Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 juni 2017, nr. WJZ/17075625, tot aanwijzing van monomestvergistingsinstallaties als subsidiabele categorie voor 2017 in het kader van de stimulering van duurzame energieproductie (Regeling monomestvergisting 2017)

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2, tweede tot en met vierde lid, 3, vierde lid, 7, 36, tweede lid, 37, eerste lid, 39, vijfde lid, 40, derde tot en met zevende lid, 51, tweede lid, 52, eerste lid, 55, derde tot en met vijfde en zevende lid, 56, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 59, tweede en vierde lid, 60, tweede lid, onderdeel b, 61, eerste en derde lid en 62, vierde lid en vijfde lid, onderdeel b, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Aanwijzing categorieën en openstelling

Artikel 2
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie:

2.

Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van het besluit.

Artikel 3

Het subsidieplafond bedraagt € 150 miljoen.

Artikel 4

Aanvragen om subsidie worden ontvangen in de periode van 4 juli 2017 09:00 uur tot 27 juli 2017 17:00 uur.

§ 3. Aanvraag en beslissing op de aanvraag

Artikel 5
1.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, tweede lid, van het besluit.

2.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 56, derde lid, van het besluit.

Artikel 6
1.

In afwijking van artikel 2a, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling gaat een aanvraag om subsidie vergezeld van een haalbaarheidsstudie.

2.

Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend zonder de gegevens, bedoeld in artikel 56, vierde lid, onderdeel d, van het besluit, bevat de haalbaarheidsstudie een plan van aanpak en een tijdschema betreffende de werving van een locatie voor de realisatie van de productie-installatie en de verkrijging van de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie.

3.

Indien een aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend met de gegevens, bedoeld in artikel 56, vierde lid, onderdeel d, van het besluit maar zonder de vergunningen die vereist zijn voor de realisatie van de productie-installatie, bevat de haalbaarheidsstudie een plan van aanpak en een tijdschema voor de verkrijging van de vergunningen die zijn vereist voor de realisatie van de productie-installatie.

Artikel 7
1.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 59, tweede lid, van het besluit.

2.

Artikel 59, vierde lid, van het besluit is van toepassing op een aanvraag om subsidie.

Artikel 8
1.

De minister verdeelt het bedrag, genoemd in artikel 3, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

2.

Ten behoeve van de rangschikking wordt het tenderbedrag van een subsidieaanvraag voor de productie van hernieuwbaar gas gecorrigeerd door het in de subsidieaanvraag genoemde tenderbedrag in euro per kWh te delen door een correctiefactor van 0,706.

Artikel 9
1.

Het maximum tenderbedrag, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van het besluit, voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt € 0,088 per kWh.

2.

Het maximum tenderbedrag bedoeld in artikel 51, tweede lid, van het besluit, voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 0,125 per kWh.

Artikel 10
1.

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 37, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, € 0,015 per kWh.

2.

De basisenergieprijs, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, € 0,030 per kWh.

Artikel 11
1.

Voor een aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen twee weken na de afgifte van de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-ontvanger, en onder de opschortende voorwaarde dat de subsidie-ontvanger binnen vier weken na de afgifte van de beschikking tot subsidieverlening heeft aangetoond dat een bankgarantie overeenkomstig het model opgenomen in bijlage 2 is afgegeven.

2.

Indien niet tijdig aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, is voldaan komt het vrijgekomen budget beschikbaar voor een volgende aanvraag op basis van de rangschikking.

§ 4. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger

Artikel 12
1.

In geval van een aanvraag als bedoeld in artikel 6, tweede lid, meldt de subsidie-ontvanger aan de Minister de locatie waar de productie-installatie wordt geplaatst voor de aanvang van de bouw van de productie-installatie.

2.

Een subsidie-ontvanger realiseert per adres één productie-installatie als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

3.

Een subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 2, eerste lid, in gebruik binnen twee jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

4.

Artikel 3, eerste en tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling, is niet van toepassing op een aanvraag om subsidie.

§ 5. Algemene bepalingen

Artikel 13

Een subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt over een periode van twaalf jaar verstrekt.

Artikel 14
1.

Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 40, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 8.000 uren.

2.

Het maximale aantal vollasturen, bedoeld in artikel 55, vijfde lid, van het besluit voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 7.200 uren.

Artikel 15
1.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in:

2.

Productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in:

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 16

De correcties op het tenderbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom genoemde artikel, worden voor 2017 als volgt vastgesteld: voor wat betreft het bedrag bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdeel a, respectievelijk artikel 54, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag en voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 39, eerste lid, onderdelen b en c, respectievelijk artikel 54, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit, het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1. 2. 3. 4.
Artikel Omschrijving categorie Correctiebedrag (€/kWh) Correctiebedrag
2, eerste lid, onderdeel a Monomestvergisting/gas 0,016 0
2, eerste lid, onderdeel b Monomestvergisting/elektriciteit en warmte 0,031 0
Artikel 17

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.