Regeling van de Minister van Economische Zaken van 23 juni 2017, nr. WJZ/17097583, houdende vaststelling van regels met betrekking tot de aanvraag en veiling van vergunningen voor digitale radio-omroep DAB+ in restruimte laag 4 (Regeling aanvraag- en veilingprocedure vergunningen digitale radio-omroep DAB+ laag 4)

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-06-30
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 8, 9 en 10 van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

§ 2. Beschikbare vergunningen

Artikel 2

Ingevolge het bekendmakingsbesluit zijn beschikbaar om door middel van een veiling te worden verdeeld:

§ 3. Vergunningaanvraag en zekerheidsstelling

Artikel 3
1.

Degene die voor een vergunning voor digitale radio-omroep in aanmerking wil komen, dient daartoe een aanvraag in.

2.

De aanvraag wordt in de periode van 3 juli 2017 tot 14 augustus 2017 voor 16.00 uur per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres en met de volgende adressering:

Agentschap Telecom

Ter attentie van: Projectteam uitgifte DAB+ vergunningen laag 4

Emmasingel 1

9726 AH Groningen

3.

De persoonlijke overhandiging vindt in de genoemde periode plaats op werkdagen tussen 9.30 uur en 12.00 uur en tussen 13.30 uur en 16.00 uur. Bij persoonlijke overhandiging van de aanvraag wordt een bewijs van ontvangst afgegeven dat is voorzien van datum en tijdstip van ontvangst en ondertekening.

4.

In de aanvraag wordt vermeld op welk aantal vergunningen voor digitale radio-omroep de aanvraag betrekking heeft.

5.

In de aanvraag vermeldt de aanvrager, ten behoeve van het vaststellen van de noodzaak van veilen overeenkomstig artikel 11, per allotment 7A, 9D-N en 9D-Z hoeveel vergunningen voor digitale radio-omroep hij bij voorkeur wenst te verwerven, uitgaande van het aantal waar de aanvraag ingevolge het vierde lid betrekking op heeft.

6.

In de aanvraag worden de namen vermeld van ten minste één en ten hoogste vier natuurlijke personen, die ieder voor zich zelfstandig bevoegd zijn om namens de aanvrager handelingen te verrichten gedurende de veilingprocedure en die daartoe beschikken over een rechtsgeldige en toereikende volmacht.

7.

De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het in bijlage I opgenomen model en gaat, onverminderd de overigens in deze regeling gestelde eisen, vergezeld van de in dit model genoemde gegevens en bescheiden.

8.

De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

9.

Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het zevende lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden, opgesteld krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

10.

De gegevens en bescheiden, bedoeld in het negende lid, mogen in afwijking van het achtste lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

11.

De aanvrager informeert de minister per aangetekende brief, die wordt geadresseerd op de in het tweede lid genoemde wijze, onverwijld over wijzigingen met betrekking tot de in bijlage I bedoelde gegevens en bescheiden.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in artikel 3.18 van de wet, wijst de minister de aanvraag af indien niet is voldaan aan artikel 3, tweede lid.

Artikel 5
1.

Een aanvrager verstrekt als zekerheid voor de betaling van het bod en teneinde te borgen dat de vergunning wordt verleend aan een financieel bestendige vergunninghouder een waarborgsom of een bankgarantie per vergunning voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft, ter grootte van de waarde, opgenomen in tabel 1, corresponderend met het aantal vergunningen voor digitale radio-omroep waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft.

Aantal vergunningen waar de aanvraag ingevolge artikel 3, vierde lid, betrekking op heeft Bedrag zekerheidsstelling
1 tot en met 9 vergunningen € 10.000,– per vergunning
10 tot en met 15 vergunningen € 100.000,–
16 tot en met 20 vergunningen € 120.000,–
21 tot en met 25 vergunningen € 140.000,–
26 tot en met 31 vergunningen € 160.000,–
2.

De waarborgsom wordt verstrekt voor de periode tot:

3.

Een aanvrager zorgt ervoor dat uiterlijk op het in artikel 3, tweede lid, bedoelde tijdstip:

Artikel 6
1.

Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan een van de in artikel 3, vierde lid tot en met achtste lid, en het tiende lid, en artikel 5, gestelde eisen, deelt de minister dit de aanvrager mee en stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

2.

De aanvrager heeft gedurende tien werkdagen, te rekenen vanaf de dag na dagtekening van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

3.

De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel worden per aangetekende post ontvangen dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, genoemd in artikel 3, tweede lid, binnen de in het tweede lid bedoelde termijn, met dien verstande dat de ontvangst geschiedt vóór 16.00 uur van de laatste werkdag van die termijn.

Verzuimherstel aangaande de waarborgsom geschiedt binnen dezelfde termijn, en met gebruikmaking van het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 5, derde lid.

4.

Artikel 3, derde lid, is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat als datum en tijdstip van ontvangst gelden, de datum en het tijdstip waarop de gegevens en bescheiden, bedoeld in het derde lid, zijn ontvangen.

5.

Indien het verzuim niet binnen de termijn, bedoeld in het tweede en het derde lid, en op de wijze, vermeld in het derde lid, is hersteld of indien na herstel niet wordt voldaan aan de in artikel 3, vierde lid tot en met achtste lid, en het tiende lid, en artikel 5, gestelde eisen, kan de minister besluiten de aanvraag met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet te behandelen.

Artikel 7

Een aanvrager verstrekt ter onderbouwing van zijn financiële draagkracht om te kunnen voldoen aan diens aan de vergunning voor digitale radio-omroep verbonden verplichtingen en de daaruit voortvloeiende investeringen:

Artikel 8

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Artikel 9
1.

De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

2.

De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

3.

Met de eisen, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

4.

De minister wijst de aanvraag af, indien uit de aanvraag niet blijkt dat aan de eisen, bedoeld in het eerste en tweede lid is voldaan.

Artikel 10
1.

Een aanvrager verklaart door middel van een door hem ondertekende verklaring, overeenkomstig bijlage IV bij deze regeling, dat hij zich voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft onthouden van afspraken of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die afbreuk doen of kunnen doen aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure en zich na het indienen van de aanvraag zal onthouden van het maken van dergelijke afspraken of het verrichten van dergelijke gedragingen.

2.

De minister kan een aanvraag afwijzen als naar zijn oordeel aannemelijk is dat de aanvrager afspraken heeft gemaakt of onderling afgestemde feitelijke gedragingen heeft verricht die afbreuk doen of kunnen doen of gedaan hebben of gedaan kunnen hebben aan de mededinging in het kader van de veilingprocedure.

§ 4. Vaststelling eventuele schaarste

Artikel 11

In geval de minister ten aanzien van een bij een frequentieblok behorende allotment vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de aanvraag buiten behandeling is gesteld, de aanvraag is afgewezen, of waarvan de aanvraag op grond van artikel 3.18 van de wet is geweigerd, op grond van artikel 3, vijfde lid, meer voorkeuren voor dat allotment zijn aangegeven dan er in dat allotment aan vergunningen beschikbaar zijn, worden alle vergunningen voor digitale radio-omroep met toepassing van de in paragraaf 5 van deze regeling vermelde veilingprocedure verdeeld.

Artikel 12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.