voor dat jaar. Om deze berekening te kunnen maken worden de onderstaande stappen beschreven.

Totale opbrengsten (AR) = totaal opbrengsten tarieven (a) + opbrengsten overige activiteiten die rechtstreeks verband houden met luchtvaartactiviteiten (b) + verplichte bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten voor luchtvaartactiviteiten (c)

waarbij,

(a) totaal opbrengsten tarieven omvat de opbrengsten, zijnde de som van de producten van het aantal gebruikseenheden vermenigvuldigd met de vastgestelde tarieven voor landen, opstijgen, parkeren, afhandeling van passagiers alsmede beveiliging.

(b) opbrengsten overige activiteiten die rechtstreeks verband houden met luchtvaartactiviteiten omvat alle opbrengsten uit de in artikel 2, tweede lid, bedoelde activiteiten van de exploitant van de luchthaven.

(c) de verplichte bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten voor luchtvaartactiviteiten betreft de in artikel 8.25dd, eerste lid, van de wet, bedoelde bijdrage.

Totale kosten luchtvaartactiviteiten, exclusief vermogenskosten en vennootschapsbelasting (AC) = kosten (1) + afschrijvingskosten over materiële vaste activa op basis van de unuïteitenmethode (2)

waarbij,

1.

kosten = operationele kosten (d) en afschrijvingskosten (e)

(d) operationele kosten omvatten onder meer personeelskosten, kosten materiaal, externe leveringen en uitbestede diensten, onderhoud en schoonmaak, intercompany leveringen en overige kosten.

De operationele kosten worden bepaald en toegerekend aan de luchtvaartactiviteiten op basis van het toerekeningssysteem en overeenkomstig aanvaardbare bedrijfseconomische principes.

(e) afschrijvingskosten over materiële vaste activa, exclusief afschrijvingskosten over materiële vaste activa, waarbij de afschrijving plaats heeft op basis van de unuïteitenmethode.

De kosten worden bepaald en toegerekend aan de luchtvaartactiviteiten op basis van het in artikel 29 bedoelde toerekeningsysteem en overeenkomstig aanvaardbare bedrijfseconomische principes.

2.

Afschrijvingskosten over materiële vaste activa, waarbij de afschrijving plaats heeft op basis van unuïteitenmethode (f) = het totale bedrag aan afschrijvingskosten over materiële vaste activa op basis van unuïteitenmethode (g)

(f) materiële vaste activa, waarbij afschrijvingskosten worden bepaald op basis van unuïteitenmethode en investeringen betreft, waarvan de som van de uitgaven en bouwrente hoger is dan honderd miljoen euro, waarvan de vervaardigingsperiode langer dan een jaar is en waarbij ten tijde van het investeringsbesluit is verwacht dat zich na de ingebruikneming een geprognosticeerde initiële overcapaciteit voordoet.

Bij de inwerkingtreding van dit Besluit blijft de unuïteitenmethode van toepassing op de reeds in gebruik genomen investeringen, waarvan de oorspronkelijke som van de uitgaven en bouwrente hoger is dan honderd miljoen euro en waarbij ten tijde van het investeringsbesluit een initiële overcapaciteit werd geprognosticeerd na de ingebruikneming.

(g) afschrijvingskosten over de onder f bedoelde materiële vaste activa worden berekend volgens de unuïteitenmethode. Deze methode houdt in dat de jaarlijkse afschrijvingskosten op basis van de historische investeringsuitgaven, inclusief bouwrente, plus vermogenskosten in elk jaar van de levensduur een constant reëel bedrag c per gebruikseenheid bedragen. Bij de bepaling van de jaarlijkse afschrijving wordt rekening gehouden met de initiële overcapaciteit, die gelijk is aan het verschil tussen de geprognosticeerde capaciteit en de voor de verwachte vraag van luchthavenluchtverkeer, vervoer van passagiers en vracht benodigde capaciteit, zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit.

De afschrijvingen op de vijfde baan hebben conform artikel 29, negende lid, plaats volgens de unuïteitenmethode.

Afschrijvingen op basis van de unuïteitenmethode worden met behulp van de onderstaande formules vastgesteld:

Uitgangspunt zijn reële constante kosten (afschrijvings- en vermogenskosten) per eenheid (c)

ofwel w = c × CAP

waarbij het bedrag w wordt als volgt berekend:

waarbij:

c = reële constante kosten (afschrijvings- en vermogenskosten) per eenheid.

CAP = aantal te leveren vervoers-, respectievelijk verkeerseenheden per jaar bij maximale capaciteit.

I 0 = de contante waarde van de grote investering, inclusief bouwrente gedurende de vervaardigingsperiode.

w = reëel constant bedrag van afschrijvingskosten en vermogenskosten per jaar bij volledige benutting van de capaciteit.

1-x = geprognosticeerde benutting (in procentpunten) van de capaciteit in jaar t, waarbij de initiële overcapaciteit x = a, b, etcetera.

D = disconteringsvoet: nominale WACC (na belasting) zoals bepaald overeenkomstig deel C van deze bijlage.

t = economische levensduur vanaf het moment van ingebruikneming (jaren 1 tot n) ;

T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (in procentpunten).

p = geprognosticeerde jaarlijkse inflatiepercentage gebaseerd op het door het Centraal Plan Bureau in de Macro Economische Verkenningen geraamde consumentenprijsindex.

Bovenstaande berekening wordt uitgevoerd ten tijde van ingebruikname met betrekking tot materiële vaste activa, of voor bestaande, bij de inwerkingtreding van dit Besluit reeds in gebruik genomen materiële vaste activa, waarvan de oorspronkelijke som van de uitgaven en bouwrente hoger is dan honderd miljoen euro en waarbij ten tijde van het investeringsbesluit een initiële overcapaciteit werd geprognosticeerd na de ingebruikneming en vervolgens telkens na zes jaar. De resterende economische levensduur wordt daarbij afgeleid zoals voorzien ten tijde van het investeringsbesluit.

De berekening dient conform aanvaardbare bedrijfseconomische principes te worden uitgevoerd. De periode waarvoor de berekening wordt gemaakt is gekoppeld aan twee opeenvolgende tariefperioden.

Na de bepaling van w kunnen de jaarlijkse afschrijvingen (in nominale termen) door middel van de onderstaande formule worden berekend:

waarin:

AF = afschrijving op materiële vaste activa in nominale termen, waarbij AF het bedrag is dat ingevuld wordt in de formule inzake de aan luchtvaart toerekenbare kosten onder 2(g).

BW = boekwaarde van een materieel vast actief, dat op basis van de werkelijke investeringsuitgaven, vermeerderd met de bouwrente over deze uitgaven, in nominale termen in de Regulatory Asset Base (RAB) wordt opgenomen (vanaf het moment waarop de investering in gebruik wordt genomen).

Na bovenstaande stappen kan het rendement (r in procentpunten) na belasting over de Regulatory Asset Base («RAB») in boekjaar t worden berekend door het aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen resultaat («R») in boekjaar t te delen door de waarde van de Regulatory Asset Base voor het boekjaar t:

waarbij R als volgt wordt berekend:

R = EBIT × (1–T) = (AR – AC) × (1 – T)

waarin:

Earnings Before Interest and Taxes (EBIT) = resultaat vóór interest en belastingen in jaar t.

Totale opbrengsten (AR) = totaal opbrengsten tarieven (a) + opbrengsten overige activiteiten die rechtstreeks verband houden met de luchtvaartactiviteiten (b) + verplichte bijdrage niet-luchtvaartactiviteiten voor luchtvaartactiviteiten (c).

Totale kosten luchtvaartactiviteiten, exclusief vermogenskosten en vennootschapsbelasting (AC) = kosten (1) + afschrijvingskosten over materiële vaste activa op basis van de unuïteitenmethode (2)

De in artikel 29, elfde lid, bedoelde Regulatory Asset Base (RAB) = de gemiddelde boekwaarde van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa, berekend volgens de in artikel 29, achtste lid, bedoelde aanvaardbare bedrijfseconomische principes en de historische kostprijs.

Bij de bepaling van deze boekwaarde wordt het gemiddelde genomen van de verwachte dan wel gerealiseerde waarde van de RAB op 1 januari van jaar t en van de verwachte (voor prognose) dan wel gerealiseerde (voor verantwoording) waarde van de RAB op 31 december van jaar t.

Materiële vaste activa worden conform artikel 29, vijfde lid, eerst geactiveerd op het moment dat zij in gebruik worden genomen, vermeerderd met bouwrente over het te activeren bedrag van de investering in de periode vanaf de start van een investering tot het moment van oplevering.

RABtotaal = RABactiva + RABmateriële vaste activa op basis van unuïteitenmethode

waarbij:

RABactiva = de gemiddelde boekwaarde (geprognosticeerde waarde per 1 januari van jaar t, respectievelijk geprognosticeerde waarde 31 december van jaar t) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa (exclusief de boekwaarde van de materiële vaste activa op basis van unuïteitenmethode).

RABmateriële vaste activa op basis van unuïteitenmethode = de gemiddelde boekwaarde (geprognosticeerde waarde per 1 januari van jaar t, respectievelijk 31 december van jaar t) van de aan de luchtvaartactiviteiten toe te rekenen materiële vaste activa op basis van unuïteitenmethode.

Bouwrente = de weighted average cost of capital (WACC), zoals geldig gedurende de vervaardigingsperiode en bepaald overeenkomstig deel C van deze bijlage.

Bij de berekening van het maximaal toegestane geprognosticeerde rendement overeenkomstig artikel 32, worden de verrekeningen, bedoeld in artikel 8.25dg, van de wet niet meegenomen.

B. Berekening van het rendement over de beveiligingsactiviteiten

De berekening van het rendement over de beveiligingsacitiviteiten geschiedt op analoge wijze als de berekening van het rendement over de luchtvaartactiviteiten beschreven in deel A van deze bijlage met dien verstande dat:

C. De gewogen gemiddelde vermogenskosten (wacc)

De WACC na belastingen is gebaseerd op het zogenoemde Capital Asset Pricing Model (CAPM). De WACC wordt, rekening houdend met belastingen, berekend met behulp van de formule:

WACC = g × Kd × (1–T) + (1–g) × (Rf + (EMRP × Equity Bèta))

De parameters in de formule zijn de volgende:

De Asset Bèta wordt als volgt bepaald:

Voor de berekening van de aan luchtvaartactiviteiten toe te rekenen kosten is het toegestaan om de WACC voor belastingen in de kosten door te berekenen. Bij de berekening van de aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde luchtvaartactiviteiten toe te rekenen kosten, wordt de WACC voor belastingen gehanteerd.

Het maximaal toegestane rendement voor belastingen wordt berekend met behulp van de onderstaande formule:

RABtotaalx WACC (na belastingen) / (1-T)

RABtotaal= overeenkomstig de berekening zoals opgenomen in deel A van deze bijlage.

WACC (na belastingen) = overeenkomstig de berekening zoals opgenomen in deel C van deze bijlage onder het kopje «WACC na belastingen».

T = het vigerende wettelijke tarief voor vennootschapsbelasting (in procentpunten).

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.