← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van 16 juni 2017, nr. Minbuza-2017.763435, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 (Fonds European Partnership for Responsible Minerals)

Geldende tekst a fecha 2017-06-27

Gelet op artikel 6 en artikel 7 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

Artikel 1

Voor subsidieverlening op grond van artikel 5.1 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals met het oog op de financiering van activiteiten die bijdragen aan verantwoorde en duurzame mineraalketens gelden de als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsregels.

Artikel 2
1.

Aanvragen voor subsidie in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals worden ingediend in een nader te bepalen aantal openstellingen.

2.

Aanvragen voor subsidie in de eerste openstelling van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals worden ingediend vanaf 3 juli 2017 tot en met 19 september 2017, 11.00 uur Nederlandse tijd.

3.

De indieningstermijn(en) voor aanvragen voor subsidie in de volgende openstelling, dan wel openstellingen van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals zal, dan wel zullen later bekend worden gemaakt.

4.

Aanvragen voor subsidies in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals worden ingediend aan de hand van een daartoe door de minister vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier en voorzien van de op het aanvraagformulier gevraagde bescheiden.1www.responsibleminerals.eu

Artikel 3
1.

Voor subsidieverlening in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, tweede lid, voor de periode vanaf de inwerkingtreding van dit besluit tot en met 31 december 2017 een subsidieplafond van € 1,5 miljoen.

2.

Voor subsidieverlening in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals geldt voor aanvragen bedoeld in artikel 2, derde lid, een nader bekend te maken subsidieplafond voor een bij het daartoe strekkende besluit te bepalen periode.

3.

Indien na toepassing van het eerste lid een deel van het daar bedoelde subsidieplafond resteert, is dit beschikbaar voor aanvragen bedoeld in artikel 2, derde lid.

Artikel 4

De verdeling van de middelen vindt plaats op grond van een beoordeling overeenkomstig de maatstaven die in de bijlage bij dit besluit zijn neergelegd, met dien verstande dat uit alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven, de aanvragen die het beste daaraan voldoen het eerst voor een subsidie in aanmerking komen, binnen het raam van een evenwichtige spreiding als bedoeld in artikel 8, derde lid, sub d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2022 met dien verstande dat het van toepassing blijft op subsidies die voor die datum zijn verleend.

Bijlage. – Fonds European Partnership for Responsible Minerals (EPRM)

1. Achtergrond

Toegang tot mineralen is van cruciaal belang voor bedrijven en consumenten. Mineralen zoals tin, tantalium, wolfraam en goud (3TG) kennen een breed palet aan toepassingen in economische sectoren zoals de hoogwaardige maakindustrie, de micro-elektronica en de sieradenbranche. Een aantal regio’s waar dergelijke mineralen kunnen worden gevonden, heeft te kampen met langdurige gewelddadige conflicten en ernstige mensenrechtenschendingen. De internationale winning van en handel in mineralen kan een significante rol spelen in het financieren en voortduren van het geweld en de mensenrechtenschendingen in dergelijke gebieden. Om dit tegen te gaan en tevens de link tussen conflict en mineralenwinning te breken, is er Europese wetgeving vastgesteld in april 2017. Deze stelt due diligence verplicht voor bedrijven als smelters en grote importeurs die opereren op een belangrijk punt in de leveringsketen. Dit betreft de EU-conflictmineralenverordening3http://ec.europa.eu/trade/policy/in-focus/conflict-minerals-regulation/.

Naast en onderliggend aan deze Europese wetgeving zijn er de OESO-richtlijnen die zich richten op bedrijven om zich gedegen rekenschap te geven van de sociale en milieurisico’s in hun toeleverings- en productieketen, met een focus op grondstoffen en verduurzaming van grondstoffenketens uit conflict- en hoog-risicogebieden. Deze OESO richtlijnen, te weten de Due Diligence Guidance4https://www.oecd.org/corporate/mne/GuidanceEdition2.pdf en de OECD Guidelines for Multinational Enterprises5https://www.oecd.org/corporate/mne/48004323.pdf vormen een belangrijk vertrekpunt van het European Partnership for Responsible Minerals (EPRM). Verdere multi-stakeholder samenwerking en dialoog zijn vereist om deze succesvol te implementeren.

Het EPRM is een multi-stakeholder partnerschap dat zich richt op verantwoorde mijnbouw en samenwerking door de keten heen. Door samen te werken met partijen met een verschillende rol in de keten, kan de problematiek in het veld beter worden begrepen en kunnen verbetering ingeleid worden. Het EPRM streeft daarom samenwerking tussen bedrijven, overheden, NGO’s en kennisinstellingen na. Het EPRM biedt een kennisplatform voor due diligence (in het bijzonder gericht op het midden- en kleinbedrijf, hierna: MKB), maar ondersteunt ook activiteiten gericht op verbetering van condities in mijnbouwgebieden in conflict- en hoog risicogebieden. Het Fonds European Partnership for Responsible Minerals biedt de middelen voor de ondersteuning van dergelijke activiteiten.

Het EPRM is opgezet conform de insteek van de EU-conflictmineralenverordening en de genoemde OESO-richtlijnen en heeft een mondiale scope. Met het beleidskader voor het EPRM wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de uitvoering van de agenda voor verantwoorde grondstoffenwinning van het kabinet. Het in dit besluit omschreven Fonds is onderdeel van het beleidskader EPRM (hierna beleidskader), dat naast subsidieverstrekking ook andere instrumenten biedt om deze bijdrage te kunnen leveren. De Theory of Change (ToC) van het EPRM en het beleidskader zijn beschikbaar op de EPRM-website www.responsibleminerals.eu

2. Doelstelling fonds

Het fonds European Partnership for Responsible Minerals heeft als doelstelling het verbeteren van de sociale en economische omstandigheden waarin mijnwerkers en hun lokale gemeenschappen moeten leven en werken, door het vergroten van het aantal mijnen en artisanale mijnbouwers dat werkt volgens een verantwoorde wijze van mijnbouw. Op deze manier wordt beoogd de link tussen mineraalwinning en conflict tegen te gaan.

Tegen deze context ontwikkelen en financieren de (internationale) leden van het EPRM een programma (fonds) ter ondersteuning van activiteiten gericht op verbetering van condities in en rond mijnen en voor betrokken mijnbouwers in conflict- en hoog-risicogebieden. Het betreft hier sociaal-economische omstandigheden zoals acceptabele werkomstandigheden, werken zonder toxische stoffen voor een normale beloning, zonder kinderarbeid, met een genderbalans en zonder mensenrechtenschendingen.

De problematiek rond de link tussen mineralenwinning en conflict is complex en betreft soms de gehele keten, vanaf het delven van de mineralen tot de assemblage van eindproducten. Dit is de reden dat het EPRM zich richt op de ketengewijze aanpak van upstream tot downstream. Naast projecten in conflict- en hoogrisicogebieden kunnen daarom ook projecten gefinancierd worden gericht op het ‘downstream’ bedrijfsleven, mits deze nauw aansluiten bij de doelstelling van het EPRM en een link hebben met de verbetering van de condities in mijnbouwgebieden.

Gelet op bovengenoemde doelstelling is het Fonds European Partnership for Responsible Minerals gericht op initiatieven die in elk geval substantieel bijdragen aan de EPRM-doelstelling zoals hiervoor omschreven, en daarnaast op te schalen zijn en een bredere sectorale impact hebben. Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie in het kader van dit fonds dienen activiteiten gericht te zijn op verbetering van condities in en rond mijnen door:

3. Geografische focus en mineralen

De doelstellingen en Theory of Change (ToC) van het EPRM hebben een mondiale scope, met de focus op 3TG mineralen (goud, tin, tantalium en wolfraam) uit conflict- en hoogrisicogebieden. Deze onderhavige call for proposals richt zich specifiek op activiteiten gericht op of gelinkt aan de verbetering van de condities in en rond mijnbouw van 3TG mineralen en betreft daarmee een specifieke interpretatie van het begrip ‘conflictmineralen’. Hoewel de met conflictmineralen geassocieerde problemen zich wereldwijd manifesteren, zijn ze in elk geval ook nadrukkelijk aanwezig in het Grote Meren Gebied6Hier wordt gedoeld op de landen van de International Conference on the Great Lakes Region (ICGLR). Dit omvat de landen Angola, Burundi, Centraal Afrikaanse Republiek, Republiek Congo, Democratische Republiek Congo, Kenia, Rwanda, Soedan, Zuid Soedan, Tanzania, Oeganda en Zambia.. Daarom gaat de voorkeur voor deze call uit naar voorstellen die zich richten op die landen en geografische regio, al kunnen ook voorstellen gericht op andere gebieden en landen in aanmerking komen voor subsidie.

4. Uitvoerder

De minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking heeft de uitvoering van het Fonds opgedragen aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). RVO.nl zal het Fonds uitvoeren namens de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op grond van een aan RVO.nl verleend mandaat.

5. Europeesrechtelijke aspecten

In geval van subsidie aan ondernemingen kan er sprake zijn van staatssteun. Deze steun is geoorloofd als men blijft binnen het kader van de de-minimisverordening Verordening (EG) Nr. 1407/2013, PbEU 2013, L 352). Op grond van de de-minimisverordening kunnen overheden ondernemingen over een periode van 3 belastingjaren tot € 200.000 steunen zonder dat dit staatssteun oplevert. Om overschrijding van het de-minimisplafond te voorkomen, moet de overheid de onderneming vragen om een verklaring. Hierin moet de onderneming alle steun en de-minimis opgeven die over de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar is verleend. De berekening moet bij het moment van toekenning worden gemaakt. De verklaring moet worden getekend voordat de steun wordt verleend.

6. Begrippen

7. Subsidie in het kader van Fonds European Partnership for Responsible Minerals (EPRM)

Het Fonds European Partnership for Responsible Mineralsstaat open voor subsidieaanvragen op basis van openstellingen. Aanvragen kunnen worden gedaan door organisaties individueel of door een penvoerder namens een samenwerkingsverband. Aanvragers kunnen zijn ondernemingen, kennisinstellingen, (semi-) overheidsorganisaties of niet-gouvernementele organisaties (NGO’s), ongeacht het land waar ze statutair zijn gevestigd en in geval van een samenwerkingsverband ongeacht in welke combinatie.

Een subsidie in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Minerals (EPRM) is bedoeld voor activiteiten die bijdragen aan het doel van het EPRM. De subsidie voor een project bedraagt maximaal € 450.000, waarbij in het geval van ondernemingen geldt: voor zover de de-minimis-verordening genoemd in hoofdstuk 5 hiertoe ruimte biedt.

8. Subsidiabele kosten

Voor de projectkosten die in aanmerking kunnen worden genomen bij het bepalen van de subsidie gelden de volgende uitgangspunten:

Categorieën van subsidiabele kosten:

9. Beoordeling en verdeling van de beschikbare middelen

Voor subsidieverlening in het kader van het Fonds European Partnership for Responsible Mineralsis voor de eerste indieningsronde van aanvragen € 1,5 miljoen beschikbaar. Het beschikbare bedrag voor de tweede en eventuele volgende indieningsronde(n) zal later bekend worden gemaakt.

De bepalingen van de Algemene Wet Bestuursrecht, het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006 zijn onverkort van toepassing op de beoordeling van aanvragen en de uiteindelijke subsidieverstrekking. De aanvragen worden beoordeeld met inachtneming van deze regelgeving en overeenkomstig de maatstaven die in deze beleidsregels zijn neergelegd.

Om in aanmerking te kunnen komen voor een subsidie dient een aanvraag in elk geval te voldoen aan de drempelcriteria opgenomen in paragraaf 11.2. Bij het niet voldoen aan één (of meer) van de drempelcriteria zal de aanvraag worden afgewezen en niet verder worden beoordeeld. Daarnaast moet in voldoende mate worden voldaan aan de beoordelingscriteria zoals opgenomen in paragraaf 11.3.

De beoordeling van de aanvragen en de toekenning en verdeling van de beschikbare middelen vindt plaats via een tender: van alle aanvragen die voldoen aan de maatstaven van deze beleidsregels, wordt de kwaliteit beoordeeld volgens dezelfde criteria. De aanvragen die het beste voldoen aan de criteria komen als eerste voor subsidie in aanmerking. De Minister besluit tot subsidieverlening in overeenstemming met deze rangorde, binnen het raam van artikel 8, derde lid, onder d, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Als de beschikbare middelen niet toereikend zijn om alle aanvragen die als voldoende zijn beoordeeld volledig te honoreren, betekent dit dat bij de verdeling van de middelen de aanvragen die conform genoemde rangschikking het beste voldoen aan de criteria, als eerste worden gehonoreerd, totdat de beschikbare middelen zijn uitgeput. Daarbij wordt rekening gehouden met een evenwichtige spreiding van de beschikbare middelen over doelgroepen, regio’s, thema’s, aard van de activiteiten en vorm van de subsidie.

RVO.nl legt de uitkomsten van de beoordeling van de subsidieaanvragen voor aan een adviescommissie die is samengesteld door het bestuur van het EPRM. Deze commissie adviseert de minister over deze uitkomsten. RVO.nl neemt vervolgens, op grond van het door de minister aan haar gegeven mandaat, namens de minister een besluit over de subsidieaanvragen, rekening houdend met het advies van de adviescommissie.

Besluitvorming door de Minister over de subsidieaanvragen die worden ingediend in de eerste indieningsronde vindt plaats uiterlijk op 31 januari 2018.

10. Aanvraag

Een aanvraag kan pas in aanmerking komen voor een subsidie nadat RVO.nl advies heeft uitgebracht over een daartoe door de aanvrager ingediende quick scan. Als de quick scan is afgerond en een advies van RVO.nl op de quick scan is ontvangen, kan er overgegaan worden tot het indienen van een aanvraag. Aangezien met de verwerking van een verzoek om een quick scan een tweetal weken is gemoeid, kan RVO.nl niet tijdig (in de zin van tijdig genoeg om daarna nog een aanvraag te kunnen indienen) reageren op verzoeken die twee weken of korter voor de sluiting van de aanvraagtermijn worden gedaan.

Uiterste termijn van indiening subsidieaanvragen is voor de eerste openstelling 19 september 2017, 11:00 Nederlandse tijd. Aanvragen dienen uiterlijk op voornoemde datum en tijd door RVO.nl te zijn ontvangen. Dat betekent dat verzoeken om quick scans uiterlijk 4 september 2017 11:00 Nederlandse tijd door RVO.nl ontvangen moeten zijn.

Aanvragen worden rechtsgeldig ondertekend ingediend en voorzien van de hieronder gevraagde informatie en managementsamenvatting. De aanvraag wordt opgesteld in de Nederlandse of Engelse taal, waarbij het Engels de voorkeur verdient, met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld middel9Zie www.responsibleminerals.eu, en voorzien van de daarbij vereiste bijlagen. Het gaat hierbij om een verklaring van ontvangst van het RVO.nl-advies op de quick scan en de volgende bijlagen:

In geval van een samenwerkingsverband dient bij de aanvraag tevens een schriftelijke en door alle partners ondertekende samenwerkingsovereenkomst gevoegd te worden die de medewerking van de partners aan de uitvoering van het project en de naleving van de gemaakte afspraken waarborgt, evenals de naleving van de aan een subsidieverlening te verbinden verplichtingen jegens de minister. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van twee door RVO.nl beschikbaar gestelde formats gebruikt (Partner Form en Cooperation Agreement)10Zie www.responsibleminerals.eu.

De aanvrager/penvoerder en/of eventuele mede-indieners dienen te verklaren dat zij op de hoogte zijn van en zullen handelen naar de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen11https://www.oecd.org/corporate/mne/48004323.pdf, de ILO-verklaring betreffende de fundamentele principes en rechten op het werk (www.ilo.org) en de OECD Due Diligence Guidance for Responsible supply Chains of Minerals from Conflict-Affected and High-Risk Areas12https://www.oecd.org/corporate/mne/GuidanceEdition2.pdf.

In het kader van de aanvraagprocedure wordt met nadruk gewezen op artikel 7, derde lid, van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Mocht een aanvraag onvolledig worden ingediend, dan kan de Minister met gebruikmaking van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht vragen om een aanvulling. Als datum van ontvangst van de aanvraag zal vervolgens gelden de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Indien een aanvraag pas in de laatste twee weken voor het verstrijken van de deadline wordt ingediend, loopt de aanvrager (penvoerder) het risico dat de Minister geen toepassing zal geven aan zijn bevoegdheid om een aanvulling te vragen in verband met de tijd die is gemoeid met het controleren van alle aanvragen op volledigheid. In dat geval zal de aanvraag derhalve niet meer kunnen worden aangevuld, maar zal deze worden beoordeeld zoals hij is ingediend.

11. Beoordeling

12. Afwijzingsgronden

Een aanvraag wordt afgewezen als niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze beleidsregels of als er sprake is van een of meer van de volgende omstandigheden:

13. Monitoring & Evaluatie

Indien tot subsidieverlening wordt overgegaan zullen verplichtingen aan de subsidie worden verbonden in de subsidieverleningsbeschikking. Deze zullen onder meer betrekking hebben op het volgende. Om de voortgang van het voorstel te monitoren, zal een baseline studie moeten worden gedaan. Tevens dient de aanvrager ieder jaar één (of meerdere) rapportage(s) op te leveren, met daarin onder meer een eerste evaluatie van de activiteiten, eerste resultaten, etc. De metingen en rapportages (in unit of percentages) zullen conform IATI moeten kunnen worden ingevoerd, zodat later bepaald kan worden in hoeverre het resultaat en projectdoel zijn bereikt.

14. Administratieve lasten

Ter onderbouwing van de administratieve lasten waarmee de aanvrager bij het Fonds te maken krijgt, is een toets uitgevoerd volgens een standaard kostenmodel. Daarbij is rekening gehouden met de indiening van een aanvraag, de beheerfase, de afronding van het project, waarna de aanvrager een verzoek tot vaststelling van de subsidie moet indienen, en eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Uit de berekening blijkt dat het totale percentage administratieve lasten ten opzichte van het totaal beschikbare subsidiebudget maximaal 2% bedraagt.

Dit besluit zal met de bijlage, met uitzondering van de appendices bij die bijlage, in de Staatscourant worden geplaatst. De appendices bij de bijlage worden via internet bekend gemaakt.2www.responsibleminerals.eu